Motie van afkeuring of wantrouwen

Er zijn twee soorten moties waarmee de Tweede Kamer ernstige kritiek op een bewindspersoon kan verwoorden: de motie van afkeuring en de motie van wantrouwen. Het onderscheid tussen beide soorten is in de praktijk overigens niet altijd even duidelijk. Moties van afkeuring of wantrouwen worden geregeld ingediend, maar zelden aangenomen.

Motie van afkeuring

Een motie van afkeuring veroordeelt beleid van een bewindspersoon (of van het kabinet). De ernst van de verwoorde kritiek kan reden zijn voor ontslagaanvraag.

Een motie van afkeuring wordt soms opgevat als een motie van wantrouwen. Dat is afhankelijk van de lading die een bewindspersoon, het kabinet of de Kamer er zelf aan geven. Een bewindspersoon of kabinet kan de vertrouwenskwestie verbinden aan een motie.

Soms neemt de Kamer een 'motie van treurnis' aan. Dat is een mildere vorm van afkeuring en hoeft bij aanneming dan ook geen consequenties te hebben.

Belangrijker dan aanneming van een motie van afkeuring of treurnis is dan ook de vraag of een bewindspersoon zelf nog het gevoel heeft over voldoende steun in de Kamer te beschikken. Een bewindspersoon (of kabinet) kan ook zelf de vertrouwenskwestie stellen en bijvoorbeeld een motie van wantrouwen of afkeuring proberen uit te lokken. Verwerping daarvan betekent dan dat het vertrouwen van de Kamer er nog is. Overigens kan het, als zo'n motie met geringe meerderheid wordt verworpen, toch aanleiding zijn voor de betreffende bewindspersoon om zich over zijn/haar positie te beraden.

Motie van wantrouwen

Met een motie van wantrouwen spreekt de Kamer uit geen of niet langer vertrouwen te hebben in een bewindspersoon of in het kabinet. Zij kunnen niet anders doen dan daaraan consequenties te verbinden en op te stappen. Hierbij geldt de regel dat een bewindspersoon of kabinet het vertrouwen heeft tot het tegendeel is gebleken. Een motie van vertrouwen kennen we in het Nederlandse staatsbestel niet.

Tegen het gehele kabinet gerichte moties vanaf 1971

jaar

wie

onderwerp

voorstemmers van de motie

2016

Bontes (Bontes/Van Klaveren)

uitslag Oekraïnereferendum

PVV, groep-Bontes/Van Klaveren, 50PLUS, Monasch

2016

Van der Staaij (SGP)/

Dik-Faber (CU)

'Voltooid leven'

SGP, ChristenUnie

2016

Wilders (PVV)

Terrorismebestrijding

PVV, SP, GroenLinks, PvdD, 50PLUS, groep-Bontes/Van Klaveren, groep-Kuzu/Öztürk

2015

Segers (CU) + 7 fractievoorzitters

afhandeling Teeven-deal *

PVV, CDA, D66, GroenLinks, SP, PvdD, SGP, 50PLUS, groep-Bontes/Van Klaveren, groep-Kuzu/Öztürk

2015

Wilders (PVV)

antiterrorismebeleid na aanslagen Parijs

PVV, groep-Bontes/Van Klaveren

2015

Wilders (PVV)

regeringsbeleid t.a.v. vluchtelingen

PVV, groep-Bontes/Van Klaveren

2015

Van Klaveren (Bontes/Van Klaveren)

toelaten asielzoekers

PVV, groep-Bontes/Van Klaveren

2015

Wilders (PVV)

beleid t.a.v. steun aan Griekenland

PVV, SP, groep-Bontes/Van Klaveren

2014

Van Dijck /Wilders (PVV)

betalen door EU opgelegde naheffing

PVV, groep-Bontes/Van Klaveren

2014

Bontes (Bontes/Van Klaveren)

regeringsbeleid

groep-Bontes/Van Klaveren

2014

Wilders (PVV)

regeringsbeleid

PVV, groep-Bontes/Van Klaveren

2013

Wilders (PVV)

regeringsbeleid

PVV, SP, PvdD

2012

Wilders (PVV)

aantreden van het kabinet

PVV

2009

Wilders (PVV)

regeringsbeleid

PVV

2009

Rutte (VVD)

financieel-economisch beleid

VVD, SP, PVV

2009

Verdonk (Verdonk)

procedure rond beleidsprogramma

Verdonk

2008

Wilders (PVV)

beleid rond internetfilm Fitna

PVV

2005

Wilders (Groep-Wilders)

uitkomst referendum Europese Grondwet

Wilders

1993

Bolkestein (VVD)

begrotingsbeleid *

VVD, Janmaat

1988

Kohnstamm (D66) + PvdA

paspoortbeleid

PvdA, D66, PSP

1982

Bakker (CPN)

optreden kabinet-Van Agt III

PvdA, PPR, PSP, CPN

1981

Waltmans (PPR)

Zuid-Afrikabeleid

PvdA, D66, PPR, PSP

1981

Waltmans (PPR)

besluit order onderzeeboten Taiwan

PvdA, D66, PPR, PSP, CPN

1980

Den Uyl (PvdA)

niet-uitvoeren motie olieboycot Zuid-Afrika *

PvdA, D66, PPR, PSP, CPN, 6 leden CDA

1979

Van der Spek (PSP)

kernwapenbeleid

PvdA, D66, PPR, PSP, CPN

1978

Van der Hek (PvdA)/ Brinkhorst (D66)

besluit over Neptune-vervanging

PvdA, D66, PPR, PSP, CPN

1978

Waltmans (PPR)

defensiebeleid

PvdA (m.u.v. Vd Stoel), PPR, PSP, CPN, BP

1977

Wiegel (VVD)

uitstel debat over grondpolitiek

VVD, DS'70, BP, SGP, GPV, RKPN, Nooteboom

1977

Koekoek (BP)

uitstel debat over grondpolitiek

niet behandeld

1976

Wiegel (VVD)

uitstel besluit kredietverzekering RSV

VVD, CHU, DS'70, SGP, GPV, RKPN, BP, 2 leden KVP

1975

Wiegel/ Van Aardenne (VVD)

financieel-economisch beleid

VVD, DS'70, BP

1974

Van Aardenne (VVD)

financieel-economisch beleid

VVD, DS'70, BP

  • Dit is een motie van afkeuring.

Voorbeelden

De enige aangenomen motie van wantrouwen is de motie-Deckers uit 1939 waarin het optreden van het kabinet-Colijn V werd afgekeurd. Het kabinet werd daardoor al na vier dagen demissionair. De enige keer dat nadien een motie tegen het optreden van het kabinet werd ingediend, was in 1982 bij de regeringsverklaring van het kabinet-Van Agt III. Deze motie-Bakker (CPN) kreeg echter alleen steun van PvdA, PPR, CPN en PSP.

In 1966 diende Schmelzer, de fractievoorzitter van de KVP, de grootste regeringspartij, een motie in waarin om betere dekking van de uitgaven werd gevraagd. Hij verklaarde dat zijn motie niet als motie van wantrouwen moest worden uitgelegd. Het kabinet dacht daar echter anders over en diende, na aanneming van de motie, zijn ontslag in.

In 1980 nam de Tweede Kamer een motie aan waarin het kabinet werd opgeroepen een olieboycot tegen het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime in te stellen. Toen minister-president Van Agt later diezelfde vergadering meedeelde dat het kabinet de motie niet zou uitvoeren, diende oppositieleider Den Uyl hierover een motie van afkeuring in. Deze werd verworpen. Staatsrechtelijk had de motie van afkeuring nog zonder gevolgen kunnen blijven. Het kabinet had echter door de motie onaanvaardbaar te verklaren de motie tevens tot motie van wantrouwen gemaakt.

In 1981 kwam de PvdA met een motie waarin het huurbeleid van staatssecretaris Brokx in stadsvernieuwingsgebieden werd afgewezen. Na aanneming verklaarde zowel de staatssecretaris als de Kamermeerderheid vervolgens dat de motie niet als motie van wantrouwen mocht worden uitgelegd. De staatssecretaris bleef gewoon zitten.

In 1988 gaf premier Lubbers aan een tegen minister Van den Broek gerichte motie-Meijer/Nuis de lading 'motie van wantrouwen'. In de motie werd de minister gevraagd de kritische bevindingen van de parlementaire enquêtecommissie paspoortaffaire te onderschrijven en daarnaar te handelen. Van den Broek vond dat onaanvaardbaar en Lubbers verbond aan aanneming van de motie het lot van het kabinet.

Overigens kan alleen al het feit dat een regeringsfractie met een motie van afkeuring of wantrouwen komt voor het kabinet reden zijn om op te stappen. In 1989 diende Voorhoeve (voorzitter van regeringsfractie VVD) een motie in tegen de afschaffing van het reiskostenforfait. Deze motie kwam zelfs niet in stemming, maar het kabinet zag er toch reden in om zijn ontslag in te dienen.

In 1990 trad minister Braks af vanwege een aangekondigde motie van afkeuring van zijn visfraudebeleid. Alleen het feit dat de coalitiegenoot PvdA zo'n motie zou steunen, was voor hem reden om op te stappen. In 1996 trad staatssecretaris Linschoten af, omdat hij voorzag dat er een motie van afkeuring tegen zijn beleid inzake het Ctsv zou worden ingediend.

ministers die aftraden vanwege een motie

naam

jaar

reden

Dyserinck (Marine)

1891

passeren Kamerlid Land bij bevordering (treurnis)

Cool (Oorlog)

1910

verbetering van de pensioenen van officieren

Treub (Financiën)

1916

gelegde verband tussen ouderdomsrente en pensioenbelasting

Bosboom (Oorlog)

1917

oproeping landstormjaarklasse 1908 (treurnis)

Stikker (Buitenlandse Zaken)

1951

Nieuw-Guineabeleid (treurnis)

Hirsch Ballin (Justitie)

1994

ontnemen bevoegdheid IRT-beleid


Meer over...

"Een slag in de lucht" (column Bert van den Braak, 29 december 2006)

"Onkunde of onwil?" (column J.Th.J. van den Berg, 22 december 2006)