Ministerie

De voorbereiding van beleid, wetten en regelingen vindt plaats op een ministerie (ook wel: departement). Ook bij het uitvoeren en controleren hiervan hebben ministeries een belangrijke taak, maar soms gebeurt dat ook door intern of extern verzelfstandigde organisaties of door rechtspersonen met een wettelijke taak. Er zijn momenteel 11 ministeries.

Organisatie ministerie

De politieke leiding van een ministerie is in handen van de minister. Hij bepaalt uiteindelijk het beleid en is hier dan ook politiek verantwoordelijk voor. De hoogste ambtenaar op het ministerie is de secretaris-generaal. Deze topambtenaar heeft de dagelijkse leiding over een departement.

De minister en de secretaris-generaal werken nauw met elkaar samen. Daarom is deze functie ook politiek gezien belangrijk. Bij de benoeming van een secretaris-generaal kan de politieke achtergrond van de kandidaten dan ook een rol spelen.

Onder de secretaris-generaal werken diverse directeuren-generaal. Deze zijn, als hoofd van een directoraat-generaal, verantwoordelijk voor een gedeelte van het beleid. Onder een directoraat-generaal functioneren diverse directies.

Werknemers bij een ministerie worden ambtenaren genoemd.

Een minister met een speciale taak, zonder eigen ministerie wordt minister zonder portefeuille genoemd. Staatssecretarissen hebben eveneens een eigen takenpakket, maar vallen in politieke zin onder de minister. Zij kunnen wel als vervanger van de minister optreden.

Historie ministerie

In de loop der jaren breidde het aantal ministeries uit en zijn de ministeries als organisatie gegroeid. Ontwikkelingen als het verkrijgen van verdergaande bevoegdheden hebben van de ministeries een omvangrijke organisatie gemaakt.

In de 19e eeuw waren er minder ministeries dan nu. Dit komt omdat de overheid in de loop der jaren meer taken naar zich heeft toegetrokken. Daarnaast zijn een aantal beleidsterreinen afgesplitst van binnenlandse zaken. Met name in de periode 1922-1940 werden ministeries samengevoegd of gesplitst. Zo waren er in 1868 zeven ministeries: Buitenlandse Zaken, Justitie, Binnenlandse Zaken, Marine, Financiën, Oorlog en Koloniën. In 2003 kende Nederland nog 13 departementen. Bij de formatie van 2010 werden evenwel enkele ministeries samengevoegd.

Het komt niet vaak voor dat er nieuwe ministerposten worden gecreëerd. Vaak hing dat samen met de verdeling van ministers over de verschillende partijen. In 1971 was deelname van DS'70 aan het kabinet reden om twee nieuwe posten in het leven te roepen. Het aantal ministersposten werd in 1982 echter weer verminderd.

Soms waren er bijzondere redenen om het aantal opnieuw uit te breiden. In 1998 bleef D66 ondanks verlies wel regeren, maar naast de twee 'gewone' ministers, kreeg zij een minister zonder portefeuille. Bij de formatie van de kabinetten in de afgelopen decennia werden met creatie van nieuwe posten echter ook duidelijke beleidsaccenten aangegeven. Zo kwamen er ministers voor Grotestedenbeleid (1998), Vreemdelingenbeleid en Integratie (2002), Bestuurlijke Vernieuwing (2003), Wonen, Wijken en Integratie (2007), Jeugd en Gezin (2007) en Immigratie en Asiel (2010). Deze posten bestonden slechts enkele jaren.

Huidige ministeries

NaamAfkorting
Ministerie van Algemene ZakenAZ
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesBZK
Ministerie van Buitenlandse ZakenBZ
Ministerie van Defensie MinDef
Ministerie van Economische ZakenEZ
Ministerie van FinanciënMinFin
Ministerie van Infrastructuur en MilieuIenM
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapOCW
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidSZW
Ministerie van Veiligheid en JustitieVenJ
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportVWS

Meer over