Eerste Kamerverkiezingen

De 75 leden van de Eerste Kamer worden eens in de vier jaar door middel van 'getrapte verkiezingen' gekozen. Burgers kiezen de leden van de Provinciale Staten en zij kiezen op hun beurt de leden van de Eerste Kamer. Dit gebeurt binnen drie maanden na de verkiezingen van de Provinciale Staten. Doordat de Eerste Kamerleden niet rechtstreeks door de burgers worden gekozen, staan ze wat verder van de dagelijkse politiek af en kunnen ze zich onafhankelijker opstellen dan Tweede Kamerleden.

Alle Provinciale Statenleden (dat zijn er in totaal 570) brengen op de verkiezingsdag hun stem uit op één van de kandidaten voor de Eerste Kamer. Deze kandidaten staan per partij op één of meer lijsten. Sinds de Eerste Kamerverkiezingen van 2011 is het moeilijker om met voorkeurstemmen in de Eerste Kamer te komen dan voorheen.

De laatste verkiezingen waren op 26 mei 2015. De eerstvolgende verkiezingen voor de Eerste Kamer vinden plaats in 2019.

Kandidaatstelling

De kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer vindt volgens de Kieswet plaats op de dinsdag in de periode van 19 tot en met 25 april of binnen veertig dagen na dagtekening van het koninklijk besluit tot ontbinding van de Eerste Kamer.

Lidmaatschapsvereisten

De vereisten voor het lidmaatschap van de Eerste Kamer zijn hetzelfde als voor de Tweede Kamer, maar een lid van de Eerste Kamer mag niet tevens lid van de Tweede Kamer zijn. Ook kunnen Eerste Kamerleden niet tegelijkertijd minister, staatssecretaris, lid van de Raad van State, lid van de Algemene Rekenkamer of lid van of procureur-generaal of advocaat-generaal bij de Hoge Raad zijn.

Stemwaarde

Niet elk Statenlid heeft een even zware stem. Door 'weging' wordt een relatie gelegd met het inwonertal van de provincie. Het inwonertal (op 1 januari voorafgaand aan de verkiezingen) wordt daarbij gedeeld door het honderdvoud van het aantal Statenleden van de provincie. De uitkomst heet de stemwaarde. In Flevoland heeft één stem in 2015 bijvoorbeeld een stemwaarde van 98, in Limburg een stemwaarde van 238, en in Zuid-Holland een stemwaarde van 655. De op een partij in Provinciale Staten uitgebrachte stemmen worden vermenigvuldigd met de stemwaarde. De uitkomst van deze som heet stemcijfer.

Kiesdeler

De zetelverdeling geschiedt met behulp van de kiesdeler. Deze wordt berekend door de som van de stemcijfers van alle provincies te delen door het aantal beschikbare zetels (75).

Voor iedere partij wordt gekeken welk stemcijfer zij in totaal heeft behaald (in feite dus hoeveel stemmen zij heeft gekregen en welke stemwaarde die stemmen hadden). Dat totaal wordt gedeeld door de kiesdeler. De uitkomst van die deling levert het zetelaantal per partij op.

Lijstverbindingen

De mogelijkheid tot het aangaan van lijstverbindingen is door een wijziging van de Kieswet in 2010 geschrapt. Wel komt het voor dat Statenleden, als hun stem toch geen gewicht in de schaal legt voor een het zeteltal van de eigen partij, die stem uitbrengen op een verwante partij.

Voorkeurstem

Het is voor Statenleden mogelijk om een voorkeurstem uit te brengen. Dat is de laatste jaren in toenemende mate gebeurd. Om met een voorkeurstem te worden gekozen, is sinds een wijziging van de Kieswet in 2010 de gehele kiesdeler nodig. Daarvoor was slechts een halve kiesdeler nodig. Dat betekende toen dat bijvoorbeeld in de Staten van Zuid-Holland twee stemmen voldoende waren om iemand met voorkeurstemmen in de Eerste Kamer te brengen.

Verkiezingen Provinciale Staten

Om de vier jaar worden de leden van de Provinciale Staten gekozen op basis van evenredige vertegenwoordiging. Aan deze verkiezingen kunnen, naast de landelijke politieke partijen, ook provinciale partijen meedoen. De leden van Provinciale Staten kiezen eens in de vier jaar de Eerste Kamer. Dat doen ze kort nadat ze zijn aangetreden. De vorige Provinciale Statenverkiezingen zijn gehouden op 18 maart 2015. De volgende Provinciale Statenverkiezingen zijn op 20 maart 2019.

Verkiezingen 1983 - heden

Tussen 1815 en nu zijn er dikwijls wijzigingen geweest in de manier waarop de Eerste Kamer gekozen werd en hoelang de zittingstermijn was. Zo ook bij de grondwetsherziening van 1983, waarna de zittingstermijn van Eerste Kamerleden van zes naar vier jaar veranderde. Vanaf dit jaar werden alle leden tegelijkertijd gekozen door de Provinciale Staten. Daarnaast werden sindsdien de Kamervoorzitters gekozen door de Kamers zelf.

Geschiedenis wijze van verkiezen

Sinds 1983 worden de 75 leden van de Eerste Kamer iedere vier jaar gekozen middels 'getrapte verkiezingen'. Burgers kiezen de leden van de Provinciale Staten en zij kiezen op hun beurt de leden van de Eerste Kamer. De gedachte is dat Eerste Kamerleden daardoor wat verder af staan van de dagelijkse politiek en zich wat onafhankelijker kunnen opstellen.


meer over