
VVD
in de periode 1978-2006: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, directeur wetenschappelijk instituut partij, burgemeester van 's-Gravenhage, secretaris-generaal
voornamen (roepnaam)
personalia
's-Gravenhage, 25 december 1947
partij/stroming
VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie)
loopbaan
- -medewerker VVD-fractie Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 februari 1970 tot mei 1971
- -ambtelijk secretaris VVD-fractie Tweede Kamer der Staten-Generaal, van mei 1971 tot 15 november 1974
- -directeur Prof.Mr. B.M. Teldersstichting, wetenschappelijk bureau VVD, van 15 november 1974 tot 1 juni 1979
- -chef bureau van de secretaris-generaal, ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1 juni 1979 tot 1 april 1983
- -plaatsvervangend secretaris-generaal ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1 april 1983 tot 1 oktober 1985
- -secretaris-generaal ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1 oktober 1985 tot 22 augustus 1994
- -minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van 22 augustus 1994 tot 3 augustus 1998
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 mei 1998 tot 3 augustus 1998
- -minister van Buitenlandse Zaken, van 3 augustus 1998 tot 22 juli 2002
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 mei 2002 tot 30 november 2006
- -fractievoorzitter VVD Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 mei 2003 tot 8 maart 2006
- -burgemeester van 's-Gravenhage, vanaf 27 maart 2008
partijpolitieke functies
- -politiek leider VVD, van 27 november 2004 tot 8 maart 2006
- -lid curatorium "Prof. B.M. Telders Stichting"
vorige
- -lid redactie "Liberaal Reveil"
- -lid partijraad VVD
- -lid diverse VVD-programma- en adviescommissies
- -politiek leider VVD, van 27 november 2004 tot 8 maart 2006 (tot november 2004 was sprake van een gedeeld leiderschap met vice-premier Gerrit Zalm)
nevenfuncties
- -lid Raad van Toezicht "Stichting Montesquieu", vanaf juli 2008
- -voorzitter Raad van Toezicht "Nicis Institute", vanaf juli 2008
- -voorzitter Korpsbeheerdersberaad, vanaf 1 januari 2009
- -korspbeheerder politie Haaglanden
- -voorzitter Stadsgewest Haaglanden
- -voorzitter bestuur IICD (International Institute for Communication and Development)
- -voorzitter Raad van Advies Leerstoel sociale geschiedenis, Universiteit Leiden
- -adviseur bestuur "Roosevelt Stichting"
- -lid Aspen Atlantic Group
- -lid curatorium Internationaal Perscentrum "Nieuwspoort"
- -lid Comité Nederlandse Veteranendag
- -voorzitter Adviesraad Nederland-Ruslandjaar 2013
- -lid Nationaal Comité 200 jaar Koninkrijk der Nederlanden, vanaf 5 juli 2011
vorige
- -lid Raad van Commissarissen N.V. RCC (Rijks Computer Centrum)
- -lid Raad van Commissarissen N.V. SDU (Staatsdrukkerij en uitgeverij)
- -lid bestuur Expertise Centrum
- -voorzitter bestuur jeugdtheater "Stella"
- -voorzitter Nederlands Instituut voor Kunsteducatie
- -lid programma-commissie School voor Openbaar Bestuur te 's-Gravenhage, vanaf 1989
- -voorzitter adviescommissie Rijksdienst, vanaf 15 januari 1990
- -lid Raad van Commissarissen BNG (Bank van Nederlandse Gemeenten)
- -voorzitter beraad College van Secretarissen-Generaal, van juli 1994 tot augustus 1994
- -voorzitter VNG-commissie Gemeentewet en Grondwet, van januari 2007 tot juni 2007
- -coördinator aanleg gaspijpleiding van Turkije naar Oostenrijk (Nabucco-project), vanaf juli 2007 (namens de Europese Commissie)
afgeleide functies, presidia etc.
voorzitter vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 20 april 2006 tot 30 november 2006
opleiding
- -gymnasium-a
academische studie
- -Nederlands recht (niet voltooid), Vrije Universiteit te Amsterdam
activiteiten
- -Was in de periode 2002-2003 buitenland-woordvoerder van zijn fractie
- -Was in 2003 woordvoerder van zijn fractie in het debat over de affaire-Margarita
opvallend stemgedrag
- -Stemde in 2002 als enige van zijn fractie vóór het wetsvoorstel tot goedkeuring van het Verdrag van Cotonou (EG-ACS-landen)
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- -Bracht in 1995 de Nota 'Dynamiek en vernieuwing' uit over de beleidsvoornemens op het gebied van land- en tuinbouw, natuur en visserij. Versterking van de marktpositie en concurrentiekracht en kennis- en innovatiebeleid krijgen prioriteit. Er moet verder een zo goed mogelijk evenwicht komen tussen landbouw, natuur, bos en recreatie. Generieke subsidies worden omgevormd tot specifieke subsidies. Er komen prestatiegerichte subsidies, onder andere gericht op innovatie.
- -Bracht in 1995 met minister De Boer de Integrale notitie mest- en ammoniakbeleid uit. De aanpak van de mestproblematiek wordt meer gericht op situaties waar de milieurisico's het grootst zijn. Ondernemers die zich al richten op schoner produceren worden ontzien, waardoor anderen die dat niet doen gestimuleerd worden hun voorbeeld te volgen. Er komt een beter monitoringsysteem. Voor de intensieve veehouderij komt er een aangifteplicht voor mineraalverliezen via een mineraalaangiftesysteem (MINAS). Bij overschrijding van vastgestelde normen moet een heffing worden betaald.
- -Besloot in 1996 tot vernietiging van 64.000 Britse kalveren in Nederland in verband met de gekkekoeienziekte in Groot-Brittannië
- -Bracht in 1996 de Nota LNV-emancipatiebeleid tot 2000 uit. Het beleid richt zich op een grotere rol van vrouwen in besluitvormende- en overlegorganen van alle beleidsterreinen van LNV, grotere economische zelfstandigheid van vrouwen in de sector LNV en grotere invloed van vrouwen op gebruik, inrichting en beheer van landelijk gebied.
- -Tijdens zijn ministerschap brak (in 1997) in Zuid-Nederland een grote epidemie van varkenspest uit
- -In 1997 verwierp de Eerste Kamer het door hem verdedigde wetsvoorstel tot wijziging van de Visserijwet, waarbij onder meer de 'vrije hengel' werd afgeschaft
- -Bracht in 1997 de Nota Structuurverandering varkenshouderij uit. Vanwege diverse problemen (beperkte kwaliteitsaanbod, gewijzigde voorkeuren consumenten, welzijns- en diergezondheidsaspecten) staat de sector voor nieuwe uitdagingen. Om daaraan, en aan wensen van de (internationale) markt, tegemoet te kunnen komen, is herstructurering nodig. De uitbraak van varkenspest heeft de noodzaak daarvan zelfs urgent gemaakt. Er wordt een stelsel van varkensrechten aangekondigd om het aantal op een bedrijf te houden varkens te reguleren. Deze rechten worden verhandelbaar; niet-levensvatbare bedrijven kunnen door verkoop hun bedrijf beëindigen. Er komt een generieke korting op het aantal varkens dat op een bedrijf mag worden gehouden en het aantal varkens per bedrijf wordt gemaximeerd.
- -Zette als minister van Buitenlandse Zaken in grote lijnen het buitenlandse beleid van zijn voorganger(s) voort, waarbij een actieve rol van Nederland in de internationale politiek centraal stond. Zette zich onder meer in voor de vestiging van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Verder nam Nederland deel aan vredesmissies in onder meer Kosovo, Bosnië en Eritrea. Op Europees gebied steunde Nederland de voorstellen voor verdere uitbreiding van de Europese Unie met landen in Centraal- en Oost-Europa. Met het oog op de naderende uitbreiding werd in Europees verband onderhandeld over institutionele hervormingen (Verdrag van Nice, 2000). Daarbij werd onder meer een besluit genomen over de weging van stemmen in de Europese Raad bij stemmingen waarvoor een gekwalificeerde meerderheid vereist is.
- -Stelde in 2001 samen met minister De Grave een Toetsingskader (kamerstuk 23.591, nr. 7) op voor de uitzending van Nederlandse militairen in het kader van vredesmissies. Dit betreft onder meer de informatievoorziening aan de Kamer, de criteria voor deelname, eventuele risico's en evacuatie en de bewapening.
- -Zette zich in voor verbetering van de hulpverlening van Nederlanders in buitenlandse gevangenissen.
als bewindspersoon (wetgeving)
- -Bracht in 1995 een wijziging (Stb. 504) van de Pachtwet tot stand. De pachtregels worden geliberaliseerd door de wet onder meer niet van toepassing te laten zijn op los land van een beperkte omvang en door introductie van een stelsel van pacht van los land voor een periode van ten hoogste 12 jaar. De liberalisatie wordt nodig geacht vanwege de sterke daling van het pachtareaal (van 52% in 1959 naar 31% in 1992). Het wetsvoorstel was in 1992 ingediend door minister Bukman.
- -Bracht in 1996 de Wet op de Raad voor het landelijke gebied (Stb. 539) tot stand. Deze raad is een vast college van advies over het landelijk gebied. In de advisering zullen de waarde en het fysieke gebruik van het landelijke gebied centraal moeten staan.
- -Bracht in 1997 de Wet tot instelling van een Natuurplanbureau (Stb. 56) tot stand, dat via rapportages over de toestand en mogelijke toekomstige ontwikkelingen van natuur, bos en landbouw, een wetenschappelijk verantwoorde onderbouwing van het te voeren natuurbeleid moet bieden.
- -Bracht in 1997 een wijziging (Stb. 360) van de Meststoffenwet tot stand, waardoor een nieuw stelsel van heffingen wordt geïntroduceerd met als kern de zogenaamde regulerende mineralenheffingen. Dit maakt een meer individuele bedrijfsbenadering in de mestwetgeving mogelijk.
- -Bracht in 1997 de Natuurbeschermingswet 1998 (Stb. 403) tot stand, waarbij het onderscheid tussen staats- en beschermde natuurmonumenten wordt opgeheven. De aanwijzing van beschermde natuurmonumenten wordt gedecentraliseerd. Er kunnen tevens beschermde landschapsgezichten worden aangewezen. Natuurbeschermingsorganisaties en milieuvriendelijke landbouwbedrijven kunnen subsidie krijgen. Elke acht jaar moet een Natuurbeleidsplan worden opgesteld. Het wetsvoorstel was in 1994 ingediend door staatssecretaris Gabor.
- -Bracht in 1997 de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer (Stb. 514) tot stand. Staatsbosbeheer wordt in de vorm van een publiekrechtelijk rechtspersoon een apart overheidslichaam, buiten het ministerie. De verzelfstandiging moet leiden tot een doelmatiger bedrijfsvoering.
- -Bracht in 1997 de Wet regelen ter instelling van de natuurplanbureaufunctie (Stb. 516) tot stand. De wet regelde de oprichting van een Natuurplanbureau, dat, via rapportages over de toestand en mogelijke toekomstige ontwikkelingen van natuur, bos en landbouw, een wetenschappelijk verantwoorde onderbouwing van het te voeren beleid moest bieden. De werkzaamheden van het bureau vielen onder coördinatie en eindverantwoording van het Rijksinstituut voor Milieuhygiëne.
- -Bracht in 1998 de Wet herstructurering varkenshouderij (Stb. 236) tot stand. Deze wet stelt in het belang van het milieu, de ruimtelijke kwaliteit en het dierenwelzijn regels over beperking van het aantal varkenshouderijen. Er komen heffingen voor het houden van fokzeugen en varkens. De wet moet per 1 januari 2005 vervallen. De wet werd in februari 1999 door de rechter gedeeltelijk ongeldig verklaard, maar dit werd in mei 1999 door de rechtbank in Utrecht herroepen.
- -Bracht in 1998 de Flora- en Faunawet (Stb. 402) tot stand, die de bescherming van inheemse en uitheemse planten en dieren regelt. Er worden strengere regels gesteld aan de jacht en aan de handel in dieren. De Vogelwet 1936, de Jachtwet, de Nuttige dierenwet 1914 en de Wet bedreigde uitheemse diersoorten worden in de nieuwe wet geïntegreerd. Het wetsvoorstel was in 1993 ingediend door staatssecretaris Gabor.
- -Bracht in 1998 als minister van Buitenlandse Zaken de wet tot stand tot Goedkeuring van het op 10 september 1996 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake het alomvattend verbod op kernproeven. Het verdrag verbiedt het uitvoeren van alle kernproeven in de vorm van explosies, van welke omvang en grootte dan ook.
- -Bracht in 1998 de wet tot stand tot Goedkeuring van de op 16 december 1997 te Brussel tot stand gekomen Protocollen bij het Noord-Atlantisch Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Hongarije, de Republiek Polen en de Tsjechische Republiek
- -Bracht in 1998 samen met minister-president Kok en staatssecretaris Benschop de wet tot stand tot Goedkeuring van het op 2 oktober 1997 tot stand gekomen Verdrag van Amsterdam houdende wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen. Het verdrag roept onder meer de functie van Hoge Vertegenwoordiger voor het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid in het leven. Het personenverkeer komt onder de eerste pijler te vallen en het Schengenverdrag wordt deel van het Europese Verdrag. De positie van het Europees Parlement wordt versterkt door grotere bevoegdheden op het terrein van onder andere milieu, vervoer en sociaal beleid.
- -Bracht in 2001 samen met minister Korthals een wet tot stand ter goedkeuring van het op 17 juli 1998 totstandgekomen Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof
- -Bracht in 2001 een rijkswet tot stand ter Goedkeuring van het op 2 maart 2000 te Oranjestad (Aruba) tot stand gekomen Verdrag inzake samenwerking met de Verenigde Staten betreffende toegang tot en gebruik van faciliteiten in de Nederlandse Antillen en Aruba voor drugsbestrijding vanuit de lucht
- -Bracht in 2001 samen met minister Korthals wetten tot stand ter uitvoering van verdragen over bestrijding van terroristische bomaanslagen en van financiering van terrorisme.
wetenswaardigheden
- -Werd in 1979 door Hans Wiegel als opvolger van Elco Brinkman benoemd tot hoofd bureau van de secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken
- -Werd in 2001 door de meerderheid van de Tweede Kamer bekritiseerd omdat hij vóór deelname van de Servische oppositie aan de tweede ronde van de verkiezingen had gepleit. De Servische oppositie claimde na de eerste ronde al de overwinning en beschuldigde de Servische regering van malversaties. Minister-president Kok nam openlijk afstand van de uitspraak van Van Aartsen. Na een openhartig gesprek tussen beiden werd de lucht geklaard.
- -In oktober 2001 ontstond er enige spanning met minister-president Kok over de coördinatie van het buitenlands beleid. Van Aartsen meldde dat hij Kok had geïnformeerd dat niet Pronk maar Lubbers door de VN werd genoemd als kandidaat voor de post van Hoge Commissaris van de Vluchtelingen, terwijl Kok ontkende dat hij hiervan in kennis was gesteld. Tijdens een Kamerdebat verklaarde Kok dat de melding van Van Aartsen terloops was gedaan tijdens een gesprek over vele onderwerpen en dat de melding hem blijkbaar ontgaan was. Kok had eerder zelf meegedeeld dat hij op verzoek van de secretaris-generaal van de VN had gezwegen over de kandidatuur van Lubbers.
- -Werd op 15 mei 2003 als (beoogde) fractievoorzitter van de VVD gekozen, als opvolger van Gerrit Zalm (toen beoogd minister van Financiën)
- -Na de verkiezingsnederlaag van de VVD bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 trad hij, na overleg met Mark Rutte, Uri Rosenthal en Jan van Zanen, af als fractievoorzitter.
uit de privésfeer
Op 1 april 2004 reed verwarde vrouw in Den Haag met haar auto op hem en zijn persvoorlichter in, waarbij de laatste lichtgewond raakte. De vrouw werd later tot t.b.s. met dwangverpleging veroordeeld.
woonplaats
's-Gravenhage
ridderorden
- -Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 april 1994
- -Officier in de Orde van Oranje-Nassau, 10 december 2002
publicaties/bronnen
- -Koen Greven en Kees van der Malen, "Jozias van Aartsen, minister van afstand" in: NRC Handelsblad, 24 november 1997
- -J.M. Bik, "Schoktherapeut in een mooi Haags streepjespak. Jozias van Aartsen, van Haags zondagskind tot geslagen minister", in: NRC Handelsblad, 4 september 2000
- -Raymond van den Boogaard, "Praktisch ingestelde, redelijke eigenzinnige VVD'er" in: NRC Handelsblad, 15 september 2003
- -Paul van der Zwan, "'Stijfkoppig en intuïtief'. Portret Jozias van Aartsen", in: VNG Magazine, 7 maart 2008
familie/gezin
gehuwd
kinderen
3 zoons
familierelaties
Zoon van J. van Aartsen, minister en Commissaris der Koningin
Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.
