Kabinetscrises

Een kabinet kan vanwege een intern conflict of door een conflict met Tweede Kamer of Eerste Kamer ten val komen.

Bij interne conflicten kan worden gedacht aan een meningsverschil tussen ministers over een te nemen maatregel of over een wetsvoorstel dat in behandeling is. Conflicten kunnen ontstaan door de verwerping van een belangrijk wetsvoorstel, door de aanneming van een door het kabinet afgewezen amendement of (dreigende) aanneming van een motie van afkeuring of van wantrouwen.

Het is in de parlementaire geschiedenis slechts drie keer voorgekomen dat er een kabinetscrisis ontstond door het stemgedrag van de Eerste Kamer. De Eerste Kamer stelt zich over het algemeen terughoudend op als het om politiek-gevoelige kwesties gaat. Een crisis kan alleen ontstaan als de Eerste Kamer tegen een belangrijk wetsvoorstel stemt. In 1999 was dat het geval tijdens de 'Nacht van Wiegel'; er was toen geen conflict met de Tweede Kamermeerderheid.

Na een kabinetscrisis

Het uitbreken van een kabinetscrisis kan, afhankelijk van de oorzaak, verschillende gevolgen hebben. Enkele ministers (meestal van één partij) kunnen bijvoorbeeld ontslag nemen, ministers kunnen hun portefeuilles ter beschikking stellen, er kan een interim-kabinet komen of het zittende kabinet kan demissionair worden.

Als een kabinet of minister ontslag heeft gevraagd aan de Koning(in), maar dit ontslag nog niet is verleend, noemen we dat demissionair.

Crises door een conflict met de Tweede Kamer

De verwerping van een wetsvoorstel leidde in 1955 tot een kabinetscrisis. In 1958 was aanneming van een amendement oorzaak van de val van het kabinet-Drees IV. Interne conflicten die tot de val van het kabinet leidden, waren er in 1965, 1972, 1977, 1982, 2002 en 2010. In 1960, 1966 en 1989 lagen moties ten grondslag aan een conflict.

Ook het opstappen van ministers van één partij - zonder dat het kabinet daarmee zijn meerderheid verliest - kan tot de val van het kabinet leiden. Dit was het geval in 1951, toen de kleinste regeringsfractie, de VVD, met haar eigen minister in conflict kwam. In oktober 2002 wad het opstappen van ruziënde LPF-ministers toch reden voor de VVD het vertrouwen in het kabinet op te zeggen.

Het conflict in 2002 stond eveneens op zichzelf. Toen was er noch een conflict met de Kamer, noch een intern conflict, maar was een extern rapport reden voor aftreden. In 2005 kon een echte kabinetscrisis worden voorkomen, doordat D66 met CDA en VVD overeenstemming wisten te bereiken over herziening van het regeerakkoord uit 2003.

Overzicht crises door een conflict met de Tweede Kamer

  • 2005: Paascrisis
    De Paascrisis hoort eigenlijk niet in dit rijtje thuis omdat het kabinet niet zijn ontslag aanbood. Toch was er wel sprake van een crisissfeer. Op 22 maart 2005 kreeg het voorstel in tweede lezing tot het uit de Grondwet halen van de burgemeestersbenoeming geen tweederde meerderheid in de Eerste Kamer. Een dag later trad minister de Graaf van Bestuurlijke Verniewing af. De regeringspartijen braken toen het regeerakkoord open en bereikten in onderling overleg een 'Paasakkoord'. Alexander Pechtold werd de opvolger van De Graaf.
  • 1958: Einde Rooms-Rood

    Op 11 december 1958 kwam er een einde aan de Rooms-rode-coalitie onder leiding van minister-president Drees. De Tweede Kamer nam een door de KVP'er Lucas ingediend amendement aan waardoor enkele tijdelijke belastingverhogingen niet met twee, maar slechts met één jaar werden verlengd. Minister Hofstra (PvdA) van Financiën had het aannemen daarvan onaanvaardbaar verklaard.

Crises door een conflict met de Eerste Kamer

Er zijn slechts drie kabinetscrises ontstaan naar aanleiding van het stemgedrag van de Eerste Kamer; vaak stemt de Eerste Kamer toch maar vóór een omstreden wetsvoorstel als het kabinet met aftreden dreigt.

De laatste keer dat een crisis ontstond nadat de Eerste Kamer een wetsvoorstel verwierp, was in 1999 na de 'Nacht van Wiegel'. Het betrof hier een bijzondere situatie, omdat het om de tweede lezing van een voorstel tot grondwetsherziening ging. Daarbij is de tegenstem van 26 van 75 Eerste Kamerleden voldoende om het voorstel te verwerpen. De crisis werd na enkele weken opgelost door een geslaagde lijmpoging.

In 1904 werd een crisis voorkomen, doordat het kabinet de Eerste Kamer ontbond en er na verkiezingen alsnog een meerderheid kwam voor het wetsvoorstel dat eerder verworpen was. Alleen in 1860 kwam er na de crisis een ander kabinet.

Overzicht crises door een conflict met de Eerste Kamer

Kamerontbinding 1904


meer over