KVP, CDA
functie(s) in de periode 1971-1987: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, minister-president, viceminister-president, Commissaris van de Koning(in), politiek leider
Personalia
voornamen (roepnaam)
Andreas Antonius Maria (Dries)
titulatuur en naam
Mr. A.A.M. van Agt
geboorteplaats en -datum
Geldrop, 2 februari 1931
overlijdensplaats en -datum
Nijmegen, 5 februari 2024
levensbeschouwing
Rooms-Katholiek
Partij/stroming
partij(en)
- KVP (Katholieke Volkspartij), tot 11 oktober 1980
- CDA (Christen-Democratisch Appèl), van 11 oktober 1980 tot 21 juni 2021
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat, advocatenkantoor "Van der Putt, Nijst, Van Sandick en Depla" te Eindhoven, van 1 januari 1956 tot 1958
- ambtenaar directie juridische en bedrijfsorganisatorische zaken (rangen: referendaris tweede klasse, in 1960 referendaris, in 1963 administrateur), ministerie van Landbouw en Visserij, van 1958 tot 1963
- ambtenaar stafafdeling wetgeving publiekrecht (rang: administrateur), ministerie van Justitie, van 1963 tot maart 1968
- wetenschappelijk medewerker juridische faculteit (rang: wetenschappelijk hoofdambtenaar-a), Katholieke Universiteit Nijmegen, van maart 1968 tot 1 oktober 1968
- hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht, Katholieke Universiteit Nijmegen, van 1 oktober 1968 tot 6 juli 1971
- raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof te Arnhem, van januari 1971 tot 6 juli 1971
- minister van Justitie, van 6 juli 1971 tot 8 september 1977
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 januari 1973 tot 22 april 1973
- minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk ad interim, van 24 april 1973 tot 11 mei 1973 (in verband met ziekte van minister Engels)
- viceminister-president, van 11 mei 1973 tot 8 september 1977
- fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 26 mei 1977 tot 19 december 1977
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 19 december 1977
- minister-president en minister van Algemene Zaken, van 19 december 1977 tot 4 november 1982
- fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 mei 1981 tot 24 augustus 1981
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 10 juni 1981 tot 9 september 1981
- minister van Buitenlandse Zaken, van 29 mei 1982 tot 4 november 1982
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1982 tot 16 juni 1983
- Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, van 16 juni 1983 tot 1 april 1987 (benoemd bij K.B. van 16 mei 1983)
- ambassadeur van de Europese Gemeenschap te Tokio, van 1 april 1987 tot januari 1990
- ambassadeur van de Europese Gemeenschap te Washington, van januari 1990 tot 1 april 1995 (benoemd in augustus 1989)
(in)formateurschap(pen)
- informateur, van 10 april 1973 tot 23 april 1973 (samen met W. Albeda)
- kabinetsformateur, van 8 december 1977 tot 19 december 1977
- kabinetsformateur, van 2 september 1981 tot 11 september 1981
- kabinetsformateur, van 25 mei 1982 tot 29 mei 1982
Partijpolitieke functies
overzicht
- rapporteur KVP-commissie over de mensenrechtensituatie in Portugal, 1968
- voorzitter Centrum voor Staatkundige Vorming (wetenschappelijk bureau van de KVP), van december 1969 tot juli 1971
- lid stuurgroep kernprogramma KVP 1971-1975, van december 1970 tot januari 1971 (eindredacteur)
- politiek leider CDA, van 22 oktober 1976 tot 13 oktober 1982
lijsttrekkerschappen
- lijsttrekker CDA Tweede Kamerverkiezingen 1977, van 12 december 1976 tot 25 mei 1977 (was op 22 oktober 1976 als zodanig door het CDA-bestuur voorgedragen, eerste lijsttrekker CDA)
- lijsttrekker CDA Tweede Kamerverkiezingen 1981, van 21 februari 1981 tot 26 mei 1981
- lijsttrekker CDA Tweede Kamerverkiezingen 1982, van 3 juli 1982 tot 8 september 1982
Nevenfuncties
- lid bestuur Katholiek Bijzonder Gezins- en Jeugdwerk (begin jaren '60)
- voorzitter Katholiek Instituut voor Maatschappelijk en Sociaal-Cultureel Werk, van 1964 tot 1969
- lid Raad van Advies SVP (Stichting Vredespolitiek), vanaf november 1982
- lid Raad van Commissarissen Beheersmaatschappij Bouwbedrijf Wessels Rijssen BV, van januari 1983 tot januari 1987
- lid Raad van Advies, Stichting Vredes Politiek te 's Gravenhage, vanaf februari 1983
- lid Raad van Commissarissen N.V. DSM te Heerlen, vanaf 1 mei 1983
- voorzitter hoofdbestuur VEEN (Vereniging van Exploitanten van Electriciteitsbedrijven in Nederland), vanaf 1983
- lid bestuur Stichting Foster Parents Plan Nederland, vanaf 1983
- voorzitter Raad van Commissarissen N.V. PNEM (Provinciale Noordbrabantse Electriciteitsmaatschappij), van 1983 tot 1987
- voorzitter Raad van Commissarissen N.V. Waterwinningsbedrijf Brabantse Biesbosch, van 1983 tot 1987
- voorzitter curatorium "Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum Overloon", van 1983 tot 1987
- lid bestuur Stichting Katholieke Hogeschool te Tilburg, van 1983 tot 1987
- voorzitter Nationaal Campagne Comité, Nederlands Rode Kruis, omstreeks 1984
- voorzitter Nederlands Comité van het Europees jaar van het milieu, van april 1986 tot 1 april 1987
- voorzitter Stichting Dredging Engeneering en Management Studies (DEMAS) te 's Gravenhage
- lid Raad van Commissarissen Raptim Intercontinental Holding B.V. te 's Gravenhage
- lid Board of Trustees, International Green Cross
- lid algemeen bestuur Atlantische Commissie
- voorzitter Raad van Commissarissen "Reggeborgh" B.V., Rijssen
- voorzitter Raad van Advies "Stichting Cosmocenter"
- gasthoogleraar Ritsumeikan University te Kyoto, van 1995 tot 1996
- gasthoogleraar United Nations University te Tokyo, 1999
- voorzitter Comité fondsenwerving ontwikkeling "Von Siebold Huis" te Leiden, vanaf juli 1999
- gasthoogleraar Kwansei Gakuin University te Nishinomiya, 2001
- lid InterAction Council
- lid COEUR (Council on European Responsibilities), Genève/Brussel
- lid Comité d'Action pour un Parlément Mondial, Neuilly sur Seine
- lid International Ethical, Political and Scientific Collegium, Parijs
- lid International Board of Regents "Bethlehem University", vanaf 2001
- gasthoogleraar "Kwansei Gakuin University" te Nishinomiya, 2004
- voorzitter Stichting "The Rights Forum", van 2009 tot 2015
- voorzitter adviesraad, Stichting "International Forum for Justice and Peace" (stichting die zich inzet voor de Palestijnen)
afgeleide functies, presidia etc.
lid ministeriële commissie Lockheed-affaire, van februari 1976 tot september 1976
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
- lid Comité van Aanbeveling van United Netherlands
- lid Comité van Aanbeveling Edmund Burke-Stichting, 2004
- beschermheer Stichting Service Médical
- erevoorzitter Canon Foundation, Amstelveen
- erelid Juridische Faculteitsvereniging Nijmegen, maart 2019
- erevoorzitter Stichting "The Rights Forum", vanaf 2015
Opleiding
primair onderwijs
- R.K. Nazareth-school te Geldrop, van 1937 tot 1943
voortgezet onderwijs
- gymnasium-a, R.K. "Gymnasium Augustinianum" te Eindhoven, van 1943 tot 1949
academische studie
- Nederlands recht: privaatrecht, Katholieke Universiteit Nijmegen, van augustus 1949 tot 8 juni 1955 (cum laude)
eredoctoraten
- eredoctor Ritsumeikan University Kyoto (Japan)
- eredoctor Kwansei Gakuin University, Nishinomiya
- eredoctor Hansung University, Seoul
- eredoctor University of South Carolina (VS)
Activiteiten
als minister-president
- Het financieel-economische beleid van zijn eerste kabinet werd in 1978 uiteen gezet in de Nota 'Bestek'81'
- Zijn eerste kabinet sloot zich in december 1979 aan bij het NAVO-besluit tot plaatsing van kruisraketten in Nederland, maar maakte daarbij wel een voorbehoud. Bracht voorafgaand aan dit besluit bezoeken aan diverse NAVO-partners om steun te krijgen voor een afwijkend Nederlands standpunt. Verdedigde dit beleid samen met de ministers Van der Klaauw en Scholten met succes in de Tweede Kamer.
- Tijdens zijn premierschap vond, op 30 april 1980, de inhuldiging van Beatrix plaats als Koningin. De plechtigheid werd overschaduwd door grootscheepse rellen in de Amsterdamse binnenstad, waartoe door de kraakbeweging was opgeroepen. Daarbij vielen tientallen gewonden, zowel aan de zijde van de politie als aan de kant van de demonstranten.
- Tijdens zijn kabinet liep in 1980 de werkloosheid op tot ruim 200.000 personen; in 1981 steeg dat aantal tot boven de 400.000
- Bracht in 1980 als minister-president samen met minister Van der Klaauw een officieel bezoek aan Indonesië en Japan
- Bracht in oktober 1980 samen met minister Van der Klaauw een officieel bezoek aan de Volksrepubliek China om over internationale politieke vraagstukken en over verbetering van de economische betrekkingen te spreken. Het was het eerste bezoek van een Nederlandse premier aan China.
- Bracht in april 1981 in het kader van het Nederlandse EU-voorzitterschap samen met minister Van der Klaauw een bezoek aan de Verenigde Staten, onder meer om over een Europees initiatief over het Midden-Oosten te spreken
- In zijn tweede kabinet ontstond nog voor het afleggen van de regeringsverklaring een crisis over het te voeren financiële beleid, die na bemiddeling door De Galan en Halberstadt kon worden opgelost
- Tijdens zijn tweede kabinet werd (21 november 1981) in Amsterdam de eerste grote anti-kruisrakettendemonstratie gehouden
- Onenigheid over de financiering van het werkgelegenheidsbeleid in het kabinet leidde op 12 mei 1982 tot het uittreden van de PvdA-ministers en tot een kabinetscrisis
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Deelde op 16 februari 1972 mee dat het kabinet drie tot levenslang veroordeelde Duitse oorlogsmisdadigers, de 'Drie van Breda' (Fischer, Kotälla en Aus der Fünten), gratie wilde verlenen, zoals de Hoge Raad en de rechtbank in Amsterdam ook hadden geadviseerd. Wel zou de Tweede Kamer daarover nog mogen oordelen. Hij nam het besluit terug na heftig protest vanuit de samenleving, dat was gevolgd door een emotionele hoorzitting van de Tweede Kamercommissie voor Justitie op 24 februari, en nadat de Tweede Kamer op 29 februari een motie-Voogd met 85 tegen 61 stemmen had aangenomen die zich tegen het besluit uitsprak. Op 16 maart liet hij weten dat alleen individueel en op persoonlijke gronden gratie zou worden verleend. (dossier 11.714)
- Bracht in 1972 samen met minister Geertsema een mede op basis van het werk van regeringscommissaris J.M. Polak opgestelde nota vraagpunten over herziening van de Politiewet uit. De nota gaat onder meer in op het beheer (rijkspolitie naast gemeentepolitie), mogelijke vorming van gewestelijke politie en vorming van landelijke politiediensten. (10.124)
- Bracht in 1972 samen met minister De Koster een nota over herziening van het militair tuchtrecht uit, waarin een aantal versoepelingen worden aangekondigd. (11.689)
- Bracht in 1972 samen met minister Stuijt een notitie uit over achtergronden en risico's van druggebruik. Hierin wordt voorgesteld het gebruik van hennepproducten niet langer als misdrijf te beschouwen, maar dit als overtreding aan te duiden. (11.742)
- Diende in juni 1972 samen met minister Stuijt een wetsvoorstel over afbreking van zwangerschap (abortus) in, dat uitging van het principe 'nee, tenzij'. Dit voorstel werd in 1975 ingetrokken en daarna door Van Schaik (KVP) en Van Leeuwen (ARP) opnieuw ingediend als initiatiefvoorstel. (11.890)
- Was in augustus 1973 verantwoordelijk voor het besluit om dienstplichtigen die vanwege negeren van de groetplicht waren veroordeeld, hun straf voor de helft kwijt te schelden
- Loodste in 1974 samen met minister De Gaay Fortman een wetsvoorstel door de Tweede Kamer over afschaffing van het stakingsverbod voor ambtenaren en spoorwegpersoneel. Het wetsvoorstel was in 1970 ingediend en werd in 1979 door de ministers De Ruiter en Wiegel in het Staatsblad gebracht. (11.001)
- Kwam in 1974 en 1976 in conflict met de Tweede Kamer over de voorgenomen sluiting van de abortuskliniek "Bloemenhove" te Heemstede; kwam terug op het voornemen tot sluiting (dossiers 13.161 & 13.964)
- Stelde in september 1974 de Commissie Alternatieve Strafrechtelijke Sancties (Commissie-Van Andel) in, die moest adviseren over de taakstraf als alternatief voor korte vrijheidsstraffen
- Verleende vanaf 1974 subsidie aan experimenten met Bureau voor Rechtshulp. Uiteindelijk waren er in 1977 in alle negentien arrondissementen dergelijke door het ministerie van Justitie gesubsidieerde bureaus.
- Speelde een belangrijke rol bij de afwikkeling van de gijzelingen door Zuid-Molukse jongeren in 1975 en 1977 (13.756 & 14.610)
- Onder zijn verantwoordelijkheid vaardigde het Openbaar Ministerie in oktober 1976 richtlijnen uit voor het opsporings- en strafvervolgingsbeleid inzake strafbare feiten van de Opiumwet. Hierbij wordt de basis gelegd voor een gedoogbeleid, waarbij nadruk komt te liggen op vervolging van de grootschalige handel in harddrugs.
- Verdedigde in 1977 in de Tweede Kamer samen met regeringscommissaris W. Snijders met succes wetsvoorstellen tot vaststelling van de boeken 3, 5 en 6 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (3.770, 4.572 & 7.729)
- Verdedigde in 1982 als minister van Buitenlandse Zaken, samen met staatssecretaris Van Houwelingen, het besluit tot verlenging met een maand van de Nederlandse deelname van de VN-missie in Zuid-Libanen (Unifil). Verlenging was nodig vanwege een Israëlische invasie in Libanon.
- Verdedigde 1982 het besluit om de diplomatieke betrekkingen met het (militaire) regime in El Salvador niet te verbreken, hoewel een rapport concludeerde dat geregelde troepen verantwoordelijk waren voor de dood in El Salvador van vier Nederlandse journalisten. De betrekkingen waren en bleven wel minimaal.
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1972 samen met minister Stuijt een wijziging (Stb. 394) van de Medische Tuchtwet tot stand. Hierdoor wordt onder meer openbare behandeling van tuchtzaken en publicatie van uitspraken mogelijk. Het wetsvoorstel was in 1969 ingediend door staatssecretaris Kruisinga en minister Polak. (9.992)
- Bracht in 1972 een herziening (Stb. 461) van de Wet op de rechtelijke organisatie tot stand. Er komt evenwicht in de salariëring bij de zittende en staande magistratuur en in een aantal gevallen komen er salarisschalen in plaats van vaste salarissen. De leeftijdsvereisten vervallen. De functie van gerechtsauditeur wordt ingevoerd, als aanvangsfunctie voor de zittende magistratuur. De functie van substituut-officier van justitie wordt aanvangsfunctie voor de staande magistratuur. Voor verkeersdelicten komt er een verkeersschout, die dezelfde taak en positie heeft als de officier van justitie, maar dan op een beperkt terrein. (10.808)
- Bracht in 1972 samen met de ministers Engels en Langman wetten (Stbb. 569 en 579) tot herziening van het auteursrecht tot stand. Daartoe wordt de Auteurswet gemoderniseerd en in overeenstemming gebracht met een herziening van de Berner Conventie. Vertalingen, verfilmingen, muziekschikkingen en andere bewerkingen worden op dezelfde wijze als zelfstandige werken beschermd. Het auteursrecht in relatie tot radio- en televisie-uitzendingen wordt eveneens geregeld. Het overnemen van een artikel in een dag-, nieuws- of weekbladen is toegestaan, mits de bron wordt vermeld. Door amendering wordt kopiëren voor studie niet als inbreuk op het auteursrecht beschouwd. De wetsvoorstellen waren in 1964 door de ministers Scholten, Bot en Andriessen ingediend. (7.877 & 7.889)
- Bracht in 1972 samen met de ministers Udink en Lardinois een wet (Stb. 578) tot herziening van de onteigeningsprocedure tot stand, waardoor de administratieve en gerechtelijke procedures voor onteigening worden versneld. Bij onteigeningen die in het belang van de ruimtelijke ontwikkeling en de volkshuisvesting uit hoofde van een besluit van de gemeenteraad plaatsvinden, worden de termijnen voor goedkeuring verkort. Verder wordt de mogelijkheid geopend om bij onteigening in het kader van een bestemmingsplan, bouwplan, alsmede bij krotopruiming af te zien van een wettelijke nutsverklaring. Het deskundigenonderzoek bij de gerechtelijke procedure kan al plaatsvinden voordat tot onteigening is gedagvaard. Het voorstel was in 1970 ingediend door de ministers Polak, Schut en Lardinois. (10.590)
- Bracht in 1973 samen met minister Udink een wijziging (Stb. 282) van de Wegenverkeerswet tot stand, waardoor een bloedproef op alcoholgebruik in het verkeer mogelijk wordt en de strafmaat voor rijden onder invloed wordt verhoogd. Het wetsvoorstel was in 1969 ingediend door de ministers Polak en Bakker en in 1972 in de Tweede Kamer medeverdedigd door minister Drees. (10.038)
- Bracht in 1973 een wet tot stand tot goedkeuring van de op 16 december 1970 te 's-Gravenhage en op 23 september 1971 te Montreal tot stand gekomen Verdragen tot bestrijding van vliegtuigkapingen, alsmede de wet tot uitvoering daarvan (11.865 & 11.866)
- Bracht in 1973 een wet (Stb. 509) tot herziening van het Wetboek van Strafvordering tot stand betreffende de toevoeging van een raadsman en toepassing van voorlopige hechtenis. Aan een verdachte moet voor het verhoor worden meegedeeld dat hij niet verplicht is te antwoorden. Een verdachte van een misdrijf krijgt altijd een raadsman toegewezen, die hem/haar bij het verhoor kan bijstaan. De gevallen waarin voorlopige hechtenis plaatsvindt, worden beperkt en de mogelijkheid van voorwaardelijke opschorting of schorsing van de voorlopige hechtenis worden verruimd. Bij de toepassing van de voorlopige hechtenis moet steeds na dertig dagen door de rechter worden beslist of de hechtenis wordt verlengd. Het wetsvoorstel was in 1969 ingediend door minister Polak. (9.994)
- Bracht in 1974 samen met de staatssecretarissen Van Hulten en Kooijmans en minister Van Doorn twee wetjes tot stand waarbij de op 22 januari 1965 te Straatsburg tot stand gekomen Europese Overeenkomst inzake voorkoming van radio- en televisie-uitzendingen door stations buiten nationaal gebied werd goedgekeurd en waardoor de Telefoon- en telegraafwet 1904 hieraan werd aangepast (de zgn. anti-piratenwetjes). Daardoor kon een einde worden gemaakt aan de uitzendingen van de piratenzender "Radio Veronica" vanaf de Noordzee. De voorstellen waren in 1971 ingediend door de ministers Bakker, Luns, Polak en Klompé. (11.373 & 11.374)
- Bracht in 1974 samen met staatssecretaris Stemerdink een wet (Stb. 537) tot stand waardoor het verzwaard arrest als straf verdween uit het militair strafrecht. Het wetsvoorstel was in 1971 ingediend met minister De Koster als mede-indiener. (11.546)
- Bracht in 1975 samen met minister De Gaay Fortman de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Wet AROB) (Stb. 284) en een wijziging (Stb. 285) van de Wet op de Raad van State tot stand. Hierdoor kunnen burgers bij een nieuwe afdeling rechtspraak van de Raad van State in beroep kunnen gaan tegen beschikkingen van lagere overheden. Het wetsvoorstel was in 1971 ingediend door de ministers Beernink en Polak. (11.279 & 11.280)
- Bracht in 1975 de Wet voorlopige regeling schadefonds geweldsmisdrijven (Stb. 382) tot stand (12.131)
- Bracht in 1975 een wet (Stb. 341) tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering tot stand betreffende schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis. Later aan het licht gekomen omstandigheden, waaruit blijkt dat de hechtenis onterecht was, kunnen uit billijkheidsoverwegingen leiden tot een vergoeding vanwege gelegen schade. (12.132)
- Bracht in 1976 samen met minister Boersma een wet (Stb. 295) tot stand over het in het Burgerlijk Wetboek opnemen van een ontslagverbod bij huwelijk, zwangerschap en bevalling. (12.403)
- Bracht in 1976 wetten tot invoering van Boek 2 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek tot stand. Hierdoor wijzigt het verenigingsrecht en het recht betreffende rechtspersonen. De bepalingen over N.V.'s en B.V.'s gaan over het Wetboek van Koophandel naar het Burgerlijk Wetboek. Ook stichtingen, alsmede de bepalingen over jaarrekeningen en enquête vallen onder het NBW. Voor het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid door een vereniging is niet langer goedkeuring van de overheid vereist. Alleen verenigingen die zijn ingeschreven in het verenigingsregister hebben volledige rechtsbevoegdheid. (11.005)
- Bracht in 1976 samen met minister Vorrink een wijziging (Stb. 424) van de Opiumwet tot stand, waardoor er in het strafrecht onderscheid wordt gemaakt tussen soft- en harddrugs. Het bezit van hennepproducten voor eigen gebruik wordt als overtreding (en niet als misdrijf) beschouwd. Amfetaminen komen onder de werking van de Opiumwet te vallen. (13.407)
- Bracht in 1976 een wet (Stb. 484) tot herziening van het Wetboek van Strafrecht en Wetboek van Strafvordering tot stand over de tenuitvoerlegging van vermogensstraffen. Het werd onder meer mogelijk de opgelegde boete in termijnen of gedeelten te voldoen, het werd eenvoudiger om geldboetes op saldi van bank- en girorekeningen te verhalen, en teksten werden gemoderniseerd. De duur van de vervangende hechtenis werd beperkt. (13.386)
- Bracht in 1978 als minister van Algemene Zaken samen met minister Wiegel de Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 581) tot stand, die alle documenten van de rijksoverheid, provincies en gemeenten openbaar verklaart, tenzij er gegronde redenen zijn ze geheim te houden. Het wetsvoorstel was in 1975 ingediend door de ministers Den Uyl en De Gaay Fortman en in 1977 in de Tweede Kamer door Den Uyl verdedigd. (13.418)
als (in)formateur
- Kreeg op 10 april 1973 samen met ARP-senator W. Albeda het verzoek te onderzoeken hoe op zo kort mogelijke termijn een kabinet kon worden gevormd, dat in voldoende mate steun in de volksvertegenwoordiging kon ondervinden. Van Agt en hij wisten de impasse in de formatie te doorbreken. Zij stelden in hun eindconclusie op 22 april als basis voor de vorming van een kabinet-Den Uyl de portefeuilleverdeling 10-6 (10 progressief, 6 christendemocraten) voor. Verder zou zowel het confessionele programma als het progressieve verkiezingsprogramma basis worden voor het kabinetsbeleid. Over geschilpunten moesten in een pre-constituerend kabinetsberaad procedurele afspraken worden gemaakt. Als formateurs werden Burger en Ruppert voorgesteld.
- Kreeg op 8 december 1977 de opdracht een kabinet te vormen dat mocht vertrouwen in voldoende mate steun van de volksvertegenwoordiging te ondervinden. Slaagde er op 18 december in deze formatie succesvol af te ronden, nadat CDA en VVD hadden ingestemd met regeerakkoord, verdeling van posten en personele invulling.
- Kreeg op 2 september 1981 de opdracht om, uitgaande van de conclusies van de heer De Gaay Fortman, een kabinet te vormen, dat zich verzekerd wist van een zo breed mogelijke steun in de volksvertegenwoordiging. Op basis van een door CDA, PvdA en D66 gesloten regeerakkoord voltooide hij daarna de formatie.
- Kreeg op 8 september 1982 de opdracht een tussenkabinet te formeren. Dat lukte hem op 7 september, waarbij hijzelf de portefeuille Buitenlandse Zaken op zich nam
Wetenswaardigheden
algemeen
- In februari 1970 medeondertekenaar (met onder anderen Albeda, De Gaay Fortman, Mommersteeg en Steenkamp) van een open brief aan de partijbesturen van KVP, ARP en CHU om te komen tot een vooruitstrevende christendemocratische partij
- Vergaloppeerde zich op 13 september 1971 als pas aangetreden minister op een kennismakingsbijeenkomst met de pers door de opmerking dat hij het moeilijker zou krijgen met een besluit over eventuele vrijlating van de Drie van Breda (drie tot levenslang veroordeelde Duitse oorlogsmisdadigers), omdat hij jonger was dan zijn voorganger (Polak) en bovendien anders dan hij 'ariër'. Bood voor deze uitlating zijn excuses aan.
- Kreeg voorafgaand aan het Kamerdebat in 1972 over de 'Drie van Breda' te maken met bedreigingen en moest door een lijfwacht van de rijkspolitie beschermd worden. Zijn gezin verbleef in die tijd op een geheim adres.
- Verving in de interpellatie-Terlouw over verplaatsing van het CBS naar Zuid-Limburg bij de beantwoording minister Geertsema. Tijdens de stemming over een motie-Terlouw vroeg Anneke Goudsmit (D66) hem zich als Kamerlid van stemming te onthouden. De Voorzitter stond die discussie niet toe en hij stemde tegen de motie.
- Verdedigde in 1973 als minister van CRM ad interim in de Eerste Kamer een wet tot verhoging van de omroepbijdrage in verband met financiering van de Wereldomroep
- Kreeg in oktober 1974 te maken met een gijzeling van een kerkkoor in de Scheveningse strafgevangenis door een Palestijnse terrorist en enkele Nederlandse criminelen. Hij leidde met Glastra van Loon en De Gaay Fortman het crisiscentrum. De gijzeling werd door een actie van mariniers beëindigd. (13.178, nr. 1)
- Lanceerde in december 1974 in een Tweede Kamerdebat over de abortuskliniek 'Bloemenhove' de term 'ethisch reveil'
- Bleef in 1976 aan als minister van Justitie ondanks kritiek op zijn abortusbeleid (met name rond de abortuskliniek Bloemenhove), om, zoals hij op 30 juli 1976 aan de Tweede Kamer schreef, greep te kunnen houden op verdere ontwikkelingen ten aanzien van de wetgeving op het gebied van abortus provocatus (kamerstuk 13.964)
- Was de beoogde nieuwe Commissaris van de Koningin in Limburg, als opvolger van Van Rooy die in 1977 zou aftreden. Die benoeming ging echter niet door, omdat het CDA een beroep op hem deed om lijsttrekker te worden.
- Omschreef op 11 december 1976 in de rede waarin hij het lijsttrekkerschap aanvaardde de positie van het CDA met de woorden: "Wij maken geen buigingen naar links en wij maken geen buigingen naar rechts."
- Kwam in november 1976 in politieke problemen toen, terwijl hij een bezoek bracht aan Roemenië, de van oorlogsmisdaden beschuldigde Pieter Menten zich aan strafvervolging wist te onttrekken. Zijn beleid werd sterk bekritiseerd in debatten in de Tweede Kamer op 18 november 1976 en 23 februari 1977.
- Verklaarde op 23 februari 1977 dat zijn aversie tegen de politiek was verhevigd, omdat de PvdA-fractie, ondanks ernstige kritiek op zijn functioneren, uit politieke overwegingen geen motie van afkeuring wenste in te dienen. Dit was een reactie was op de scherpe woorden van PvdA-volksvertegenwoordiger Aad Kosto, die had gewezen op Van Agts eerdere uitspraken inzake aversie tegen de politiek.
- Weigerde begin 1977 een door hem als eerste ondertekend wetsvoorstel tot wijziging van de Onteigeningswet verder te verdedigen. Zijn partijgenoot De Bekker had een amendement ingediend dat het wetsvoorstel ingrijpend zou veranderen en hij wilde dat daaraan tegemoet zou worden gekomen. Toen daarover geen overeenstemming kon worden bereikt, ontstond een breuk in het kabinet-Den Uyl.
- Was in oktober 1977 de beoogde minister van Binnenlandse Zaken tijdens de (mislukte) formatie van een tweede kabinet-Den Uyl
- Polste nadat hij met Wiegel overeenstemming had bereikt over de komst van een kabinet van CDA en VVD Jan van den Brink, Jelle Zijlstra, Roelof Nelissen en Pierre Lardinois voor de functie van minister-president. Toen zij weigerden stemde hij toe zelf premier te worden.
- Legde op 24 augustus 1981 het fractievoorzitterschap neer, nadat twaalf fractieleden tegen zijn zin vóór het onderhandelingsresultaat van de formatie hadden gestemd en zestien tegenstemmers verklaarden dat alleen te hebben gedaan vanwege zijn dreigement om op te stappen. Beval - tot diens ontstemming - Jan de Koning aan als zijn opvolger; de fractie koos Ruud Lubbers.
- Stelde zich op 9 september 1982 niet verkiesbaar voor het fractievoorzitterschap. Dat besluit kwam voor de fractie totaal onverwacht.
- Maakte op 13 oktober 1982 bekend niet langer beschikbaar te zijn voor een premierschap of ministerschap. Naar hij verklaarde, vanwege het afnemen van zijn vitaliteit: "Teveel, (....), om fris en vief van start te kunnen gaan voor weer een tour de force van in beginsel vier jaar."
- Trad als Commissaris van de Koningin nogal solistisch op, waardoor de samenwerking met de gedeputeerden moeizaam verliep. Dit, en de betrekkelijke kleinschaligheid van de problemen in Brabant, deden hem besluiten al binnen de eerste ambtstermijn te vertrekken als Commissaris.
- Zijn aantreden als EG-ambassadeur in de Verenigde Staten liep enige vertraging op, omdat hij (als eerste EG-ambassadeur) zijn geloofsbrieven op het Witte Huis aan president Bush wilde overhandigen
- Voerde op 12 juni 2013 in de Tweede Kamer het woord als initiatiefnemer van het burgerinitiatief 'Sloop de Muur', dat pleit voor sancties tegen Israël omdat de muur tussen Israël en de Palestijnse gebieden in strijd is met het internationaal recht
- Zegde in juni 2021 het lidmaatschap van het CDA op, vanwege de houding van de partij in de Palestijnse kwestie
- Werd op 27 februari 2024 in de Tweede Kamer herdacht. Namens het kabinet sprak daarbij minister-president Rutte.
uit de privésfeer
- Een oom van hem (A.M.C.M. van Agt) was burgemeester van Heeze. Hij was gehuwd met Lies Bruineman, een dochter van J.A.M. Bruineman (RK-Eerste Kamerlid).
- Rinus Peijnenburg was op de lagere school een twee jaar oudere schoolgenoot van hem
- Op de middelbare school was Hans Gruijters een klasgenoot van hem
- In Nijmegen studiegenoot van Fons van der Stee
- Had als ambtenaar op Justitie de jurist-historicus C. (Cees) Fasseur als naaste collega
- Overleed op een zelfgekozen moment samen met zijn vrouw
anekdotes en citaten
- Toen hij in 1973 samen met Wil Albeda informateur was, stonden zij bekend als het duo 'Albedagt'
- Professor Steenkamp zei eens over hem, dat hij in onderhandelingen zich gedroeg als "een betonnen bunker met bloemetjes versierd"
- Bediende zich soms van archaïsche woorden of uitdrukkingen als 'gij', 'fiks' en 'm'n beste' en van kleurrijk taalgebruik als 'het politieke bos'. Bekend is zijn uitspraak in december 1977 dat hij het land niet zou opzadelen met een kabinet dat zou bestaan uit 'luiaards, ijdeltuiten en non-valeurs'.
- PvdA-leider Joop den Uyl noemde hem eens een nogal raadselachtige figuur: "Je weet wel wat hem drijft, maar niet waarheen."
- Zei in 1976 tijdens het eerste Menten-debat: "Als ik niet weiger een vraag te beantwoorden en ik beantwoord haar toch niet, dan kan de verklaring daarvoor geen andere zijn dan dat ik het niet weet."
- Toen de PPR in 1977 het CDA had uitgesloten als toekomstige regeringspartner zei hij: "Het jochie dat een tijdje mocht meedoen met het voetballen van de grote knullen heeft met luid misbaar het speelveld verlaten. Wij zwaaien het ventje vriendelijk uit."
- Nadat hij in 1980 bij de algemene beschouwingen door maag- en darmproblemen een dag verhinderd was geweest, verontschuldigde hij zich toen hij hersteld was met de woorden: "Ik maakte even een ontregeling van mijn fysiek functioneren door, een biologische recessie zogezegd van, naar ik u kan verzekeren, louter conjuncturele aard."
- Was soms op cruciale momenten 'ziek'. Bijvoorbeeld in 1981 nadat De Gaay Fortman tot informateur was benoemd, in dat zelfde jaar tijdens de algemene beschouwingen nadat van verschillende kanten kritiek was geuit op zijn optreden tijdens het debat, en in 1982 kort voor zijn terugtreden als politiek leider.
- Toen hem na zijn vertrek als premier werd gevraagd hoe men hem zou herinneren, zei hij: "als een clair obscur, dat straks in de herinnering zal vervagen als het veelkleurig loofbos onder de melancholieke nevels van de herfst".
verkiezingen
- Was bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1972 nummer twee op de KVP-lijsten in Oost- en Noord-Nederland
niet-aanvaarde politieke functies
- formateur, 18 juli 1977 (geweigerd)
woonplaats(en)/adres(sen)
- Geldrop, Eindhovense weg
- Geldrop, huize Philoxenia (jeugdjaren)
- Eindhoven, Julianastraat (vanaf eind jaren '40)
- Nijmegen, van 1949 tot 1956
- Eindhoven, van 1956 tot 1958
- 's-Gravenhage, Atjehstraat, van 1958 tot 1965
- Voorburg, Eemwijkstraat, van 1965 tot 1968
- Heilige Land-Stichting, vanaf 1968
- 's-Gravenhage, Smitswater, van 1971 tot 1977 (pied-a-terre)
- Japan, van 1987 tot 1989
- Verenigde Staten, van 1989 tot 1995
- Berg en Dal, Stokerbergweg 162, omstreeks 1996
- Nijmegen, Catharinaweg 3 6523 MT, omstreeks mei 1997
ridderorden
Grootkruis Orde van Oranje-Nassau, 9 december 1982
buitenlandse onderscheidingen
- diverse buitenlandse onderscheidingen
- Grootkruis in de Dannebrogorde, Denemarken, 1975
- Grootkruis in de Orde van Isabel la Católica, 1980
- Grootkruis in de Kroonorde van België, 1987
- Grand Cordon in the Order of the Rising Sun, 1998
overige onderscheidingen en prijzen
- eremedaille voor voortvarendheid en vernuft Huisorde van Oranje, 19 september 1974
- ereburger van Geldrop, 30 augustus 1980
- erepenning Provincie Noord-Brabant
- ereburger van Lille (Frankrijk)
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
- lid, abactis (1951-1952) en voorzitter (1953) Nijmeegs Studentencorps "Carolus Magnus"
- lid Coornhertliga (voor strafrechthervorming)
- lid, abactis (1954-1955) Juridische Faculteitsvereniging Nijmegen
hobby's
- hockey (in zijn jeugdjaren)
- wielrennen (bezocht enkele malen de Tour de France)
militaire dienst
- dienstplichtig militair, 1955 (na zes weken op medische gronden ontslagen)
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "Samenwerking en samenwerkingsvormen in de landbouw", 1964 (pré-advies voor de vereniging voor agrarisch recht)
- "Corporaties in overtreding", 1965 (bijdrage in bundel opstellen over recht en rechtsgeschiedenis aangeboden aan prof.mr. B.H.D. Hermesdorf)
- "De functie van de wetgever met betrekking tot het normbesef" (pré-advies voor de rechtskundige afdeling van het Thymgenooschap)
- "Naar een extravert strafrecht", 1969 (inaugurale rede in Nijmegen)
- "Het ziekenhuis en de eerbied voor het menselijk leven", 1971 (bijdrage in de bundel juridische problemen in en rondom het ziekenhuis)
- "Zijn nadere voorzieningen van wetgevende aard wenselijk ten aanzien van het tuchtrecht en tuchtprocesrecht", 1971 (preadvies aan de Nederlandse Juristenvereniging)
- "Kraanvogels" (reisverhalen, 1999)
- "Een schreeuw om recht. De tragedie van het Palestijnse volk" (2009)
- "Palestina in doodsnood" (2019)
literatuur/documentatie
- Interview met G. Puchinger in: "Toekomst van het christendom" (1974)
- "Sapristi! Van Agt" samengesteld door D. ten Berge (citatenboekje)
- G. Puchinger, "Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw" (1984)
- D. Dijksman en G. van de Westelaken, "Wonend in de oorschelp van de heer. De jongensjaren van Dries van Agt", in: Haagsche Post 51, 23-12-1978
- P.G. Kroeger en J. Stam, 'Eenzame vluchter', in: "De rogge staat er dun bij", 80-86
- P. Bootsma en P.G.T.W. van Griensven, "'Teleurstelling is mijn opperste emotie'. Vragen over emotie in de politiek aan A.A.M. van Agt", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2003
- A. Koster, "De eenzame fietser, insiders over de politieke loopbaan van Dries van Agt" (2007)
- P. Bootsma, P.G.T.W. van Griensven en J. van Merriënboer, "Van Agt. Biografie" (2008)
- Hans Goslinga, "'Amice, mijn corpus is in staking gegaan'", Trouw, 10 februari 2024
- John Kroon, "Steeds linkser in een land dat rechtser werd", NRC 10 en 11 februari 2024
- Jaap Stam, "Oud-premier Dries van Agt: een ongrijpbare paradijsvogel 1931-2024", De Volkskrant, 10 februari 2024
- Johan van Merriënboer, "Geen rotjongen. Dries van Agt (1931-2024)", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2024, 139
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Maastricht, 5 november 1958
echtgeno(o)t(e)/partner
Mr. E.J.Th. Krekelberg, Eugénie Jacqueline Theresia (Eugénie)
beroep echtgeno(o)t(e)/partner
- ambtenaar Raad voor de Kinderbescherming
- advocaat te Eindhoven
kinderen
1 zoon en 2 dochters
vader
F.A.P.M. van Agt, Franciscus Antonius Petrus Maria (Frans)
geboorteplaats en/of -datum
Eindhoven, 23 september 1899
beroep vader
textielfabrikant (firma "Van Agt en Zoonen") te Geldrop
moeder
A.G.W.S. Frencken, Anna Godefrida Wilhelmina Sophia
geboorteplaats en/of -datum
Princenhage, 29 mei 1902
broers en zusters
2 broers en 2 zussen (was zelf de oudste)
beroep grootvader (vaderskant)
fabrikant
beroep grootvader (moederskant)
kantonrechter