Bestuurlijke vernieuwing

Bestuurlijke vernieuwingen zijn het aanbrengen van wijzigingen in de organisatiestructuur van de (rijks-)overheid zodat die beter, efficiënter en krachtdadiger kan optreden. Bestuurlijke vernieuwingen worden vaak in een adem genoemd met staatkundige en/of staatsrechtelijke vernieuwingen, die niet alleen een efficiëntere overheid tot doel hebben maar die ook de democratie beter willen verankeren. Daarmee moet een mogelijke kloof tussen kiezer, gekozene en overheid kleiner worden.

De behoefte naar bestuurlijke vernieuwingen vloeit voort uit een veranderende maatschappij, waarbij de vorming, samenstelling, inrichting en werkwijze van het (lands-)bestuur ter discussie wordt gesteld. Voor bestuurlijke vernieuwingen zijn vaak wijzigingen van de Grondwet noodzakelijk. Dat is een zware procedure die lange tijd vergt en waar uiteindelijk een meerderheid van tweederde van Tweede en Eerste Kamer voor nodig. Dat maakt het niet makkelijker bestuurlijk vernieuwingen door te voren.

Thema's van bestuurlijke vernieuwingen die met enige regelmaat aan de orde komen zijn het kiesstelsel, vormen van directe democratie en de positie van de Eerste Kamer en de inrichting van de verschillende bestuurslagen zoals gemeenten, provincies en waterschappen. De regering stelt met enige regelmaat Staatscommissies of andere fora in om bestuurlijke vernieuwingen voor te bereiden. De adviezen die deze commissies of fora uitbrengen worden lang niet altijd opgevolgd. Zo legde het toenmalige kabinet-Balkenende IV in 2008 het advies van het Burgerforum Kiesstelsel naast zich neer.

Minister-president Rutte heeft op 1 november 2016 toegezegd voor begin maart 2017, dus voor de volgende Tweede Kamerverkiezingen die op 15 maart zijn, een Staatscommissie Bezinning Parlementair Stelsel in te stellen.

Voorbeelden

Voorbeelden van bestuurlijke vernieuwingen zijn het invoeren van het dualisme in het gemeentelijk en provinciale bestuur in 2002 en het invoeren van het raadgevend referendum in 2015. Ook werd in 2012 het formatieproces gemoderniseerd. Niet langer speelt de Koning rol bij de vorming van een nieuw kabinet. Zijn rol is overgenomen door de Tweede Kamer.

Met het dualisme werd het bestuur van de gemeente, Burgemeesters en wethouders, losgekoppeld van de gemeenteraad - de wethouders waren tot 2002 nog lid van de gemeenteraad. Opzet was dat de wethouders losser zouden komen te staan van de politieke partijen en dat het debat in de gemeenteraad daarmee aansprekender en aantrekkelijker voor de kiezers zou worden. Het doel om daarmee ook de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen te stimuleren werd echter niet bereikt.

Het invoeren van het raadgevend referendum in 2015 is een voorbeeld van vernieuwing om de democratie te versterken. Nederlandse burgers kunnen sindsdien een raadgevend referendum aanvragen over wetten en verdragen die zijn aangenomen en bekrachtigd. Het raadgevende karakter geeft aan dat de wetgever (regering en Tweede en Eerste Kamer) de uitslag niet hoeft te volgen.

Thema's

Vernieuwing kiesstelsel

Nederland heeft een kiesstelsel dat gebaseerd is op evenredige vertegenwoordiging. Dat wil zeggen dat elke partij het aantal zetels in het parlement krijgt dat overeenkomt met het percentage stemmen. Zo'n systeem staat tegenover een districtenstelsel, waarbij aan een gebied (district) een of meer zetels zijn gekoppeld. Degene die in dat district de meerderheid behaalt krijgt de zetels van dat district. Ook een combinatie van een systeem van evenredige vertegenwoordiging en een districtenstelsel is mogelijk. Zo'n systeem hanteert Duitsland bijvoorbeeld.

referendum

Een referendum is een volksstemming over een bepaalde politieke kwestie. Sinds 1 juli 2015 is het in Nederland mogelijk een raadgevend referendum aan te vragen voor bepaalde wetsvoorstellen en verdragen. Een bindend referendum is in Nederland niet mogelijk; daarvoor zou eerst de Grondwet moeten worden gewijzigd.

Gekozen minister-president

In Nederland is de minister-president de voorzitter van de ministerraad en is belast met de coördinatie van het regeringsbeleid. De minister-president heeft als 'primus inter pares' formeel geen bijzondere macht, maar in de loop der jaren is het ambt wel aan veranderingen ondergaan. Op internationaal gebied is zijn positie sterker geworden doordat hij als vertegenwoordiger van Nederland in internationale organisaties fungeert. De positie is op nationaal gebied ook versterkt door het toegenomen belang van de media.

Gekozen burgemeester

De burgemeester wordt in Nederland door de Kroon benoemd. Dat gebeurt op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties na aanbeveling van de gemeenteraad en een vertrouwenscommissie van de gemeente. De minister kan de aanbeveling voor benoeming of ontslag alleen om zwaarwegende redenen weigeren, maar in de praktijk gebeurt dat vrijwel nooit.

Modernisering kabinetsformatie

Nadat er Tweede Kamerverkiezingen zijn gehouden, komt de Tweede Kamer bijeen om een debat te houden over de verkiezingsuitslag en de start van de kabinetsformatie. De Tweede Kamer kan dus zelf het initiatief nemen bij de kabinetsformatie en stelt zelf de (in)formateurs aan.

De Eerste Kamer

Nederland heeft een tweekamerstelsel: naast de volksvertegenwoordiging in de Tweede Kamer is er een senaat, de Eerste Kamer. Wetsvoorstellen die door de Tweede Kamer zijn aangenomen, worden in de Eerste Kamer (nogmaals) gecontroleerd. De Eerste Kamerleden kijken naar de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de wetten en verdragen.

Wijzigingsprocedure Grondwet

Belangrijke wijzigingen op het gebied van bestuurlijke vernieuwing vergen vaak een wijziging van de Grondwet. Zo'n wijziging is echter moeilijker te realiseren dan een gewone wetswijziging. In de eerste plaats moeten de Eerste en de Tweede Kamer de wijziging in twee lezingen behandelen. Daarbij is tussen beide lezingen een ontbinding van de Tweede Kamer vereist, zodat de kiezer zich over de voorgenomen Grondwetswijziging kan uitspreken. Bij de tweede lezing in beide Kamers een tweederde meerderheid nodig.

Constitutionele toetsing

Constitutionele toetsing door de rechter houdt in dat de rechter toetst (of mag toetsen) of wetten al dan niet in overeenstemming zijn met de Grondwet. Het huidige artikel 120 van de Grondwet bepaalt dat de rechter niet mag beoordelen of wetten en verdragen in strijd zijn met de Grondwet. Nederland kent momenteel dus geen constitutionele toetsing door de rechter.

Historische ontwikkeling

Bestuurlijke of staatsrechtelijke vernieuwingen zijn niet van vandaag of gisteren, maar bepalen al sinds de vorming van het Koninkrijk der Nederlanden op gezette tijden de politieke agenda. Zo is de de Grondwet van 1848 een gevolg van het liberale gedachtegoed dat Europa in die periode in haar greep had. Ook de sinds 1848 geleidelijke uitbreiding van het kiesrecht -

tot aan de verlaging naar de kiesrechte gerechtigde leeftijd van 18 jaar en het stemrecht van niet Nederlanders voor gemeente- en eilandraden in 1983 - zijn een gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen. Belangrijke mijlpalen zijn daarin de invoering van het algemeen mannenkiesrecht in 1917 en het vrouwenkiesrecht in 1919.

Lees meer

Tijdens de jaren 60-70 van de vorige eeuw overspoelde een ware democratiseringsgolf de maatschappij. Medezeggenschap in het bestuur van universiteiten werd afgedwongen en ook in het economisch leven ontstond meer medezeggenschap door een herziening van de Wet op de Ondernemingsraden. In 1966 werd D'66 opgericht waarbij de D voor Democraten stond. Een directere democratie in de politiek was hun devies waarbij de gekozen minister-president, de gekozen burgemeester en referenda hoog op hun verlanglijstje stond. D66 haalde meteen zeven zetels en was sindsien met ups en downs succesvol. Regelmatig maakten zij deel uit van de regering, waarbij zij trachten hun 'kroonjuwelen' te verzilveren, nagenoeg altijd zonder succes.

Lees meer

Staatscommissies en Grondwetsherzieingen

In de loop der tijden hebben staatscommissies zich regelmatig gebogen over Grondwetsherzieningen. Dat leidde - de ene keer meer dan de andere keer - tot aanpassingen van de Grondwet. De laatste grote aanpassing van de Grondwet vond plaats in 1983. Die werd voorbereid door de commissie Cals-Donner.

In het najaar van 2015 startte VVD-fractievoorzitter Hermans in de Eerste Kamer een discussie over de toekomstbestendigheid van het parlementaire stelsel. Dit leidde, na aanname van een motie en overleg met de Tweede Kamer en de regereing, tot de toezegging van premier Rutte voor de verkiezingen in maart 2016 een staatscommissie in te stellen.

Lees meer