Stemmen op de verkiezingsdag

Op de verkiezingsdag zijn de stembureaus van half acht 's ochtends tot negen uur 's avonds open. Iedereen die dan mag kiezen, kan dan zijn stem uit brengen. Wie niet zelf kan stemmen, kan iemand anders machtigen. In het stembureau mag geen campagne gevoerd worden.

Staatssecretaris Bijleveld (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) heeft alle goedkeuringen voor het gebruik van stemcomputers in oktober 2007 ingetrokken. In mei 2008 besloot het kabinet dat stemmen voorlopig met potlood en papier blijft gebeuren, maar dat er wel experimenten met automatisch tellen van de stemmen komen.

Het stembureau

Het stembureau bestaat uit drie leden die door burgemeester en wethouders worden benoemd. In het midden zit de voorzitter. Wie gaat stemmen, overhandigt de stempas  aan de voorzitter. Wie stemt met een stempas (in gemeenten waar je in ieder stemlokaal kan stemmen) zal een identiteitskaart moeten tonen. De voorzitter mag bij twijfel over de identiteit van de kiezer die een oproepingskaart overhandigt, naar een legitimatie vragen.

Een lid van het stembureau overhandigt in ruil voor het volgnummer een stembiljet. Het stemmen gebeurt in een stemhokje.

Stemcomputer versus papier

Bijna overal in Nederland werd sinds de jaren '90 van de twintigste eeuw elektronisch gestemd. Het stemmen met een papieren biljet was vrijwel overal afgeschaft. Alleen in enkele plattelandsgemeenten werd het rode potlood nog gehanteerd.

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006 bleek een bepaald type stemmachine, de SDU stemmachine, geen 'geheime' stemmingen te garanderen. Deze SDU-machines, waarmee in 35 gemeenten gestemd zou worden, mochten niet gebruikt worden. In 24 van deze 35 gemeenten werd daarom weer met stembiljet en rood potlood gestemd. Voor 11 gemeenten was vervangende apparatuur beschikbaar. Bij de Provinciale Statenverkiezingen van 7 maart 2007 werd in 23 gemeenten het rode potlood gebruikt.

In 2006 en 2007 ontstond steeds meer twijfel over de betrouwbaarheid van stemcomputers. Naar aanleiding daarvan besloot staatssecretaris Bijleveld (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) in oktober 2007 alle goedkeuringen voor het gebruik van stemmachines te laten vervallen.

Kort daarvoor, in september 2007 verscheen het rapport van de adviescommissie inrichting verkiezingsproces. Voorzitter van deze commissie was de VVD'er Korthals Altes. De commissie-Korthals Altes was van mening dat stemmen met papieren stembiljetten in een stemlokaal de voorkeur geniet vanuit het oogpunt van transparantie en controleerbaarheid. Het handmatig tellen van de stemmen stuit echter op bezwaren, zo erkende de commissie.

In mei 2008 heeft het kabinet besloten dat de kiezers met potlood en papier stemmen, zolang er geen goed alternatief is. Volgens het kabinet kan niet worden gegarandeerd dat apparatuur niet af te luisteren is. Ook vindt het kabinet het ontwikkelen van nieuwe apparatuur te duur. Sindsdien wordt alleen nog maar met het rode potlood gestemd, zoals bij de Europese verkiezingen in 2009, de gemeenteraadsverkiezingen in 2010 en de Tweede Kamerverkiezingen in 2010.

Begin 2013 is het elektronisch stemmen toch weer in beeld gekomen. Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wil onderzoeken of en hoe de stemcomputer (opnieuw) kan worden ingevoerd. Hij heeft een commissie ingesteld die de risico's van het elektronisch stemmen gaat onderzoeken en eisen gaat opstellen waaraan het elektronisch stemmen moet voldoen. Voor 1 november 2013 zal de commissie haar advies uitbrengen.

Overigens heeft de Kiesraad in oktober 2007 aangegeven dat het verkiezingsproces onafhankelijker moet zijn dan het nu is. Bepaalde taken moeten worden uitgevoerd door onafhankelijke organen, en niet door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aldus de Kiesraad.

Stemmen met een papieren biljet

In het stemhokje vult de stemgerechtigde op het verkregen stembiljet één van de ronde hokjes in. De Kieswet schrijft voor dat een stem wordt uitgebracht in het rood. Dat betekent dat het vakje bij de kandidaat waarop gestemd wordt, roodgekleurd moet worden. Het hoeft niet per se een rood potlood te zijn waarmee dit gebeurt, maar een andere kleur maakt het stembiljet ongeldig.

Een stembiljet waarop geen keuze is aangegeven of meerdere kandidaten zijn ingevuld, wordt later bij het tellen van de stemmen ongeldig verklaard. Ook zelf op het biljet schrijven of tekenen, maakt de stem ongeldig, ook als een hokje rood is gemaakt.

Wanneer het biljet is ingevuld, wordt het weer opgevouwen en in klaarstaande verzegelde stembus gestopt.

Stemmen met een stemcomputer

Het gebruik van een stemcomputer is alleen toegestaan als aan nauw omschreven voorwaarden is voldaan. Deze voorwaarden worden vastgesteld door de minister van Binnenlandse Zaken. Het type apparaat en de programmatuur waarvan gebruik gemaakt wordt, dienen wettelijk te worden goedgekeurd.

Toen er nog met de computer mocht worden gestemd, waren op de stemcomputer op een tableau alle kandidaten vermeld en voorzien van een drukknop. Een stem op een kandidaat werd uitgebracht door op de knop bij de kandidaat te drukken.

Een elektronische keuze moest altijd worden bevestigd door op de daarvoor aangebrachte stemknop te drukken. Er was altijd de mogelijkheid vóór de uiteindelijk bevestiging, de keuze te wijzigen.

Een blanco stem uitbrengen kon ook. Blanco stemmen heeft het zelfde effect als ongeldig stemmen en feitelijk ook als niet komen stemmen. Wel tellen degenen die blanco stemmen mee voor het opkomstpercentage

Na het sluiten van het stemlokaal werd de uitslag eerst op papier geprint. Daarna stuurde het stemlokaal de uitslagen naar het gemeentehuis via een GPRS-verbinding. Op basis hiervan maakte het gemeentehuis de voorlopige verkiezingsuitslag bekend. Vervolgens bracht een medewerker van het stemlokaal de geprinte verkiezingsuitslag én de memorystick van de stemcomputer naar het gemeentehuis. Daar werd gecontroleerd of de drie uitslagen met elkaar overeen kwamen, waarna de definitieve verkiezingsuitslag volgde.

Een groot voordeel van het gebruik van stemcomputers, is dat na het sluiten van de stembureaus heel snel de uitslag vastgesteld kan worden. Het maken van een uitdraai vanuit het geheugen van de machine vervangt het handmatig tellen van de stembiljetten.

In en rond het stemlokaal

Kiezers hebben het recht om gedurende de tijd van de stemming in het stemlokaal aanwezig te zijn. Het is daarbij niet toegestaan andere kiezers bij hun keuze te beïnvloeden. Politieke propaganda in het stemlokaal is daarom niet toegestaan. Dat gaat zelfs zo ver, dat bijvoorbeeld leden van het stembureau geen speldje, button of das van politieke partijen mogen dragen.

Buiten het stemlokaal is het vrij reclame te maken voor politieke partijen. Het gemeentebestuur handhaaft de openbare orde, met inachtneming van de vrijheid van meningsuiting. Bij wanordelijkheden in het stembureau kan de zitting worden geschorst; de burgemeester beslist waar en wanneer de stemming wordt hervat.

De gewoonte om op de verkiezingsdag geen campagne te voeren, lijkt de laatste jaren enigszins in onbruik te raken.