Minister-president

De minister-president, ook wel premier, is voorzitter van de ministerraad. Hij coördineert in die functie het regeringsbeleid. Hoewel hij als 'primus inter pares' formeel geen bijzondere macht heeft, heeft hij als 'gezicht' van de regering en lid van de Europese Raad een bijzondere positie. Bij afwezigheid wordt de minister-president vervangen door een (of de) viceminister-president of de oudste minister.

Het regeringsbeleid

De minister-president is belast met de coördinatie van het regeringsbeleid. Hij moet de rode lijn in de gaten houden en speelt een belangrijke rol in de sfeer en daadkracht van het kabinet. Conflicten tussen ministers moet hij tijdig op zien te lossen.

De minister-president heeft hiervoor een aantal middelen. Als voorzitter van de ministerraad stelt hij de agenda van de ministerraad samen, en formuleert hij de conclusies.

De minister-president treedt ook op als 'woordvoerder' als het gaat om de hoofdlijnen van het kabinetsbeleid, zoals bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Iedere vrijdagmiddag geeft hij na afloop van de ministerraad een persconferentie waarin hij kort aangeeft wat er besproken is en vragen van de journalisten beantwoordt.

In het tv-programma 'Gesprek met de minister-president' op vrijdagavond wordt hij dan nog geïnterviewd. Daardoor is hij in staat zijn stempel op het beleid te drukken, enerzijds omdat het publiek hem identificeert met het beleid, anderzijds omdat hij binnen bepaalde grenzen zijn eigen visie kan geven op de besluitvorming.

De Europese Raad

De minister-president maakt deel uit van de Europese Raad. Dit gremium bestaat uit de regeringsleiders van de lidstaten van de Europese Unie en komt halfjaarlijks bijeen op een Europese Top. De deelname aan Europese toppen heeft de feitelijke machtspositie van de minister-president de afgelopen jaren versterkt.

Doordat de premier zich als deelnemer aan de Europese Raad geregeld moet begeven op het terrein van de minister van Buitenlandse Zaken of van één van zijn andere ministers kunnen er conflicten ontstaan. Wel wordt de premier begeleid door de minister of staatssecretaris van Buitenlandse Zaken.

Voor zijn optreden als lid van de Europese Raad legt de minister-president verantwoording af in het parlement.

Algemene Zaken

De minister-president is bijna altijd ook minister van Algemene Zaken. In die rol is hij verantwoordelijk voor de Rijksvoorlichtingsdienst en voor zaken met betrekking tot het Koninklijk Huis. De premier heeft wekelijks contact met de Koning(in).

Torentje en Catshuis

De minister-president werkt in het Torentje in Den Haag. Het Torentje is onderdeel van het gebouw van het ministerie van Algemene Zaken, dat zich bevindt aan het Binnenhof in Den Haag. Het Torentje is bekend vanwege het 'Torentjesoverleg', een informeel overleg tussen de minister-president, de vice-premier(s) en de voorzitters van de coalitiefracties in de Tweede Kamer.

De minister-president heeft ook de beschikking over een ambtswoning in Den Haag, het Catshuis.

Historische ontwikkeling

Tot 1842 bekleedde de vicepresident van de Raad van State het voorzitterschap van de voorganger van de ministerraad. Daarna traden de ministers zelf als voorzitter op. Dit voorzitterschap rouleerde elke maand. Na 1850 koos men een minister als voorzitter voor een periode van drie maanden. In 1854 kwam het roulatiesysteem weer in zwang, maar dan met een voorzitterschap van drie maanden.

In 1861 werden de eerste contouren van het huidige premierschap zichtbaar. Toen Van Hall aantrad, wilde hij een jaar lang voorzitter zijn. Toen hij na afloop van dat jaar verlenging wilde, stuitte dat op verzet en trad Van Hall af. 

Vanaf 1862 werd besloten weer bij toerbeurt voor te zitten, maar ministers konden 'afzien' van het voorzitterschap. Deze ontwikkeling leidde tot een vast voorzitterschap.

Kuyper was in zijn kabinet (1901-1905) vier jaar lang voorzitter. Na zijn aftreden, werd vastgelegd dat een voorzitter voor een jaar benoemd zou worden. In de praktijk werd het vaste voorzitterschap gehandhaafd. In 1922 werd het woordje 'tijdelijk' uit het reglement van orde geschrapt, maar tot 1945 bleef de voorzitter nog wel 'voorzitter van de Raad van Ministers' heten. In 1945 werd de benaming van de voorzitter van de ministerraad ook formeel minister-president.

Pas in 1983 werd de positie van de minister-president, als voorzitter van de ministerraad, in de Grondwet opgenomen.

Meer over