Raadgevend referendum

Sinds 1 juli 2015 maakt de Wet raadgevend referendum (Wrr) het voor Nederlandse burgers mogelijk om een raadgevend referendum aan te vragen over wetten en verdragen die zijn aangenomen en bekrachtigd. Als uiteindelijk ten minste 300.000 kiesgerechtigden een geldig verzoek hebben ingediend, wordt een raadgevend referendum uitgeschreven.

Het doel van het raadgevend referendum is het vergroten van de zeggenschap van burgers. Het stelt kiesgerechtigden in staat aan te geven dat zij aangenomen wetgeving eigenlijk afwijzen. Het is echter niet verplicht voor de wetgever om een wet of verdrag in te trekken. Een raadgevend referendum is niet bindend.

Geschikte wetten en verdragen

Op enkele uitzonderingen na zijn alle wetten en verdragen die nog niet in werking zijn getreden referendabel. Er kan geen referendum gehouden worden over:

  • het koningschap
  • het koninklijk huis
  • begrotingen
  • wijzigingen van de grondwet
  • wetten die uitsluitend strekken tot uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties
  • rijkswetten die voor het hele Koninkrijk gelden (dus ook voor de Koninkrijksdelen Aruba, Curaçao en Sint Maarten)

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) bepaalt samen met de 'vakminister' aan de hand van bovenstaand lijstje of een wet referendabel is. Indien de minister van BZK 'vakminister' is, neemt hij/zij het besluit samen met de minister van Veiligheid en Justitie. Bij een referendum over een verdrag speelt ook nog de minister van Buitenlandse Zaken een rol.

Het inleidend verzoek

Nadat een wet of verdrag gepubliceerd is in de Staatscourant, hebben kiesgerechtigden vier weken de tijd om een inleidend verzoek in te dienen. Ten minste 10.000 kiesgerechtigden zijn nodig om het inleidend verzoek tot het houden van een referendum te honoreren. De Kiesraad beslist uiteindelijk de week na de termijn van vier weken of er 10.000 geldige verzoeken zijn ingediend. Als dit het geval is, treedt een wet of verdrag vooralsnog niet in werking. Een wet of verdrag waar niet voldoende inleidende verzoeken voor zijn ingediend, treedt wel in werking.

Het definitieve verzoek

Nadat de Kiesraad in de Staatscourant bekend maakt dat er genoeg inleidende verzoeken zijn ingediend, krijgen kiesgerechtigden zes weken de tijd om een definitief verzoek in te dienen. Hier zijn 300.000 verzoeken voor nodig. De eerdere inleidende verzoeken komen te vervallen.

Na de zes weken heeft de Kiesraad twee weken tijd om de verzoeken steekproefsgewijs te controleren. Indien er ten minste 300.000 geldige verzoeken zijn ingediend, wordt er een referendum georganiseerd. Een onvoldoende aantal geldige definitieve verzoeken leidt ertoe dat een wet of verdrag bij Koninklijk besluit wel (weer) in werking wordt gesteld.

Het referendum

De organisatie van het referendum ligt grotendeels in handen van de referendumcommissie. De leden van deze commissie worden benoemd door het kabinet voor vier jaren en kunnen worden herbenoemd. Het parlement krijgt wel de gelegenheid om te reageren op de voorgestelde kandidaten.

Nadat is vastgesteld dat er 300.000 geldige verzoeken zijn ingediend en het besluit van de Kiesraad onherroepelijk is geworden, dat wil zeggen dat er geen bezwaar meer ingediend kan worden of dat de Raad van State het beroep heeft afgewezen, moet de referendumcommissie binnen een week de datum van de stemming kiezen. Als dag van de stemming wordt een woensdag aangewezen die binnen zes maanden valt na het besluit van de Kiesraad om een referendum te houden. Mocht er in deze periode een verkiezing plaatsvinden, dan wordt het referendum op dezelfde dag gehouden. Het is ook mogelijk om twee referenda op één dag te houden.

Andere taken van de referendumcommissie zijn het subsidiëren van het maatschappelijk debat en het bepalen hoe de vraagstelling op het stembiljet moet worden geformuleerd. Bij het referendum wordt uiteindelijk aan de kiezer gevraagd of hij voor of tegen een wet of verdrag is. Kiezers kunnen alleen 'ja' of 'nee' stemmen.

Meer over

De uitslag en de gevolgen

Het raadgevend referendum is pas geldig bij een opkomstpercentage van ten minste 30 procent van het totale aantal kiesgerechtigden. Na de stemming stelt de Kiesraad de verkiezingsuitslag vast:

Historische ontwikkeling

In november 2005 dienden de Tweede Kamerleden Dubbelboer, Duyvendak en Van der Ham een initiatiefwetsvoorstel in om via een gewone wet een raadgevend referendum in te voeren. De Eerste Kamer heeft uiteindelijk in april 2014 de Wet raadgevend referendum goedgekeurd. Vanaf 1 juli 2015 is het mogelijk voor kiesgerechtigden om niet-bindende referenda aan te vragen over wetten en verdragen.

Op 14 oktober 2015 maakte de Kiesraad bekend dat er meer dan 300.000 geldige verzoeken zijn ontvangen voor het houden van een referendum over de wet tot goedkeuring van een associatieovereenkomst met Oekraïne. Dit referendum vond plaats op 6 april 2016.

Meer over