Referendum

Een referendum is een volksstemming over een bepaalde politieke kwestie. Sinds 1 juli 2015 is het in Nederland mogelijk een raadgevend referendum aan te vragen voor bepaalde wetsvoorstellen en verdragen. Een bindend referendum is in Nederland niet mogelijk; daarvoor zou eerst de Grondwet moeten worden gewijzigd.

Over referenda wordt in Nederland al decennia lang gediscussieerd. Voorstanders vinden deze volksstemmingen een goede manier om burgers meer invloed te geven. Referenda zullen er volgens hen voor zorgen dat kiezers actiever deelnemen aan het publieke debat. Tegenstanders zeggen dat referenda niet passen binnen de representatieve democratie. Volksvertegenwoordigers zijn gekozen om zorgvuldige belangenafwegingen te maken.

In het parlement is een initiatiefvoorstel in behandeling voor de invoering van een 'correctief' referendum. Voor dit initiatief is een grondwetswijziging nodig. Het voorstel is in eerste lezing zowel in de Tweede als in de Eerste Kamer aangenomen. Er moet nog een tweede lezing plaatsvinden.

Er is ook een voorstel ingediend om een raadgevend, niet-bindend referendum te houden over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Dit wetsvoorstel is nog in behandeling bij de Tweede Kamer maar de behandeling daarvan ligt sinds 2006 stil.

Soorten referenda

Er zijn vele soorten referenda die elk hun voor- en nadelen hebben. Zo kan het initiatief van een referendum bij de burgers of de overheid liggen. Referenda kunnen gaan over het terugdraaien van een overheidsbeslissing of over een initiatief van de burgers. Ook kan de uitslag van een referendum bindend of niet-bindend zijn. De volgende referenda zijn mogelijk:

Terminologie

Adviserend referendum

Niet-bindend referendum

Beslissend referendum

Bindend referendum

Bindend referendum

Een referendum waarvan de overheid zich aan de uitslag moet houden.

Consultatief referendum

Niet-bindend referendum

Correctief referendum

Referendum waarmee kiezers zich kunnen uitspreken over een reeds door de overheid genomen beslissing, of over een beslissing die de overheid op het punt staat te nemen maar nog niet officieel vaststaat. Een correctief referendum is dus gericht op het tegenhouden of terugdraaien van een overheidsbeslissing.

Decisoir referendum

Bindend referendum

Facultatief referendum

Raadplegend, niet verplicht, referendum

Niet-bindend referendum

Een referendum waarvan de overheid de uitslag naast zich neer mag leggen. Niet-bindende referenda worden ook wel 'raadgevende' of 'raadplegende' referenda genoemd, terwijl het in die gevallen eigenlijk gaat om een niet-bindend, raadgevend referendum resp. een niet-bindend, raadplegend referendum.

Obligatoir referendum

Verplicht referendum

Plebisciet

Raadplegend referendum

Raadgevend referendum

Een referendum dat op initiatief van de burgers wordt gehouden. Raadgevende referenda kunnen zowel bindend als niet-bindend zijn.

Raadplegend referendum

Een referendum dat op initiatief van de overheid wordt gehouden. De uitslag van kan in principe bindend of niet-bindend zijn. Omdat deze veelal niet-bindend zijn, wordt de term 'raadplegend referendum' ook gebruikt in gevallen waarin het om precies te zijn om een niet-bindend, raadplegend referendum gaat.

Verplicht referendum

Een referendum dat op grond van de wet gehouden moet worden, bijvoorbeeld als in een wet is geregeld dat een grondwetswijziging of het afstaan van bevoegdheden aan internationale instellingen op deze manier aan het volk voorgelegd moet worden.

Volksinitiatief

Een referendum over een door burgers geagendeerd voorstel of onderwerp. De uitslag van een volksinitiatief kan bindend of niet-bindend zijn.

Voordelen referenda

Volgens voorstanders zijn referenda een aanvulling op de representatieve democratie dat de binding tussen de kiezer en de partijen vergroot. Ook zorgt het voor draagvlak voor politieke beslissingen.

Een referendum kan er bovendien voor zorgen dat de kiezer actief deelneemt aan het publieke debat over zaken van gemeenschappelijk belang. Doordat ze zelf een oordeel mogen vellen over dergelijke zaken worden burgers gestimuleerd om een mening te vormen en deel te nemen aan de discussie. Het huidige stelsel stimuleert burgers volgens de voorstanders van referenda slechts eens in de vier jaar om hierover na te denken. Zij wijzen in deze discussie bijvoorbeeld op het publieke debat dat ontstond bij het referendum over de Europese Grondwet in 2005. Dit referendum kende een hoge opkomst (63,3%) en er was een brede maatschappelijke discussie over het onderwerp.

Bezwaren tegen referenda

Er zijn ook bezwaren tegen referenda te noemen. Het belangrijkste bezwaar is dat het niet zou passen binnen het representatieve stelsel zoals we dat nu kennen in Nederland. In zo'n stelsel stelt de kiezer volksvertegenwoordigers aan die geacht worden een zorgvuldige belangenafweging te maken bij het opstellen van een wetsvoorstel. Daarbij raadplegen zij onder andere diverse maatschappelijke groeperingen, bedrijven en andere betrokkenen. Zo'n belangenafweging is een andere dan de afweging die een individuele kiezer uit eigenbelang maakt.

Ook zouden referenda de samenhang tussen verschillende wetsvoorstellen in gevaar kunnen brengen. Verder hebben burgers ook de tijd en de middelen niet om alle facetten van een wetsvoorstel te beoordelen, waardoor ze minder goed in staat zouden zijn om afgewogen oordeel te vellen.

Met een ja/nee of voor/tegen vraagstelling dreigt bovendien een simplificatie van het wetsvoorstel te ontstaan die geen recht doet aan de materie. Daarnaast is het volgens tegenstanders van referenda zo dat nee-stemmers vaak gemotiveerder zijn dan ja-stemmers. Hierdoor zou een gepassioneerde minderheid zijn wil kunnen opleggen aan een zwijgende meerderheid.

Tot slot zien tegenstanders nog een bezwaar dat specifiek betrekking heeft op correctieve referenda. Die zouden namelijk vertragend werken, zonder dat er een alternatief geboden wordt wanneer een meerderheid zich tegen een voorstel uitspreekt. Daarnaast zegt een dergelijke uitspraak niets over de motivatie van tegenstemmers en bovendien hoeft niet elke nee-stemmer dezelfde motivatie te hebben. Zo kan een wet bijvoorbeeld voor de ene tegenstander niet ver genoeg gaan en voor anderen misschien juist wel te ver.

Burgemeestersreferendum

Gemeenten kunnen referenda houden, als zij een referendumverordening opstellen. Zo'n referendum mag niet bindend zijn. Grondslag daarvoor is artikel 121 van de Gemeentewet die gemeenten de mogelijkheid geeft om een verordening in te stellen zolang die niet tegen bestaande wetgeving ingaat. Ook provincies hebben de vrijheid om een referendumverordening in te stellen.

Door de Gemeentewet konden gemeenten tot 2009 een raadplegend burgemeestersreferendum houden. Bij zo'n referendum werden twee vooraf door de raad geselecteerde kandidaten aan de inwoners voorgelegd, waarover zij hun voorkeur kunnen uitspreken.

Meer over

Initiatiefvoorstellen in behandeling

Initiatiefvoorstel correctief referendum

De toenmalige Tweede Kamerleden Wijnand Duyvendak (GroenLinks) en Niesco Dubbelboer (PvdA) hebben in de zomer van 2005 een initiatiefwetsvoorstel ingediend over het invoeren van een correctief referendum. Het correctief referendum is een referendum waarbij kiezers een overheidsbeslissing kunnen tegenhouden of terugdraaien. De uitslag van een correctief referendum zal in het algemeen bindend zijn, maar kan ook niet-bindend zijn.

Het initiatiefvoorstel komt op hoofdlijnen overeen met het kabinetsvoorstel dat in 1999 tijdens de Nacht van Wiegel sneuvelde. Destijds werd niet de vereiste tweederde meerderheid in de Eerste Kamer gehaald voor de benodigde Grondwetswijziging.

Dit voorstel moet in twee lezingen aangenomen worden, omdat er sprake is van een Grondwetswijziging. In de eerste lezing is het voorstel door beide Kamers aangenomen. Dit gebeurde in 2014.

Dit initiatiefvoorstel is voor het laatst in 2014 verdedigd door Manon Fokke (PvdA), Linda Voortman (GroenLinks) en Gerard Schouw (D66). Pas bij de indiening van de tweede lezing wordt duidelijk wie de nieuwe verdedigers worden.

Initiatiefvoorstel raadplegend referendum over toetreding Turkije tot de EU

Het Tweede Kamerlid Geert Wilders (PVV) in september 2005 een initiatiefwetsvoorstel ingediend voor het houden van een raadplegend, niet-bindend referendum over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Een raadplegend referendum wordt op initiatief van de overheid gehouden. De uitslag van het referendum is niet-bindend. Het wetsvoorstel van Wilders is nog in behandeling bij de Tweede Kamer.

Gesneuvelde initiatieven

Nacht van Wiegel

Op 18 mei 1999 kreeg een wetsvoorstel tot invoering van de mogelijkheid voor een correctief referendum in de Eerste Kamer niet de vereiste tweederde meerderheid. Daarop bood het kabinet een dag later zijn ontslag aan. Vooral D66 was zeer ontstemd en teleurgesteld over de verwerping, omdat die partij het referendum als één van haar 'kroonjuwelen' beschouwde.

Meer over

Tijdelijke regeling

Tijdelijke referendumwet (Trw)

Na de Nacht van Wiegel is wel een Tijdelijke referendumwet (Trw) tot stand gekomen. Deze wet maakte een raadgevend, niet-bindend correctief referendum mogelijk en gold van 1 januari 2002 tot 1 januari 2005. Een raadgevend referendum wordt op initiatief van burgers gehouden. Op basis van de Tijdelijke referendumwet hebben referenda plaatsgevonden in de gemeenten Voerendaal, Hilversum, Huizen en Zwolle.

In 2004 probeerden de toenmalige Tweede Kamerleden Wijnand Duyvendak (GroenLinks) en Niesco Dubbelboer (PvdA) het tijdelijke karakter van deze wet te schrappen. Dit voorstel haalde echter geen meerderheid. PvdA, SP, GroenLinks, D66 en LPF stemden voor; CDA, VVD, ChristenUnie en SGP stemden tegen. Na het vervallen van de Tijdelijke referendumwet is er in Nederland alleen nog op grond van andere regelingen een referendum mogelijk, bijvoorbeeld een gemeentelijke referendumverordening.

Gerealiseerde initiatieven

Referendum Europese Grondwet

In 2005 kwam er wel een wet die een correctief, niet-bindend referendum over de invoering van een Europese Grondwet mogelijk maakte. Dit referendum werd op woensdag 1 juni 2005 gehouden. De vraag die aan de kiezers werd voorgelegd luidde: Bent u voor of tegen instemming door Nederland met het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa?

Een ruime meerderheid van 61,5% van de kiezers stemde uiteindelijk tegen, met een opkomst van 63,3%. Hoewel het referendum niet-bindend was, verklaarden ook de Tweede Kamerfracties die zelf vóór waren, de uitslag te zullen respecteren. Het kabinet trok daarop het wetsvoorstel waarmee de officiële goedkeuring geregeld moest worden, in.

Zowel voor- als tegenstanders zagen in het verloop van dit referendum een bevestiging van hun gelijk. Voorstanders wezen op de hoge opkomst en het levendige publieke debat. Tegenstanders benadrukten echter dat de burger niet de tijd en middelen heeft om een dergelijk omvangrijk verdrag goed te kunnen beoordelen en dat niet duidelijk was waarom de kiezer nee had gezegd.

Meer over

Initiatiefvoorstel raadgevend en niet-bindend referendum

Omdat voor de invoering van een bindend correctief referendum een tijdrovende Grondwetswijziging nodig is, hebben de toenmalige Tweede Kamerleden Dubbelboer, Duyvendak en Van der Ham in november 2005 ook een initiatiefwetsvoorstel ingediend om op korte termijn via een gewone wet een raadgevend niet-bindend referendum in te voeren.

Inmiddels is de Wet raadgevend referendum (Wrr) door beide Kamers aangenomen en bekrachtigd. De wet is tijdelijk ingevoerd tot er een correctief referendum is. Op 6 april 2016 vond het eerste raadgevend referendum plaats in Nederland.

Dit initiatiefvoorstel is voor het laatst in 2014 verdedigd door Manon Fokke (PvdA), Linda Voortman (GroenLinks) en Gerard Schouw (D66).

Meer over

Nationale conventie

De Nationale Conventie (een staatscommissie) heeft in september 2006 aanbevolen om een correctief, bindend referendum over wetten mogelijk te maken. Volgens de Conventie leent niet elke wet zich voor een referendum; dit geldt bijvoorbeeld voor begrotingswetten. De Nationale Conventie vindt dat het initiatief voor een referendum bij de kiezers moet liggen.

Referenda moeten volgens de Conventie niet op initiatief van het bestuur of de wetgever georganiseerd worden. Dit voorkomt dat overheden referenda gebruiken voor politiek-strategische doeleinden. De Conventie is dus wel voorstander van een raadgevend, maar niet van een raadplegend referendum.

Meer over

Oekraïne-referendum

Op 6 april 2016 werd het eerste raadgevend referendum in Nederland gehouden. De vraag die aan de kiezers werd voorgelegd luidde: Bent u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne? 32,3 procent van die kiesgerechtigden bracht een stem uit, waardoor de opkomstdrempel van 30 procent was gehaald.

61 procent van hen stemde tegen en 38,2 procent voor. Door deze uitslag staat het kabinet voor de keuze om de goedkeuringswet van het verdrag in te trekken of om de uitslag van het referendum te negeren.

Meer over


Meer over