J.W. (Johan) Remkes

foto J.W. (Johan) Remkesvergrootglas Johan Remkes (1951) is vanaf 1 juli 2010 Commissaris van de Koning(in) in Noord-Holland. Hij was voorzitter van de JOVD en lid van Gedeputeerde Staten van Groningen. In de perioden oktober 1993-augustus 1998 en november 2006-juni 2010 was hij Tweede Kamerlid voor de VVD. Hij hield zich als Kamerlid onder meer bezig met economische zaken, binnenlandse zaken, belastingen, mediabeleid en Antilliaanse zaken. In het tweede kabinet-Kok was hij staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Van 22 juli 2002 tot 22 februari 2007 was hij minister van Binnenlandse Zaken. In het kabinet-Balkenende I (2002-2003) was hij tevens vicepremier.

VVD
in de periode 1993-heden: lid Tweede Kamer, staatssecretaris, minister, viceminister-president, Commissaris van de Koning(in)

voornamen (roepnaam)

Johannes Wijnandus (Johan)

personalia

geboorteplaats en -datum
Zuidbroek (Gr.), 15 juni 1951

partij/stroming

partij(en)
VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie), vanaf 1973

loopbaan

  • lid Provinciale Staten van Groningen, van 4 juli 1978 tot november 1993 
  • lid gemeenteraad van Groningen, van 5 september 1978 tot 7 september 1982 
  • lid Gedeputeerde Staten (belast met verkeer, vervoer en waterstaat en vanaf 1991 met economische zaken) van Groningen, van 6 juli 1982 tot oktober 1993 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 26 oktober 1993 tot 3 augustus 1998 
  • lid gemeenteraad van Groningen, van 29 april 1994 tot 1 maart 1996 
  • staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (belast met volkshuisvesting en stedenbeleid), van 3 augustus 1998 tot 22 juli 2002 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 mei 2002 tot 22 juli 2002 
  • minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van 22 juli 2002 tot 22 februari 2007 
  • tweede viceminister-president, van 22 juli 2002 tot 18 oktober 2002 
  • eerste viceminister-president, van 18 oktober 2002 tot 27 mei 2003 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 30 januari 2003 tot 27 mei 2003 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 30 november 2006 tot 17 juni 2010 
  • Commissaris van de Koning (tot 30 april 2013 'van de Koningin') in Noord-Holland, vanaf 1 juli 2010 

partijpolitieke functies

vorige
  • voorzitter JOVD (Jongeren Organisatie "Vrijheid en Democratie"), van november 1975 tot 12 maart 1977 
  • fractievoorzitter VVD gemeenteraad van Groningen, van september 1978 tot september 1982 
  • voorzitter Vereniging van Staten- en Raadsleden VVD, van 1986 tot 1991 
  • adviserend lid hoofdbestuur VVD, van 1986 tot 1991 
  • lid/voorzitter VVD-commissies (Liberaal Manifest, beginselverklaring, grotestedenbeleid, plattelandsbeleid, jongerenbeleid, werkgelegenheid en samenleving) 
  • voorzitter commissie Jongerenbeleid VVD-JOVD 
  • fractievoorzitter VVD gemeenteraad van Groningen, van 1994 tot 1996 

nevenfuncties

huidige
  • voorzitter jury Overheidsmanager van het Jaar 
  • voorzitter Prins Bernhard Cultuurfonds Noord-Holland 
  • voorzitter CIPO (Commissie Integriteit Publieke Omroep), vanaf 1 januari 2011 
  • voorzitter Advies- en Arbitragecommissie, vanaf 15 maart 2011 
  • voorzitter IPO (Interprovinciaal Overleg), vanaf 23 juni 2011 
  • voorzitter Forum voor Stedelijke Vernieuwing 
  • lid Jury Anne Vondelingprijs 
  • lid Bouwcommissie Perscentrum Nieuwspoort 
  • lid College Bodemdaling Groningen 
  • voorzitter Commissie Toekomst Binnenvisserij, vanaf februari 2012 
  • voorzitter Raad van Toezicht Verweij-Jonker Instituut, vanaf 1 juli 2012 

vorige
  • voorzitter landelijke Coördinatiecommissie Deltakeringen 
  • lid Raad van Bestuur N.V. Luchthaven Eelde, vanaf 1982 (als gedeputeerde) 
  • lid Raad van Commissarissen N.V. EGD, vanaf 1982 (als gedeputeerde) 
  • lid Raad van Commissarissen N.V. SEP, vanaf 1986 (als gedeputeerde) 
  • lid Raad van Commissarissen N.V. EPON, vanaf 1987 (als gedeputeerde) 
  • lid Raad voor de Drinkwatervoorziening 
  • voorzitter Havenschap Delfzijl/Eemshaven, van 1991 tot oktober 1993 (als gedeputeerde) 
  • lid subcommissie inzake de financiering van infrastructuur, Raad voor de Waterstaat 
  • voorzitter Evaluatiecommissie M-50 (politiek jongerenwerk) 
  • lid externe commissie Tweede Kamer inzake verkiezing/benoeming burgemeester (comissie-Van Thijn), van december 1991 tot maart 1993 
  • lid Raad van Commissarissen N.V. NOM (Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij), van 1991 tot oktober 1993 
  • lid Curatorium Thorbecke Academie, tot augustus 1998 
  • lid Raad van Commissarissen ESD te Delfzijl, tot augustus 1998 
  • voorzitter Raad van Toezicht Martini Ziekenhuis te Groningen, van juni 2007 tot januari 2011 
  • voorzitter Raad van Commissarissen "Acantus Groep" te Veendam, van 1 januari 2008 tot 2010 
  • lid Raad van Advies Customer Contact Company, vanaf 1 mei 2008 
  • voorzitter bestuur Stichting "Fraeylemaborg" te Slochteren 
  • lid Raad van Toezicht Verweij-Jonker Instituut, van 2011 tot 1 juli 2012 
  • informateur College van B&W in Groningen, oktober 2012 (samen met J. Tichelaar) 

afgeleide functies, presidia etc.
voorzitter commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 2007 tot 17 juni 2010

opleiding

lager onderwijs
  • lagere school te Sappemeer 

voortgezet onderwijs
  • h.b.s.-a, Openbaar "Dr. Aletta Jacobs Lyceum" te Hoogezand-Sappemeer, tot 1969 

academische studie
  • economie (niet voltooid), Rijksuniversiteit Groningen, tot 1975 

activiteiten

als parlementariër
  • Hield zich in de Tweede Kamer in de periode 1993-1998 bezig met binnenlandse zaken, economische zaken en verkeer 
  • Een door hem samen met mevrouw Scheltema-de Nie (D66) ingediend en aangenomen amendement (dat door de staatssecretaris onaanvaardbaar was verklaard) leidde tot intrekking van het wetsvoorstel splitsing van de gemeente Rotterdam. 
  • Een door hem ingediende en aangenomen motie gaf de aanzet het stopzetten van voorbereidingen voor de vorming van een stadsprovincie Haaglanden en tot een gemeentelijke herindeling van Den Haag en omgeving 
  • Diende in 1996 samen met Zijlstra (PvdA) en Scheltema-de Nie (D66) een initiatiefwetsvoorstel in over de afschaffing van non-activiteitsregeling voor ambtenaren die Tweede Kamerlid of Europarlementariër worden. Ambtenaren die door het tijdsbeslag hun werk niet kunnen combineren met een politieke functie krijgen eervol ontslag. Het voorstel werd in 1998 wet (Stb. 507). 

opvallend stemgedrag
  • Stemde in 2009 als enige van zijn fractie tegen het wetsvoorstel Harmonisatie uitkeringsrechten politieke ambtsdragers 

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer belast met 1. de volkshuisvesting, inclusief duurzaam en energiezuinig bouwen en het bouwbesluit; 2. de rijkshuisvesting; 3. het stedenbeleid, inclusief het lokaal milieubeleid (het gedecentraliseerde bodem-, stank- en geluidbeleid); 4. de coördinatie van het bouwbeleid; 5. de uitvoering van de VINEX; 6. het kadaster en de vastgoedinformatie. 
  • Vanaf juni 2003 was zijn takenpakket: Veiligheid, te weten AIVD, politie, rampenbeheersing en brandweer, beveiliging en crisisbeheersing, informatiebeleid en projecten; Overheidspersoneelsbeleid, waaronder Algemene Bestuursdienst, Ambtenarenwet, arbeidszaken (o.a. macro-economisch beleid) en arbeidsvoorwaarden; Openbaar bestuur, waaronder gemeente- en proviciefonds, wet gemeenschappelijke regelingen, gemeentelijke herindeling, interbestuurlijke betrekkingen, kabinetszaken, politieke ambtsdragers en politieke partijen; Constitutionele zaken, voor wat betreft de staatsinrichting en de Hoge Colleges van Staat. 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bracht in 2000 als staatssecretaris van Volkshuisvesting samen met minister Pronk de Nota "Mensen, wensen, wonen" over het toekomstige woonbeleid uit 
  • Bracht in 2002 het veiligheidsprogramma 'Naar een veiliger samenleving' uit. Daarin worden maatregelen aangekondigd gericht op het terugdringen van criminaliteit en overlast en de bevordering van de veiligheid in Nederland. Het programma bevat doelstellingen en de middelen om die in 2006 bereikt te hebben. 
  • Wijzigde in 2002 het herindelingsbeleid. Voortaan wordt uitgegaan van herindelingsplannen die op initiatief van gemeenten of provincies afkomstig zijn. 
  • Wees in 2002 de door de gemeenteraad van Leiden voorgedragen kandidaat voor het burgemeesterschap van Leiden (H. Groen) af, omdat was afgezien van een tweevoudige voordracht 
  • Diende in 2002 een wetsvoorstel tot intrekking van de Tijdelijke Referendumwet in. Het voorstel op basis van de coalitieafspraken werd in juni 2003 door minister De Graaf van bestuurlijke vernieuwing ingetrokken. 
  • Werd in 2002 door een deel van de Tweede Kamer ernstig bekritiseerd, omdat hij kritiek op de BVD bij de beveiliging van de vermoorde politicus Pim Fortuyn niet volledig had overgenomen. Die kritiek was neergelegd in de conclusies van de commissie-Van den Haak die de beveiliging had onderzocht. 
  • Stuurde in 2002 een verkennende notitie over invoering van de direct gekozen burgemeester naar de Tweede Kamer. Daarin wordt nog geen keuze gemaakt, maar worden alleen aanzetten gegeven voor een weloverwogen keuze. 
  • Bracht in 2003 de Nota Integriteitsbeleid openbaar bestuur en politie uit. Er wordt nieuwe wetgeving aangekondigd over 'waarden en normen' en er komen protocollen voor het houden van (bestuurlijke) integriteitsonderzoeken en bestuurlijke afhandeling van integriteitsaantastingen door overheidsorganisaties. Er komt tevens een handboek integriteitsonderzoek en op een internersite komen gedragscodes en 'best practices'. 
  • Zette in 2004 samen met minister Donner naar aanleiding van aanslagen in Madrid een aanscherping van het beleid inzake terrorismebestrijding uiteen. Er komt een nationaal coördinator terrorismebestrijding. 
  • Nam in november 2004 na de moord op de cineast/publicist Theo van Gogh diverse maatregelen in het kader van bestrijding van terreur door radicale moslims. Zo werd persoonsbewaking van personen die risico lopen verscherpt en werd aangekondigd dat de capaciteit van de AIVD zou worden uitgebreid. Werd tijdens een Tweede Kamerdebat op 11 november 2004 ernstig bekritiseerd door o.a. zijn geestverwante fractie over de genomen maatregelen om een aanslag op Van Gogh te voorkomen. Een door G. Wilders ingediende motie van afkeuring werd echter, met alleen de stem van Wilders vóór, verworpen. 
  • Bracht in 2006 het Beleidsplan Crisisbeheersing 2004-2007 uit. De overheid zal zich terughoudend opstellen bij tegemoetkoming bij rampschade. Burgers en bedrijven moeten zelf hun verantwoordelijkheid nemen om de financiële gevolgen te kunnen dragen. Er zal worden nagedacht over een verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor risicovolle bedrijven. De bestaande Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen (WTS) zal als vangnet fungeren voor onverzekerde schade. 
  • Diende in 2006 het wetsvoorstel Invoering van een beloningsstructuur voor politieke ambtsdragers in. Bij de hoogte van bezoldiging van politieke ambtsdragers is het bedrag van de bezoldiging van ministers het ijkpunt. 
  • Diende in 2006 samen met minister Donner een wetsvoorstel tot herstructurering van de Raad van State in 
  • Gaf in 2006 een commissie onder leiding van oud-premier Kok opdracht te adviseren over versterking van de internationale concurrentiepositie van de Randstad, onder meer door het oplossen van bestuurlijke knelpunten 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 2000 een wijziging (Stb. 243) van de Huurprijzenwet woonruimte tot stand, waardoor de maximale huurverhoging werd beplaald op 3,8 procent. De motiveringsplicht voor een huurverhoging boven het inflatieniveau wordt aangescherpt. 
  • Bracht in 2000 als staatssecretaris van VROM de Wet stedelijke vernieuwing (Stb. 504) tot stand. Hierdoor moet integratie van beleid en geldstromen voor stedelijke vernieuwing, zowel bij de rijksoverheid als bij gemeenten worden bevorderd. De wet vervangt relevante onderdelen van verschillende regelingen, zoals de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, het Besluit locatiegebonden subsidies en het Besluit woninggebondensubsidies 1995. 
  • Bracht in 2001 een wijziging van de Woningwet (Stb. 518) tot stand, met als doel de bouwregelgeving (zoals voorschriften inzake de bouwvergunning en het welstandstoezicht) te vereenvoudigden. Hierdoor wordt de regeldruk voor de burger en de bouwpraktijk verminderd. 
  • Bracht in 2003 als minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Wet dualisering provinciebestuur in het Staatsblad (Stb. 17). De wet verduidelijkt de rol van Provinciale en Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten concentreren zich op de uitoefening van bestuursbevoegdheden, terwijl Provinciale Staten zich vooral gaan bezighouden met het stellen van kaders voor het beleid en de controle daarop. Gedeputeerden zijn niet langer lid van Provinciale Staten en ook niet-statenleden kunnen Gedeputeerde worden. Verder wordt een rekenkamer van de provincie ingevoerd. Het wetsvoorstel was in 2002 ingediend door minister De Vries. 
  • Bracht in 2003 een wijziging (Stb. 60) van de Ambtenarenwet tot stand ter bevordering van de integriteit. Er wordt een grondslag opgenomen voor regelingen inzake klokkenluiden (de omgang met vermoedens van misstanden), de openbaarmaking van nevenwerkzaamheden en de melding van financiële belangen en effectentransacties. Het wetsvoorstel was in 2001 ingediend en in 2002 in de Tweede Kamer verdedigd door minister De Vries. 
  • Bracht in 2003 wetten tot samenvoeging van de gemeenten Geldrop en Mierlo en tot gemeentelijke herinding in het Westland tot stand. Door laatstgenoemde wet worden de gemeenten Schipluiden en Maasland samengevoegd tot de gemeente Midden-Delfland, en de gemeenten De Lier, 's-Gravenzande, Monster, Naaldwijk en Wateringen tot een nieuwe gemeente Westland. 
  • Bracht in 2004 de Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding (Stb. 184) tot stand. Door de wet worden de verzorgingsgebieden van de politie, regionale brandweer en de geneeskundige hulpverlening bij zware ongevallen en rampen (GHOR) op elkaar afgestemd, wordt een multidisciplinair beheersplan van de rampenbestrijdingsorganisatie opgesteld en krijgt de provincie een meer expliciete toezichthoudende rol. Aanleiding van de wet waren onder meer de rampen in Enschede en Volendam. 
  • Bracht in 2004 een wet tot gemeentelijke herindeling van een deel van de Achterhoek, de Graafschap en de Liemers, Deventer en Bathmen tot stand. Daarbij wordt het aantal gemeenten teruggebracht van vijfentwintig naar negen (Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Zevenaar). De gemeenten Zutphen, Deventer en Doetinchem worden uitgebreid met resp. Warnsveld, Bathmen en Wehl. 
  • Bracht in 2004 een wet waarbij de zgn. Zalmsnip (45,38 euro), die op 1 januari 1998 als lokale lastenverlichting werd ingevoerd, wordt afgeschaft. 
  • Bracht in 2004 de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid (Stb. 677) tot stand. Hiermee wordt een algemene onafhankelijke onderzoeksraad voor veiligheid (Ow) ingesteld. Deze raad krijgt de taak rampen, ongevallen en incidenten met een ongelukkige afloop te onderzoeken. De Raad kan aanbevelingen doen om herhaling te voorkomen. Het wetsvoorstel was in 2002 ingediend door staatssecretaris Hessing. 
  • Bracht in 2005 een wijziging van de Provinciewet in het Staatsblad (Stb. 185), waardoor het aantal Statenleden wordt verminderd. Het maximale aantal Statenleden gaat van 83 naar 55. Het minimum aantal Statenleden blijft 39. Het wetsvoorstel was in 2000 ingediend en in 2001 in de Tweede Kamer verdedigd door minister De Vries. 
  • Bracht in 2005 een wettelijke regeling tot stand over cameratoezicht op openbare plaatsen (Stb. 32). De gemeenteraad kan bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen om, in het kader van de handhaving van de openbare orde, niet-verplaatsbare camera's te laten plaatsen. De burgemeester bepaalt de duur van de plaatsing en wijst de openbare plek(ken) aan waar de camera's zullen worden geplaatst. 
  • Bracht in 2005 wetten tot stand tot vereniging van de gemeenten Drechterland en Venhuizen, van de gemeenten Katwijk, Rijnsburg en Valkenburg, en van de gemeenten Sassenheim, Voorhout en Warmond tot de nieuwe gemeente Teylingen. 
  • Bracht in 2005 een wet tot gemeentelijke herindeling van de Utrechtse heuvelrug tot stand. Hierbij worden de gemeenten Amerongen, Doorn, Driebergen-Rijsenburg, Leersum en Maarn verenigd tot de nieuwe gemeente Utrechtse Heuvelrug. 
  • Bracht in 2005 een uitbreiding van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr-plus) (Stb. 666) tot stand. Hierdoor komt er een structurele voorziening voor het regionale bestuur rond de grote steden in de vorm van intergemeenschappelijke samenwerking. De wetswijziging regelt de totstandkoming van zogeheten plusregio's, waarbinnen verplichtend wordt samengewerkt bij de aanpak van beleidsopgaven op het gebied van wonen, verkeer en vervoer, werken en stedelijk groen, in en rond steden. De Kaderwet bestuur in verandering wordt ingetrokken. 
  • Bracht in 2005 samen met minister Zalm en staatssecretaris Wijn de wet tot afschaffing van het gebruikersdeel OZB op woningen (Stb. 725) tot stand. Tevens worden zowel de maximumtarieven als een maximering van de toegestane tariefstijging voor de OZB op bedrijfspanden en het eigenarendeel op woningen in de Gemeentewet opgenomen. Gemeenten worden voor de afschaffing van het gebruikersdeel van de OZB gecompenseerd via het Gemeentefonds. 
  • Bracht in 2006 de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (Stb. 95) tot stand. Organisaties in de publieke sector en privaatrechtelijke organisaties die uit de publieke middelen worden gefinancierd, worden hierdoor verplicht in hun jaarrekening of -verslag belastbare lonen te vermelden voorzover deze het gemiddelde belastbare salaris van een minister te boven gaan. 
  • Bracht in 2006 wetten tot stand over samenvoeging van de gemeenten Binnenmaas en 's-Gravendeel, van Liemeer, Nieuwkoop en Ter Aar, van Obdam en Wester-Koggenland, van Medemblik, Noorder-Koggenland en Wognum en van Bergschenhoek, Berkel en Roderijs en Bleiswijk. 
  • Bracht in 2006 de Wet Regeling van de tijdelijke vervanging van leden van de Tweede Kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal, de provinciale staten en de gemeenteraden wegens zwangerschap en bevalling of ziekte in het Staatsblad (Stb. 418). Hiermee wordt uitvoering gegeven aan een wijziging van de Grondwet. Het wetsvoorstel was ingediend en in de Tweede Kamer verdedigd door minister Pechtold. 
  • Bracht in 2006 wetten tot stand tot gemeentelijke herindeling in Midden-Limburg (van zeven naar twee gemeenten) en tot samenvoeging van de gemeenten Ambt Montfort en Roerdalen, en van Roermond en Swalmen. 
  • Bracht in 2006 samen met minister Hirsch Ballin een wijziging (Stb. 560) van de Politiewet tot stand tot invoering van een nieuw stelsel voor bewaking en beveiliging van personen, objecten en diensten. Uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid primair ligt bij de burger zelf, de organisatie waartoe deze behoort (zoals het bedrijf waar hij werkzaam is) en het decentrale gezag. Er wordt een grondslag gecreëerd voor het aanwijzen van objecten en diensten waarvoor de rijksoverheid een bijzondere verantwoordelijkheid heeft. De bevoegdheid van de minister van BZK om de burgemeesters aanwijzingen te geven met betrekking tot de wijze waarop zij de openbare orde moeten handhaven, wordt in de wet vastgelegd. Het wetsvoorstel was in de Tweede Kamer medeverdedigd door minister Donner. 

wetenswaardigheden

algemeen
  • Sloeg tot 1993 twee keer een Tweede Kamerzetel af 

uit de privésfeer
Zijn vader was tuinder

woonplaats
Groningen

ridderorden
Officier in de Orde van Oranje-Nassau, 11 april 2007

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Groninger Studentencorps "Vindicat atque Polit" (tijdens studie)

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
René Moerland, "Van Johan Remkes raakt niemand opgewonden. Ervaren maar fletse bestuurder speelt ongewild tweede viool", NRC Handelsblad, 8 november 2004

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
ongehuwd

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.