Politiek leider van een partij

Politiek leiders treden naar buiten toe op als het 'boegbeeld' en het aanspreekpunt van hun partij. Binnen hun partij moeten zij zorgen voor politieke eensgezindheid.

In verkiezingstijd is altijd de lijsttrekker de politiek leider van zijn partij. Buiten verkiezingstijd is bij oppositiepartijen de fractievoorzitter in de Tweede Kamer politiek leider. Bij regeringspartijen is in het algemeen ofwel een minister(-president), ofwel de fractievoorzitter in de Tweede Kamer de politiek leider.

Er kan overigens onzekerheid bestaan wie dé politiek leider is. Dat was bijvoorbeeld het geval in 2003-2006 bij de VVD (Van Aartsen en Zalm) en is ook bij het CDA is dat wel eens zo geweest (Verhagen of Van Haersma Buma). Terecht is wel eens opgemerkt dat een politiek leider niet wordt gekozen, maar dat iemand dat als 'vanzelfsprekend' is. Als er discussie ontstaat over het politiek leiderschap (zoals het geval was bij Jolande Sap en Job Cohen, en eerder bij Agnes Kant) dan is de kans op aanstaand vertrek groot. In de periode na 2012 vertrokken Bram van Ojik en Arie Slob tussentijds om plaats te maken voor een nieuwe politiek leider.

Wat is een politiek leider?

Van een politiek leider wordt verwacht dat hij/zij het 'gezicht' van een partij is, die de partij aan de buitenwereld, zoals de pers en de kiezers, 'verkoopt' en zo nodig op hoofdlijnen zaken doet met de andere politieke leiders. Een politiek leider zal de mensen binnen zijn of haar partij zoveel mogelijk op één lijn moeten krijgen, zodat ze goed met elkaar kunnen samenwerken en er geen interne verdeeldheid ontstaat. Het risico hiervan is dat partijen inhoudelijk gaan verstarren.

'Politiek leider' is geen formele functie binnen Nederlandse politieke partijen. Desondanks bestaat er binnen partijen wel een hiërarchie onder de kopstukken, die veelal informeel wordt bepaald. Dit speelt zich af binnen de partijtop (de belangrijkste minister(s), fractievoorzitter en partijvoorzitter). Het is in Nederland niet gebruikelijk dat partijvoorzitters optreden als politiek leider.

Door het toenemende belang van het fenomeen 'lijsttrekkersverkiezing' binnen politieke partijen wordt de strijd om het leiderschap in toenemende mate in het openbaar uitgevochten.

Voor politieke partijen is het ook belangrijk dat inhoudelijke politieke wensen daadwerkelijk worden vertaald in beleid. Effectief politiek leiderschap draagt daar aan bij. Leiders van 'protestpartijen' of 'getuigenispartijen' richten zich minder op het realiseren van hun idealen, en meer op het uiten van gevoelens van onvrede of het aandragen van alternatieven waarvan duidelijk is dat ze niet snel in de praktijk gebracht zullen worden.

De lijsttrekker als politiek leider

In de aanloop naar Tweede Kamerverkiezingen berust het politiek leiderschap bij de lijsttrekker van een partij. Als het gezag van een lijsttrekker wordt aangetast, bijvoorbeeld door uitspraken van andere kopstukken uit dezelfde partij, verkleint dat de kans op electoraal succes.

Het is in het algemeen moeilijk om een zittende minister-president op te volgen als leider, vanwege het prestige (en de bijbehorende premierbonus) dat een minister-president vanwege zijn functie geniet.

Zo ontstond tijdens de verkiezingscampagne van 1994 de indruk dat de vertrekkende politiek leider van het CDA, de toenmalige premier Lubbers, het leiderschap van lijsttrekker Brinkman niet steunde. Lubbers verklaarde dat hij zijn stem zou gaan uitbrengen op de nummer drie op de kandidatenlijst van het CDA, Hirsch Ballin.

Tijdens de campagne voor de verkiezingen in 2002 werd het gezag van VVD-lijsttrekker Hans Dijkstal aangetast door uitspraken van voormalig politiek leider Wiegel en van partijvoorzitter Bas Eenhoorn. Laatstgenoemde was van mening dat Dijkstal duidelijker taal, 'Jip en Janneke-taal', moest spreken.

Politiek leiderschap buiten verkiezingstijd

Gedurende een kabinetsperiode is de politiek leider normaal gesproken ofwel fractievoorzitter in de Tweede Kamer ofwel minister. Bij oppositiepartijen is de politiek leider (buiten verkiezingstijd) altijd fractievoorzitter in de Tweede Kamer, bij coalitiepartijen niet altijd.

Het voordeel van een fractievoorzitter als politiek leider is dat deze niet gebonden is aan een verantwoordelijkheid als minister, en dus ook niet aan het kabinetsbeleid voor zover dat niet is vastgelegd in een regeerakkoord.

Een fractievoorzitter is ook niet gebonden aan wat in de ministerraad is afgesproken. Fractievoorzitters hebben hun handen dus meer vrij voor politieke profilering dan ministers. Het optreden van Frits Bolkestein als fractievoorzitter van een regeringspartij tijdens het eerste paarse kabinet is hiervan een bekend voorbeeld.

Het voordeel van een minister als politiek leider is dat een ministerschap meer gezag met zich meebrengt. Dit argument zal niet zozeer gelden voor als mislukt beschouwde ministers, maar wel voor succesvolle ministers en zeker bij de minister-president.

Politiek leiderschap bij regeringspartijen

Verschillende partijen gaan gedurende periodes waarin ze regeringspartij zijn verschillend om met de invulling van het politiek leiderschap:

CDA

Als het CDA de minister-president levert, is deze tevens politiek leider. Voorbeelden zijn Dries van Agt, Ruud Lubbers en Jan Peter Balkenende.

Opvallend is dat het politiek leiderschap bij de grootste 'voorganger' van het CDA, de KVP, juist niet bij de premier berustte maar bij de fractievoorzitter in de Tweede Kamer. Niet Beel, De Quay, Marijnen, Cals en De Jong, maar Romme en Schmelzer waren politiek leider. Bij de ARP bleef in 1971 Barend Biesheuvel ook als premier politiek leider van zijn partij.

PvdA

Bij de PvdA is de politiek leider in de regel lid van het kabinet als minister of minister-president. Voorbeelden zijn Willem Drees, Joop den Uyl en Wim Kok. Ook Wouter Bos combineerde het politiek leiderschap met een ministerschap (en de functie van vicepremier)

Bij de verkiezingen van 2003 deed zich de bijzondere situatie voor dat Wouter Bos lijsttrekker was, terwijl de Amsterdamse burgemeester Job Cohen naar voren werd geschoven als kandidaat-premier. Diezelfde Cohen legde in 2010 het burgemeestersambt neer, toen hij politiek leider werd als opvolger van Wouter Bos.

VVD

Bij de VVD was de politiek leider vaak de fractievoorzitter in de Tweede Kamer. Voorbeelden waren:

VVD-ministers die politiek leider bleven, waren Edzo Toxopeus in de periode 1963-1965 en Hans Wiegel in de periode 1977-1981. Ook Mark Rutte is als minister-president tevens politiek leider.

In de periode 2003-2006 werd Jozias van Aartsen 'politiek aanvoerder' genoemd. Daarmee werd aangegeven dat zijn leiderschap niet onomstreden was. Nadat hij terugtrad als fractievoorzitter vond een lijsttrekkersverkiezing plaats. Mark Rutte versloeg daarin Rita Verdonk en Kamerlid Jelleke Veenendaal. Na zijn verkiezing gold hij als de politiek leider.

D66

Jan Terlouw (1981-1982) en Hans van Mierlo (1994-1998) waren tijdens hun ministerschap tevens politiek leider. Els Borst werd als minister lijsttrekker voor de verkiezingen in 1998, maar droeg het politieke leiderschap kort na de verkiezingen over aan Thom de Graaf, die vervolgens als fractievoorzitter in de Tweede Kamer het leiderschap op zich nam.

Tijdens het kabinet-Balkenende II was het leiderschap van D66 in handen van de fractievoorzitter (Dittrich, daarna Van der Laan).

LPF/PVV

Als een partij of beweging ontstaat rond één persoon, zoals bij de LPF van Pim Fortuyn of de PVV van Geert Wilders, is die persoon uiteraard per definitie de politiek leider. De moord op Fortuyn plaatste de LPF daarom voor grote problemen, waarna diverse 'leiderschapswisselingen' plaatsvonden.

Leiderschapswisselingen

Het politieke leven van een partijleider is uiteraard beperkt houdbaar. Een teleurstellend resultaat, het gevoel dat het wel 'mooi' is geweest, maar ook leeftijd of gezondheid kunnen redenen zijn voor vertrek. Wisselingen vinden zowel plaats in de aanloop naar verkiezingen als tussentijds. Een nederlaag bij verkiezingen kan een reden zijn om direct op te stappen, maar soms neemt een leider afscheid om plaats te maken voor een nieuwe, jongere opvolger.

Politiek leiders per partij

VVD

PvdA

CDA

PVV

SP

GroenLinks

D66

ChristenUnie

SGP