Prof.Dr. E.M.H. (Ernst) Hirsch Ballin

foto Prof.Dr. E.M.H. (Ernst) Hirsch Ballinvergrootglas Christendemocratische rechtsgeleerde en politicus die twee perioden minister van Justitie was. Zoon van een joodse, Duitse vluchteling. Stapte in 1989 over van de Tilburgse universiteit naar het kabinet-Lubbers III en had aanvankelijk het imago van een studeerkamergeleerde en zedenmeester. Trad kort voor de verkiezingen van 1994 af vanwege de IRT-affaire en werd nadien Tweede en Eerste Kamerlid. Werd in 2000 staatsraad, maar keerde in 2006 terug als minister van Justitie en bleef dat opnieuw vier jaar. Was in 2010 tevens minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bekwaam wetgever die als vurig verdediger van de rechtsstaat gezag had. Workaholic en voor alles jurist. Is nu opnieuw hoogleraar in Tilburg. Tevens is hij sinds 1 juli 2014 lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

CDA
in de periode 1989-2010: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister, lid Raad van State

voornamen (roepnaam)

Ernst Maurits Henricus (Ernst)

personalia

geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 15 december 1950

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek (sinds studietijd)

partij/stroming

partij(en)
CDA (Christen-Democratisch Appèl)

hoofdfuncties en beroepen

  • wetenschappelijk assistent staatsrecht, Universiteit van Amsterdam, van 1974 tot 1 februari 1977
  • hoofdambtenaar stafdeling publiekrecht, hoofdafdeling staats- en strafrecht, ministerie van Justitie, van 1 februari 1977 tot 1 juli 1981
  • hoogleraar staats- en bestuursrecht, Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg, van 1 juli 1981 tot 7 november 1989
  • minister van Justitie, van 7 november 1989 tot 27 mei 1994
  • minister belast met coördinatie van aangelegenheden de Nederlandse Antillen en Aruba betreffend en met de zorg voor aan de Nederlandse Antillen en Aruba te verlenen hulp en bijstand, van 14 november 1989 tot 27 mei 1994
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 10 januari 1994 tot 18 januari 1994 (na het overlijden van minister Dales)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 mei 1994 tot 1 juni 1995
  • hoogleraar internationaal recht, Katholieke Universiteit Brabant (thans Universiteit van Tilburg), van november 1994 tot 22 september 2006 (0,2 werkweek, vanaf juli 1998 0,8 werkweek)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 13 juni 1995 tot 1 november 2000
  • hoogleraar wetgevingsvraagstukken, Katholieke Universiteit Brabant, van januari 1996 tot juni 1998 (0,6 werkweek)
  • lid Raad van State, van 1 november 2000 tot 22 september 2006
  • minister van Justitie, van 22 september 2006 tot 14 oktober 2010
  • minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van 23 februari 2010 tot 14 oktober 2010
  • deeltijd hoogleraar 'rechten van de mens', Universiteit van Amsterdam, vanaf 1 maart 2011
  • hoogleraar Nederlands en Europees constitutioneel recht, Universiteit van Tilburg, vanaf 1 april 2011
  • lid WRR (Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid), vanaf 1 juli 2014

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was vanaf 14 december 2006 tot 22 februari 2007 tevens belast met het vreemdelingenbeleid

activiteiten

als parlementariër
  • Hield zich als Tweede Kamerlid vooral bezig met hoger onderwijs en defensie
  • Hield zich als Eerste Kamerlid vooral bezig met justitie, buitenlandse zaken en defensie (veiligheidsbeleid). Voerde onder meer in 1998 het woord bij de behandeling van de Telecommunicatiewet en het wetsvoorstel tot goedkeuring van het Verdrag van Amsterdam.

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Stelde in 1990 samen met staatssecretaris Simons de commissie-Remmelink in, die moest adviseren over wettelijke regeling van euthanasie
  • Bracht in 1990 samen met minister Dales de nota "Een nieuw politiebestel in de jaren '90" uit. Hierin wordt de vorming van regionale politiekorpsen en van landelijke politiediensten aangekondigd. (21.461)
  • Bracht in 1990 samen met staatssecretaris Kosto het beleidsplan "Recht in beweging" uit. De nota geeft een analyse van de toegenomen criminaliteit. Als oorzaken worden onder meer genoemd de drugsproblematiek, werkloosheid en individualisering. Er worden als antwoord hierop maatregelen tot verbetering in de rechtsverzorging aangekondigd, zoals intensivering van maatregelen op het gebied rechtshandhaving en rechtshulp en nieuwe wetgeving. Verder wordt modernisering van organisatie en bedrijfsvoering in het justitiële apparaat aangekondigd. Als derde kernpunt wordt genoemd versterking van de samenwerking met medeoverheden en maatschappelijke organisaties. (21.829)
  • Bracht in 1991 de nota "Zicht op wetgeving" uit over de rechtsstatelijke en bestuurlijke kwaliteit van wetgeving. Geconstateerd wordt dat de verwachtingen over het oplossen van maatschappelijke problemen door wetgeving worden overschat. Alle deelnemers aan het wetgevingsproces moeten zich sterker richten op en aansluiten bij processen in de samenleving. Er moet meer oog zijn voor de daadwerkelijke gevolgen van regelgeving voor die processen. Alternatieven voor wetgeving dienen daarbij te worden betrokken. (22.008)
  • Bracht in 1991 de nota "Met vaste hand" uit over verbetering van de kwaliteit van de rechtshandhaving. De instelling van een Inspectie voor de rechtshandhaving wordt aangekondigd. (22.045)
  • Kwam in 1991 samen met minister Andriessen en staatssecretaris Kosto met een Plan van aanpak ter beheersing van criminaliteit in en rond winkels. Hierin worden maatregelen aangekondigd zowel in de preventieve als repressieve sfeer. Primair blijven preventieve maatregelen de verantwoordelijkheid voor de detailhandel zelf. In strafrechtelijke aanpak zijn het HKS (Herkenningsdienstensysteem) en lik-op-stuk-beleid van belang. Om dat laatste mogelijk te maken, komt er een wetswijziging. Het HKS, waarin gegevens over delicten en daders worden opgenomen, moet vooral een rol spelen bij het terugdringen van recidive. (22.038)
  • Bracht in 1992 samen met minister Dales de nota "De georganiseerde criminaliteit in Nederland" uit. Geconstateerd wordt dat de georganiseerde misdaad in Nederland is gegroeid en nieuwe gedaanten heeft aangenomen. De misdaad is internationaler en grootschaliger geworden. Dit geldt met name voor de drugshandel. Er is gevaar voor penetratie in de 'bovenwereld'. Het OM heeft bestrijding van de georganiseerde misdaad als een topprioriteit bestempeld en er zijn bovenregionale teams ingesteld. Er is een coördinerend beleidsoverleg ingesteld onder leiding van de p.g. in 's-Hertogenbosch. Verdere intensivering van de strafrechtelijke aanpak is noodzakelijke en er moet meer samenwerking komen met het bedrijfsleven. De opsporing wordt vernieuwd en geïntensiveerd; capaciteit wordt uitgebreid. (22.838)
  • Leidde in 1993 de toekomstconferentie over de Nederlandse Antillen, die echter geen resultaat opleverde (23.224)
  • Bracht in 1993 een brief uit over het kabinetsstandpunt inzake het advies van de commissie voor toetsing van de wetsprocedure 'Voortvarend wetgeven'. Doelmatiger inrichting van de wetsprocedure wordt onderschreven. Knelpunten zijn onder meer de verhouding werktijd-wachttijd en het herhalen van vragen en antwoorden, waardoor de doorlooptijd onnodig lang is. Als actiepunten worden onder meer aangemerkt: het jaarlijks uitbrengen van een overzicht van wetgevingsvoornemens, met een meer bindend karakter en prioritering; meer synchronisering van rijksbegroting en daaruit voortvloeiende wetgeving; de mogelijkheid van instelling van task-forces voor complexe wetgeving; het aan termijnen binden van advisering; periodiek ambtelijk overleg met de Raad van State en frequenter overleg met de Kamercommissies over voortgang van wetgeving en aanpassing in het reglement van orde van de Tweede Kamer. (23.462)
  • In 1993 verzette de Eerste Kamer zich tegen door hem verdedigde wetsvoorstellen over het souteneurschap en de opheffing van het absolute bordeelverbod. De Eerste Kamer achtte het strijdig met de grondwet als gemeenten de facto zouden uitmaken of exploitatie van prostitutie strafbaar zou zijn als misdaad. Een verbod van exploitatie van prostitutie door personen die onder de Wet arbeid buitenlandse werknemers vielen, werd discriminerend geacht. Het wetsvoorstel over het souteneurschap werd ingetrokken en de bepaling over het bordeelverbod bleef gehandhaafd. De wetsvoorstellen waren in 1983 en 1989 ingediend door minister Korthals Altes. (18.202, 21.027)
  • Bracht in 1994 samen met minister Van Thijn een brief uit over de opheffing van het interregionaal rechercheteam Noord-Holland/Utrecht (IRT). Zij stelden de commissie-Wierenga in, die deze opheffing moest onderzoeken. Volgens de Utrechtse korpschef Wiarda was kennis bij de top van het IRT over corruptie in het Amsterdamse politiecorps daarvan de reden geweest. De Amsterdamse korpsleiding (inclusief Van Thijn, inmiddels minister) noemde het gebruik van ongeoorloofde opsporingsmethoden als reden voor de opheffing. De commissie-Wierenga concludeerde op 24 maart in haar rapport dat er geen sprake was geweest van corruptie, maar constateerde tevens dat er geen verkeerde opsporingsmethoden [het gecontroleerd doorlaten van drugs] waren gebruikt (de Amsterdamse top stelde: dat klopt, maar dat kwam omdat wij het IRT hadden ontbonden). Tijdens een Kamerdebat op 7 april stelde hij zich achter de bevindingingen van de commissie-Wierenga. Van Thijn verdedigde als minister zijn vroegere rol als korpsbeheerder. Probleem was onder meer dat besluitvorming over de opheffing van het IRT niet schriftelijk was vastgelegd. De Kamer verwierp een motie van afkeuring, maar dwong wel af dat 'functioneringsgesprekken' met de voormalige leiding van het IRT zouden plaatsvinden. (23.593)
  • Verdedigde in 1994 in de Tweede Kamer met succes het wetsvoorstel Algemene wet op het binnentreden. Het wetsvoorstel werd door minister Kosto in het Staatsblad gebracht.
  • Bracht in 2008 samen met de ministers Ter Horst, Vogelaar en Rouvoet het Actieplan Overlast en Verloedering uit. Hierin staan maatregelen om knelpunten bij de aanpak van overlast weg te nemen. Het beleid richt zich op aanpak van overlast door jongeren, uitgaansoverlast, overlast in de woon- en leefomgeving en verloedering van de fysieke woon- en leefomgeving. Gemeenten krijgen op die punten nieuwe (wettelijke) instrumenten en de samenwerking en regievoering worden versterkt. Ook de mogelijkheden voor burgers om onderling respect in een buurt te verbeteren, worden uitgebreid. (28.684)
  • Kwam in 2009 samen met staatssecretaris Albayrak met voorstellen voor een strengere aanpak van vreemdelingen die voor criminaliteit of overlast zorgen. Dit houdt in dat de verblijfsvergunning eerder wordt ingetrokken. Het gaat hier om veelplegers en plegers van ernstige delicten, zoals huiselijk geweld, mensenhandel, drugs- en wapenhandel. Zowel het beleid als de uitvoering wordt aangescherpt, zodat criminele vreemdelingen sneller kunnen worden aangepakt en eventueel ongewenst verklaard en uitgezet kunnen worden. (19.637)
  • In 2007 verwierp de Eerste Kamer het door hem en minister Ter Horst verdedigde wetsvoorstel Wet bestuurlijke boete fout parkeren en ander lichte verkeersovertredingen. Het wetsvoorstel was in 2005 ingediend door de ministers Remkers en Donner. (30.098)
  • In 2008 verwierp de Eerste Kamer het door hem verdedigde wetsvoorstel om als proef drie jaar kansspelen via internet toe te staan aan Holland Casino. Het wetsvoorstel was in 2005 ingediend door minister Donner. (30.362)
  • In 2009 verwierp de Eerste Kamer het door hem verdedigde wetsvoorstel affectieschade (schadevergoeding aan naasten van geweldsmisdrijven). Het wetsvoorstel was in 2003 ingediend en in 2005 in de Tweede Kamer verdedigd door minister Donner. $O 28.781 TK alg.st; EK: 36-30 (tegen VVD, CDA, SGP, CU)
  • In 2010 verwierp de Eerste Kamer het door hem verdedigde wetsvoorstel inzake de vergoeding van affectieschade (vergoeding voor directe naasten van een slachtoffer). Het wetsvoorstel was in 2003 ingediend door minister Donner.

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1990 samen met staatssecretaris Van Voorst tot Voorst een - in maart 1989 door de Tweede Kamer aanvaarde - wijziging van het militair straf-, strafproces- en tuchtrecht in het Staatsblad (Stbb. 367-368). De herziening voorziet in herziening van het sanctiestelsel, waarbij de doodstraf wordt afgeschaft en bijkomende straffen van ontslag uit militaire dienst, verlaging en en plaatsing in een strafklasse verdwijnen. Er komt een scheiding tussen straf- en tuchtrecht. Het militair tuchtrecht wordt geschreven recht en bevat een regeling voor tuchtprocedure, vertrouwensman en beroepsprocedure. De Wet Militaire Strafrechtspraak (Stb. 370) vervangt de bestaande wetgeving, waaronder de Militaire Cassatiewet. Er is aansluiting gezocht bij het Wetboek van Strafvordering, maar militairen staan voor strafbare feiten terecht voor een militaire kamer, politierechter of kantonrechter. De wetsvoorstellen waren in 1981 en 1983 ingediend door resp. staatssecretaris Van Eekelen en minister De Ruiter en de ministers De Ruiter en Korthals Altes en in 1989 door de Tweede Kamer geloodst door de ministers Bolkestein en Korthals Altes. (16.813, 16.813, 16.813, 17.804, 17.804, 17.804, 17.804)
  • Bracht in 1990 samen met staatssecretaris Van Amelsvoort een wet (Stb. 637) tot stand waarbij de fiscale aftrekbaarheid van boeten werd afgeschaft. Het wetsvoorstel was in 1987 ingediend door staatssecretaris Koning en minister Korthals Altes. (20.857)
  • Bracht in 1991 samen met minister Maij-Weggen een wijziging van de Luchtvaartwet in het Staatsblad (Stb. 310) inzake de beveiliging van luchtvaartterreinen, zoals het uitvoeren van fouilleringen. Er komen regels voor de op luchtvaartterreinen te treffen maatregelen en er komt een heffing voor de kosten van de beveiliging. Het wetsvoorstel was in 1987 ingediend en in 1988 in de Tweede Kamer verdedigd door de ministers Smit-Kroes en Korthals Altes. (20.306)
  • Bracht in 1991 samen met minister Maij-Weggen een wet tot stand waarbij de kosten voor beveiliging van luchtvaartterreinen deels werden overgeheveld naar de exploitanten van luchthavens (21.947)
  • Bracht in 1991 een wet (Stb. 519) tot wijziging van Strafrechtbepalingen inzake de zedelijkheid tot stand (strafbaarstelling verkrachting binnen het huwelijk, aanscherping regels inzake ontucht met minderjarigen). Het wetsvoorstel was in 1988 ingediend door minister Korthals Altes. (20.930)
  • Bracht in 1991 een wet tot stand tot aanscherping van de bepalingen over heling. De omschrijving van het delict heling wordt ruimer, wat de bewijsvoering vereenvoudigt. Verder worden mogelijkheid van huiszoeking en inbeslagneming uitgebreid. (21.565)
  • Bracht in 1991 een wijziging (Stb. 672) van de Wet betreffende de positie van Molukkers tot stand, waardoor staatloze Molukkers die dat wensen een Nederlands paspoort met de vermelding 'Nederlandse nationaliteit' kunnen krijgen (20.524)
  • Bracht in 1991 samen met minister Dales de Wet tijdelijke voorzieningen reorganisatie politiebestel (Stb. 674) tot stand. (21.874)
  • Bracht in 1991 samen met staatssecretaris Kosto een wet (Stb. 691) tot stand over het toezicht op vreemdelingen gedurende de behandeling of na afwijzing van hun verzoek om toelating. Hiermee moet illegale immigratie worden voorkomen. (21.975)
  • Bracht in 1992 een wijziging (Stb. 214) van het Wetboek van Strafvordering tot stand om de regels met betrekking tot voorlopige hechtenis te vereenvoudigen. De mogelijkheid om voorlopige hechtenis toe te passen wordt afhankelijk gesteld van de vraag of de vaste woon- of verblijfplaats van de verdachte bekend is. De mogelijkheden om iemand die verdacht wordt van een vermogensdelict in voorlopige hechtenis te nemen, worden uitgebreid. Vooral eerdere veroordelingen zijn daarbij van belang. (23.178)
  • Bracht in 1992 samen met minister Dales de Wet Algemene regels van bestuursrecht (Awb) (Stb. 315) tot stand. In deze wet staan onder meer bepalingen over de wijze waarop regelgeving tot stand moet komen, en de wijze waarop inspraak en beroep moeten worden vormgegeven. Besluiten moeten zorgvuldig worden voorbereid en worden gemotiveerd. In bepaalde gevallen is openbaarmaking van aanvraag of besluit verplicht en kan inspraak plaatsvinden. Bezwaar- of beroepschriften moeten binnen zes weken na bekendmaking worden ingediend. Een bestuursorgaan neemt binnen zes weken een besluit over het bezwaarschrift. Bij administratief beroep geldt een termijn van 16 weken. Door eenheid in de wetgeving moet het recht eenvoudiger en beter toegankelijk worden. Door algemene regels worden een aantal bepalingen in vele bijzondere wetten overbodig. Vastgelegd wordt hoe besluitvorming bij bestuursorganen moet plaatsvinden en hoe advisering, voorbereiding en bekendmaking moet geschieden. Het wetsvoorstel was in 1989 ingediend door de ministers Korthals Altes en Van Dijk. (21.221)
  • Bracht in 1992 samen met staatssecretaris Simons de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) in het Staatsblad (Stb. 669). Hierdoor worden criteria geformuleerd en zorgvuldige procedures vastgelegd voor gedwongen opname van patiënten met een ziekelijke stoornis of gebrekkige geestelijke ontwikkeling. Patiënten kunnen alleen worden opgenomen, wanneer zij zelf blijk geven van de "nodige bereidheid tot opneming". De patiënt moet er bewust voor kiezen opgenomen te worden en de consequenties daarvan volledig overzien. Gedwongen opname is alleen mogelijk in uitzonderingssituaties, bijvoorbeeld bij ernstig gevaar voor patiënt of anderen ('gevaarscriterium'). Daarvoor is een rechterlijke machtiging nodig. Ook bij het toepassen van dwingmiddelen, zoals separatie of medicatie, geldt een (verscherpt) gevaarscriterium. De wet vervangt de Wet staatstoezicht op krankzinnigen. Het wetsvoorstel was in 1971 ingediend door minister Polak en staatssecretaris Kruisinga. (11.270, 21.239)
  • Bracht in 1993 wetten (Stb. 11 en 12) tot stand die het ontnemen van door criminelen wederrechtelijk verkregen voordelen mogelijk maakt (de zogenaamde 'pluk ze'-wetgeving). Er komen meer mogelijkheden om als straf goederen verbeurd te verklaren. Het wordt mogelijk beslag te leggen totdat zekerheid bestaat over de tenuitvoerlegging van hoge geldboeten om voordeel te ontnemen. Het verhaalsrecht en de maximale duur van vervangende hechtenis worden verruimd; vervangende hechtenis wordt dwangmiddel ter nakoming geldstraffen. (21.504, 22.083)
  • Bracht in 1993 samen met staatssecretaris Dankert wetten tot stand inzake Goedkeuring van de op 19 juni 1990 te Schengen tot stand gekomen Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de Staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord over geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen van de Beneluxlanden, Duitsland en Frankrijk; tot toetreding van Italië tot dat verdrag, alsmede tot wijziging van enkele wetten in verband met dit verdrag. (22.140, 22.142, 22.207)
  • Bracht in 1993 een wijziging (Stb. 182) van het Wetboek van Strafrecht tot stand inzake verdachten die weigeren hun personalia bekend te maken (anonieme verdachte). Het opgeven van valse persoonsgegevens wordt strafbaar. Opsporingsambtenaren krijgen bevoegdheden om de identiteit van een verdachte vast te stellen. Het wetsvoorstel was in 1986 ingediend door minister Korthals Altes. (19.757)
  • Bracht in 1993 een wet (Stb. 486) tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht inzake het tegengaan van commercieel draagmoederschap tot stand. Commercieel draagmoederschap wordt onwenselijk beschouwd, onder andere vanwege emotionele problemen op langere termijn bij de draagmoeder en vanwege mogelijke hechting aan het gedragen kind. Beroeps- en bedrijfsmatige bemiddeling bij draagmoederschap wordt strafbaar gesteld. (21.968)
  • Bracht in 1993 samen met de ministers Dales en Ter Beek een wet (Stb. 588) tot stand waarbij de Koninklijke Marechaussee wordt belast met de veiligheid op de luchthavens en met het binnenlands vreemdelingentoezicht. De Marechausssee blijft onder gezag van de minister van Defensie, maar vervult haar politietaak onder verantwoordelijkheid van de minister van Justitie. (22.819)
  • Bracht in 1993 een wet (Stb. 596) tot aanvulling van het Wetboek van Strafvordering tot stand die DNA-onderzoek in bepaalde strafzaken mogelijk maakt. (22.447)
  • Bracht in 1993 een wet (Stb. 603) inzake betere bescherming van anonieme getuigen tot stand. Hierdoor kunnen getuigen die bedreigd worden (of van wie het gezin wordt bedreigd) door bijvoorbeeld de georganiseerde criminaliteit volledig anoniem getuigen bij de rechtbank. De rechten van de verdachten worden daarbij gewaarborgd. In het Wetboek van Strafvordering wordt hiervoor een speciale procedure vastgelegd. (22.483)
  • Bracht in 1993 samen met minister Dales een wet (Stb. 650) inzake voltooiing van de eerste fase van de herziening van de rechterlijke organisatie tot stand. Deze wet introduceert bestuursrechtspraak in twee instanties, een regeling voor bestuursprocesrecht en een uniforme regeling voor procesrecht voor alle bestuursrechtelijke colleges, zoals administratieve kamers van rechtbanken, de afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, de Centrale Raad van Beroep en de Colleges van Beroep voor het Bedrijfsleven en voor de studiefinanciering. Het gaat onder meer om bevoegdheid, termijnen, het horen van getuigen, griffierecht en versnelde behandeling. De kwaliteit en de overzichtelijkheid van de rechtspraak moet hierdoor worden verbeterd. Kroonberoep en beroep op grond van de Tijdelijke wet Kroongeschillen worden vervangen. Bij alle 19 arrondissementsrechtbanken worden enkelvoudige en meervoudige kamers ingesteld die in eerste aanleg bestuursrechtelijke zaken behandelen. Hoger beroep kan worden ingesteld bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, die de afdelingen Rechtspraak en Geschillen vervangt. Geschillen over o.a. bestemmingsplannen en milieuzaken komen direct bij de afdeling Bestuursrechtspraak terecht. Het zelfde geldt voor enkele andere categorieën geschillen (bijv. over dienstplicht en studiefinanciering). (22.495)
  • Bracht in 1993 de Wet identificatieplicht (Stb. 660) tot stand, die burgers verplicht zich in bepaalde gevallen (bijvoorbeeld bij financiële transacties, indiensttreding, het verkrijgen van uitkeringen, maar ook na 'zwart rijden' in het openbaar vervoer of voetbalvandalisme) te identificeren; door een wijziging van de Paspoortwet wordt de Europese identificatiekaart naast het paspoort erkend als identificatiebewijs. (22.694)
  • Bracht in 1993 een wet (Stb. 679) tot wijziging van artikel 250 van het Wetboek van Strafrecht tot stand, waardoor exploitatie van buitenlandse vrouwen in de prostitutie zwaarder wordt bestraft. (21.027)
  • Bracht in 1993 samen met staatssecretaris Simons de Wet meldingsformulier levensbeëindiging (Stb. 688) tot stand, waardoor euthanasie strafbaar bleef, maar alleen dan als een arts niet de nodige zorgvuldigheid in acht had genomen. In geval van euthanasie moet de arts dit melden aan de gemeentelijk lijkschouwer. Deze schakelt de officier van justitie in, die toetst of voldoende zorgvuldigheid in acht is genomen. (22.572)
  • Bracht in 1993 samen met minister Kok de Wet inzake identificatie bij financiële dienstverlening 1993 (Stb. 704) en Wet melding ongebruikelijke transacties (Stb. 705) tot stand. Beide wetten moeten wiswassen van gelden uit criminele activiteiten tegengaan. Financiële instellingen mogen onder andere niet langer anonieme rekeningen op fictieve namen openen. Zij moeten de identiteit van een cliënt vaststellen aan de hand van een officieel identiteitsbewijs en dat bewijs registreren. Eerstgenoemde wet vervangt ter implementatie van een EG-richtlijn een eerdere wet uit 1988. In plaats van zelfregulering komt er een strakker wettelijk kader. (23.008, 23.009)
  • Bracht in 1993 samen met staatssecretaris Kosto een wet (Stb. 707) tot herziening van de Vreemdelingenwet tot stand, waardoor asielzoekers niet langer in beroep kunnen tegen het afwijzen van een asielaanvrage. Er komt een juridische basis voor de gedoogdenregeling en de procedures worden verkort, gestroomlijnd en geconcentreerd. (22.735)
  • Bracht in 1993 samen met minister Dales een nieuwe Politiewet (Stb. 724) tot stand. De politie wordt grotendeels regionaal georganiseerd met een regionale korpsbeheerder (veelal de burgemeester van een grote gemeente) aan het hoofd. Er komen 25 regiokorpsen. Daarnaast wordt er een Korps Landelijke Politiediensten ingesteld voor bovenregionale taken, zoals het toezicht op weg-, water- en luchtverkeer, het beveiligen van koninklijke en diplomatieke personen, het leveren van recherche-expertise en misdaadanalyse en het bieden van ondersteuning aan de regionale korpsen op het gebied van politiespecifieke hulpmiddelen, informatietechnologie en logistieke diensten. Ook de Centrale Recherche Informatie (CRI) ressorteert onder het Korps landelijke politiediensten. De CRI ondersteunt op bovenregionaal niveau politie en justitie bij de bestrijding van met name zware en georganiseerde criminaliteit. (22.562, 22.562)
  • Bracht in 1993 de Wet op de rechtsbijstand (Stb. 775) tot stand. Deze wet vervangt de Wet rechtsbijstand on- en minvermogenden uit 1957 en moet tot een betere beheersing van uitgaven leiden. Verder wordt de organisatie van de rechtsbijstand gemoderniseerd en moet betere toegang worden geboden voor rechtzoekenden. (22.609)
  • Bracht in 1994 een wijziging (Stb. 60) van het Wetboek van Strafrecht tot stand over de strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen. Het gaat daarbij om voorbereiding van misdrijven waarop een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld. (22.268)
  • Bracht in 1994 een wet (Stb. 84) tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht tot stand waarbij de straf voor gevangenen bij ontsnapping werd verhoogd. (23.082)
  • Bracht in 1994 samen met de ministers Van Thijn en Ritzen en staatssecretaris Wallage de Algemene wet gelijke behandeling (Stb. 623) tot stand. Deze wet verbiedt discriminatie behoudens objectief gerechtvaardigd onderscheid en stelt ter handhaving een Commissie gelijke behandeling in. De wet bevat anti-discriminatiebepalingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden, benoeming, ontslag en onderwijs. Instellingen op levensbeschouwelijke grondslag mogen wel eisen stellen die verband houden met het functioneren, zonder daarbij te discrimineren. Het enkele feit van de seksuele gerichtheid mag echter geen rol spelen bij bijv. benoeming of bevordering. Onderscheid is niet verboden als het en voorkeursbehandeling betreft, als het geslacht bepalend is of als het gaat om bescherming van vrouwen. (22.014)
  • Bracht in 1994 als minister voor Koninkrijksrelaties een wijziging van het Statuut voor het Koninkrijk tot stand, waardoor de band met Aruba ook na 1 januari 1996 werd voortgezet. In 1989 had Aruba de wens geuit onafhankelijkheid te worden, met handhaving van een bijzondere samenwerkingsband met Nederland. In 1990 kwam Aruba echter terug op deze wens, omdat er teveel volkenrechtelijke belemmeringen waren voor zo'n hechte samenwerking (bijvoorbeeld bij de bescherming van de territoriale integriteit). (22.593)
  • Bracht in 1994 samen met minister Kooijmans een wet tot stand vanwege de vestiging van het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag. Bijzondere regels waren nodig voor internationale strafrechtelijke samenwerking, rechtshulp en tenuitvoerlegging van door andere dan Nederlandse rechters uitgesprokken vonnissen. (23.542)
  • -
  • Bracht in 2006 een wijziging (Stb. 480) van het Wetboek van Strafvordering in het Staatsblad over afgeschermde getuigen. De rechter-commissaris kan in het belang van de staatsveiligheid de openbaarmaking van bepaalde gegevens beletten. Verder kan de rechter-commissaris getuigen in het belang van de staatsveiligheid horen als 'afgeschermde getuigen'. Het wetsvoorstel was in 2004 ingediend en in 2005/2006 in beide Kamers verdedigd door minister Donner. (29.743)
  • Bracht in 2006 de Wet verruiming mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven in het Staatsblad (Stb. 580). Met dit voorstel kan de overheid sneller optreden bij grote dreiging van terrorisme. Voor inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden (fouilleren, observatie, telefoontap) bij terrorisme is niet langer een redelijk vermoeden van een strafbaar feit nodig. Aanwijzingen zijn voldoende. Bij verdenking van het voornemen tot een terroristisch misdrijf kan iemand in bewaring worden gesteld. Het wetsvoorstel was in ingediend en in de Tweede Kamer verdedigd door minister Donner. (30.164)
  • Bracht in 2006 samen met minister Hoogervorst een wijziging (Stb. 680) van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, waardoor zelfbinding wordt geïntroduceerd in die wet. Hierdoor ontstaat de mogelijkeid tot opname, verblijf en behandeling van psychiatrische patiënten zonder bereidheid daartoe, indien zij zich daartoe eerder, in een wilsbekwame periode, wel bereid hebben verklaard. Het wetsvoorstel was in 2002 ingediend door de ministers Borst en Korthals en in 2005 medeverdedigd door minister Donner. (28.283)
  • Bracht in 2007 samen met minister Verburg een wet in het Staatsblad (Stb. 163), waardoor het pachtrecht wordt herzien. In plaats van in een afzonderlijke Pachtwet wordt het pachtrecht geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Het pachtrecht wordt geliberaliseerd om het verpachten van grond aantrekkelijker te maken. Het wetsvoorstel was in 2006 ingediend en in de Tweede Kamer verdedigd door de ministers Donner en Veerman. (30.448)
  • Bracht in 2007 samen met minister Ter Horst een wijziging (Stb. 180) van de Politiewet in het Staatsblad waardoor de sturing vanuit het Rijk (Justitie en BZK) van de politieregio's wordt versterkt. De burgemeester van de centrumgemeente van de politieregio is niet langer automatisch korpsbeheerder, maar deze wordt voortaan bij KB aangesteld. De ministers krijgen de bevoedgheid de korpsbeheerders aanwijzingen te geven. Het wetsvoorstel was in 2004 ingediend door de ministers Donner en Remkes. (29.704)
  • Bracht in 2007 samen met staatssecretaris Van Hoof een wijziging (Stb. 192) van de Faillissementswet tot stand, die er toe strekt de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen te vereenvoudigen. Er wordt onder meer een gedwongen schuldsanering geïntroduceerd en aan de schuldenaar en het schuldsaneringsverzoek worden hogere eisen gesteld. Het wetsvoorstel was in 2005 (mede) ingediend door minister Donner. (29.942)
  • Bracht in 2007 een wijziging (Stb. 500) van het Wetboek van Strafrecht tot stand, waardoor de vervroegde invrijheidstelling wordt omgevormd tot een voorwaardelijke invrijheidstelling. De regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling is van toepassing op vrijheidsstraffen met een duur van meer dan een jaar. De voorwaardelijke invrijheidstelling vindt van rechtswege plaats wanneer tweederde van de door de echter opgelegde vrijheidsstraf is ondergaan. Voor straffen met een duur tussen een jaar en twee jaar vindt voorwaardelijke invrijheidstelling plaats wanneer de vrijheidsbeneming ten minste een jaar heeft geduurd en van het nog ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf een derde gedeelte is ondergaan. Een veroordeelde blijft tot voltooiing van de straf onder toezicht van justitie. (30.513)
  • Bracht in 2007 samen met minister Rouvoet een wijziging (Stb. 575) van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de jeugdzorg tot stand met het oog op verruiming van de mogelijkheden tot gedragsbeïnvloeding van jeugdigen die één of meer strafbare feiten hebben begaan. Er komt een nieuwe maatregel die qua zwaarte zit tussen de voorwaardelijke veroordeling met bijzondere voorwaarden en de taakstraf. Er komt zodoende een wettelijke basis voor de schorsing van de voorlopige hechtenis onder voorwaarden. Het wetsvoorstel was in 2005 ingediend door minister Donner. (30.332)
  • Bracht in 2007 samen met minister Rouvoet een wijziging (Stb. 578) van Wet op de jeugdzorg inzake de gesloten jeugdzorg tot stand. De wet maakt behandeling en opvoeding in een gesloten accommodatie mogelijk, na het verkrijgen van een indicatie van het bureau jeugdzorg en een machtiging voor gesloten behandeling van de kinderrechter. Tevens wordt het mogelijk voor een gesloten jeugdzorgaanbieder om in een hulpverleningsplan vrijheidsbeperkende maatregelen op te nemen en deze in voorkomende gevallen toe te passen. Er kan hiermee een einde komen aan de ongewenste situatie dat jeugdigen op strafrechtelijk en civielrechtelijke titel bij elkaar worden geplaatst. Het wetsvoorstel was in 2006 ingediend door minister Donner. (30.644)
  • Bracht in 2008 samen met minister Ter Horst de Wet bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte (Stb. 44) tot stand. Gemeenten mogen een bestuurlijke boete opleggen bij bepaalde overtredingen die overlast in het publieke domein veroorzaken. Gemeenten kunnen zelf kiezen of ze dit handhavingsinstrument inzetten. Het betreft overtredingen die bij gemeentelijke verordening strafbaar zijn gesteld en die niet voorkomen op een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen negatieve lijst. Te denken valt aan gedragingen als wildplassen, het verkeerd aanbieden van huisvuil en het aanbrengen van graffiti. Het wetsvoorstel was in 2005 ingediend door de ministers Remkes en Donner. (30.101)
  • Bracht in 2008 de wet tot goedkeuring van het Verdrag van Prüm tussen het België, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en Oostenrijk inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van het terrorisme, de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie. Onder meer de uitwisseling van informatie (o.a. van vingerafdrukken en DNA-profielen) wordt eenvoudiger. (30.881)
  • Bracht in 2008 samen met minister Klink een wijziging (Stb. 80) van de Wet BOPZ (Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen) tot stand, waardoor onder andere de mogelijkheden voor een dwangbehandeling in een psychiatrisch ziekenhuis worden verruimd. Het wetsvoorstel was in 2006 ingediend door de ministers Hoogervorst en Donner. (30.492)
  • Bracht in 2008 samen met minister Ter Horst en staatssecretaris Bussemaker de Wet tijdelijk huisverbod (Stb. 421) tot stand. Hierdoor wordt het mogelijk een huisverbod op te leggen aan iemand die zich schuldig maakt aan dreiging van (ernstig) huiselijk geweld. Tijdens de uithuisplaatsing kan hulp worden geboden, om zo escalatie in het gezin te voorkomen. Als hoofd van de politie is de burgemeester bevoegd de maatregel op te leggen. Het wetsvoorstel was in 2006 ingediend door de ministers Donner en Remkes. (30.657)
  • Bracht in 2008 een wijziging (Stb. 425) van het Burgerlijk Wetboek tot stand waardoor de procedure voor eenouderadoptie wordt verkort en de voorwaarden voor adoptie worden versoepeld. Het wordt eenvoudiger om een kind dat door kunstmatige bevruchting binnen een relatie van de ouder en de adoptant is of wordt geboren, te adopteren. Het wetsvoorstel was in 2006 ingediend door minister Donner. (30.551)
  • Bracht in 2008 samen met minister Eurlings een wijziging (Stb. 433) van de Wegenverkeerswet 1994 in het Staatsblad, waardoor er een puntenstelsel voor rijbewijzen wordt ingevoerd. Bij herhaling binnen vijf jaar van bepaalde bij AMvB aan te wijzen verkeersdelicten (bijvoorbeeld rijden onder invloed), is de rechter verplicht om aan de bestuurder een rijontzegging voor een bepaalde periode op te leggen. Het rijbewijs is definitief en van rechtswege ongeldig indien de rijontzegging een bepaalde duur overstijgt. Er is dan een nieuw rijexamen nodig om een nieuw rijbewijs te verwerven. Het wetsvoorstel was in 2005 ingediend door de ministers Donner en Peijs en in de Tweede Kamer door hem en de ministers Peijs verdedigd. (30.324)
  • Bracht in 2008 de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding tot stand (Stb. 500). Ouders worden bij verplicht een ouderschapsplan op te stellen, waarin afspraken worden gemaakt over de verzorging en opvoeding van de kinderen na scheiding. Hierdoor moeten conflicten worden voorkomen. Beide ouders blijven na scheiding gezamenlijk verantwoordelijk voor de kinderen. De zogenaamde flitsscheiding (scheiding buiten de rechter om) wordt afgeschaft. Het wetsvoorstel was in 2005 ingediend door minister Donner. (30.145)
  • Bracht in 2009 de Wet deskundige in strafzaken (Stb. 33) tot stand. In het Wetboek van Strafrecht worden bepalingen opgenomen over de rechten en plichten van deskundigen in het strafproces. De verdachte krijgt het recht om een verzoek om een tegenonderzoek in te dienen. Er komt een landelijk openbaar deskundigenregister. (31.116)
  • Bracht in 2009 een wet (Stb. 245) tot wijziging van de Wetboeken van Strafrecht en Strafvordering tot stand waardoor deelname en meewerken aan een terroristisch trainingskamp strafbaar wordt. Dit geldt ook wanneer deze opleidingskampen buiten Nederland plaats vinden en zich richten op het plegen van terroristische misdrijven in Nederland. Daarnaast wordt onder meer de verjaringstermijn voor genitale verminking verlengd tot het moment waarop het slachtoffer achttien jaar is en worden voorts de bevoegdheden voor opsporing en vervolging van kinderpornografie verruimd. (31.386)
  • Bracht in 2009 een wijziging (Stb. 333) van de Telecommunicatiewet tot stand. De aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en telecommunicatiediensten (internettoegang, e-mail en (internet) telefonie) worden ten behoeve van de opsporing en vervolging van ernstige misdrijven verplicht tot het bewaren van verkeers- en locatiegegevens voor een periode van twaalf maanden. Het gaat niet om het bewaren van de inhoud van de communicatie. Met de wet wordt uitvoering gegeven aan een EG-richtlijn. (31.145)
  • Bracht in 2010 een wet (Stb. 1) tot stand inzake versterking van de positie van het slachtoffer in het strafprocesrecht. Slachtoffers krijgen onder meer recht op informatie over de strafrechtelijke procedure (met inbegrip van de afloop) tegen de verdachte, recht op informatie over de mogelijkheden van schadevergoeding in het kader van het strafproces en recht op bijstand van een raadsman en recht op een tolk. (30.143)
  • Bracht in 2010 de Wet Herstructurering van de Raad van State (Stb. 175) tot stand. Hierdoor wordt er een scherper onderscheid gemaakt tussen de taken van de Raad op het gebied van wetgevingsadvisering en bestuursrechtspraak. Daarmee wordt voorkomen dat leden die betrokken waren bij een advies later rechtspreken over hetzelfde onderwerp. De Raad van State bestaat voortaan uit leden, staatsraden en staatsraden in buitengewone dienst. De zogenoemde volle raad van de Raad van State bestaat uit ten hoogste tien leden, naast de vicepresident en de leden van het koninklijk huis aan wie zitting is verleend in de Raad van State. Naast de afdeling bestuursrechtspraak komt er een nieuwe afdeling advisering. De leden van de volle raad zijn lid van beide afdelingen. Die twee afdelingen bestaan verder uit staatsraden en staatsraden in buitengewone dienst. Benoeming in beide afdelingen is mogelijk, maar regel is dat iemand in één van de twee afdelingen wordt benoemd. Het wetsvoorstel was in 2006 ingediend door de ministers Remkes en Donner en in 2009 in de Tweede Kamer door hem en minister Ter Horst verdedigd. (30.585)
  • Bracht in 2010 een wijziging (Stb. 242) van de Rijkswet op het Nederlanderschap tot stand, waardoor de regels voor meervoudige nationaliteit worden aangescherpt. Iemand die het Nederlanderschap verkrijgt, moet in principe afstand doen van de oorspronkelijke nationaliteit. Deze verplichting geldt ook voor bepaalde migranten van de tweede generatie. Het wordt mogelijk om de nationaliteit te ontnemen bij veroordeling voor een misdrijf dat tegen de staat of zijn instituties is gericht. (31.813)
  • Bracht in 2010 een wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in het Staatsblad (Stb. 244). Hierdoor wordt de procedure verbeterd en de mogelijkheid tot indiening van herhaalde aanvragen zoveel mogelijk beperkt. De rechtbank wordt opgedragen om, meer dan thans het geval is, nieuwe gegevens bij de beoordeling van het beroep te betrekken. Het wetsvoorstel was in 2009 in de Tweede Kamer verdedigd door staatssecretaris Albayrak. (31.994)
  • Bracht in 2010 een wijziging (Stb. 270) van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering tot stand over de maatregel terbeschikkingstelling (tbs). De maximale duur van de tbs met voorwaarden wordt verlengd van vier naar negen jaar. De maximale gevangenisstraf die in combinatie met tbs met voorwaarden kan worden overlegd, gaat naar vijf jaar. Tevens wordt tijdelijke crisisopname mogelijk. (31.823)
  • Bracht in 2010 een wet (Stb. 325) tot stand tot wijziging van de Gemeentewet, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht ter bestrijding van voetbalvandalisme, ernstige overlast of ernstig belastend gedrag jegens personen of goederen. De burgemeester en de officier van justitie kan bij herhaalde overtredingen een stadion- of gebiedsverbod en een meldingsplicht opleggen. Het wetsvoorstel was in 2008 mede-ingediend en in 2009 medeverdedigd door minister Ter Horst (31.467)

wetenswaardigheden

woonplaats
Tilburg

publicaties/bronnen

publicaties
  • "Publiekrecht en beleid: fundamentele kwesties rondom het functioneren van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid" (dissertatie, 1979)
  • "Poldergeest" (met Bolkestein en Wöltgens, 1998)
  • "De koning. Continuïteit en perspectief van het Nederlandse koningschap" (2012)
  • "Tegen de stroom in. Over mensen en ideeën die hoop geven in benarde tijden" (2016)
  • vele publicaties op het gebied van bestuurs- en staatsrecht

literatuur/documentatie
  • NRC Handelsblad, 6 november 1989
  • Staatscourant, 8 november 1989
  • Vrij Nederland, 5 september 1992
  • Elsevier, 3 november 1990
  • "In Ernst" (bundel, 1995)
  • Toof Brader en Marja Vuijsje, "Haagse portretten. Tweede-Kamerleden, ministers, staatssecretarissen" (1995)
  • Barbara Rijlaardsam en Pieter van Os, "Ernst is de spil", NRC Weekblad, 9 januari 2010

uitgebreide versie

uitgebreide versie
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding, wetenswaardigheden etc. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft. reageer

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.