Mr. C.Th. (Theo) graaf van Lynden van Sandenburg

foto Mr. C.Th. (Theo) graaf van Lynden van Sandenburgvergrootglas Tamelijk ijdele, maar innemende en politiek 'handige' Utrechts edelman, die enkele malen minister was. Behoorde tot de orthodox-protestantse conservatieven, die sympathiseerden met de antirevolutionairen. Aanvankelijk advocaat en in 1866 Tweede Kamerlid. In het 'koninklijke' kabinet-Van Zuylen minister voor Hervormde Eredienst. Als minister van Justitie in het door hem en Heemskerk geleide kabinet (1874-1877) voerde hij een nieuwe rechterlijke indeling in. Het door hem in 1879 geformeerde fusiekabinet van conservatieven en gematigde liberalen had een zwakke parlementaire basis. Hij was daarin minister van Buitenlandse Zaken en later van Financiën. Regelde in 1879 de huwelijksvoorwaarden bij het huwelijk van Willem III met Emma. Werd nog tijdens zijn ministerschap tot graaf verheven en was later nog enige tijd senator.

conservatief (protestants)
in de periode 1866-1885: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister, minister van staat

voornamen (roepnaam)

Constantijn Theodoor (Theo)

personalia

wijziging in naam en/of titulatuur
  • Mr. C.Th. baron van Lynden van Sandenburg, tot 24 augustus 1882 
  • Mr. C.Th. graaf van Lynden van Sandenburg, vanaf 24 augustus 1882 

geboorteplaats en -datum
Utrecht, 24 februari 1826

overlijdensplaats en -datum
Neerlangbroek (gem. Langbroek, Utr.), 8 november 1885

begraafplaats en -datum
Neerlangbroek, 13 november 1885

levensbeschouwing
Hervormd (aanhanger Reveil)

partij/stroming

stroming(en)
antirevolutionair/christelijk-historisch, conservatief

hoofdfuncties

  • advocaat te Utrecht, van 1848 tot 1866 
  • lid gemeenteraad van Langbroek 
  • landeigenaar en ambachtsheer 
  • rechter-plaatsvervanger Arrondissementsrechtbank te Utrecht, van 1 oktober 1856 tot 15 januari 1868 
  • lid Provinciale Staten van Utrecht, van 3 juli 1860 tot 15 januari 1868 (voor het kiesdistrict Amerongen) 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 augustus 1866 tot 1 oktober 1866 (voor het kiesdistrict Arnhem) 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868 (voor het kiesdistrict Arnhem) 
  • minister voor de Zaken van de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der Rooms-Katholieke, van 15 januari 1868 tot 3 juni 1868 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1869 tot 18 september 1871 (voor het kiesdistrict Tiel) 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 oktober 1871 tot 26 augustus 1874 (voor het kiesdistrict Tiel) 
  • minister van Justitie, van 27 augustus 1874 tot 3 november 1877 
  • ambteloos, van 3 november 1877 tot 19 augustus 1979 
  • minister van Buitenlandse Zaken, van 19 augustus 1879 tot 15 september 1881 
  • (tijdelijk) voorzitter van de ministerraad, van 19 augustus 1879 tot 23 april 1883 
  • minister van Financiën ad interim, van 13 juni 1881 tot 15 september 1881 (na het aftreden van minister Vissering) 
  • minister van Financiën, van 15 september 1881 tot 21 april 1883 
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 18 september 1883 tot 11 oktober 1884 (voor de provincie Utrecht) 
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 8 november 1885 (voor de provincie Utrecht) 

ambtstitel
  • minister van staat, van 29 april 1883 tot 8 november 1885 

nevenfuncties

  • kamerheer in buitengewone dienst van koning Willem III, van 30 september 1855 tot 8 november 1885 
  • hoogheemraad Hoogheemraadschap van de Lekdijk Bovendams, van 1860 tot januari 1868 
  • waarnemend rijksadvocaat, provincie Utrecht, tot 1860 
  • heemraad polder Neerlangbroek, Hardenbroek en Sterkenburg, tot 1860 
  • kabinetsformateur, van 29 april 1868 tot 1 mei 1868 (poging mislukte) 
  • kabinetsformateur, augustus 1873 (na ontslagaanvrage kabinet-De Vries; poging mislukte) 
  • kabinetsformateur, van 28 juli 1879 tot 18 augustus 1879 
  • kabinetsformateur, van 8 augustus 1882 tot 12 augustus 1882 (na tussentijdse crisis, die eindigde met terugkomen op de ontslagaanvrage) 

opleiding

voortgezet onderwijs
  • onderwijs te Grafraeth (bij Solingen, Dld.) (i.v.m. oogheelkundige behandeling aldaar) 

academische studie
  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Utrecht, van 29 maart 1844 tot 10 oktober 1848 (ingeschreven bij literaire faculteit met goedkeuring van prof. F.J.L. Schroeder) 

activiteiten

als parlementariër
  • Sprak als Tweede Kamerlid over uiteenlopende onderwerpen (justitie, landbouw, koloniale zaken, onderwijs) 
  • Stemde in 1866 tegen de motie-Keuchenius en in 1867 vóór de begroting van Buitenlandse Zaken 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1875 samen met minister Van der Does de Willebois een wijziging (Stb. 66) van de Vreemdelingenwet tot stand inzake de algemene voorwaarden waarop met andere staten verdragen kunnen worden gesloten over uitlevering van vreemdelingen. Het wetsvoorstel was in 1874 ingediend door de ministers De Vries en Gericke van Herwijnen. 
  • Bracht in 1875 wetten (Stb. 202-204) tot opheffing van de elf provinciale gerechtshoven en tot instelling van vijf nieuwe gerechtshoven tot stand. Er komen gerechtshoven in Amsterdam, Arnhem, 's-Hertogenbosch, 's-Gravenhage en Leeuwarden. Tevens werd de bezoldiging van rechterlijke ambtenaren verbeterd. 
  • Bracht in 1876 vijf wetten (Stb. 74-80) tot stand, waarbij een nieuwe indeling van arrondissementsrechtbanken en kantongerechten werd geregeld. De wetten traden 15 mei 1877 in werking. 
  • Bracht in 1876 de Wet inzake de coöperatieve verenigingen (Stb. 227) tot stand. Hierdoor konden ook dergelijke vereniging rechtspersoonlijkheid verkrijgen. 
  • Bracht in 1877 de wet inzake de samenstelling van de rechtbanken en kantongerechten en tot regeling van de bezoldiging van hun leden en van het Openbaar Ministerie (Stb. 79) tot stand. 

wetenswaardigheden

algemeen
  • Het door hem in 1879 geformeerde kabinet stond zwak in de Tweede Kamer en kwam in mei 1882 ten val. Omdat geen ander kabinet kon worden gevormd, bleef het kabinet uiteindelijk toch aan. Op 26 februari 1883 verwierp de Tweede Kamer evenwel een voorstel om de kiesrechtwijziging in behandeling te nemen, waarna het kabinet alsnog zijn ontslag aanbood en werd vervangen. 

uit de privésfeer
  • Had van kindsaf een oogkwaal en werd vanaf zijn tiende jaar ter behandeling naar Graefrath bij Solingen gestuurd, bij hofrath Dr. De Leuw 
  • Door zijn oogkwaal was hij gedwongen teksten grotendeels van buiten te leren. Daar was hij goed tot in staat, zelfs als het daarbij ging om cijfermatige inhoud. 
  • Ten gevolge van zenuwziekte van zijn eerste vrouw was hij aan huis gebonden, zij kon niet alleen blijven. Pas na haar overlijden in 1866 kreeg hij gelegenheid zich aan de politiek te wijden. 
  • Zijn tweede huwelijk werd ingezegend door Ds. Nicolaas Beets 
  • Was in 1879 na het overlijden van prins Hendrik, stadhouder van Luxemburg, diens executeur-testementair 
  • Verloor op 59-jarige leeftijd zijn gezichtsvermogen en werd ernstig ziek, ten gevolge waarvan hij overleed. Hij was in april 1885 voor het laatst aanwezig in de Eerste Kamer. 

anekdotes en citaten
  • De rede die hij als minister van Financiën uitsprak bij de aanbieding van de begroting leerde hij geheel uit zijn hoofd, omdat zijn ogen te slecht waren om te kunnen lezen 

verkiezingen
  • Versloeg in 1866 bij tussentijdse verkiezingen jhr. W.Th. Gevers Deynoot (lib.) 
  • Werd in 1866 bij de algemene verkiezingen in de eerste stemronde gekozen. Versloeg onder anderen L.A.J.W. baron Sloet van de Beele (lib.) 
  • Werd in 1868 bij de algemene verkiezingen na herstemming verslagen door de liberalen L.A.J.W. baron Sloet van de Beele en W.H. Dullert 
  • Werd in 1871 bij de periodieke verkiezingen in het district Tiel verslagen door D.J. baron Mackay (lib.) 
  • Versloeg in 1871 bij tussentijdse verkiezingen in het district Tiel Th.J. Stieltjes (lib.) 
  • Was in 1878 kandidaat bij de verkiezingen in het district Goes (uitbreiding zeteltal). Viel als derde kandidaat af na de eerste ronde. 

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
"de geparfumeerde antirevolutionair"

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Neerlangbroek, Kasteel Sandenburg, van 1855 tot 8 november 1885 
  • 's-Gravenhage, Prinsessegracht 12, omstreeks 1875 

ridderorden
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 12 mei 1874 
  • Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, juni 1877 

overige onderscheidingen en prijzen
Ridder eerste klasse, Orde van de Gouden Leeuw van het Huis van Nassau, 8 december 1878

predicaten/adellijke titels
  • baron, van 24 februari 1826 tot 24 augustus 1882 
  • graaf, 24 augustus 1882 (titel van graaf en gravin verleend op alle afstammelingen) 

bezit van heerlijkheden
  • heer van Sandenburg, vanaf 1855 

publicaties/bronnen

publicaties
  • "Inquisitio an matrimonio ducis de montpensier pax rheno-trajectina violata dici possit?" (dissertatie, 1848) 
  • artikel over de Deens-Duitse oorlog in: "Nieuwe Bijdragen voor Rechtsgeleerdheid" (1864) 

literatuur/documentatie
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 937 
  • M.W. Jurriaanse, "De Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken 1813-1900" 
  • F. Vogelzang, "C.Th. van Lynden van Sandenburg (1816-1885). Minister", in: Utrechtse Biografieën. Het Kromme Rijngebied, p.129 

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
  • gehuwd te Amsterdam, 21 mei 1852 (echtgenote overleden 17 maart 1865) 
  • gehuwd (tweede huwelijk) te De Bilt, 4 juni 1868 

echtgeno(o)t(e)/partner
E.M. van Persijn, Elisabeth Machteline

2e echtgeno(o)t(e)/partner
W.E.Ch. barones van Boetzelaer, Wilhelmina Elizabeth Charlotta

kinderen
1 zoon (uit tweede huwelijk)

vader
Mr. F.A.A.C. baron van Lynden tot Sandenburg, Frederik August Alexander Carel

geboorteplaats en/of -datum
Utrecht, 18 oktober 1801

moeder
A.W. barones van Spaen, Anna Wilhelmina

geboorteplaats en/of -datum
Arnhem, 28 juli 1801

stiefmoeder
C. Melvil, Catherina

broers en zusters
derde kind, eerste zoon; later nog drie halfbroers

beroep grootvader (vaderskant)
  • edelman van prins Willem V (brigadier bij het garde du corps) 
  • gecommitteerde ter Admiraliteit van Amsterdam 
  • lid Gedeputeerde Staten van Utrecht 

beroep grootvader (moederskant)
officier

familierelaties

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.