Kabinet-Cals (1965-1966)

Foto kabinet-Calsvergrootglas

Dit centrumlinkse kabinet is het eerste sinds zes jaar mét de PvdA. Het staat bekend als 'kabinet van sterke mannen' en heeft veel ambities. Het tussentijds opgetreden kabinet verwacht na de verkiezingen van 1967 nog vier jaar te kunnen doorregeren, maar komt in de roemruchte Nacht van Schmelzer voortijdig ten val.

Onrust in de samenleving en scepsis over het politieke bestel kenmerken deze kabinetsperiode. Het huwelijk van prinses Beatrix met de Duitser Claus von Amsberg roept in sommige kringen verzet op, vooral omdat dit in Amsterdam wordt voltrokken. Een lichte recessie en tegenvallende financiën bemoeilijken de uitvoering van het regeringsprogramma.

Het kabinet bestaat uit ministers van de KVP, PvdA en ARP. Minister-president Cals is afkomstig uit de KVP. Het kabinet treedt op 14 april 1965 aan en op 27 april wordt de regeringsverklaring afgelegd. Het kabinet wordt op 14 oktober 1966 demissionair. Op 22 november 1966 begint het opvolgende kabinet-Zijlstra met zijn werkzaamheden.

Formatie

Na de crisis rondom de omroepkwestie benoemt de koningin KVP-fractievoorzitter Norbert Schmelzer tot informateur om te kijken of herstel van de coalitie mogelijk is. Hij concludeert dat de meningen van de coalitiepartijen te ver uit elkaar liggen. Uit electoraal oogpunt pleiten bijna alle fractievoorzitters voor een coalitie van confessionelen met de PvdA. Die partij wil zelf ook graag weer regeren (zonder dat eerst verkiezingen plaatsvinden). Jo Cals (KVP) krijgt de breedst mogelijke formatieopdracht en na een maand heeft hij zijn kabinet van KVP, PvdA en ARP rond.

 
datum wat wie tot en met dagen
2 maart 1965 benoeming (in)formateur W.K.N. Schmelzer 12 maart 1965 11
15 maart 1965 benoeming (in)formateur J.M.L.Th. Cals 13 april 1965 29
14 april 1965 beëdiging nieuwe bewindslieden Koningin Juliana 13 oktober 1966 548
14 oktober 1966 kabinet demissionair   21 november 1966 39
22 november 1966 ontslag verleend Koningin Juliana    

Regeringsverklaring

Document

Datum 27 april 1965

 Letterlijke tekst (PDF)

Samenstelling kabinet

Minister-President
Mr. J.M.L.Th. Cals (kvp)

Viceminister-president
Mr. B.W. Biesheuvel (arp)
Dr. A. Vondeling (pvda)

Algemene Zaken
minister: Mr. J.M.L.Th. Cals (kvp)

Buitenlandse Zaken
minister: Mr. J.M.A.H. Luns (kvp)
staatssecretaris: Mr. L. de Block (kvp)
staatssecretaris: Mr. M. van der Stoel (pvda) (22 juli 1965 - 22 november 1966)

Justitie
minister: Dr. I. Samkalden (pvda)

Binnenlandse Zaken
minister: J. Smallenbroek (arp) (14 april 1965 - 31 augustus 1966)
minister a.i.: Dr. I. Samkalden (pvda) (31 augustus 1966 - 5 september 1966)
minister: Dr. P.J. Verdam (arp) (5 september 1966 - 22 november 1966)
staatssecretaris: Drs. Th.J. Westerhout (pvda) (12 juli 1965 - 22 november 1966)

Onderwijs en Wetenschappen
minister: Dr. I.A. Diepenhorst (arp)
staatssecretaris: Mr. J.H. Grosheide (arp)

Financiën
minister: Dr. A. Vondeling (pvda)
staatssecretaris: Dr. W.L.G.S. Hoefnagels (kvp) (31 mei 1965 - 22 november 1966)

Defensie
minister: P.J.S. de Jong (kvp)
staatssecretaris: A. van Es (arp)
staatssecretaris: G.H.J.M. Peijnenburg (partijloos) (13 mei 1965 - 22 november 1966)
staatssecretaris: J.J.F. Borghouts (kvp) (12 juli 1965 - 5 februari 1966)
staatssecretaris: H. Schaper (partijloos) (22 juni 1966 - 22 november 1966)

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
minister: Drs. P.C.W.M. Bogaers (kvp)

Verkeer en Waterstaat
minister: J.G. Suurhoff (pvda)
staatssecretaris: Ir. S.A. Posthumus (pvda) (4 mei 1965 - 22 november 1966)

Economische Zaken
minister: Drs. J.M. den Uyl (pvda)
staatssecretaris: Drs. J.A. Bakker (arp)

Landbouw en Visserij
minister: Mr. B.W. Biesheuvel (arp)

Sociale Zaken en Volksgezondheid
minister: Dr. G.M.J. Veldkamp (kvp)
staatssecretaris: Dr. A.J.H. Bartels (kvp)
staatssecretaris: Dr. J.F.G.M. de Meijer (kvp)

Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk
minister: Mr. M. Vrolijk (pvda)
staatssecretaris: C. Egas (pvda) (10 mei 1965 - 22 november 1966)

belast met coördinatie van aangelegenheden Suriname en de Nederlandse Antillen betreffend en met de zorg voor aan Suriname en de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand
minister: Mr. B.W. Biesheuvel (arp)

Zonder portefeuille
minister voor hulp aan ontwikkelingslanden: Mr. Th.H. Bot (kvp)

Mutaties

De staatssecretaris voor Luchtmacht, Borghouts, overlijdt in februari 1966. De partijloze luchtmachtofficier Schaper wordt tot zijn opvolger benoemd.

Minister Smallenbroek van Binnenlandse Zaken besluit in augustus 1966 op te stappen, nadat hij betrokken is geweest bij een verkeersovertreding. Tijdens een nachtelijke rit heeft hij onder invloed een geparkeerde auto beschadigd en dit pas de volgende dag bij de politie gemeld. Prof. Verdam, hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, volgt hem op.

Parlementaire verhoduingen

  Tweede Kamer Eerste Kamer tot 20 september 1966 Eerste Kamer vanaf 20 september 1966 minister­raad/(kabinet)
KVP 50 26 25 6 (11)
PvdA 43 25 22 5 (9)
ARP 13 7 7 3 (6)
partijloos - - - 0 (1)
totaal 106
(70.7%)
58
(77.3%)
54
(72%)
 

Kabinetscrisis

In de 'Nacht van Schmelzer' neemt de Tweede Kamer een motie van KVP-fractievoorzitter Schmelzer aan. In de motie was gevraagd om betere dekking voor de uitgaven op de Rijksbegroting. Het kabinet had bij monde van premier Cals om vertrouwen gevraagd en trok uit het aannemen van de motie de conclusie, dat dit vertrouwen ontbrak.

Financieel-economisch

Het kabinet krijgt te maken met een lagere economische groei en met hogere inflatie. De werkloosheid stijgt ten gevolge van bedrijfssluitingen van grotere bedrijven. De toegenomen welvaart maakt echter wel verdere uitbouw van de socialeverzorgingsstaat mogelijk.

In mei 1966 neemt het kabinet maatregelen om te sterke stijging van lonen (boven de zeven procent) en prijzen tegen te gaan om een inflatiespiraal te voorkomen.

begrotingsbeleid

Het kabinet verhoogt de uitgaven, onder andere voor de bouw van sporthallen, aanleg van wegen, woningbouw en herstructurering van de economie. Door een lichte economische recessie moeten de plannen worden bijgesteld.

De belangrijkste wet die het kabinet tot stand brengt, is in 1966 de Wet op de arbeidsongeschiktheid (WAO).

Bijzonderheden

mijnsluiting

In een nota kondigt het kabinet in december 1965 de geleidelijke sluiting van de steenkolenmijnen in Zuid-Limburg. De nota bevat, naast een mijnsluitingsprogramma, een pakket van steunmaatregelen voor mijnondernemingen die met het oog op de werkgelegenheid de productie zullen voortzetten en maatregelen om industrievestiging in het herstructureringsgebied te stimuleren.

Er zullen in het sociale vlak voorzieningen getroffen voor mijnwerkers die hun arbeidsplaats verloren zien gaan en die nieuw werk moeten vinden.

maatschappelijke onrust

Met name in Amsterdam zorgen Provo's en happenings in 1966 voor toenemende onrust. De kritiek op het politieke bestel krijgt vorm door de groei van de Boerenpartij, de oprichting van D'66 en de opkomst van Nieuw Links.

huwelijk kroonprinses

Het huwelijk van prinses Beatrix en Claus von Amsberg op 10 maart 1966 in Amsterdam leidt tot rellen. Ook een opstand van bouwvakkers over vakantiebonnen, in juli 1966, veroorzaakt in de hoofdstad grote gezagsproblemen.

ruimtelijke ordening

In 1966 verschijnt de Tweede Nota inzake de Ruimtelijke Ordening. Daarin wordt ervan uitgegaan dat er in 2000 ca. 20 miljoen inwoners zullen zijn. Gebundelde deconcentratie (groeikernen buiten de grote steden, zoals Zoetermeer en Purmerend) wordt beleidsuitgangspunt bij het beleid om die groei op te vangen.

Tussen stedelijke gebieden moeten groene bufferzones blijven bestaan. Verstedelijking moet plaatsvinden aan de buitenranden van de Randstad, waardoor het Groene Hart 'groen' kan blijven. Om de groei van het autoverkeer op te vangen, moet de capaciteit van het wegennet vervijfvoudigd worden.

In de nota is ook aangedacht voor openbaar vervoer, recreatie, zoetwatervoorziening en de bestuurlijke organisatie (stadsgewesten).