Tweekamerstelsel

Veel landen hebben een parlement dat uit twee Kamers bestaat (denk aan het Britse Lagerhuis en Hogerhuis, aan de Belgische en Franse Kamers en senaten en aan de Bondsdag en Bondsraad in Duitsland). Ook Nederland heeft sinds 1815 twee Kamers en daarmee een tweekamerstelsel ('bicameralisme').

De Eerste Kamer heeft door haar samenstelling en bevoegdheden een eigen plaats en taak in het politieke bestel.

In 2014 bracht minister Plasterk een inventariserende notitie uit over tweekamerstelsels.

Waarom zijn er twee Kamers?

Aan het einde van de parlementaire behandeling is het wenselijk om de wetstekst nog eens kritisch te bekijken. Soms duurt het namelijk wel vijf of zes jaar voor een wetsvoorstel wet is geworden. Er kunnen in die tijd nieuwe inzichten naar voren komen. Regering en Tweede Kamer wijzigen tijdens de behandeling bovendien vaak de tekst van een wetsvoorstel. De Raad van State brengt alleen advies uit over de tekst van het oorspronkelijke voorstel.

Dat alles maakt heroverweging nodig. Die heroverweging is vooral gericht op de vraag of het uiteindelijke voorstel kwalitatief wel goed genoeg is, of er geen strijdigheid is met Grondwet of internationale verdragen, of de rechten van de burgers niet onevenredig worden geschaad, en of voldoende rekening is gehouden met toekomstige kosten.

Zouden er niet twee, maar slechts één Kamer bestaan, dan zou die ene Kamer veel macht hebben. Alle voorstellen die zij zou aannemen, zouden direct wet worden. Een tweede Kamer maakt een heroverweging van een voorstel mogelijk, en biedt tevens burgers de gelegenheid eventuele bezwaren nog eens naar voren te brengen.

Door de andere wijze van verkiezen en andere bevoegdheden zijn Tweede en Eerste Kamer niet in alle opzichten elkaars kopie. Vaak is er verschil in de sterkte van partijen in beide Kamers. Eerste Kamerleden hebben bovendien iets meer afstand van de dagelijkse politiek dan de Tweede Kamerleden. Zij kunnen daardoor wat onafhankelijker opereren.

In de loop der tijden raakten steeds meer partijen overtuigd van het nut van een tweede instantie, die na de Tweede Kamer, wetsvoorstellen, uitgaande van eigen criteria, beoordeelt. Wel is er discussie over de bevoegdheden en wijze van verkiezen.

Ontstaan

De Eerste Kamer bestaat sinds 1815. In dat jaar werd zij ingesteld door koning Willem I. In 1815 werden Nederland en België verenigd en vooral de Belgen drongen aan op invoering van een tweekamerstelsel. De (Noord-) Nederlanders verzetten zich niet tegen dat idee en de koning was daar eveneens voorstander van. De eerste bijeenkomst van beide Kamers was op 21 september 1815 in Brussel.

De Eerste Kamer diende in het begin van haar bestaan als bolwerk rond de Kroon (daarmee worden koning en ministers bedoeld). Zij kon alle voor de koning onwelgevallige wetsvoorstellen alsnog tegenhouden. Het ging daarbij vooral om initiatiefvoorstellen van de (toen nog indirect gekozen) Tweede Kamer.

De Eerste Kamerleden werden niet gekozen, maar waren vertrouwelingen van de koning, die door hem voor het leven werden benoemd.

Na de afscheiding van België in 1830 bleef de Eerste Kamer gehandhaafd. In 1848 veranderde er echter veel op staatkundig gebied door de invoering van een nieuwe Grondwet. Ook de positie van de Eerste Kamer en de eisen voor verkiesbaarheid wijzigden.

De taak van de Eerste Kamer kwam na 1848 geleidelijk meer op het gebied van de bewaking van de kwaliteit van de wetgeving te liggen; zij werd, als laatste beoordelende instantie in de wetgeving, een 'Kamer van heroverweging', een 'Chambre de reflection'.

De Eerste Kamer bleef, ondanks de kritiek die soms op haar bestaan en functioneren werd uitgeoefend, steeds gehandhaafd. In 1903 werden door de sociaaldemocraten en vrijzinnigdemocraten voorstellen gedaan om de Eerste Kamer af te schaffen. Dat herhaalde zich na de Eerste Wereldoorlog. Die voorstellen kregen echter onvoldoende steun.

De Eerste Kamer is een Hoog College van Staat.

Bij de instelling van de Eerste Kamer in 1815 werd gedacht aan de naam 'Senaat' of 'Hogerhuis', maar uiteindelijk werd het 'Eerste Kamer'. Gezien de volgorde van behandeling van wetsvoorstellen is dat achteraf minder gelukkig, want behandeling vindt eerst in de Tweede Kamer plaats en daarna pas in de Eerste Kamer.


Meer over

Verwant nieuws