Dr. R.F.M. (Ruud) Lubbers

foto Dr. R.F.M. (Ruud) Lubbersvergrootglas Christendemocraat die twaalf jaar minister-president was en daarmee de langstzittende premier. Werd in 1973 als jonge ondernemer minister van Economische Zaken in het kabinet-Den Uyl. Na zijn ministerschap en een jaar 'gewoon' Kamerlid voorzitter van de CDA-fractie. Was vier jaar steunpilaar van het kabinet-Van Agt/Wiegel. Na het mislukte kabinet-Van Agt/Den Uyl werd hij in 1982 premier en CDA-leider. Voerde in kabinetten met de VVD een 'no-nonsense'-beleid dat zorgde voor economisch herstel en vermindering van de staatsschuld. Leidde het CDA in 1986 naar verkiezingswinst en wist die in 1989 te consolideren. Werd daarna premier van een kabinet met de PvdA. Een meester in het vinden van compromisteksten, die vaak tot stand kwamen op zijn werkkamer, het torentje. Na zijn premierschap ontging hem het voorzitterschap van de Europese Commissie en de functie secretaris-generaal van de NAVO. Werd later wel onverwacht Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, maar trad in 2005 voortijdig terug. Harde werker, manager.

CDA, KVP
in de periode 1973-1994: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, minister-president, minister van staat

voornamen (roepnaam)

Rudolphus Franciscus Marie (Ruud)

personalia

geboorteplaats en -datum
Rotterdam, 7 mei 1939

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

opmerkingen over de naam en/of titel
Drs. R.F.M. Lubbers (totdat aan hem op 6 september 2004 door de Radboud Universiteit Nijmegen een eredoctoraat werd verleend)

partij/stroming

partij(en)
  • KVP (Katholieke Volkspartij), van 1964 tot 11 oktober 1980 
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980 

hoofdfuncties

  • directiesecretaris Lubbers' constructiewerkplaats en machinefabriek "Hollandia b.v." te Krimpen aan de IJssel, van 1963 tot 1965 
  • lid directie Lubbers' constructiewerkplaats en machinefabriek "Hollandia b.v." te Krimpen aan de IJssel, van 1965 tot 11 mei 1973 
  • lid Rijnmondraad, van 22 september 1970 tot 11 mei 1973 
  • minister van Economische Zaken, van 11 mei 1973 tot 19 december 1977 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 8 september 1977 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 december 1977 tot 4 november 1982 
  • fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 november 1978 tot 27 mei 1981 
  • waarnemend fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 2 september 1981 tot 11 september 1981 
  • fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 september 1981 tot 4 november 1982 
  • minister-president en minister van Algemene Zaken, van 4 november 1982 tot 22 augustus 1994 
  • fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 mei 1986 tot 14 juli 1986 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juni 1986 tot 14 juli 1986 
  • fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 september 1989 tot 7 november 1989 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 september 1989 tot 7 november 1989 
  • tijdelijk belast met coördinatie van aangelegenheden de Nederlandse Antillen en Aruba betreffend en met zorg voor de aan de Nederlandse Antillen en Aruba te verlenen hulp en bijstand, van 7 november 1989 tot 14 november 1989 (benoemd voor het tijdvak dat nog geen andere minister benoemd was) 
  • minister belast met coördinatie van aangelegenheden de Nederlandse Antillen en Aruba betreffend en met zorg voor de aan de Nederlandse Antillen en Aruba te verlenen hulp en bijstand, van 27 mei 1994 tot 22 augustus 1994 (na het aftreden van minister Hirsch Ballin) 
  • ambteloos, van augustus 1994 tot mei 1995 (vervulde diverse spreekbeurten en deeltijdfuncties) 
  • deeltijd-hoogleraar globalisering van de economie, Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg, van mei 1995 tot 1 januari 2001 (twee dagen per week) 
  • visiting professor Kennedy School for Government, Harvard University te Cambridge (MA, VS), van 1995 tot 1 januari 2001 
  • Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties, van 1 januari 2001 tot 24 februari 2005 (kondigde 20 februari 2005 zijn aftreden aan) 
  • ambteloos, vanaf februari 2005 (vervult diverse deeltijdfuncties) 

ambtstitel
  • minister van staat, vanaf 31 januari 1995 

partijpolitieke functies

vorige
  • vicefractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 december 1977 tot 6 november 1978 
  • lid redactie "AR-staatkunde in christen-democratisch perspectief", van januari 1978 tot december 1980 
  • vicefractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 26 mei 1981 tot 11 september 1981 
  • politiek leider CDA, van 6 november 1982 tot 29 januari 1994 
  • lid Strategisch Beraad CDA, 1995 
  • voorzitter Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, van september 1995 tot 5 juni 1999 
  • adviserend lid dagelijks bestuur CDA, van september 1995 tot 5 juni 1999 

lijsttrekkerschap etc.
  • Was in 1977 nummer 5 op de kandidatenlijst die de KVP opstelde ten behoeve van de (eerste) gezamenlijke kandidatenlijst van het CDA voor de Tweede Kamerverkiezingen 
  • Was in 1981 en 1982 nummer 4 op de CDA-kandidatenlijst bij de Tweede Kamerverkiezingen 
  • lijsttrekker CDA Tweede Kamerverkiezingen 1986, van 1 februari 1986 tot 21 mei 1986 
  • lijsttrekker CDA Tweede Kamerverkiezingen 1989, van 15 juli 1989 tot 6 september 1989 

nevenfuncties

huidige
  • lid directie Beheersmaatschappij "Breesaap" B.V., vanaf maart 2005 
  • voorzitter Stichting voor Vluchteling-Studenten, UAF, vanaf 1 juli 2006 
  • kwartiermaker "Rotterdam Klimaat Initiatief", vanaf 2008 
  • lid "Earth Charter Commission" 

vorige
  • preses Unie van Katholieke Studenten Verenigingen, vanaf 1961 
  • lid bestuur "Justitia et Pax" 
  • secretaris Onderlinge Verzekeringsmaatschappij "Fortuna", vanaf november 1963 
  • lid bestuur Stichting Katholiek Dagnijverheidsonderwijs voor de Scheepvaart 
  • afgevaardigde in het Stichtingsbestuur Katholiek Onderwijsfonds voor de Scheepvaart 
  • penningmeester Katholieke Jonge Werkgevers Vereniging, van 3 oktober 1964 tot 26 november 1965 
  • voorzitter Katholieke Jonge Werkgeversvereniging, van 27 november 1965 tot november 1968 
  • voorzitter Federatie van de organisaties van Katholieke en Protestants-Christelijke Jonge Werkgevers, van 1966 tot 1968 
  • vicevoorzitter Federatie van de organisaties van Katholieke en Protestants-Christelijke Jonge Werkgevers, van 1968 tot 22 november 1968 
  • voorzitter Christelijke Jonge Werkgevers, van 23 november 1968 tot 11 april 1969 (na fusie) 
  • lid bestuur Christelijke Jonge Werkgevers, van 11 april 1969 tot 24 oktober 1969 
  • lid programma-adviesraad KRO (Katholieke Radio-Omroep), van 5 september 1970 tot 11 mei 1973 
  • lid werkgeversdelegatie Raad van Overleg Metaalindustrie, van 1970 tot 1972 
  • voorzitter Katholieke Vereniging Werkgevers Metaal, van september 1972 tot 11 mei 1973 
  • lid presidium FME (Federatie Metaal- en Electrotechnische industrie), van september 1972 tot mei 1973 
  • lid bestuur NCW (Nederlandse Christelijke Werkgeversverbond), van september 1972 tot mei 1973 
  • lid bestuur Stichting Maatschappij en Onderneming 
  • voorzitter Unie van Katholieke Studentenverenigingen in Nederland 
  • informateur, van 30 mei 1981 tot 3 augustus 1981 (met drs. J. de Koning en vanaf 7 juli ook met drs. E. van Thijn) 
  • kabinetsformateur, van 30 oktober 1982 tot 4 november 1982 
  • kabinetsformateur, van 11 juli 1986 tot 14 juli 1986 
  • informateur, van 13 september 1989 tot 27 oktober 1989 
  • kabinetsformateur, van 27 oktober 1989 tot november 1989 
  • voorzitter Stichting "Clingendael", van 1995 tot 1 januari 2001 
  • lid bestuur Katholieke Universiteit Nijmegen, van maart 1995 tot 1 januari 2001 
  • voorzitter Mijnraad, van 1 april 1995 tot 2001 
  • lid Raad van Advies Tinbergen-instituut, vanaf 1995 
  • lid Raad van Commissarissen "Hollandia Industriële Maatschappij" (voorheen Hollandia-Kloos), vanaf juni 1995 
  • lid Club van Rome, vanaf februari 1996 
  • lid Raad van Toezicht Stichting voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek TNO, van maart 1996 tot 1 januari 2001 
  • voorzitter AIV (Adviesraad Internationale Vraagstukken), van juli 1997 tot 1 januari 2001 
  • internationaal voorzitter WNF (Wereld Natuur Fonds), van november 1999 tot 1 januari 2001 
  • vicevoorzitter IWCO (Independent World Commission on the Oceans) 
  • lid bestuur Instituut voor Oost-West Studies 
  • lid Raad van Commissarissen "HIM Furness" N.V. 
  • lid Raad van Commissarissen "Content Beheer" B.V. 
  • voorzitter Raad van Advies "Nexus", Tilburg 
  • voorzitter Exodus Nederland Preventiefonds, Amsterdam 
  • voorzitter Maatschappelijke Raad van Advies "Tinbergen Instituut" 
  • lid Raad van Commissarissen "Air Products and Chemicals Inc." 
  • voorzitter Raad van Toezicht ECN (Energieonderzoek Centrum Nederland), van 1 juni 2005 tot 2012 
  • voorzitter curatorium VNO-NCW, vanaf januari 2006 
  • informateur, van 1 juli 2006 tot 5 juli 2006 
  • voorzitter IAB (International Advisory Board) Rotterdam, van juli 2006 tot 1 juni 2009 
  • voorzitter bestuur Stichting "Universiteit van Tilburg", van oktober 2006 tot 1 juni 2014 
  • co-chair (eerder chair) "Worldconnectors" 
  • lid Raad van Commissarissen "Mercon" (energiewinning, infrastructuur) 
  • lid Earth Council en Earth Charter 
  • informateur, van 21 juli 2010 tot 3 augustus 2010 

afgeleide functies, presidia etc.
  • voorzitter bijzonder commissie voor de Spreiding van Rijksdiensten (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 5 april 1978 tot 8 februari 1979 
  • ondervoorzitter bijzondere commissie voor het Rapport onderzoek aanvoer vloeibaar aardgas (LNG) in Nederland (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 14 september 1978 tot maart 1979 
  • voorzitter vaste commissie voor de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 30 september 1981 tot 30 september 1982 

erefuncties, comité's van aanbeveling etc.
erevoorzitter dagelijks bestuur Earth Charter International, vanaf februari 2011

opleiding

lager onderwijs
  • R.K. "Sint Bavoschool" te Rotterdam-Kralingen, van 1945 tot 1950 

voortgezet onderwijs
  • gymnasium-b, R.K. "Sint Canisius College" te Nijmegen, van 1950 tot 1957 (internaat van de paters Jezuïeten) 

academische studie
  • economie, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van september 1957 tot 5 april 1962 (cum laude) 

eredoctoraten
  • eredoctoraat voor algemene politieke en economische verdiensten, Universiteit Pras-os-montes te Vila Real (Por.), 1993 
  • rechtswetenschappen, Georgetown Universiteit te Washington (VS), 1993 
  • politieke wetenschappen, Hanguk Universiteit te Seoul (Zuid-Korea), 1993 
  • eredoctoraat Grand Valley State University (Michigan, VS), 1994 
  • eredoctoraat Radboud Universiteit Nijmegen, 6 september 2004 

activiteiten

als parlementariër
  • Voerde in 1978 samen met fractievoorzitter Aantjes namens zijn fractie het woord bij het debat over de Nota Bestek'81 en de algemene financiële beschouwingen 
  • Voerde in 1978 en 1979 het woord bij de debatten over de zaak-Aantjes 
  • Had in de periode 1978-1981 als fractievoorzitter met een groep van circa tien fractieleden te maken die kritisch stond tegenover delen van het kabinetsbeleid. Onder hen bevonden zich zeven leden die tegen het ontwerp-regeerakkoord hadden gestemd, maar het kabinet 'gedoogden' (de 'loyalisten'), en voorts onder anderen Sytze Faber en Marten Beinema en de later toegetreden Fred Borgman, Henk Couprie en Jan Buikema. De kritische opstelling betrof onder meer het sociaal-economisch beleid (met name het inkomensbeleid), de instelling van een olieboycot jegens Zuid-Afrika en de kernbewapening. Hoewel op sommige momenten fractieleden vóór moties van de oppositie stemden, bewerkstelligde hij dat het kabinet-Van Agt/Wiegel de gehele kabinetsperiode kon uitzitten. 
  • Leidde in 1979 een parlementaire delegatie naar de Sovjet-Unie, waar met name de kwestie van de kernbewapening (SS20-dreiging/plaatsing kruisraketten) aan de orde kwam 

als minister-president
  • De door hem geleide kabinetten voerde verregaande bezuinigingen door in met name de sectoren sociale zekerheid, onderwijs en welzijn. Vooral tot 1985 werd het overheidstekort sterk teruggebracht, maar daarna liep dat tekort weer op, om - met golfbeweging - vanaf 1994 weer structureel te dalen. De collectieve uitgaven daalden van ruim 60 miljard euro naar 54,5 miljard euro. Daarnaast werd ingezet op loonmatiging, lastenverlichting en arbeidstijdverkorting. Mede onder invloed van externe factoren kon daarmee worden gewerkt aan herstel van de werkgelegenheid. 
  • Op 19 november 1982 werd in de Stichting van de Arbeid een akkoord bereikt tussen kabinet, en werkgevers- en werknemersorganisaties over het arbeidsvoorwaardenbeleid. Daarbij worden afspraken gemaakt over loonmatiging en herverdeling van werk. 
  • Speerpunten in de periode 1982-1989 waren verder onder meer deregulering en privatisering (onder andere de PTT, de Nederlandse Spoorwegen en diverse Staatsbedrijven worden verzelfstandigd). Belangrijke wetgevende projecten waren de stelselherziening in de sociale zekerheid (1986), de invoering van de wet op de studiefinanciering (1987) en de belastingherziening op basis van de voorstellen van de commissie-Oort (1988). 
  • Op het gebied van het buitenlands beleid speelde tot 1989 de discussie over het in het najaar van 1979 genomen NAVO-besluit om kruisraketten te plaatsen in West-Europa en tegelijkertijd onderhandelingen te beginnen met de Sovjet-Unie over de plaatsing van op West-Europa gerichte SS20-raketten. Bezocht in dit kader in januari 1983 (samen met minister Van den Broek) de Verenigde Staten om bij de Amerikaanse president Reagan de mogelijkheid van een tussenoplossing te bespreken, waarbij onderhandelingsopties open bleven. Op 1 juni 1984 werd het besluit genomen om kruisraketten in Nederland te plaatsen, indien het aantal SS20-raketten ten opzichte van 1 juni 1982 zou blijven toenemen. Dit besluit werd in juni 1984 met succes in de Tweede Kamer verdedigd. Op 1 november 1985 volgde het plaatsingsbesluit. Daartegen was op 26 oktober daaraan voorafgaand massaal geprotesteerd in een manifestatie waarbij 3.7 miljoen handtekeningen werden aangeboden aan Lubbers. Uiteindelijk kon in 1989 van daadwerkelijke plaatsing worden afgezien, omdat het dubbelbesluit (plaatsing en onderhandelingen over wederzijdse nulopties) succes had opgeleverd. 
  • Zat in maart 1983 de Ronde Tafel Conferentie voor over de toekomst van de Nederlandse Antillen. Uitkomst daarvan was dat Aruba per 1 januari 1986 een aparte status zou krijgen, die per 1 januari 1996 tot volledige onafhankelijkheid moest leiden 
  • Speelde in 1983/1984 samen met minister Van den Broek een belangrijke rol bij het oplossen van een conflict in de Europese Unie over de financiële bijdrage van het Verenigd Koninkrijk. Uiteindelijk werd hierover op de Europese Top van juni 1984 in Fontainebleau overeenstemming bereikt. 
  • Bracht in november 1986 samen met minister Van den Broek een bezoek aan de Sovjet-Unie om onder meer over de wapenbeheersing te spreken 
  • Bracht in mei 1987 samen met minister Van den Broek een bezoek aan China 
  • Tijdens zijn tweede kabinet werd, in mei 1989, het (eerste) Nationaal Milieubeleidsplan uitgebracht waarin streven naar duurzame ontwikkeling hoofddoelstelling van het milieubeleid werd. In zijn derde kabinet kreeg dit een vervolg (in 1993) in een tweede Nationaal Milieubeleidsplan. 
  • Zijn derde kabinet had naast structureel financieel-economisch herstel en beheersing van de overheidsuitgaven sociale vernieuwing als speerpunt. Dit beleid had tot doel via lokale initiatieven stedelijke vernieuwing, sociale samenhang, onderwijs, integratie en veiligheid een impuls te geven. Vanwege economische problemen, die gepaard gingen met oplopende werkloosheid en noodzaak tot ombuigingen in de overheidssector kwam dit beleid slechts moeizaam van de grond. 
  • In deze kabinetsperiode werd getracht de groei van het aantal WAO'ers om te buigen door ingrepen in de arbeidsongeschiktheidsregelingen en door invoering van een bonus/malus-stelsel. Belangrijke wetgevende projecten waren de invoering van de basisvorming (1992), de herziening van het politiebestel (1993), de Wet voorzieningen gehandicapten en de regeling van euthanasie (meldingsplicht artsen). 
  • Lanceerde op de Europese Top in juni 1990 in Dublin een plan voor nauwe samenwerking op energiegebied tussen de EG-landen en landen in Oost-Europa. De EG moest daardoor minder afhankelijk worden van de Arabische oliestaten. 
  • In 1990 besloot zijn derde kabinet tot Nederlandse deelname aan de internationale operatie om de Iraakse bezetting van Koeweit ongedaan te maken 
  • Ontving op 23 oktober 1990 de Zuid-Afrikaanse president De Klerk, waarmee herstel van de relatie met Zuid-Afrika werd ingezet nadat dit land stappen had gezet om het apartheidssysteem af te schaffen 
  • Ondertekende op 21 november 1990 samen met staats- en regeringsleiders uit 32 Europese landen en de Verenigde Staten en Canada het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa. De deelnemende landen verplichten zich tot bevordering van democratie, vrijheid, veiligheid en samenwerking in Europa. Hiermee wordt een veel verdergaand vervolg gegeven op de Helsinki-akkoorden van 1975. 
  • In februari 1991 bereikte het kabinet overeenstemming over een pakket van maatregelen in het kader van de Tussenbalans, waarbij voor f 12,8 miljard werd bezuinigd en f 4,9 miljard aan fiscale maatregelen werd besloten. Het pakket was nodig vanwege een oplopend financieringstekort. 
  • Leidde in 1991 de besprekingen over de Europese Politieke Unie (Europese top in Maastricht, december 1991). Deze besprekingen leidden op 7 februari 1992 tot het Verdrag van Maastricht, dat op 1 november 1993 in werking treedt. Door dat verdrag komt er een Europese Unie tot stand met een monetaire unie. Buitenlands beleid en interne veiligheid worden nieuwe gemeenschappelijke Europese beleidsterreinen. De wetgevende rol van het Europees Parlement wordt versterkt door een medebeslissingsbevoegdheid op het terrein van het vrije verkeer van werknemers, vrijheid van vestiging, onderwijs, onderzoek, volksgezondheid en consumentenbescherming. 
  • Speelde in 1992 samen met de Noorse premier Gro Harlem Brundtland en de Franse voormalige eerste minister Michel Rocard een belangrijke rol bij het opstellen van de Verklaring van Den Haag over duurzame ontwikkeling. Woonde in datzelfde jaar samen met minister Alders de Milieutop in Rio de Janeiro bij, die de aanzet gaf tot een Wereldklimaatverdrag. 
  • Had een intensieve en coördinerende rol bij het beleid voor opvang van de grote stroom asielzoekers en vluchtelingen in de jaren 1993 en 1994. Bracht hierover in 1994 een brief uit en verdedigde de beleidsaanpak in de Tweede Kamer. Het kabinet besloot onder meer tot controles na het passeren van de grens. (19.637, nr. 99) 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Voerde eind 1973 een tijdelijke distributie van benzine in, vanwege de olieboycot door Arabische landen. Bracht de beleidsnota beperking gevolgen olieschaarste uit. (12.739) 
  • Was in 1973 met minister Boersma in de Tweede Kamer de voornaamste verdediger van het wetsvoorstel Machtigingswet inkomensvorming en bescherming werkgelegenheid, die het kabinet bevoegdheden gaf om de loon- en prijsontwikkeling en de energievoorziening in de hand te houden. (12.723) 
  • Bracht in 1974 de Energienota uit. Hierin staan voorstellen om de groei in het verbruik van energie te vertragen en over het zekerstellen van de energievoorziening. Het onderzoekscentrum Petten gaat zich behalve met nucleair onderzoek ook bezighouden met onderzoek naar besparingen en alternatieve energie. De Nederlandse energiehuishouding moet flexibeler worden en het tempo waarin de aardgasvoorwaarden worden verbruikt, moet omlaag. (13.122) 
  • Bracht in 1975 samen met onder anderen minister Boersma de Interimnota Inkomensbeleid uit. Hierin staan voorstellen voor herstructurering van het bedrijfstakken en voor stimulering van het regionale beleid. Knelpunten bij overheids- en particuliere investeringen zullen worden weggenomen. Aardgasbaten gebruiken voor investeringen en onderzoek in de energiesector. Er wordt slechts een beperkte rol voor kernenergie voorzien. De instelling van een Algemene Energie Raad wordt aangekondigd. (13.399) 
  • Bracht in 1976 de Economische Structuurnota (Nota inzake de selectieve groei) uit. Deze nota gaat in op de vraag wat de gewenste omvang en richting van investeringen is. Verder wordt aandacht besteed aan de versterking en 'vermaatschappelijking' van de economische structuur. Er wordt een Wet investeringsrekening aangekondigd als nieuw instrument om investeringen te stimuleren en sturen. (13.955) 
  • Diende in 1976 samen met minister Duisenberg en staatssecretaris Van Rooijen het wetsvoorstel Wet Investeringsrekening in. Dit voorstel werd in 1978 wet. 
  • Bracht in 1977 de Perspectievennota Zuid-Limburg uit over de herstructurering van dat gebied na het proces van de mijnsluitingen. Het betreft met name ontwikkelingen op sociaal-economisch, sociaal-cultureel, ruimtelijk en bestuurlijk/financieel terrein. (13.969) 
  • Bracht in 1977 samen met minister Boersma de Nota regionaal sociaal-economisch beleid 1977 t/m/ 1980 uit. In de nota wordt onder meer voortzetting van het stimuleringsbeleid voor het Noorden des Lands, het Oosten, de IJsselmeerpolders, Zuiden en Zeeland uiteengezet. (14.372) 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1974 een wijziging (stb. 19) van de Prijzenwet tot stand, waardoor er regels kunnen worden gesteld aan de bekendmaking van prijzen van goederen. Op artikelen moet worden geprijsd per standaardhoeveelheid. Hierdoor wordt het voor consumenten eenvoudiger om prijzen ter vergelijken. Het wetsvoorstel was in 1972 ingediend door minister Langman. (12.054) 
  • Bracht in 1974 samen met minister Gruijters de Wet selectieve investeringsregeling (SIR) (Stb. 95) tot stand. Door een stelsel van heffingen en vergunningen moest worden bewerkstelligd dat zich geen concentratie van bedrijven in het Westen voor zou doen, maar dat bedrijven zich ook in andere delen van het land zouden vestigen. Daardoor kon de werkgelegenheid beter worden gespreid, konden 'open ruimtes' beter worden beschermd en moesten verkeerscongesties worden tegengegaan. Het wetsvoorstel was in 1972 ingediend door de ministers Langman en Udink. (12.045) 
  • Bracht in 1974 de Wet aardgasprijzen (Stb. 765) tot stand, die de regering de mogelijkheid geeft om in te grijpen in de prijzen voor aardgas. Dit kan als de exportprijzen en binnenlandse verkoopprijzen achterblijven bij de marktwaarde van het gas. De minister van EZ kan eventueel contracten doorbreken. (13.146) 
  • Bracht in 1976 de Wet voorraadvorming aardolieprodukten (Stb. 569) tot stand. Deze wet legt vast dat Nederland moet beschikken over een voldoende aardolievoorraad, om daarmee onverwachte onderbreking in de aanvoer op te vangen. Met de wet wordt uitvoering gegeven aan een EG-richtlijn. Het voorstel was in 1971 ingediend door minister Nelissen. (11.327) 
  • Bracht in 1976 de Wet intrekking van de Wet financiering ontwikkeling snelle kweekreactor (Stb. 690) in. Hiermee eindigt de Nederlandse bijdrage aan het Kalkarproject. (14.128) 
  • Bracht in 1977 de Wet beperking cadeaustelsel 1976 (Stb. 659) tot stand. Deze wet verbiedt het door bedrijven als geschenk aanbieden van branchevreemde goederen. Hierdoor moet oneerlijke concurrentie worden tegengegaan. Het wetsvoorstel was in 1975 ingediend en in 1977 met succes in de Tweede Kamer verdedigd door staatssecretaris Hazekamp. (13.358) 
  • Bracht in 1985 als minister van Algemene Zaken de Wet lidmaatschap Koninklijk Huis (Stb. 578) tot stand, die (in de toekomst) het lidmaatschap van het Koninklijk Huis wat de kinderen betreft, beperkt tot de kring van potentiële troonopvolgers. (18.351) 
  • Bracht in 1987 samen met minister Van Dijk de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Stb. 635) tot stand, waardoor voor al deze diensten één wettelijk kader werd geschapen (17.363) 
  • Bracht in 1991 samen met minister Dales een nieuwe Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 703) tot stand. Deze bevat hoofdzakelijk technisch-procedurele wijzigingen ten opzichte van de wet uit 1978 en brengt ook elektronische data onder de wet. (19.859) 
  • Bracht in 1992 samen met de ministers Van den Broek en Kok en staatssecretaris Dankert de Wet Goedkeuring van het op 2 februari 1992 in Maastricht tot stand gekomen verdrag inzake de Europese Unie tot stand. Dit Europese verdrag vormde de Europese Gemeenschap om tot Europese Unie. Voortaan behoren ook andere terreinen dan economische aangelegenheden en kernenergie tot het gemeenschappelijke Europese beleid. De bestaande EG-Verdragen werden uitgebreid met bepalingen over buitenlands en veiligheidsbeleid, sociaal beleid en onderdelen van de beleidsterreinen van justitie en binnenlandse zaken. Het Verdrag legde verder de basis voor de Economische en Monetaire Unie (EMU) en van de invoering van een gemeenschappelijke munt (de euro). (22.647) 
  • Bracht in 1993 een wet tot stand waarbij de Inlichtingendienst Buitenland per 1 januari 1994 werd opgeheven. Een deel van de (offensieve) activiteiten wordt beëindigd en een ander deel (met name de contacten met inlichtingendiensten in andere landen) wordt overgenomen door MID en BVD. (23.045) 

als (in)formateur
  • Kreeg op 30 mei 1981 samen met J. de Koning het verzoek de mogelijkheden te onderzoeken van de vorming van een kabinet, dat mocht vertrouwen op een zo breed mogelijke steun in de volksvertegenwoordiging. Zij ontwierpen een regeerakkoord voor een kabinet van CDA, PvdA en D'66 en een voorstel voor de zetelverdeling. Na veel aarzelingen en een mislukte poging om Jelle Zijlstra te bewegen premier te worden, stelde Van Agt zich beschikbaar als minister-president van het centrum-linkse kabinet. D'66 en PvdA stemden daarmee uiteindelijk in. Nadat op 10 juli Van Thijn als derde informateur was opgetreden, werd voorgesteld dat de beoogde PvdA-minister van Sociale Zaken ook integrerend minister voor werkgelegenheid zou worden. Op 3 augustus brachten de drie informateurs hun eindverslag uit, waarin werd geadviseerd tot voortzetting van de onderhandelingen, zowel over het financieel-economisch beleid als over de defensieparagraaf. 
  • Kreeg op 30 oktober 1982 de opdracht tot het vormen van een kabinet dat mocht rekenen op een vruchtbare samenwerking met de volksvertegenwoordiging. Op basis van de werkzaamheden van informateur Scholten werden kandidaten aangezocht voor het nieuwe kabinet. Op 4 november aanvaardde hij de opdracht. De opmerkelijkste benoemingen waren die van De Ruiter op Defensie en van Schoo op Ontwikkelingssamenwerking. 
  • Kreeg op 11 juli 1986 de opdracht om, uitgaande van het eindrapport van de informateur en de daarin vervatte conclusies, een kabinet te vormen dat zou mogen rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal. Na het aanzoeken van nieuwe bewindspersonen aanvaardde hij op 13 juli deze opdracht. Veel zittende bewindslieden gingen over uit het vorige kabinet. Bij de VVD werd De Korte en niet Winsemius minister van Economische Zaken. Bukman volgde Schoo op als minister voor Ontwikkelingssamenwerking. 
  • Kreeg op 13 september 1989 het verzoek om, mede gelet op het eindrapport van de informateur, een onderzoek te in te stellen naar de mogelijkheid tot de vorming van een centrum-links kabinet. Vanwege bezwaren tegen de voorgestelde zetelverdeling en een meningsverschil over de wettelijke regeling van euthanasie haakte D66 op 21 september 1989 af. Tussen de onderhandelaars van CDA (De Vries en Brinkman) en PvdA (Kok en Wöltgens) werd overeenstemming bereikt over een ontwerp-regeerakkoord. Op 27 oktober adviseerde hij daarom tot vorming van een kabinet van die twee partijen. 
  • Kreeg op 27 oktober 1989 de opdracht tot vorming van een kabinet van CDA en PvdA. Bereikte een akkoord over de zetelverdeling en personele invulling van de posten. Bij het CDA werd uiteindelijk niet Heerma, maar Europarlementariër Maij-Weggen naar voren geschoven als kandidaat voor Verkeer en Waterstaat. Bij de PvdA zag Van Kemenade vanwege zijn gezondheid af van het ministerschop op Binnenlandse Zaken. Stemerdink werd gepasseerd voor een hernieuwd ministerschap op Defensie. Op 4 november aanvaardde Lubbers de opdracht tot formatie. 
  • Kreeg op 1 juli 2006 het verzoek om op zo kort mogelijke termijn een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheid een missionair kabinet te vormen van CDA en VVD, dat echter ook de taak zou hebben vervroegde verkiezingen te bevorderen op een nader o.l.v. de informateur te bepalen datum in november 2006 en mitsdien ontbinding van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Hij bracht hierover op 5 juli verslag uit. 
  • Kreeg op 21 juli 2010 het verzoek om op zeer korte termijn te informeren over de mogelijkheden die (thans) reëel aanwezig zijn voor de vorming van een kabinet dat mag rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal en die daarom inhoudelijk nader onderzocht dienen te worden, en daarbij aan te geven op welke wijze deze mogelijkheden kunnen worden beproefd. In zijn eindverslag adviseerde hij een onderzoek naar de vorming van een kabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV en de aanwijzing van Ivo Opstelten als informateur. 

wetenswaardigheden

algemeen
  • Maakte na de 'Nacht van Schmelzer' deel uit van Americain-groep, een informeel overleg van christen-radicalen. Trad echter niet toe tot de PPR. 
  • Tijdens de formatie in 1973 werd zijn naam als kandidaat-minister genoemd door Hans van Mierlo 
  • Weigerde in 1976 het wetsvoorstel over de Vermogensaanwasdeling mede te ondertekenen, omdat hij teleurgesteld was dat Boersma en Den Uyl niet bereid waren een compromis te sluiten over het beheer van het VAD-fonds. Hij vond de gekozen oplossing te collectivistisch. Hij trad vanwege het kabinetsbesluit echter niet af en werd noch in het kabinet, noch in de Kamer gevraagd dit te doen. Het conflict speelde een (psychologische) rol bij het afnemen van zijn verdere bereidheid om het kabinet-Den Uyl overeind te houden. 
  • Was in 1976 net als de overige CDA-ministers en de ministers Duisenberg en Gruijters voorstander van het verlenen van een kredietgarantie voor de levering door RSV van reactorvaten aan Zuid-Afrika. Doordat Van der Stoel zich op het laatste moment bij de tegenstanders schaarde, staakten de stemmen in het kabinet. Korte tijd later besloot Zuid-Afrika de order in Frankrijk te plaatsen. 
  • Werd in 1976 enige tijd door Aantjes gezien als mogelijke lijsttrekker van het nieuwgevormde CDA. Met name in KVP-kring bestonden hiertegen bezwaren. 
  • Tijdens zijn laatste poging in 1977 om een tweede kabinet-Den Uyl te vormen, wilde formateur Den Uyl (daarin gesteund door de PvdA-fractie) voortzetting van Lubbers' ministerschap op Economische Zaken. Het CDA hield echter vast aan de kandidatuur van Frans Andriessen. 
  • Werd op 8 december 1978 tot fractievoorzitter van het CDA gekozen, als opvolger van Aantjes. Versloeg Hans de Boer met 34 tegen 9 stemmen. Vroeg hierna een week bedenktijd, omdat hij een progressieve ARP'er naast zich wilde. Accepteerde uiteindelijk toch de functie, hoewel de tot de rechtervleugel behorende Schakel tot vicefractievoorzitter werd gekozen. 
  • Behoorde in augustus 1981 tot de zestien CDA-fractieleden die alleen tegen het ontwerp-regeerakkoord tussen CDA, PvdA en D66 stemden, omdat fractievoorzitter Van Agt bij aanvaarding zou opstappen 
  • Voerde bij het zoeken naar compromissen zowel regelmatig gesprekken met collega-bewindslieden (zgn. bilateraaltjes) als met vertegenwoordigers van regeringsfracties (het zgn. Torentjesoverleg). Toonde daarbij steeds bereidheid om 'mee te denken' met andere bewindslieden. Door hem geformuleerde compromisteksten werden - met name door politieke tegenstanders - vaak getypeerd als 'Lubberiaans' taalgebruik. 
  • Verdedigde op 26 oktober 1985 tijdens de slotmanifestatie van het Volkspetitionnement tegen plaatsing van kruisraketten in de Houtrusthallen in Den Haag het kabinetsbeleid hoewel de aanwezigen hem massaal de rug toekeerden 
  • Leidde bij de verkiezingen van mei 1986 zijn partij vrij onverwacht naar een record van 54 zetels (winst negen zetels). De verkiezingsleuze van het CDA was 'Laat Lubbers zijn karwei afmaken'. In 1989 wist het CDA met hem als lijsttrekker dit hoge zetelaantal te behouden en opnieuw de grootste fractie te worden. 
  • Vanwege de toegenomen rol van de minister-president op het Europese vlak, ontstonden er met name in de latere jaren van zijn premierschap competentiegeschillen met minister Van den Broek 
  • Kwam in juni 1989 in opspraak door de zogenaamde Koeweit-affaire. Het ging hierbij om een conflict tussen Koeweit en Nederland over een vordering van Hollandia Kloos, die begin jaren tachtig ontstond na een geschil over uitbetaling voor de bouw van een vliegtuighangar. Tijdens een bezoek van Lubbers en Van den Broek aan Koeweit in 1984 was tevergeefs gezocht naar een oplossing. Begin 1989 bevroor Nederland de diplomatieke betrekkingen met Koeweit. NRC Handelsblad onthulde een brief waarin Lubbers dit aan de Koeweitse regering meedeelde. De indruk bestond dat vooral hijzelf achter het bevriezen van de relatie zat en sommige Kamerfracties meenden dat Lubbers zakelijke en landsbelangen had vermengd. Ze verweten hem bovendien dat hij de Tweede Kamer onvolledig had ingelicht. Het CDA zag de 'affaire' als een 'actie beschadiging lijsttrekker', maar Lubbers erkende tijdens een Kamerdebat op 29 juni 1989 dat een verkeerde indruk was gewekt en beloofde dat hij zich verder buiten het conflict zou houden. 
  • Wees eind 1989 fractieleider Elco Brinkman aan als zijn opvolger als politiek leider van het CDA. Gedurende de kabinetsperiode en vooral vanaf eind 1993 ontstond er een steeds grotere verwijdering tussen beiden door de voortdurende kritiek van Brinkman op het kabinetsbeleid. Kort voor de verkiezingen deelde hij mee zijn stem te zullen geven aan Ernst Hirsch Ballin (nummer 3 op de lijst). Toen Wim Kok in een peiling over de vraag wie minister-president moest worden veel beter scoorde dan Brinkman, werd Lubbers' commentaar dat Kok niet slechter zou zijn dan Brinkman in de pers uitgelegd als het desavoueren van laatstgenoemde. 
  • Werd in juni 1994 gepasseerd voor het voorzitterschap van de Europese Commissie, met name na verzet van de Duitse bondskanselier Kohl, die het hem kwalijk nam dat hij hem bekritiseerd had ter zake van de Oder-Neisse-grens. Verder was Kohl ontstemd over het Nederlandse verzet tegen Frankfurt als vestigingsplaats voor de Europese Centrale Bank. 
  • Werd in november 1995, op aandrang van de Franse president Chirac en de Britse premier Major gekandideerd voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, maar deze kandidatuur stuitte op een veto van de Verenigde Staten. Het vermoeden bestond dat de Amerikaanse president Clinton hem te kritisch vond. 
  • Werd in oktober 2000 onverwacht door secretaris-generaal Kofi Annan gevraagd voor de functie van Hoge Commissaris van de Vluchtelingen. De Nederlandse regering had minister Pronk gekandideerd. 
  • Kwam in mei 2004 in opspraak nadat een vrouwelijke medewerker van de UHNCR hem had beschuldigd van seksuele intimidatie. Hijzelf sprak van een vriendschappelijk bedoeld gebaar. Een vertrouwelijk onderzoeksrapport van de VN leverde niet het bewijs dat er sprake was geweest van seksuele intimidatie en werd door minister van Staat, Max van der Stoel, die door de Nederlandse regering en Lubbers was gevraagd het rapport te beoordelen, onder andere bekritiseerd wegens gebrek aan objectiviteit en onpartijdigheid jegens Lubbers. (zie: http://www.parlement.com/9235000/p/017/01734rapport.doc). 
  • Na het oordeel ingewonnen te hebben van Stephen Schwebel, een vroegere president van het Internationale Hof van Justitie, verklaarde secretaris-generaal Kofi Annan, die zich wel bezorgd had getoond over de wijze waarop Lubbers met de klacht van de vrouwelijke stafmedewerker was omgegaan, de zaak voor gesloten. 
  • In februari 2005, kort voordat hij een jaarlijks gesprek met secretaris-generaal Kofi Annan zou hebben, lekte het vertrouwelijke rapport over de vermeende seksuele intimidatie uit, waarbij nieuwe perspublicaties verschenen. Hoewel hij ontkende schuldig te zijn, maakte hij op 20 februari bekend af te treden vanwege de schade door de affaire voor de VN, de vluchtelingenorganisatie en voor hemzelf. Ook meende hij niet meer goed als Hoge Commissaris te kunnen functioneren. Kofi Annan zelf was tezelfdertijd in opspraak gekomen door het 'Olie-voor-voedsel-hulpprogramma' voor Irak, waarvan onder meer een bedrijf van diens zoon had geprofiteerd. Deze affaire werkte mogelijk in Lubbers' nadeel. 
  • Kreeg veel waardering voor zijn inzet voor en betrokkenheid bij het vluchtelingenvraagstuk 
  • Werd in februari 2010 door het kabinet voorgedragen als voorzitter van het Nationaal Comité Viering 200 jaar Koninkrijk der Nederlanden, maar hij zag af van die functie 

uit de privésfeer
  • Op het Canisiuscollege was hij klasgenoot van Jean Penders 
  • Kwam 8 maart 1978 in opspraak door de zogenaamde R3-affaire. Dit betrof Lubbers' deelname in de Bouwbeleggings- en Exploitatiemaatschappij R 3 CV van de drie Lubbers-broers. Deze maatschappij had tonnen fiscale investeringsaftrek genoten. In een door hem uitgegeven verklaring bevestigde hij de gang van zaken en verklaarde hij dat het achteraf gezien beter was geweest als hij als minister had afgezien van de investeringsaftrek om zo het karakter van een strikte privébelegging beter te benadrukken. Maakte na deze affaire, in november 1978, in een brief aan Kamervoorzitter Vondeling zijn belangen in bedrijven en onroerend goed openbaar. (brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer d.d. 30-11-1978.) 
  • Zag af van zijn salaris en onkostenvergoeding als Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen a raison van 300.000 dollar per jaar en stortte dit bedrag terug aan de VN 
  • Zijn vader was oprichter en later directeur-eigenaar van Lubbers' constructiewerkplaats en machinefabriek te Krimpen aan de IJssel dat groeide naar ca. 750 man personeel 

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Volkshuisvesting, november 1977 (beantwoordde de vraag van Van Agt of hij zich kandidaat wilde stellen negatief) 

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
  • "De oplossingenmachine" 
  • Ruud Shock (bijnaam in het buitenland) 

woonplaats
Rotterdam

ridderorden
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 11 april 1978 
  • Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, 8 oktober 1994 

buitenlandse onderscheidingen
diverse buitenlandse onderscheidingen

overige onderscheidingen en prijzen
  • ereburger van Maastricht, maart 1994 
  • Four Freedom Award, 3 april 1995 
  • Van Oldenbarneveltpenning, Rotterdam, december 2003 

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
vicepreses r.k. studentenvereniging "Sanctus Laurentius" te Rotterdam (begin jaren '60)

hobby's
hockey (was actief als speler)

militaire dienst
  • officier Koninklijke Luchtmacht, van 1962 tot 1963 (vervroegd vrijgesteld) 

publicaties/bronnen

publicaties
  • "Samen onderweg" (1991) 
  • "Geloof in de samenleving: christen-democratie in drie generaties: Ruijs, Klompé, Lubbers" (1998) 
  • "Vluchtelingen in onze tijd, mijn hart voor vluchtelingen" (2005) 
  • "De vrees voorbij: een hartenkreet/Ruud Lubbers in gesprek met Carolina Lo Galbo" (2007) 
  • diverse artikelen, onder meer in economische vakliteratuur 

redevoeringen
  • "Bedrijven in moeilijkheden" (serie universitaire voordrachten over een economisch beleid in moeilijkheden, 1980) 
  • "Welk Europa staat ons voor ogen?" (1990) 
  • "Geloven in de samenleving" (1992) 
  • "Het politieke testament van Ruud Lubbers" (1994) 
  • "Globalisering: naar een nieuwe kijk op political economy" (oratie, 1995) 
  • "Sociale cohesie in een tijdperk van globalisering" (1998) 
  • "Limits to growth: 30 jaar later een terugblik en een vooruitblik" (2000) 
  • "Gedeelde geschiedenis: Duitsland en Europa 1945-2000" (lezingen, eindredactie Patrick Dassen, 2000) 
  • "Refugees: from international protection to solutions" (2003) 
  • "Labor et ora" (2006) 
  • "Inspiration for Global Governance" (met Willem van Genugten en Tineke Lambooy, 2008) 

literatuur/documentatie
  • A. Joustra en E. van Venetië, "Ruud Lubbers, manager in de politiek" (Baarn, 1989) 
  • N. Rood (red.), "Het succes van Lubbers. Hoe word ik minister-president?" (Amsterdam, 1989) 
  • J. Tromp en P. Witteman (e.a.), "De baard van Lubbers: zin en onzin over de premier" (1983) 
  • A. Joustra en E. van Venetië, "De geheimen van het Torentje, Praktische gids voor het premierschap" (over Lubbers' premierschap) (Amsterdam, 1993) 
  • Opland, "Dag Ruud!: 12 jaar: 1982-1994" (cartoons, 1994) 
  • R. Ammerlaan (red.), "Afscheid van Ruud Lubbers" (1994) 
  • P.G. Kroeger en J. Stam, "De rogge staat er dun bij. Macht en verval van het CDA 1974-1998" (1998), m.n. 123-130 over de persoon Lubbers 
  • M. Metze, "De stranding: het CDA van hoogtepunt naar catastrofe" (1995) 
  • J.J. Lindner, "Ruud Lubbers. Een post-ideologische premier van formaat", in: P. Brill (red.), "Kopstukken van het laagland. Een eeuw Nederland in honderd portretten" (1999) 
  • B. Steinmetz, "Lubbers als peetvader van het poldermodel" (2000) 
  • Bert Vuijsje, "Avonturen in besturen. Gesprekken met Hans van Mierlo, Ruud Lubbers, Hans Wiegel en vele anderen" (2006) 

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Rotterdam, 10 oktober 1962 (kerkelijk huwelijk op 10 november 1962)

echtgeno(o)t(e)/partner
M.E.J. Hoogeweegen, Maria Emelie Josepha (Ria)

kinderen
2 zoons en 1 dochter

vader
P.J. Lubbers, Paulus Johannes (Paul)

moeder
W.K. van Laack, Wilhelmine Karoline (Mina)

beroep grootvader (vaderskant)
  • manufacturier te IJmuiden 
  • pensionhouder en exploitant hotel-restaurant op natuurterrein 'Breesaap' te IJmuiden, van 1903 tot 1935 (moest wijken voor de uitbreiding van de Hoogovens) 
  • winkelier in kantoorboeken en sigaren te Velsen-Noord 

beroep grootvader (moederskant)
Rijnschipper

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.