Referendum Europese Grondwet

Een meerderheid van de Nederlandse kiezers stemde op 1 juni 2005 tegen de Europese Grondwet bij het eerste nationale referendum ooit in ons land. Drie dagen daarvoor hadden de Fransen dat ook al gedaan.

Hoewel het Nederlandse referendum raadplegend en niet bindend was, verklaarden ook de Tweede Kamerfracties die zelf vóór waren, de uitslag te zullen respecteren. Het kabinet trok daarop het wetsvoorstel waarmee de officiële goedkeuring geregeld moest worden, in.

De vraag die aan de kiezers werd voorgelegd, luidde: Bent u voor of tegen instemming door Nederland met het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa?

Meer over

Leuk om te weten


De uitslag en de gevolgen daarvan

De Nederlandse kiezers hebben op woensdag 1 juni 2005 in overgrote meerderheid 'nee' gezegd tegen de Europese Grondwet. Volgens de officiële uitslag was 61,6 procent tegen en 38,5 procent vóór. De opkomst was 63,3 procent. Premier Balkenende sprak 's avonds na het bekend worden van de voorlopige uitslag namens het kabinet zijn teleurstelling uit over de verwerping. Hij vond dat het signaal van de kiezers recht moest worden gedaan en dat de Europese Grondwet in de huidige vorm van de baan was.

Aangezien ook de Fransen de Europese Grondwet in een referendum al hadden afgewezen, leidde de uitslag tot grote onzekerheid hoe het verder moest met de plannen voor een Europese Grondwet, ook in de landen die daarover nog moesten beslissen.

Stand van zaken Europese Grondwet

Verschillende lidstaten van de Europese Unie hadden de Europese Grondwet al goedgekeurd ten tijde van het Nederlandse referendum. Litouwen was op 11 november 2004 het eerste land dat de Grondwet ratificeerde. Bij een referendum in Spanje stemde op 20 februari 2005 76,7 procent van de kiezers vóór. Op zondag 29 mei 2005 wees in een Frans referendum 54,9 procent van de kiezers de Europese Grondwet af, waarna drie dagen later Nederland nog massaler 'nee' zei.

Wat vonden de politieke partijen?

Voorafgaand aan het referendum waren de standpunten van de partijen in de Nederlandse politiek over de Europese Grondwet en het al dan niet overnemen van de uitslag als volgt:

 

Partij

Vóór/tegen Europese Grondwet?

Respecteert uitslag referendum wel/niet?

Zetels Tweede Kamer

Zetels Eerste Kamer

CDA

Vóór

Wel, mits opkomst minstens 30 procent en minstens 55 procent voor of tegen (in een eerder stadium legde het CDA de grens nog bij 60 procent)

44

23

PvdA

Vóór

Wel, mits opkomst minstens rond de 30 procent

42

19

VVD

Vóór

Wel

27

15

LPF

Tegen

Wel

8

1

SP

Tegen

Wel

8

4

GroenLinks

Vóór

Wel

8

5

D66

Vóór

Wel

6

3

ChristenUnie

Tegen

Volgens André Rouvoet niet, volgens website ChristenUnie was uitslag niet-bindend advies dat zwaarwegender wordt naarmate de uitslag meer eenduidig en de opkomst hoger wordt

3

2

SGP

Tegen

Beschouwde uitslag als advies

2

2

Groep-Wilders

Tegen

Geen uitspraak

1

0

Groep-Lazrak

Onbekend

Onbekend

1

0

OSF

Onbekend

Onbekend

0

1

Samengevat was de situatie dus:

Standpunten

Vóór Europese Grondwet

Tegen Europese Grondwet

Standpunt Europese Grondwet onbekend

Referendumuitslag respecteren

VVD, GroenLinks, D66

LPF, SP

 

Referendumuitslag niet respecteren

 

 

 

Referendumuitslag onder voorwaarden respecteren

CDA, PvdA

 

 

Referendumuitslag niet-bindend advies dat waarschijnlijk niet zou worden gerespecteerd

 

ChristenUnie, SGP

 

Omgaan met referendumuitslag onduidelijk

 

Groep-Wilders

Groep-Lazrak, OSF

Tweede Kamervoorzitter Frans Weisglas (VVD) was van mening dat de Tweede Kamer de uitslag van het referendum moest volgen. Aangezien zowel de opkomst als het percentage tegenstemmers als hoog werd beschouwd, namen de Tweede Kamerfracties het 'nee' van de meerderheid van de kiezers meteen over en trok het kabinet het voor goedkeuring van de Europese Grondwet benodigde wetsvoorstel in.

Initiatief van GroenLinks, PvdA en D66

Het referendum over de Europese Grondwet kon naar zijn aard kortweg worden aangeduid als een raadplegend referendum. De Tweede en Eerste Kamer mochten de uitslag ervan naast zich neerleggen.

Het referendum werd gehouden op initiatief van de Tweede Kamerleden Farah Karimi (GroenLinks), Niesco Dubbelboer (PvdA) en Boris van der Ham (D66). Hun wetsvoorstel daartoe was op 25 november 2003 aangenomen door de Tweede Kamer en op 3 februari 2005 door de Eerste Kamer. In beide Kamers stemden het CDA, de ChristenUnie en de SGP tegen en de overige fracties voor.

Externe link

De referendumcommissie

Voor de uitvoering van het referendum was een onafhankelijke referendumcommissie ingesteld. Deze commissie stelde samen met toenmalig minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties) de datum van het referendum vast. Daarnaast maakte de commissie een samenvatting van het grondwettelijk Verdrag en verdeelde zij de subsidies tussen voor- en tegenstanders van de Europese Grondwet en neutrale informatieverschaffers gemaakt.

Voorzitter van de referendumcommissie was prof.mr. C.A.J.M. (Tijn) Kortmann (hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen). De andere commissieleden waren:

  • mr. Ties Elzenga (CDA) (burgemeester van Veenendaal en lid van de Kiesraad)
  • Noortje van Oostveen (PvdA) (communicatiedeskundige en oud-nieuwslezeres)