Kabinetten 1945-heden

Nederland heeft sinds 1945 tientallen verschillende kabinetten gehad. Drees en Balkenende leidden de meeste kabinetten, terwijl Lubbers met twaalf jaar de langstzittende minister-president is. In onderstaand overzicht staan alle kabinetten sinds 1945.

  • Rutte II (2012-2017)

    Dit kabinet werd door VVD en PvdA gevormd na de verkiezingen van 12 september 2012. Het kabinet bestaat uit 7 ministers van de VVD en 6 ministers van de PvdA. Belangrijkste doelstellingen van het kabinet zijn het op orde brengen van de overheidsfinanciën, het eerlijk verdelen van de lasten en het zorgen voor duurzame groei van de economie. Daartoe worden op diverse terreinen (woningmarkt, arbeidsmarkt, zorg) hervormingen voorgesteld.

  • Rutte I (2010-2012)

    Dit kabinet werd door VVD en CDA gevormd na de verkiezingen van 9 juni 2010. Deze partijen sloten een gedoogakkoord met de PVV. In de Eerste Kamer kon het kabinet vanaf juni 2011 niet rekenen op een meerderheid, en was het afhankelijk van andere fracties (met name de SGP).

  • Balkenende IV (2007-2010)

    Dit kabinet werd gevormd na de verkiezingen van 22 november 2006 uit de coalitie CDA, PvdA en ChristenUnie. Sinds 23 februari 2010 maakt de PvdA geen deel meer uit van het kabinet en is het demissionair. Motto van het kabinet was 'Samen werken, samen leven'. Het streefde naar grotere sociale samenhang, veiligheid en respect, innovatie, duurzaamheid en een actieve internationale en Europese rol.

  • Balkenende III (2006-2007)

    Dit minderheidskabinet van CDA en VVD is een overgangskabinet, dat als voornaamste taken heeft het uitschrijven van vervroegde verkiezingen en het indienen van de begroting (en het belastingplan) voor 2007.

  • Balkenende II (2003-2006)

    In het tweede kabinet-Balkenende is de LPF vervangen door D66. De CDA- en VVD-bewindslieden uit het eerste kabinet-Balkenende keerden allen terug. Nieuwe VVD- en CDA-ministers brachten het aantal vrouwen op een recordaantal van vijf. Bijzonder was verder dat D66 voor het eerst aan een centrumrechts kabinet meedeed.

  • Balkenende I (2002-2003)

    Na acht jaar paars is er weer een centrumrechtse coalitie: CDA en VVD samen met nieuwkomer LPF (de Lijst Pim Fortuyn). De enorme verkiezingswinst van deze nieuwe partij (26 zetels) maakte een kabinet zonder deze partij bijna onmogelijk.

  • Kok I (1994-1998)

    Aan dit eerste 'paarse' kabinet nemen de PvdA, VVD en D66 deel. Het is voor het eerst sinds 1918 dat er een kabinet wordt geformeerd zonder een confessionele partij. De kleur paars refereert aan de vermenging van het rood van de PvdA en het blauw van de VVD.

  • Lubbers III (1989-1994)

    In het derde kabinet-Lubbers heeft de VVD plaats gemaakt voor de PvdA. Er wordt na jaren van bezuinigingen gestreefd naar sociale vernieuwing. Het kabinet moet echter verder zelf ook verder bezuinigen, onder meer op de sociale zekerheid. Met name het grote beroep dat op de Wet arbeidsongeschiktheid (WAO) wordt gedaan, is reden om in te grijpen. Dat leidt tot spanningen, vooral in de PvdA.

  • Lubbers I (1982-1986)

    Dit kabinet van CDA en VVD presenteert zich als een 'no nonsense-kabinet'. Het richt zich op sanering van de overheidsfinanciën door bezuinigingen en afstoting van overheidstaken, en op herstel van werkgelegenheid. Er wordt onder meer gekort op uitkeringen en onderwijs- en ambtenarensalarissen. Ook sectoren als volksgezondheid en welzijn moeten inleveren. De werkloosheid, die tot recordhoogte was opgelopen, gaat geleidelijk afnemen.

  • Van Agt III (1982)

    Dit minderheidskabinet van CDA en D'66 is een overgangskabinet, dat als voornaamste taken heeft het uitschrijven van verkiezingen en het voorbereiden van de begroting 1983.

  • Van Agt I (1977-1981)

    Dit kabinet van CDA en VVD komt na een lange formatieperiode tot stand, nadat vorming van een tweede kabinet-Den Uyl is mislukt. Het krijgt te maken met grote financieel-economische problemen en oplopende werkloosheid. In 1978 brengt het kabinet de Nota Bestek'81 uit, waarin ombuigingen worden aangekondigd. Als het kabinet in 1980 extra bezuinigingen afwijst, treedt minister Andriessen van Financiën af.

  • Den Uyl (1973-1977)

    Het kabinet-Den Uyl is het meest progressieve uit de parlementaire geschiedenis. De drie linkse partijen hebben tien ministers, KVP en ARP samen zes. Het kabinet stelt zich ten doel: eerlijk delen van kennis, macht en inkomen. Het kabinet komt na een moeizame, langdurige formatie tot stand.

  • De Jong (1967-1971)

    Dit centrumrechtse kabinet regeert aan het einde van de roerige jaren zestig en weet enkele hervormingen door te voeren, zoals democratisering van de universiteiten en herziening van de echtscheidingswetgeving. Ondanks de maatschappelijke onrust en toenemende politieke polarisatie zit het kabinet de gehele periode zonder tussentijdse crisis uit.

  • Zijlstra (1966-1967)

    Dit kabinet is een overgangskabinet dat wordt gevormd na de val van het kabinet-Cals. Belangrijkste taak is het uitschrijven van vervroegde Tweede Kamerverkiezingen en het afhandelen van lopende zaken, zoals de voorbereiding van de begroting voor 1967. Het kabinet weet wel de omroepkwestie te regelen door aanvaarding in beide Kamers van de Omroepwet.

  • Marijnen (1963-1965)

    Het centrumrechtse kabinet-Marijnen is als een voortzetting van het kabinet-De Quay te beschouwen. Hoogconjunctuur door onder meer aardgasvondsten begunstigen het financieel-economische beleid. Er is wel krapte op de arbeidsmarkt, waardoor de lonen sterk gaan stijgen en er behoefte ontstaat aan arbeidskrachten van buiten Nederland.

  • De Quay (1959-1963)

    Dit centrumrechtse kabinet is het eerste naoorlogse kabinet zonder socialisten. De kwestie-Nieuw-Guinea beheerst tijdens deze kabinetsperiode lange tijd de politieke agenda. Loonsverbeteringen worden niet meer centraal geregeld, maar per bedrijfstak. Daardoor zijn verschillen per sector mogelijk. Doordat er sprake is van een hoogconjunctuur kan tevens worden voortgebouwd aan de sociale zekerheid.

  • Beel II (1958-1959)

    Het kabinet is een overgangskabinet met als voornaamste taak de Tweede Kamer te ontbinden en Tweede Kamerverkiezingen uit te schrijven. Het bestaat uit ministers van de KVP, ARP en CHU. De ministersposten die na het vertrek van de PvdA-ministers zijn ontstaan, worden tijdelijk door zittende ministers waargenomen. Alleen minister-president Beel (KVP) is als nieuwe minister opgetreden.

  • Drees I (1948-1951)

    Dit kabinet, ook wel Drees/Van Schaik genoemd, moest 'brede basis' hebben om Grondwetsherziening mogelijk te maken. Dat is wenselijk vanwege de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, die uiteindelijk in december 1949 na veel strijd tot stand komt. De verdere wederopbouw van Nederland na de Duitse bezetting krijgt dankzij de Marshall-hulp een krachtige impuls.


meer over