Stemmen op de verkiezingsdag

Op de verkiezingsdag zijn de stembureaus van half acht 's ochtends tot negen uur 's avonds open. Iedereen die stemgerechtigd is, kan dan zijn stem uit brengen. Wie niet zelf kan stemmen, kan iemand anders machtigen. In het stembureau mag geen campagne gevoerd worden. Het stembureau bestaat uit drie leden die door burgemeester en wethouders worden benoemd. In het midden zit de voorzitter.

Wie gaat stemmen, overhandigt de stempas aan de voorzitter. De voorzitter moet naar een legitimatie vragen. Een lid van het stembureau overhandigt een stembiljet. Het stemmen gebeurt in een stemhokje waar de stemgerechtigde op het verkregen stembiljet één van de ronde hokjes rood maakt. De Kieswet schrijft voor dat een stem wordt uitgebracht in het rood. Dat betekent dat het vakje bij de kandidaat waarop gestemd wordt, roodgekleurd moet worden. Het hoeft niet per se een rood potlood te zijn waarmee dit gebeurt, maar een andere kleur maakt het stembiljet ongeldig.

Een stembiljet waarop geen keuze is aangegeven of meerdere kandidaten zijn ingevuld, wordt later bij het tellen van de stemmen ongeldig verklaard. Ook zelf op het biljet schrijven of tekenen, maakt de stem ongeldig, ook als een hokje rood is gemaakt.

Wanneer het biljet is ingevuld, wordt het weer opgevouwen en in klaarstaande verzegelde stembus gestopt.

De Tweede Kamer verwierp in juni 2016 een initiatiefwetsvoorstel ( initiatiefvoorstel-Taverne) over herinvoering van de stemcomputer, zij het voorlopig als experiment.

Stemmen met rood potlood of stemcomputer

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw werd vrijwel overal in Nederland elektronisch gestemd. Amsterdam was de laatste grootste gemeente waar in 2006 de stemcomputer werd ingevoerd. Daarna werd alleen in enkele plattelandsgemeenten nog het rode potlood gehanteerd.

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006 bleek een bepaald type stemmachine, de SDU stemmachine, geen 'geheime' stemmingen te garanderen. Deze SDU-machines, waarmee in 35 gemeenten gestemd zou worden, mochten niet gebruikt worden. In 24 van deze 35 gemeenten werd daarom weer met stembiljet en rood potlood gestemd. Voor 11 gemeenten was vervangende apparatuur beschikbaar. Bij de Provinciale Statenverkiezingen van 7 maart 2007 werd in 23 gemeenten het rode potlood gebruikt.

In 2006 en 2007 ontstond steeds meer twijfel over de betrouwbaarheid van stemcomputers. Naar aanleiding daarvan besloot staatssecretaris Bijleveld (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) in oktober 2007 alle goedkeuringen voor het gebruik van stemmachines te laten vervallen. In mei 2008 besloot het toenmalige kabinet dat, zolang er geen goed elektronisch alternatief was, met papier en potlood moet worden gestemd. Volgens het kabinet kon niet worden gegarandeerd dat apparatuur niet af te luisteren is. Ook vond het kabinet het ontwikkelen van nieuwe apparatuur te duur.

Eerder, in september 2007 verscheen het rapport van de adviescommissie inrichting verkiezingsproces. Voorzitter van deze commissie was de VVD'er Korthals Altes. De commissie-Korthals Altes was van mening dat stemmen met papieren stembiljetten in een stemlokaal de voorkeur genoot vanuit het oogpunt van transparantie en controleerbaarheid. Het handmatig tellen van de stemmen stuit echter op bezwaren, zo erkende de commissie.

Begin 2013 kwam het elektronisch weer in beeld. Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wilde onderzoeken of en hoe de stemcomputer (opnieuw) kan worden ingevoerd. Hij stelde een commissie in die de risico's van het elektronisch stemmen zou moeten onderzoeken en eisen zou moeten opstellen waaraan het elektronisch stemmen zou moeten voldoen. De commissie onder voorzitterschap van Willibrord van Beek stelde in december 2013 een manier voor waarbij na stemming een stembiljet wordt geprint dat de kiezer vervolgens in de stembus moet doen. De prints kunnen dan na sluiting van het stembureau eenvoudig worden gescand.

In augustus 2012 diende het VVD-Tweede Kamerlid Joost Taverne een initiatiefwetsvoorstel ingediend om stemmen via stemcomputers opnieuw mogelijk te maken. Verder zouden kiezers in het buitenland via internet moeten kunnen stemmen. In beide gevallen ging het om het bieden van een aanvullende mogelijkheid en niet om vervangen van de bestaande stemwijze. De Tweede Kamer keerde zich in juni 2016 echter in meerderheid tegen het voorstel, vooral vanwege vraagtekens over de uitvoerbaarheid en de kosten.

Blanco stemmen

Een blanco stem uitbrengen kon ook. Blanco stemmen heeft het zelfde effect als ongeldig stemmen en feitelijk ook als niet komen stemmen. Wel tellen degenen die blanco stemmen mee voor het opkomstpercentage.

Na het sluiten van het stemlokaal worden onder leiding van de voorzitter van het stembureau de stemmen handmatig geteld. Deze telling is openbaar. Daarna belt de voorzitter de uitslagen naar het gemeentehuis door. Op basis hiervan maakte het gemeentehuis de voorlopige verkiezingsuitslag bekend. Een medewerker van het stemlokaal brengt de uitslag naar het gemeentehuis, waarna de definitieve verkiezingsuitslag volgt.

In en rond het stemlokaal

Kiezers hebben het recht om gedurende de tijd van de stemming in het stemlokaal aanwezig te zijn. Het is daarbij niet toegestaan andere kiezers bij hun keuze te beïnvloeden. Politieke propaganda in het stemlokaal is daarom niet toegestaan. Dat gaat zelfs zo ver, dat bijvoorbeeld leden van het stembureau geen speldje, button of das van politieke partijen mogen dragen.

Buiten het stemlokaal is het vrij reclame te maken voor politieke partijen. Het gemeentebestuur handhaaft de openbare orde, met inachtneming van de vrijheid van meningsuiting. Bij wanordelijkheden in het stembureau kan de zitting worden geschorst; de burgemeester beslist waar en wanneer de stemming wordt hervat.

De gewoonte om op de verkiezingsdag geen campagne te voeren, lijkt de laatste jaren enigszins in onbruik te raken.


Meer over