Gekozen minister-president of formateur

In Nederland is de minister-president - ook wel premier genoemd - de voorzitter van de ministerraad. De minister-president is belast met de coördinatie van het regeringsbeleid en heeft als 'primus inter pares' formeel geen bijzondere macht. In de loop der jaren heeft het ambt wel enkele veranderingen doorgemaakt. Op internationaal gebied is zijn positie sterker geworden doordat hij als vertegenwoordiger van Nederland in internationale organisaties fungeert. De positie is op nationaal gebied ook versterkt door het toegenomen belang van de media: de minister-president is het boegbeeld van het kabinet geworden.

Een rechtstreeks gekozen minister-president, of een gekozen formateur die dan een kabinet moet formeren, zou de kiezer meer invloed kunnen geven op het formatieproces. Voorstanders zeggen dat de legitimiteit van de functie dan wordt vergroot. De wenselijkheid hiervan is echter omstreden, evenals de mogelijke vormgeving en de gevolgen voor de parlementaire democratie. Tegenstanders vinden namelijk dat een gekozen minister-president in strijd is met de (huidige) parlementaire democratie, waarin het kabinet steun nodig heeft van een meerderheid in het parlement.

Na een aanpassing van het Reglement van Orde wordt de formateur sinds 2012 benoemd door de Tweede Kamer. Daarvoor gebeurde dat door het staatshoofd. Er zijn op dit moment geen initiatieven in behandeling om de formateur direct te laten kiezen door burgers.

Wat is een gekozen minister-president of formateur?

Waarvoor zou worden gekozen en door wie?

Er zijn vele mogelijkheden om de kabinetsformatie en de benoeming van de minister-president te democratiseren, maar de voorstanders zijn het niet met elkaar eens over de wijze waarop.

Eigenlijk zijn er twee kernvragen:

  • waarvoor wordt gekozen? Gaat het om de verkiezing van de minister-president of van de formateur?
  • wie kiest? Mag het volk rechtstreeks een premier of formateur kiezen, of doet de Tweede Kamer dat?

Schematisch zijn de mogelijkheden als volgt:

 

Waarvoor wordt gekozen?

Kiesgerechtigden kiezen

Tweede Kamer kiest

Formateur

Direct gekozen formateur

Indirect gekozen formateur

Minister-president

Direct gekozen minister-president

Indirect gekozen minister-president

Hoe zou worden gekozen?

Naast de principiële vragen wie zou mogen kiezen en waarvoor, bestaan nog allerlei praktische vragen omtrent de vormgeving van een verkiezing van een minister-president of formateur:

  • heeft de winnaar van de verkiezingen een absolute meerderheid (meer dan de helft van de stemmen) nodig, een gekwalificeerde meerderheid (minimaal een bepaald percentage van de stemmen), of is een relatieve meerderheid (het grootste aantal stemmen van de kandidaten) voldoende?
  • moet de verkiezing van een door het volk gekozen premier/formateur gelijktijdig plaats vinden met de Tweede Kamerverkiezingen of juist niet?
  • hoe moet de verkiezing van de formateur of minister-president plaatsvinden? Zou dit moeten gaan aan de hand van een raadplegend, niet-bindend referendum of op een andere manier?

Kortom, er kleven nog veel praktische obstakels aan de rechtstreekse verkiezing van een formateur of minister-president.

Voordelen gekozen minister-president of formateur

Critici van de huidige gang van zaken betreuren dat de kiezers zo weinig directe invloed hebben op de machtsvorming. Na de verkiezingen moeten kiezers immers maar afwachten:

  • welke partijen een meerderheidscoalitie kunnen vormen;
  • welke partijen het hierover uiteindelijk met elkaar eens worden en wat er uit deze onderhandelingen tevoorschijn komt;
  • wie door de Tweede Kamer wordt benoemd tot (in)formateur, en wie aan het eind van het hele proces uiteindelijk premier wordt.

Een gekozen minister-president of formateur zou deze onzekerheden voor een deel weg kunnen nemen. De kiezer kan dan zelf bepalen wie zijn land de komende vier jaar moet gaan leiden en is niet meer afhankelijk van bovenstaande zaken waar hij geen invloed op heeft.

Dit is bijzonder van belang vanwege het feit dat de minister-president steeds meer een sleutelfiguur is geworden in de nationale politiek. Door de toenemende media-aandacht voor de minister-president is hij immers het 'boegbeeld' van het kabinet geworden. Op internationaal niveau is de premier, vanwege zijn lidmaatschap van de Europese Raad, ook belangrijker geworden.

Kortom, in de praktijk is de premier steeds minder een 'primus inter pares' en steeds meer een echte regeringsleider geworden. Voor de kiezer kan het dus belangrijk zijn om een dergelijk politiek sleutelfiguur rechtstreeks te mogen kiezen.

Nadelen gekozen minister-president of formateur

Het grootste probleem met de invoering van een gekozen minister-president is de inpassing in de parlementaire democratie. Als de minister-president door het volk gekozen wordt heeft deze namelijk een eigen democratisch mandaat. Dit heeft gevolgen voor de verhouding tussen minister-president, kabinet en Tweede Kamer. Tegenstanders van een gekozen minister-president zijn bang dat deze aan zijn verkiezing zoveel macht zal ontlenen, dat de machtspositie van de Tweede Kamer wordt uitgehold en het parlementaire stelsel onder druk komt te staan.

In het in het Nederlandse politieke stelsel is het immers onwaarschijnlijk dat één partij van een absolute meerderheid haalt in het parlement. Een gekozen minister-president loopt daarmee het risico dat een meerderheid in het parlement zijn beleid niet steunt en er een politieke patstelling zal ontstaan, omdat beiden een eigen kiezersmandaat hebben.

Dat zou betekenen dat de ministeriële verantwoordelijkheid en de vertrouwensregel onder druk komen te staan. Dat roept de volgende vraag op: kan de Tweede Kamer een minister-president (en hieraan gekoppeld andere kabinetsleden) wegsturen, ook al is de premier rechtstreeks gekozen?

Verder zijn er voorstanders van de monarchie die vrezen dat de positie van het Koningshuis verder ondermijnd wordt. Het is echter de vraag in hoe ver de macht van de Koningin nu nog reikt. Lange tijd benoemde de Koning(in) een (in)formateur, maar sinds een wijziging in de Reglement van Orde van de Tweede Kamer neemt voortaan de Tweede Kamer het voortouw bij het aanstellen van een (in)formateur.

Meer over

Stand van zaken

Op dit moment wordt de (in)formateur in Nederland niet door burgers gekozen, maar door de Tweede Kamer benoemd. Na de verkiezingen wordt er in de Tweede Kamer gedebatteerd over de benoeming van de informateurs of formateurs en het vaststellen van zijn of haar opdrachten. Het staatshoofd zet tegenwoordig alleen een handtekening onder de benoeming van de ministers. Voorheen werd de (in)formateur nog door het staatshoofd benoemd. De huidige procedure, zoals vastgesteld in 2012, staat beschreven in artikel 139a van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer.

Aan de invoering van een door de Tweede Kamer gekozen formateur ging een lange discussie vooraf. Er is namelijk in de afgelopen decennia meermaals onderzocht of en hoe een gekozen minister-president of formateur ingevoerd kon worden. Hoewel verschillende staatscommissies aandrongen op een grotere rol voor de Tweede Kamer in de benoemingsprocedure, veranderde er in de praktijk weinig.

Meer over

Heeft Nederland tegenwoordig niet al een gekozen minister-president?

Naar aanleiding van de discussies over de gekozen minister-president zou men zich de vraag kunnen stellen of Nederland in de praktijk niet al lang een, zij het impliciet, gekozen minister-president heeft. Sinds 1986 is de lijsttrekker van de grootste partij immers steeds de premier geworden, maar dat betekent niet per definitie dat kiezers dezelfde persoon als premier zouden kiezen als ze daar direct over zouden mogen beslissen.

Wel is het zo dat bij de Tweede Kamerverkiezingen altijd de vraag wordt opgeworpen wie de premier gaat worden. In 1986 won het CDA de verkiezingen met de leus 'Laat Lubbers zijn karwei afmaken', en bij de verkiezingen van 1998 incasseerde de PvdA de zogenaamde 'premierbonus'. Voor de verkiezingen van 2002 liet Pim Fortuyn (LPF) er geen misverstand over bestaan dat hij premier wilde worden, en bij de verkiezingen van 2003 presenteerde de zittende premier Balkenende (CDA) zich nadrukkelijk als kandidaat-premier. Minister-president Rutte (VVD) deed hetzelfde bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017.

Kortom, doordat de premiervraag wel steeds onderwerp van discussie is tijdens de verkiezingscampagne, kan de kiezer die vraag wel degelijk laten meewegen bij zijn stemkeuze.

Achtergrond premiers sinds 1945

Onderstaande tabel geeft weer welke partijen en lijsttrekkers eerste en tweede werden bij de Tweede Kamerverkiezingen sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Ook wordt vermeld wie uiteindelijk premier werd en wat zijn achtergrond was.

 
 

Verkiezingsjaar

Winnaar(s) verkiezingen

Lijsttrekker tweede partij

Premier

Herkomst premier

1946

KVP: 6 lijsttrekkers w.o. niet Louis Beel

PvdA: 9 lijsttrekkers w.o. Willem Drees

Louis Beel (KVP) (1946-1948)

Minister/Tweede Kamerlid grootste partij

1948

KVP: 6 lijsttrekkers w.o. Louis Beel

PvdA: 8 lijsttrekkers w.o. Willem Drees

Willem Drees (PvdA) (1948-1951 en 1951-1952)

Politiek leider tweede partij

1952

Willem Drees (PvdA)

KVP: 8 lijsttrekkers

Willem Drees (PvdA) (1952-1956)

Politiek leider grootste partij

1956

Willem Drees (PvdA)

Carl Romme (KVP)

Willem Drees (PvdA) (1956-1958), Louis Beel (KVP) (1958-1959)

Politiek leider grootste partij (Drees), lid Raad van State/oud-minister tweede partij (Beel)

1959

Carl Romme (KVP)

PvdA: 6 lijsttrekkers

Jan de Quay (KVP) (1959-1963)

Commissaris van de koningin grootste partij

1963

KVP: Marga Klompé, Wim de Kort, Jan Maenen en Gerard Veldkamp

PvdA: 3 lijsttrekkers

Victor Marijnen (KVP) (1963-1965), Jo Cals (KVP) (1965-1966), Jelle Zijlstra (ARP) (1966-1967)

Tweede Kamerlid grootste partij (Marijnen, Cals), Eerste Kamerlid vierde partij (Zijlstra)

1967

KVP: 4 lijsttrekkers w.o. niet Piet de Jong

Joop den Uyl (PvdA)

Piet de Jong (KVP) (1967-1971)

Minister/Tweede Kamerlid grootste partij

1971

Joop den Uyl (PvdA)

Gerard Veringa (KVP)

Barend Biesheuvel (ARP) (1971-1972 en 1972-1973)

Politiek leider vierde partij

1972

Joop den Uyl (PvdA)

Frans Andriessen (KVP)

Joop den Uyl (PvdA) (1973-1977)

Politiek leider grootste partij

1977

Joop den Uyl (PvdA)

Dries van Agt (CDA)

Dries van Agt (CDA) (1977-1981)

Politiek leider tweede partij

1981

Dries van Agt (CDA)

Joop den Uyl (PvdA)

Dries van Agt (CDA) (1981-1982 en 1982)

Politiek leider grootste partij

1982

Joop den Uyl (PvdA)

Dries van Agt (CDA)

Ruud Lubbers (CDA) (1982-1986)

Fractievoorzitter tweede partij

1986

Ruud Lubbers (CDA)

Joop den Uyl (PvdA)

Ruud Lubbers (CDA) (1986-1989)

Politiek leider grootste partij

1989

Ruud Lubbers (CDA)

Wim Kok (PvdA)

Ruud Lubbers (CDA) (1989-1994)

Politiek leider grootste partij

1994

Wim Kok (PvdA)

Elco Brinkman (CDA)

Wim Kok (PvdA) (1994-1998)

Politiek leider grootste partij

1998

Wim Kok (PvdA)

Frits Bolkestein (VVD)

Wim Kok (PvdA) (1998-2002)

Politiek leider grootste partij

2002

Jan Peter Balkenende (CDA)

Pim Fortuyn/Mat Herben (LPF)

Jan Peter Balkenende (CDA) (2002-2003)

Politiek leider grootste partij

2003

Jan Peter Balkenende (CDA)

Wouter Bos (PvdA)

Jan Peter Balkenende (CDA) (2003-2007)

Politiek leider grootste partij

2006

Jan Peter Balkenende (CDA)

Wouter Bos (PvdA)

Jan Peter Balkenende (CDA) (2007-2010)

Politiek leider grootste partij

2010

Mark Rutte (VVD)

Job Cohen (PvdA)

Mark Rutte (VVD) (2010-2012)

Politiek leider grootste partij

2012

Mark Rutte (VVD)

Diederik Samsom

Mark Rutte (VVD) (2012-heden)

Politiek leider grootste partij

Wat opvalt in bovenstaande tabel is dat in de jaren vijftig, zestig en zeventig de stembusuitslag nauwelijks direct van invloed was op de vraag wie premier werd: de leider van de grootste partij werd niet automatisch minister-president. Zo werd in 1958 Beel als lid van de Raad van State van de tweede partij tot premier benoemd, werd in 1966 Zijlstra als Eerste Kamerlid van de vierde partij premier en werd Cals in 1965 zonder voorafgaande verkiezingen als Tweede Kamerlid van de grootste partij tot minister-president aangesteld.

Vanaf de jaren tachtig kantelt dit beeld echter. Sinds 1986 is de lijsttrekker van de grootste partij telkens premier geworden. Daarmee lijkt het alsof Nederland tegenwoordig inderdaad een impliciet gekozen minister-president kent, maar discussie over dit vraagstuk blijft mogelijk.


Meer over