Mr. A.A.M. (Dries) van Agt

Foto Mr. A.A.M. (Dries) van Agt CDA-voorman, jurist en premier van KVP-huize. Stond als hoogleraar strafrecht bekend als vernieuwingsgezind en bracht als minister van Justitie belangrijke wetten tot stand. Vicepremier in het kabinet-Den Uyl. Kwam in de kabinetten-Biesheuvel en -Den Uyl diverse malen in politieke problemen, onder meer door discussies over de vrijlating van de Drie van Breda, de abortuskwestie en de affaire-Menten. Werd in 1977 de eerste leider van het CDA en was daarna vijf jaar premier. Werd de politieke tegenvoeter van PvdA-leider Den Uyl. Even populair bij zijn achterban als verguisd door zijn tegenstanders. Stapte na de verkiezingen van 1982 op als politiek leider. Nadien Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant en EG-ambassadeur. Relativeerde de politiek en zichzelf, maar was tactisch sterk. Formuleerde zorgvuldig en viel op door zijn kleurrijke en soms archaïsche taalgebruik.

KVP, CDA
in de periode 1971-1987: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, minister-president, viceminister-president, Commissaris van de Koning(in)

voornamen (roepnaam)

Andreas Antonius Maria (Dries)

personalia

geboorteplaats en -datum
Geldrop, 2 februari 1931

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

partij/stroming

partij(en)
  • KVP (Katholieke Volkspartij), tot 11 oktober 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

hoofdfuncties en beroepen

  • advocaat, advocatenkantoor "Van der Putt, Nijst, Van Sandick en Depla" te Eindhoven, van 1 januari 1956 tot 1958
  • ambtenaar directie juridische en bedrijfsorganisatorische zaken (rangen: referendaris tweede klasse, in 1960 referendaris, in 1963 administrateur), ministerie van Landbouw en Visserij, van 1958 tot 1963
  • ambtenaar stafafdeling wetgeving publiekrecht (rang: administrateur), ministerie van Justitie, van 1963 tot maart 1968
  • wetenschappelijk medewerker juridische faculteit (rang: wetenschappelijk hoofdambtenaar-a), Katholieke Universiteit Nijmegen, van maart 1968 tot 1 oktober 1968
  • hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht, Katholieke Universiteit Nijmegen, van 1 oktober 1968 tot 6 juli 1971
  • raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof te Arnhem, van januari 1971 tot 6 juli 1971
  • minister van Justitie, van 6 juli 1971 tot 8 september 1977
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 januari 1973 tot 22 april 1973
  • minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk ad interim, van 24 april 1973 tot 11 mei 1973 (in verband met ziekte van minister Engels)
  • viceminister-president, van 11 mei 1973 tot 8 september 1977
  • fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 26 mei 1977 tot 19 december 1977
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 19 december 1977
  • minister-president en minister van Algemene Zaken, van 19 december 1977 tot 4 november 1982
  • fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 mei 1981 tot 24 augustus 1981
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 10 juni 1981 tot 9 september 1981
  • minister van Buitenlandse Zaken, van 29 mei 1982 tot 4 november 1982
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1982 tot 16 juni 1983
  • Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, van 16 juni 1983 tot 1 april 1987 (benoemd bij K.B. van 16 mei 1983)
  • ambassadeur van de Europese Gemeenschap te Tokio, van 1 april 1987 tot januari 1990
  • ambassadeur van de Europese Gemeenschap te Washington, van januari 1990 tot 1 april 1995 (benoemd in augustus 1989)

partijpolitieke functies

lijsttrekkerschap etc.
  • lijsttrekker CDA Tweede Kamerverkiezingen 1977, van 22 oktober 1976 tot 25 mei 1977 (eerste lijsttrekker CDA)
  • lijsttrekker CDA Tweede Kamerverkiezingen 1981, van 21 februari 1981 tot 26 mei 1981
  • lijsttrekker CDA Tweede Kamerverkiezingen 1982, van 3 juli 1982 tot 8 september 1982

activiteiten

als minister-president
  • Het financieel-economische beleid van zijn eerste kabinet werd in 1978 uiteen gezet in de Nota 'Bestek'81'
  • Zijn eerste kabinet sloot zich in december 1979 aan bij het NAVO-besluit tot plaatsing van kruisraketten in Nederland, maar maakte daarbij wel een voorbehoud. Bracht voorafgaand aan dit besluit bezoeken aan diverse NAVO-partners om steun te krijgen voor een afwijkend Nederlands standpunt. Verdedigde dit beleid samen met de ministers Van der Klaauw en Scholten met succes in de Tweede Kamer.
  • Tijdens zijn premierschap vond, op 30 april 1980, de inhuldiging van Beatrix plaats als Koningin. De plechtigheid werd overschaduwd door grootscheepse rellen in de Amsterdamse binnenstad, waartoe door de kraakbeweging was opgeroepen. Daarbij vielen tientallen gewonden, zowel aan de zijde van de politie als aan de kant van de demonstranten.
  • Tijdens zijn kabinet liep in 1980 de werkloosheid op tot ruim 200.000 personen; in 1981 steeg dat aantal tot boven de 400.000
  • Bracht in april 1980 samen met minister Van der Klaauw een officieel bezoek aan Indonesië
  • Bracht in oktober 1980 samen met minister Van der Klaauw een officieel bezoek aan de Volksrepubliek China om over internationale politieke vraagstukken en over verbetering van de economische betrekkingen te spreken. Het was het eerste bezoek van een Nederlandse premier aan China.
  • Bracht in april 1981 in het kader van het Nederlandse EU-voorzitterschap samen met minister Van der Klaauw een bezoek aan de Verenigde Staten, onder meer om over een Europees initiatief over het Midden-Oosten te spreken
  • In zijn tweede kabinet ontstond nog voor het afleggen van de regeringsverklaring een crisis over het te voeren financiële beleid, die na bemiddeling door De Galan en Halberstadt kon worden opgelost
  • Tijdens zijn tweede kabinet werd (21 november 1981) in Amsterdam de eerste grote anti-kruisrakettendemonstratie gehouden
  • Onenigheid over de financiering van het werkgelegenheidsbeleid in het kabinet leidde op 12 mei 1982 tot het uittreden van de PvdA-ministers en tot een kabinetscrisis

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Deelde op 16 februari 1972 mee dat het kabinet drie tot levenslang veroordeelde Duitse oorlogsmisdadigers, de 'Drie van Breda' (Fischer, Kotälla en Aus der Fünten), gratie wilde verlenen, zoals de Hoge Raad en de rechtbank in Amsterdam ook hadden geadviseerd. Wel zou de Tweede Kamer daarover nog mogen oordelen. Hij nam het besluit terug na heftig protest vanuit de samenleving, dat was gevolgd door een emotionele hoorzitting van de Tweede Kamercommissie voor Justitie op 24 februari, en nadat de Tweede Kamer op 29 februari een motie-Voogd met 85 tegen 61 stemmen had aangenomen die zich tegen het besluit uitsprak. Op 16 maart liet hij weten dat alleen individueel en op persoonlijke gronden gratie zou worden verleend. (11.714)
  • Bracht in 1972 samen met minister Geertsema een mede op basis van het werk van regeringscommissaris J.M. Polak opgestelde nota vraagpunten over herziening van de Politiewet uit. De nota gaat onder meer in op het beheer (rijkspolitie naast gemeentepolitie), mogelijke vorming van gewestelijke politie en vorming van landelijke politiediensten. (10.124)
  • Bracht in 1972 samen met minister De Koster een nota over herziening van het militair tuchtrecht uit, waarin een aantal versoepelingen worden aangekondigd. (11.689)
  • Bracht in 1972 samen met minister Stuijt een notitie uit over achtergronden en risico's van druggebruik. Hierin wordt voorgesteld het gebruik van hennepproducten niet langer als misdrijf te beschouwen, maar dit als overtreding aan te duiden. (11.742)
  • Diende in juni 1972 samen met minister Stuijt een wetsvoorstel over afbreking van zwangerschap (abortus) in, dat uitging van het principe 'nee, tenzij'. Dit voorstel werd in 1975 ingetrokken en daarna door Van Schaik (KVP) en Van Leeuwen (ARP) opnieuw ingediend als initiatiefvoorstel. (11.890)
  • Was in augustus 1973 verantwoordelijk voor het besluit om dienstplichtigen die vanwege negeren van de groetplicht waren veroordeeld, hun straf voor de helft kwijt te schelden
  • Loodste in 1974 samen met minister De Gaay Fortman een wetsvoorstel door de Tweede Kamer over afschaffing van het stakingsverbod voor ambtenaren en spoorwegpersoneel. Het wetsvoorstel was in 1970 ingediend en werd in 1979 door de ministers De Ruiter en Wiegel in het Staatsblad gebracht. (11.001)
  • Kwam in 1974 en 1976 in conflict met de Tweede Kamer over de voorgenomen sluiting van de abortuskliniek "Bloemenhove" te Heemstede; kwam terug op het voornemen tot sluiting (13.161, 13.964)
  • Stelde in september 1974 de Commissie Alternatieve Strafrechtelijke Sancties (Commissie-Van Andel) in, die moest adviseren over de taakstraf als alternatief voor korte vrijheidsstraffen
  • Verleende vanaf 1974 subsidie aan experimenten met Bureau voor Rechtshulp. Uiteindelijk waren er in 1977 in alle negentien arrondissementen dergelijke door het ministerie van Justitie gesubsidieerde bureaus.
  • Speelde een belangrijke rol bij de afwikkeling van de gijzelingen door Zuid-Molukse jongeren in 1975 en 1977 (13.756, 14.610)
  • Onder zijn verantwoordelijkheid vaardigde het Openbaar Ministerie in oktober 1976 richtlijnen uit voor het opsporings- en strafvervolgingsbeleid inzake strafbare feiten van de Opiumwet. Hierbij wordt de basis gelegd voor een gedoogbeleid, waarbij nadruk komt te liggen op vervolging van de grootschalige handel in harddrugs.
  • Verdedigde in 1977 in de Tweede Kamer samen met regeringscommissaris W. Snijders met succes wetsvoorstellen tot vaststelling van de boeken 3, 5 en 6 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (3770, 4572 & 7729)
  • Bracht in maart 1979 namens het kabinet de vervolgnota Bestek'81 uit (15.081)
  • Verdedigde in 1982 als minister van Buitenlandse Zaken, samen met staatssecretaris Van Houwelingen, het besluit tot verlenging met een maand van de Nederlandse deelname van de VN-missie in Zuid-Libanen (Unifil). Verlenging was nodig vanwege een Israëlische invasie in Libanon.

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1972 samen met minister Stuijt een wijziging (Stb. 394) van de Medische Tuchtwet tot stand. Hierdoor wordt onder meer openbare behandeling van tuchtzaken en publicatie van uitspraken mogelijk. Het wetsvoorstel was in 1969 ingediend door staatssecretaris Kruisinga en minister Polak. (9.992)
  • Bracht in 1972 een herziening (Stb. 461) van de Wet op de rechtelijke organisatie tot stand. Er komt evenwicht in de salariëring bij de zittende en staande magistratuur en in een aantal gevallen komen er salarisschalen in plaats van vaste salarissen. De leeftijdsvereisten vervallen. De functie van gerechtsauditeur wordt ingevoerd, als aanvangsfunctie voor de zittende magistratuur. De functie van substituut-officier van justitie wordt aanvangsfunctie voor de staande magistratuur. Voor verkeersdelicten komt er een verkeersschout, die dezelfde taak en positie heeft als de officier van justitie, maar dan op een beperkt terrein. (10.808)
  • Bracht in 1972 samen met de ministers Engels en Langman wetten (Stbb. 569 en 579) tot herziening van het auteursrecht tot stand. Daartoe wordt de Auteurswet gemoderniseerd en in overeenstemming gebracht met een herziening van de Berner Conventie. Vertalingen, verfilmingen, muziekschikkingen en andere bewerkingen worden op dezelfde wijze als zelfstandige werken beschermd. Het auteursrecht in relatie tot radio- en televisie-uitzendingen wordt eveneens geregeld. Het overnemen van een artikel in een dag-, nieuws- of weekbladen is toegestaan, mits de bron wordt vermeld. Door amendering wordt kopiëren voor studie niet als inbreuk op het auteursrecht beschouwd. De wetsvoorstellen waren in 1964 door de ministers Scholten, Bot en Andriessen ingediend. (7.877 & 7.889)
  • Bracht in 1972 samen met de ministers Udink en Lardinois een wet (Stb. 578) tot herziening van de onteigeningsprocedure tot stand, waardoor de administratieve en gerechtelijke procedures voor onteigening worden versneld. Bij onteigeningen die in het belang van de ruimtelijke ontwikkeling en de volkshuisvesting uit hoofde van een besluit van de gemeenteraad plaatsvinden, worden de termijnen voor goedkeuring verkort. Verder wordt de mogelijkheid geopend om bij onteigening in het kader van een bestemmingsplan, bouwplan, alsmede bij krotopruiming af te zien van een wettelijke nutsverklaring. Het deskundigenonderzoek bij de gerechtelijke procedure kan al plaatsvinden voordat tot onteigening is gedagvaard. Het voorstel was in 1970 ingediend door de ministers Polak, Schut en Lardinois. (10.590)
  • Bracht in 1973 samen met minister Udink een wijziging (Stb. 282) van de Wegenverkeerswet tot stand, waardoor een bloedproef op alcoholgebruik in het verkeer mogelijk wordt en de strafmaat voor rijden onder invloed wordt verhoogd. Het wetsvoorstel was in 1969 ingediend door de ministers Polak en Bakker en in 1972 in de Tweede Kamer medeverdedigd door minister Drees. (10.038)
  • Bracht in 1973 een wet tot stand tot goedkeuring van de op 16 december 1970 te 's-Gravenhage en op 23 september 1971 te Montreal tot stand gekomen Verdragen tot bestrijding van vliegtuigkapingen, alsmede de wet tot uitvoering daarvan (11.865, 11.865, 11.866)
  • Bracht in 1973 een wet (Stb. 509) tot herziening van het Wetboek van Strafvordering tot stand betreffende de toevoeging van een raadsman en toepassing van voorlopige hechtenis. Aan een verdachte moet voor het verhoor worden meegedeeld dat hij niet verplicht is te antwoorden. Een verdachte van een misdrijf krijgt altijd een raadsman toegewezen, die hem/haar bij het verhoor kan bijstaan. De gevallen waarin voorlopige hechtenis plaatsvindt, worden beperkt en de mogelijkheid van voorwaardelijke opschorting of schorsing van de voorlopige hechtenis worden verruimd. Bij de toepassing van de voorlopige hechtenis moet steeds na dertig dagen door de rechter worden beslist of de hechtenis wordt verlengd. Het wetsvoorstel was in 1969 ingediend door minister Polak. (9.994)
  • Bracht in 1974 samen met de staatssecretarissen Van Hulten en Kooijmans en minister Van Doorn twee wetjes tot stand waarbij de op 22 januari 1965 te Straatsburg tot stand gekomen Europese Overeenkomst inzake voorkoming van radio- en televisie-uitzendingen door stations buiten nationaal gebied werd goedgekeurd en waardoor de Telefoon- en telegraafwet 1904 hieraan werd aangepast (de zgn. anti-piratenwetjes). Daardoor kon een einde worden gemaakt aan de uitzendingen van de piratenzender "Radio Veronica" vanaf de Noordzee. De voorstellen waren in 1971 ingediend door de ministers Bakker, Luns, Polak en Klompé. (11.373, 11.374)
  • Bracht in 1974 samen met staatssecretaris Stemerdink een wet (Stb. 537) tot stand waardoor het verzwaard arrest als straf verdween uit het militair strafrecht. Het wetsvoorstel was in 1971 ingediend met minister De Koster als mede-indiener. (11.546)
  • Bracht in 1975 samen met minister De Gaay Fortman de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Wet AROB) (Stb. 284) en een wijziging (Stb. 285) van de Wet op de Raad van State tot stand. Hierdoor kunnen burgers bij een nieuwe afdeling rechtspraak van de Raad van State in beroep kunnen gaan tegen beschikkingen van lagere overheden. Het wetsvoorstel was in 1971 ingediend door de ministers Beernink en Polak. (11.279, 11.280)
  • Bracht in 1975 de Wet voorlopige regeling schadefonds geweldsmisdrijven (Stb. 382) tot stand (12.131)
  • Bracht in 1976 samen met minister Boersma een wet (Stb. 295) inzake een ontslagverbod bij huwelijk, zwangerschap en bevalling tot stand. (12.403)
  • Bracht in 1976 wetten tot invoering van Boek 2 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek tot stand. Hierdoor wijzigt het verenigingsrecht en het recht betreffende rechtspersonen. De bepalingen over N.V.'s en B.V.'s gaan over het Wetboek van Koophandel naar het Burgerlijk Wetboek. Ook stichtingen, alsmede de bepalingen over jaarrekeningen en enquête vallen onder het NBW. Voor het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid door een vereniging is niet langer goedkeuring van de overheid vereist. Alleen verenigingen die zijn ingeschreven in het verenigingsregister hebben volledige rechtsbevoegdheid. (11.005)
  • Bracht in 1976 samen met minister Vorrink een wijziging (Stb. 424) van de Opiumwet tot stand, waardoor er in het strafrecht onderscheid wordt gemaakt tussen soft- en harddrugs. Het bezit van hennepproducten voor eigen gebruik wordt als overtreding (en niet als misdrijf) beschouwd. Amfetaminen komen onder de werking van de Opiumwet te vallen. (13.407)
  • Bracht in 1976 een wet (Stb. 484) tot herziening van het Wetboek van Strafrecht en Wetboek van Strafvordering tot stand over de tenuitvoerlegging van vermogensstraffen. Het werd onder meer mogelijk de opgelegde boete in termijnen of gedeelten te voldoen, het werd eenvoudiger om geldboetes op saldi van bank- en girorekeningen te verhalen, en teksten werden gemoderniseerd. De duur van de vervangende hechtenis werd beperkt. (13.386)
  • Bracht in 1978 als minister van Algemene Zaken samen met minister Wiegel de Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 581) tot stand, die alle documenten van de rijksoverheid, provincies en gemeenten openbaar verklaart, tenzij er gegronde redenen zijn ze geheim te houden. Het wetsvoorstel was in 1975 ingediend door de ministers Den Uyl en De Gaay Fortman en in 1977 in de Tweede Kamer door Den Uyl verdedigd. (13.418)

als (in)formateur
  • Kreeg op 10 april 1973 samen met ARP-senator W. Albeda het verzoek te onderzoeken hoe op zo kort mogelijke termijn een kabinet kon worden gevormd, dat in voldoende mate steun in de volksvertegenwoordiging kon ondervinden. Van Agt en hij wisten de impasse in de formatie te doorbreken. Zij stelden in hun eindconclusie op 22 april als basis voor de vorming van een kabinet-Den Uyl de portefeuilleverdeling 10-6 (10 progressief, 6 christendemocraten) voor. Verder zou zowel het confessionele programma als het progressieve verkiezingsprogramma basis worden voor het kabinetsbeleid. Over geschilpunten moesten in een pre-constituerend kabinetsberaad procedurele afspraken worden gemaakt. Als formateurs werden Burger en Ruppert voorgesteld.
  • Kreeg op 8 december 1977 de opdracht een kabinet te vormen dat mocht vertrouwen in voldoende mate steun van de volksvertegenwoordiging te ondervinden. Slaagde er op 18 december in deze formatie succesvol af te ronden, nadat CDA en VVD hadden ingestemd met regeerakkoord, verdeling van posten en personele invulling.
  • Kreeg op 2 september 1981 de opdracht om, uitgaande van de conclusies van de heer De Gaay Fortman, een kabinet te vormen, dat zich verzekerd wist van een zo breed mogelijke steun in de volksvertegenwoordiging. Op basis van een door CDA, PvdA en D66 gesloten regeerakkoord voltooide hij daarna de formatie.
  • Kreeg op 8 september 1982 de opdracht een tussenkabinet te formeren. Dat lukte hem op 7 september, waarbij hijzelf de portefeuille Buitenlandse Zaken op zich nam

wetenswaardigheden

woonplaats
Nijmegen

ridderorden
Grootkruis Orde van Oranje-Nassau, 9 december 1982

overige onderscheidingen en prijzen
  • eremedaille voor voortvarendheid en vernuft Huisorde van Oranje, 19 september 1974
  • ereburger van Geldrop, 30 augustus 1980
  • erepenning Provincie Noord-Brabant
  • ereburger van Lille (Frankrijk)

hobby's
  • hockey (in zijn jeugdjaren)
  • wielrennen (bezocht enkele malen de Tour de France)

militaire dienst
  • dienstplichtig militair, 1955 (na zes weken op medische gronden ontslagen)

publicaties/bronnen

publicaties
  • "Samenwerking en samenwerkingsvormen in de landbouw", 1964 (pré-advies voor de vereniging voor agrarisch recht)
  • "Corporaties in overtreding", 1965 (bijdrage in bundel opstellen over recht en rechtsgeschiedenis aangeboden aan prof.mr. B.H.D. Hermesdorf)
  • "De functie van de wetgever met betrekking tot het normbesef" (pré-advies voor de rechtskundige afdeling van het Thymgenooschap)
  • "Naar een extravert strafrecht", 1969 (inaugurale rede in Nijmegen)
  • "Het ziekenhuis en de eerbied voor het menselijk leven", 1971 (bijdrage in de bundel juridische problemen in en rondom het ziekenhuis)
  • "Zijn nadere voorzieningen van wetgevende aard wenselijk ten aanzien van het tuchtrecht en tuchtprocesrecht", 1971 (preadvies aan de Nederlandse Juristenvereniging)
  • "Kraanvogels" (reisverhalen, 1999)
  • "Een schreeuw om recht. De tragedie van het Palestijnse volk" (2009)

literatuur/documentatie
  • Interview met G. Puchinger in: "Toekomst van het christendom" (1974)
  • "Sapristi! Van Agt" samengesteld door D. ten Berge (citatenboekje)
  • G. Puchinger, "Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw" (1984)
  • D. Dijksman en G. van de Westelaken, "Wonend in de oorschelp van de heer. De jongensjaren van Dries van Agt", in: Haagsche Post 51, 23-12-1978
  • P.G. Kroeger en J. Stam, 'Eenzame vluchter', in: "De rogge staat er dun bij", 80-86
  • P. Bootsma en P.G.T.W. van Griensven, "'Teleurstelling is mijn opperste emotie'. Vragen over emotie in de politiek aan A.A.M. van Agt", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2003
  • A. Koster, "De eenzame fietser, insiders over de politieke loopbaan van Dries van Agt" (2007)
  • P. Bootsma, P.G.T.W. van Griensven en J. van Merriënboer, "Van Agt. Biografie" (2008)
  • "De Volkskrant", 14-10-1982

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

uitgebreide versie

uitgebreide versie
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met een redactioneel profiel, beroepen, partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding, wetenswaardigheden etc. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft. reageer

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.