Mr. A.A.M. (Dries) van Agt

Foto Mr. A.A.M. (Dries) van Agt CDA-voorman, jurist en premier van KVP-huize. Stond als hoogleraar strafrecht bekend als vernieuwingsgezind en bracht als minister van Justitie belangrijke wetten tot stand. Vicepremier in het kabinet-Den Uyl. Kwam in de kabinetten-Biesheuvel en -Den Uyl diverse malen in politieke problemen, onder meer door discussies over de vrijlating van de Drie van Breda, de abortuskwestie en de affaire-Menten. Werd in 1977 de eerste leider van het CDA en was daarna vijf jaar premier. Werd de politieke tegenvoeter van PvdA-leider Den Uyl. Even populair bij zijn achterban als verguisd door zijn tegenstanders. Stapte na de verkiezingen van 1982 op als politiek leider. Nadien Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant en EG-ambassadeur. Relativeerde de politiek en zichzelf, maar was tactisch sterk. Formuleerde zorgvuldig en viel op door zijn kleurrijke en soms archaïsche taalgebruik.

KVP, CDA
in de periode 1971-1987: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, minister-president, viceminister-president, Commissaris van de Koning(in)

voornamen (roepnaam)

Andreas Antonius Maria (Dries)

personalia

geboorteplaats en -datum
Geldrop, 2 februari 1931

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

partij/stroming

partij(en)
  • KVP (Katholieke Volkspartij), tot 11 oktober 1980 
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980 

hoofdfuncties

  • advocaat, advocatenkantoor "Van der Putt, Nijst, Van Sandick en Depla" te Eindhoven, van 1 januari 1956 tot 1958 
  • ambtenaar directie juridische en bedrijfsorganisatorische zaken (rangen: referendaris tweede klasse, in 1960 referendaris, in 1963 administrateur), ministerie van Landbouw en Visserij, van 1958 tot 1963 
  • ambtenaar stafafdeling wetgeving publiekrecht (rang: administrateur), ministerie van Justitie, van 1963 tot maart 1968 
  • wetenschappelijk medewerker juridische faculteit (rang: wetenschappelijk hoofdambtenaar-a), Katholieke Universiteit Nijmegen, van maart 1968 tot 1 oktober 1968 
  • hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht, Katholieke Universiteit Nijmegen, van 1 oktober 1968 tot 6 juli 1971 
  • raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof te Arnhem, van januari 1971 tot 6 juli 1971 
  • minister van Justitie, van 6 juli 1971 tot 8 september 1977 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 januari 1973 tot 22 april 1973 
  • minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk ad interim, van 24 april 1973 tot 11 mei 1973 (in verband met ziekte minister Engels) 
  • viceminister-president, van 11 mei 1973 tot 8 september 1977 
  • fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 26 mei 1977 tot 19 december 1977 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 19 december 1977 
  • minister-president en minister van Algemene Zaken, van 19 december 1977 tot 4 november 1982 
  • fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 mei 1981 tot 24 augustus 1981 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 10 juni 1981 tot 9 september 1981 
  • minister van Buitenlandse Zaken, van 29 mei 1982 tot 4 november 1982 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1982 tot 16 juni 1983 
  • Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, van 16 juni 1983 tot 1 april 1987 (benoemd bij K.B. van 16 mei) 
  • ambassadeur van de Europese Gemeenschap te Tokio, van 1 april 1987 tot januari 1990 
  • ambassadeur van de Europese Gemeenschap te Washington, van januari 1990 tot 1 april 1995 (benoemd in augustus 1989) 

partijpolitieke functies

vorige
  • rapporteur KVP-commissie over de mensenrechtensituatie in Portugal, 1968 
  • voorzitter Centrum voor Staatkundige Vorming (wetenschappelijk bureau van de KVP), van december 1969 tot juli 1971 
  • lid stuurgroep kernprogramma KVP 1971-1975 (eindredacteur) 
  • politiek leider CDA, van 22 oktober 1976 tot 13 oktober 1982 

lijsttrekkerschap etc.
  • lijsttrekker CDA Tweede Kamerverkiezingen 1977, van 22 oktober 1976 tot 25 mei 1977 (eerste lijsttrekker CDA) 
  • lijsttrekker CDA Tweede Kamerverkiezingen 1981, van 21 februari 1981 tot 26 mei 1981 
  • lijsttrekker CDA Tweede Kamerverkiezingen 1982, van 3 juli 1982 tot 8 september 1982 

nevenfuncties

huidige
  • lid InterAction Council 
  • lid COEUR (Council on European Responsibilities), Genève/Brussel 
  • lid Comité d'Action pour un Parlément Mondial, Neuilly sur Seine 
  • lid International Ethical, Political and Scientific Collegium, Parijs 
  • lid International Board of Regents "Bethlehem University", vanaf 2001 
  • gasthoogleraar "Kwansei Gakuin University", Nishinomiya, Japan, vanaf 2004 
  • lid van een aantal besturen en adviesraden in Nederland 
  • lid van een aantal advisory boards in Europa en Japan 

vorige
  • lid bestuur Katholiek Bijzonder Gezins- en Jeugdwerk (begin jaren '60) 
  • voorzitter Katholiek Instituut voor Maatschappelijk en Sociaal-Cultureel Werk, van 1964 tot 1969 
  • informateur, van 10 april 1973 tot 23 april 1973 (samen met W. Albeda) 
  • kabinetsformateur, van 8 december 1977 tot 19 december 1977 
  • kabinetsformateur, van 2 september 1981 tot 11 september 1981 
  • kabinetsformateur, van 25 mei 1982 tot 29 mei 1982 
  • lid Raad van Advies, Stichting Vredes Politiek te 's Gravenhage, vanaf februari 1983 
  • lid Raad van Commissarissen N.V. DSM te Heerlen, vanaf 1 mei 1983 
  • lid Raad van Commissarissen Beheersmaatschappij Bouwbedrijf Wessels Rijssen BV 
  • q.q. voorzitter Raad van Commissarissen N.V. PNEM (Provinciale Noordbrabantse Electriciteitsmaatschappij) 
  • voorzitter Raad van Commissarissen N.V. Waterwinningsbedrijf Brabantse Biesbosch 
  • lid bestuur Stichting Foster Parents Plan Nederland 
  • voorzitter Nationaal Campagne Comité Nederlands Rode Kruis 
  • voorzitter curatorium "Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum Overloon" 
  • lid bestuur Stichting Katholieke Hogeschool te Tilburg 
  • voorzitter Stichting Dredging Engeneering en Management Studies (DEMAS) te 's Gravenhage 
  • voorzitter hoofdbestuur VEEN (Vereniging van Exploitanten van Electriciteitsbedrijven in Nederland) 
  • voorzitter Nederlands Comité van het Europees jaar van het milieu, tot 1 april 1987 
  • lid Raad van Commissarissen Raptim Intercontinental Holding B.V. te 's Gravenhage 
  • lid Board of Trustees, International Green Cross 
  • lid algemeen bestuur, Atlantische Commissie 
  • voorzitter Raad van Commissarissen "Reggeborgh" B.V., Rijssen 
  • voorzitter Raad van Advies "Stichting Cosmocenter" 
  • gasthoogleraar Ritsumeikan University te Kyoto, van 1995 tot 1996 
  • gasthoogleraar United Nations University, Tokyo, 1999 
  • voorzitter comité fondsenwerving ontwikkeling "Von Siebold Huis" te Leiden, vanaf juli 1999 
  • gasthoogleraar Kwansei Gakuin University, Nishinomiya, 2001 
  • voorzitter adviesraad, Stichting "International Forum for Justice and Peace" (stichting die zich inzet voor de Palestijnen) 

erefuncties, comité's van aanbeveling etc.
  • lid Comité van Aanbeveling van United Netherlands 
  • lid Comité van Aanbeveling Edmund Burke-Stichting, 2004 
  • beschermheer Stichting Service Médical 
  • honorary chairman Canon Foundation, Amstelveen 

opleiding

lager onderwijs
  • R.K. Nazareth-school te Geldrop, van 1937 tot 1943 

voortgezet onderwijs
  • gymnasium-a, R.K. "Gymnasium Augustinianum" te Eindhoven, van 1943 tot 1949 

academische studie
  • Nederlands recht: privaatrecht, Katholieke Universiteit Nijmegen, van augustus 1949 tot 8 juni 1955 (cum laude) 

eredoctoraten
  • eredoctor Ritsumeikan University Kyoto (Japan) 
  • eredoctor Kwansei Gakuin University, Nishinomiya 
  • eredoctor Hansung University, Seoul 
  • eredoctor University of South Carolina (VS) 

activiteiten

als minister-president
  • Het financieel-economische beleid van zijn eerste kabinet werd in 1978 uiteen gezet in de Nota 'Bestek'81' 
  • Zijn eerste kabinet sloot zich in december 1979 aan bij het NAVO-besluit tot plaatsing van kruisraketten in Nederland, maar maakte daarbij wel een voorbehoud. Bracht voorafgaand aan dit besluit bezoeken aan diverse NAVO-partners om steun te krijgen voor een afwijkend Nederlands standpunt. Verdedigde dit beleid samen met de ministers Van der Klaauw en Scholten met succes in de Tweede Kamer. 
  • Tijdens zijn premierschap vond, op 30 april 1980, de inhuldiging van Beatrix plaats als Koningin. De plechtigheid werd overschaduwd door grootscheepse rellen in de Amsterdamse binnenstad, waartoe door de kraakbeweging was opgeroepen. Daarbij vielen tientallen gewonden, zowel aan de zijde van de politie als aan de kant van de demonstranten. 
  • Tijdens zijn kabinet liep in 1980 de werkloosheid op tot ruim 200.000 personen; in 1981 steeg dat aantal tot boven de 400.000 
  • Bracht in april 1980 samen met minister Van der Klaauw een officieel bezoek aan Indonesië 
  • Bracht in oktober 1980 samen met minister Van der Klaauw een officieel bezoek aan de Volksrepubliek China om over internationale politieke vraagstukken en over verbetering van de economische betrekkingen te spreken. Het was het eerste bezoek van een Nederlandse premier aan China. 
  • Bracht in april 1981 in het kader van het Nederlandse EU-voorzitterschap samen met minister Van der Klaauw een bezoek aan de Verenigde Staten, onder meer om over een Europees initiatief over het Midden-Oosten te spreken 
  • In zijn tweede kabinet ontstond nog voor het afleggen van de regeringsverklaring een crisis over het te voeren financiële beleid, die na bemiddeling door De Galan en Halberstadt kon worden opgelost 
  • Tijdens zijn tweede kabinet werd (21 november 1981) in Amsterdam de eerste grote anti-kruisrakettendemonstratie gehouden 
  • Onenigheid over de financiering van het werkgelegenheidsbeleid in het kabinet leidde op 12 mei 1982 tot het uittreden van de PvdA-ministers en tot een kabinetscrisis 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Deelde op 26 februari 1972 mee dat het kabinet de Drie van Breda (Fischer, Kotälla en Aus der Fünten), gratie wilde verlenen. Moest dit besluit terugnemen (op 3 maart) na heftig protest vanuit de samenleving, dat was gevolgd door een emotionele hoorzitting op 24 februari, en nadat de Tweede Kamer een dag daarna een motie-Voogd met 85 tegen 61 stemmen had aangenomen die zich tegen het besluit uitsprak. 
  • Bracht in 1972 samen met minister Geertsema een mede op basis van het werk van regeringscommissaris J.M. Polak opgestelde nota vraagpunten over herziening van de Politiewet uit. De nota gaat onder meer in op het beheer (rijkspolitie naast gemeentepolitie), mogelijke vorming van gewestelijke politie en vorming van landelijke politiediensten. (10.124) 
  • Bracht in 1972 samen met minister De Koster een nota over herziening van het militair tuchtrecht uit, waarin een aantal versoepelingen worden aangekondigd. (11.689) 
  • Bracht in 1972 samen met minister Stuijt een notitie uit over achtergronden en risico's van druggebruik. Hierin wordt voorgesteld het gebruik van hennepproducten niet langer als misdrijf te beschouwen, maar dit als overtreding aan te duiden. (11.742) 
  • Diende in juni 1972 samen met minister Stuijt een wetsvoorstel over afbreking van zwangerschap (abortus) in, dat uitging van het principe 'nee, tenzij'. Dit voorstel werd in 1975 ingetrokken en daarna door Van Schaik en Van Leeuwen opnieuw ingediend als initiatiefvoorstel. (11.890) 
  • Loodste in 1974 samen met minister De Gaay Fortman een wetsvoorstel door de Tweede Kamer over afschaffing van het stakingsverbod voor ambtenaren en spoorwegpersoneel. Het wetsvoorstel was in 1970 ingediend en werd in 1979 door de ministers De Ruiter en Wiegel in het Staatsblad gebracht. (11.001) 
  • Kwam in 1974 en 1976 in conflict met de Tweede Kamer over de voorgenomen sluiting van de abortuskliniek "Bloemenhove" te Heemstede; kwam terug op het voornemen tot sluiting (13.161 & 13.964) 
  • Verleende vanaf 1974 subsidie aan experimenten met Bureau voor Rechtshulp. Uiteindelijk waren er in 1977 in alle negentien arrondissementen dergelijke door het ministerie van Justitie gesubsidieerde bureaus. 
  • Speelde een belangrijke rol bij de afwikkeling van de gijzelingen door Zuid-Molukse jongeren in 1975 en 1977 
  • Onder zijn verantwoordelijkheid vaardigde het Openbaar Ministerie in oktober 1976 richtlijnen uit voor het opsporings- en strafvervolgingsbeleid inzake strafbare feiten van de Opiumwet. Hierbij wordt de basis gelegd voor een gedoogbeleid, waarbij nadruk komt te liggen op vervolging van de grootschalige handel in harddrugs. 
  • Verdedigde in 1982 als minister van Buitenlandse Zaken, samen met staatssecretaris Van Houwelingen, het besluit tot verlenging met een maand van de Nederlandse deelname van de VN-missie in Zuid-Libanen (Unifil). Verlenging was nodig vanwege een Israëlische invasie in Libanon. 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1972 samen met minister Stuijt een wijziging (Stb. 394) van de Medische Tuchtwet tot stand. Hierdoor wordt onder meer openbare behandeling van tuchtzaken en publicatie van uitspraken mogelijk. Het wetsvoorstel was in 1969 ingediend door staatssecretaris Kruisinga en minister Polak. (9992) 
  • Bracht in 1972 een herziening (Stb. 461) van de Wet op de rechtelijke organisatie tot stand. Er komt evenwicht in de salariëring bij de zittende en staande magistratuur en in een aantal gevallen komen er salarisschalen in plaats van vaste salarissen. De leeftijdsvereisten vervallen. De functie van gerechtsauditeur wordt ingevoerd, als aanvangsfunctie voor de zittende magistratuur. De functie van substituut-officier van justitie wordt aanvangsfunctie voor de staande magistratuur. Voor verkeersdelicten komt er een verkeersschout, die dezelfde taak en positie heeft als de officier van justitie, maar dan op een beperkt terrein. (10.808) 
  • Bracht in 1972 samen met de ministers Engels en Langman wetten (Stbb. 569 en 579) tot herziening van het auteursrecht tot stand. Daartoe wordt de Auteurswet gemoderniseerd en in overeenstemming gebracht met een herziening van de Berner Conventie. Vertalingen, verfilmingen, muziekschikkingen en andere bewerkingen worden op dezelfde wijze als zelfstandige werken beschermd. Het auteursrecht in relatie tot radio- en televisie-uitzendingen wordt eveneens geregeld. Het overnemen van een artikel in een dag-, nieuws- of weekbladen is toegestaan, mits de bron wordt vermeld. Door amendering wordt kopiëren voor studie niet als inbreuk op het auteursrecht beschouwd. De wetsvoorstellen waren in 1964 door de ministers Scholten, Bot en Andriessen ingediend. (7877 & 7889) 
  • Bracht in 1972 samen met de ministers Udink en Lardinois een wet (Stb. 578) tot herziening van de onteigeningsprocedure tot stand, waardoor de administratieve en gerechtelijke procedures voor onteigening worden versneld. Bij onteigeningen die in het belang van de ruimtelijke ontwikkeling en de volkshuisvesting uit hoofde van een besluit van de gemeenteraad plaatsvinden, worden de termijnen voor goedkeuring verkort. Verder wordt de mogelijkheid geopend om bij onteigening in het kader van een bestemmingsplan, bouwplan, alsmede bij krotopruiming af te zien van een wettelijke nutsverklaring. Het deskundigenonderzoek bij de gerechtelijke procedure kan al plaatsvinden voordat tot onteigening is gedagvaard. Het voorstel was in 1970 ingediend door de ministers Polak, Schut en Lardinois. (10.590) 
  • Bracht in 1973 samen met minister Udink een wijziging (Stb. 282) van de Wegenverkeerswet tot stand, waardoor een bloedproef op alcoholgebruik in het verkeer mogelijk wordt en de strafmaat voor rijden onder invloed wordt verhoogd. Het wetsvoorstel was in 1969 ingediend door de ministers Polak en Bakker en in 1972 in de Tweede Kamer medeverdedigd door minister Drees. (10.038) 
  • Bracht in 1973 een wet tot stand tot goedkeuring van de op 16 december 1970 te 's-Gravenhage en op 23 september 1971 te Montreal tot stand gekomen Verdragen tot bestrijding van vliegtuigkapingen, alsmede de wet tot uitvoering daarvan (11.865 & 11.866) 
  • Bracht in 1973 een wet (Stb. 509) tot herziening van het Wetboek van Strafvordering tot stand betreffende de toevoeging van een raadsman en toepassing van voorlopige hechtenis. Aan een verdachte moet voor het verhoor worden meegedeeld dat hij niet verplicht is te antwoorden. Een verdachte van een misdrijf krijgt altijd een raadsman toegewezen, die hem/haar bij het verhoor kan bijstaan. De gevallen waarin voorlopige hechtenis plaatsvindt, worden beperkt en de mogelijkheid van voorwaardelijke opschorting of schorsing van de voorlopige hechtenis worden verruimd. Bij de toepassing van de voorlopige hechtenis moet steeds na dertig dagen door de rechter worden beslist of de hechtenis wordt verlengd. Het wetsvoorstel was in 1969 ingediend door minister Polak. (9994) 
  • Bracht in 1974 samen met staatssecretaris Stemerdink een wet (Stb. 537) tot stand waardoor het verzwaard arrest als straf verdween uit het militair strafrecht. Het wetsvoorstel was in 1971 ingediend met minister De Koster als mede-indiener. (11.546) 
  • Bracht in 1975 samen met minister De Gaay Fortman de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Wet AROB) (Stb. 284) en een wijziging (Stb. 285) van de Wet op de Raad van State tot stand. Hierdoor kunnen burgers bij een nieuwe afdeling rechtspraak van de Raad van State in beroep kunnen gaan tegen beschikkingen van lagere overheden. Het wetsvoorstel was in 1971 ingediend door de ministers Beernink en Polak. (11.279 & 11.280) 
  • Bracht in 1975 de Wet voorlopige regeling schadefonds geweldsmisdrijven (Stb. 382) tot stand (12.131) 
  • Bracht in 1976 wetten tot invoering van Boek 2 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek tot stand. Hierdoor wijzigt het verenigingsrecht en het recht betreffende rechtspersonen. De bepalingen over N.V.'s en B.V.'s gaan over het Wetboek van Koophandel naar het Burgerlijk Wetboek. Ook stichtingen, alsmede de bepalingen over jaarrekeningen en enquête vallen onder het NBW. Voor het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid door een vereniging is niet langer goedkeuring van de overheid vereist. Alleen verenigingen die zijn ingeschreven in het verenigingsregister hebben volledige rechtsbevoegdheid. (11.005) 
  • Bracht in 1976 samen met minister Boersma een wet (Stb. 295) inzake een ontslagverbod bij huwelijk, zwangerschap en bevalling tot stand. (12.403) 
  • Bracht in 1976 samen met minister Vorrink een wijziging (Stb. 424) van de Opiumwet tot stand, waardoor er in het strafrecht onderscheid wordt gemaakt tussen soft- en harddrugs. Het bezit van hennepproducten voor eigen gebruik wordt als overtreding (en niet als misdrijf) beschouwd. Amfetaminen komen onder de werking van de Opiumwet te vallen. (13.407) 
  • Bracht in 1978 als minister van Algemene Zaken samen met minister Wiegel de Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 581) tot stand, die alle documenten van de rijksoverheid, provincies en gemeenten openbaar verklaart, tenzij er gegronde redenen zijn ze geheim te houden. Het wetsvoorstel was in 1975 ingediend door de ministers Den Uyl en De Gaay Fortman en in 1977 in de Tweede Kamer door Den Uyl verdedigd. (13.418) 

wetenswaardigheden

algemeen
  • In februari 1970 medeondertekenaar (met onder anderen Albeda, De Gaay Fortman, Mommersteeg en Steenkamp) van een open brief aan de partijbesturen van KVP, ARP en CHU om te komen tot een vooruitstrevende christendemocratische partij 
  • Vergaloppeerde zich op 13 september 1971 als pas aangetreden minister op een kennismakingsbijeenkomst met de pers door de opmerking dat hij het moeilijker zou krijgen met een besluit over eventuele vrijlating van de Drie van Breda (drie tot levenslang veroordeelde Duitse oorlogsmisdadigers), omdat hij jonger was dan zijn voorganger (Polak) en bovendien anders dan hij 'ariër'. Bood voor deze uitlating zijn excuses aan. 
  • Kreeg voorafgaand aan het Kamerdebat in 1972 over de 'Drie van Breda' te maken met bedreigingen en moest door een lijfwacht van de rijkspolitie beschermd worden. Zijn gezin verbleef in die tijd op een geheim adres. 
  • Verdedigde in 1973 als minister van CRM ad interim in de Eerste Kamer een wet tot verhoging van de omroepbijdrage 
  • Lanceerde in december 1974 in een debat over de abortuskliniek 'Bloemenhove' de term 'ethisch reveil' 
  • Bleef in 1976 aan als minister van Justitie ondanks kritiek op zijn abortusbeleid (met name rond de abortuskliniek Bloemenhove), om, zoals hij op 30 juli 1976 aan de Tweede Kamer schreef, greep te kunnen houden op verdere ontwikkelingen ten aanzien van de wetgeving op het gebied van abortus provocatus (kamerstuk 13.964) 
  • Was de beoogde nieuwe Commissaris van de Koningin in Limburg, als opvolger van Van Rooy die in 1977 zou aftreden. Die benoeming ging echter niet door, omdat het CDA een beroep op hem deed om lijsttrekker te worden. 
  • Omschreef op 22 oktober 1976 in de rede waarin hij het lijsttrekkerschap aanvaardde de positie van het CDA met de woorden: "Wij maken geen buigingen naar links en wij maken geen buigingen naar rechts." 
  • Kwam in november 1976 in politieke problemen toen, terwijl hij een bezoek bracht aan Roemenië, de van oorlogsmisdaden beschuldigde Pieter Menten zich aan strafvervolging wist te onttrekken. Zijn beleid werd sterk bekritiseerd in debatten in de Tweede Kamer op 18 november 1976 en 23 februari 1977. 
  • Verklaarde op 23 februari 1977 dat zijn aversie tegen de politiek was verhevigd, omdat de PvdA-fractie, ondanks ernstige kritiek op zijn functioneren, uit politieke overwegingen geen motie van afkeuring wenste in te dienen 
  • Weigerde in 1977 een door hem als eerste ondertekend wetsvoorstel tot wijziging van de Onteigeningswet verder te verdedigen. Zijn partijgenoot De Bekker had een amendement ingediend dat het wetsvoorstel ingrijpend zou veranderen en hij wilde dat daaraan tegemoet zou worden gekomen. Toen daarover geen overeenstemming kon worden bereikt, ontstond een breuk in het kabinet-Den Uyl. 
  • Legde op 24 augustus 1981 het fractievoorzitterschap neer, nadat twaalf fractieleden tegen zijn zin vóór het onderhandelingsresultaat van de formatie hadden gestemd en zestien tegenstemmers verklaarden dat alleen te hebben gedaan vanwege zijn dreigement om op te stappen. Beval - tot diens ontstemming - Jan de Koning aan als zijn opvolger; de fractie koos Ruud Lubbers. 
  • Maakte op 13 oktober 1982 bekend niet langer beschikbaar te zijn voor een premierschap of ministerschap. Naar hij verklaarde, vanwege het afnemen van zijn vitaliteit: "Teveel, (....), om fris en vief van start te kunnen gaan voor weer een tour de force van in beginsel vier jaar." 
  • Trad als Commissaris van de Koningin nogal solistisch op, waardoor de samenwerking met de gedeputeerden moeizaam verliep. Dit, en de betrekkelijke kleinschaligheid van de problemen in Brabant, deden hem besluiten al binnen de eerste ambtstermijn te vertrekken als Commissaris. 
  • Zijn aantreden als EG-ambassadeur in de Verenigde Staten liep enige vertraging op, omdat hij (als eerste EG-ambassadeur) zijn geloofsbrieven op het Witte Huis aan president Bush wilde overhandigen 
  • Voerde op 12 juni 2013 in de Tweede Kamer het woord als initiatiefnemer van het burgerinitiatief 'Sloop de Muur', dat pleit voor sancties tegen Israël omdat de muur tussen Israël en de Palestijnse gebieden in strijd is met het internationaal recht 

uit de privésfeer
  • Een oom van hem (A.M.C.M. van Agt) was burgemeester van Heeze. Hij was gehuwd met Lies Bruineman, een dochter van J.A.M. Bruineman (RK-Eerste Kamerlid). 
  • Rinus Peijnenburg was op de lagere school een twee jaar oudere schoolgenoot van hem 
  • Op de middelbare school was Hans Gruijters een klasgenoot van hem 
  • In Nijmegen studiegenoot van Fons van der Stee 
  • Zijn vader was textielfabrikant (firma "Van Agt en Zoonen") te Geldrop 

anekdotes en citaten
  • Professor Steenkamp zei eens over hem, dat hij in onderhandelingen zich gedroeg als "een betonnen bunker met bloemetjes versierd" 
  • Bediende zich soms van archaïsche woorden of uitdrukkingen als 'gij', 'fiks' en 'm'n beste' en van kleurrijk taalgebruik als 'het politieke bos'. Bekend is zijn uitspraak in december 1977 dat hij het land niet zou opzadelen met een kabinet dat zou bestaan uit 'luiaards, ijdeltuiten en non-valeurs'. 
  • PvdA-leider Joop den Uyl noemde hem eens een nogal raadselachtige figuur: "Je weet wel wat hem drijft, maar niet waarheen." 
  • Zei in 1976 tijdens het eerste Menten-debat: "Als ik niet weiger een vraag te beantwoorden en ik beantwoord haar toch niet, dan kan de verklaring daarvoor geen andere zijn dan dat ik het niet weet." 
  • Toen de PPR in 1977 het CDA had uitgesloten als toekomstige regeringspartner zei hij: "Het jochie dat een tijdje mocht meedoen met het voetballen van de grote knullen heeft met luid misbaar het speelveld verlaten. Wij zwaaien het ventje vriendelijk uit." 
  • Nadat hij in 1980 bij de algemene beschouwingen door maag- en darmproblemen een dag verhinderd was geweest, verontschuldigde hij zich toen hij hersteld was met de woorden: "Ik maakte even een ontregeling van mijn fysiek functioneren door, een biologische recessie zogezegd van, naar ik u kan verzekeren, louter conjuncturele aard." 
  • Was soms op cruciale momenten 'ziek'. Bijvoorbeeld in 1981 nadat De Gaay Fortman tot informateur was benoemd, in dat zelfde jaar tijdens de algemene beschouwingen nadat van verschillende kanten kritiek was geuit op zijn optreden tijdens het debat, en in 1982 kort voor zijn terugtreden als politiek leider. 
  • Toen hem na zijn vertrek als premier werd gevraagd hoe men hem zou herinneren, zei hij: "als een clair obscur, dat straks in de herinnering zal vervagen als het veelkleurig loofbos onder de melancholieke nevels van de herfst". 

woonplaats
Nijmegen

ridderorden
Grootkruis Orde van Oranje-Nassau, 9 december 1982

overige onderscheidingen en prijzen
  • eremedaille voor voortvarendheid en vernuft Huisorde van Oranje, 19 september 1974 
  • ereburger van Geldrop, 30 augustus 1980 
  • erepenning Provincie Noord-Brabant 
  • ereburger van Lille (Frankrijk) 

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid eb abactis Nijmeegs Studentencorps "Carolus Magnus"

hobby's
  • hockey (in zijn jeugdjaren) 
  • wielrennen (bezocht enkele malen de Tour de France) 

militaire dienst
  • dienstplichtig militair, 1955 (na zes weken op medische gronden ontslagen) 

publicaties/bronnen

publicaties
  • "Samenwerking en samenwerkingsvormen in de landbouw", 1964 (pré-advies voor de vereniging voor agrarisch recht) 
  • "Corporaties in overtreding", 1965 (bijdrage in bundel opstellen over recht en rechtsgeschiedenis aangeboden aan prof.mr. B.H.D. Hermesdorf) 
  • "De functie van de wetgever met betrekking tot het normbesef" (pré-advies voor de rechtskundige afdeling van het Thymgenooschap) 
  • "Naar een extravert strafrecht", 1969 (inaugurale rede in Nijmegen) 
  • "Het ziekenhuis en de eerbied voor het menselijk leven", 1971 (bijdrage in de bundel juridische problemen in en rondom het ziekenhuis) 
  • "Zijn nadere voorzieningen van wetgevende aard wenselijk ten aanzien van het tuchtrecht en tuchtprocesrecht", 1971 (preadvies aan de Nederlandse Juristenvereniging) 
  • "Kraanvogels" (reisverhalen, 1999) 
  • "Een schreeuw om recht. De tragedie van het Palestijnse volk" (2009) 

literatuur/documentatie
  • Interview met G. Puchinger in: "Toekomst van het christendom" (1974) 
  • "Sapristi! Van Agt" samengesteld door D. ten Berge (citatenboekje) 
  • G. Puchinger, "Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw" (1984) 
  • D. Dijksman en G. van de Westelaken, "Wonend in de oorschelp van de heer. De jongensjaren van Dries van Agt", in: Haagsche Post 51, 23-12-1978 
  • P.G. Kroeger en J. Stam, 'Eenzame vluchter', in: "De rogge staat er dun bij", 80-86 
  • P. Bootsma en P.G.T.W. van Griensven, "'Teleurstelling is mijn opperste emotie'. Vragen over emotie in de politiek aan A.A.M. van Agt", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2003 
  • A. Koster, "De eenzame fietser, insiders over de politieke loopbaan van Dries van Agt" (2007) 
  • P. Bootsma, P.G.T.W. van Griensven en J. van Merriënboer, "Van Agt. Biografie" (2008) 
  • "De Volkskrant", 14-10-1982 

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Maastricht, 5 november 1958

echtgeno(o)t(e)/partner
Mr. E.J.Th. Krekelberg, Eugénie Jacqueline Theresia (Eugénie)

kinderen
1 zoon en 2 dochters

vader
F.A.P.M. van Agt, Franciscus Antonius Petrus Maria (Frans)

moeder
A.G.W.S. Frencken, Anna Godefrida Wilhelmina Sophia

beroep grootvader (vaderskant)
fabrikant

beroep grootvader (moederskant)
kantonrechter

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.