Christelijk-Historische Unie (CHU)

De CHU was een christendemocratische politieke partij, die vooral aanhang had onder Nederlands-Hervormden. De CHU kende een los partijverband en daarom was er sprake van een unie. De CHU ontstond in 1908 door samengaan van de Christelijk-Historische Partij en de Friese Bond van christelijk-historischen. In 1980 fuseerde de CHU met ARP en KVP tot het CDA.

Tussen 1908 en 1980 behoorde de CHU in Eerste en Tweede Kamer tot de middelgrote partijen (circa 9% van de zetels). De CHU nam diverse malen deel aan kabinetten, vooral in samenwerking met ARP en RKSP (later KVP). Ondanks haar bescheiden omvang werden tussen 1918 en 1940 door CHU'ers vaak belangrijke posten bekleed, zoals vicepresident van de Raad van State, Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië, minister-president en voorzitter van de Eerste Kamer.

Vooraanstaande CHU'ers waren De Savornin Lohman, De Visser, De Geer, Tilanus sr., Beernink, freule Wttewaall van Stoetwegen en Tilanus jr.

Beginselen

De CHU baseerde zich op bijbelse grondslagen in protestantse zin, waarbij de overheid als dienares van God wordt beschouwd. Niet alleen de bijbel, maar ook de historische ontwikkeling van de staat moest een rol spelen bij het bestuur. De CHU hechtte daarom zeer aan de band met het Huis van Oranje en gold als één van de meest koningsgezinde partijen.

De CHU kan worden beschouwd als een tamelijk los politiek verband van de wat deftiger Hervormde Nederlanders, die voorstander waren van een krachtig gezag. Daarnaast had zij aanhang onder Hervormde arbeiders, boeren, ambtenaren en middenstanders. Er waren goede banden van de CHU met onder meer CNV, de Christelijke Boeren- en Tuindersbond en de NCRV. Een deel van de aanhang was - vooral voor 1940 - uitgesproken anti-Rooms.

De Bijbelse grondslag kwam onder andere tot uiting in een roep om een krachtig gezag, en in zaken als handhaving van de openbare zedelijkheid en de zondagsrust, en afwijzing van echtscheiding. Daarnaast was de CHU pleitbezorger van steun aan het bijzonder onderwijs.

Op economisch gebied was de CHU voorstander van een terughoudende rol van de overheid en van een zuinig financieel beleid. De partij kende overigens een sociale vleugel, die voorstander was voor goed overleg tussen werkgevers en werknemers, en die van harte meewerkte aan de totstandkoming van sociale wetgeving.

Naast een los partijverband (er was alleen sprake van een unie van plaatselijke kiesverenigingen) kende de CHU ook geen fractiedwang. Niet de majoriteit (meerderheid), maar de kracht van een argument (autoriteit) diende de doorslag te geven.

CHU en de Tweede Kamerverkiezingen tussen 1946 en 1980

De Christelijk-Historische Unie was van 1946 tot 1980 in de Tweede Kamer vertegenwoordigd. Tussen 1908 en 1980 behoorde de CHU tot de middelgrote partijen (circa 9% van de zetels).

CHU en de Eerste Kamerverkiezingen tussen 1946 en 1977

De Christelijk-Historische Unie was van 1908 tot 20 september 1977 in de Eerste Kamer vertegenwoordigd en had daarin sinds 1923 een fractie.

Historische ontwikkeling

De CHU ontstond in 1908 door fusie van de landelijke Christelijk-Historische Partij (die in 1903 was ontstaan) en de Friese CH-partij. Vooral die Friese partij had een anti-Rooms karakter. Aanvankelijk had de CHU in de beide Kamers veel adellijke volksvertegenwoordigers.

Samen met RKSP en ARP vormde de CHU de zogenaamde 'coalitie'. De coalitiepartijen richtten zich vooral op financiële gelijkstelling van het bijzonder onderwijs met het openbaar onderwijs. Nadat dit in 1917 was gerealiseerd, bleef de coalitie echter bestaan. Tegenstellingen ten aanzien van de diplomatieke vertegenwoordiging bij de paus, de subsidiëring van het hoger onderwijs en de defensie leidden ertoe dat de samenwerking in de coalitie diverse malen onder druk kwam te staan.

In 1939 leidde de CHU'er D.J. de Geer een kabinet waarin voor het eerst ook sociaaldemocraten zaten. De ARP bleef buiten dat kabinet. Ook na de Tweede Wereldoorlog zat de CHU met sociaaldemocraten (en de KVP) in het kabinet, terwijl de ARP tot 1952 buiten het kabinet bleef.

Na 1945 worstelde de CHU meer nog dan andere partijen met de Indonesische kwestie. Ondanks regeringsdeelname stemde de Tweede Kamerfractie in 1949 verdeeld over de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië. De Eerste Kamerfractie wees deze zelfs unaniem af. Verdeeld stemmen kwam bij de CHU overigens regelmatig voor, wat mede samenhing met het losse partijverband.

Net als de ARP had de CHU een eigen dagblad: 'De Nederlander'.

Samenwerkingsverbanden, fusies, afsplitsingen

Tot 1940 had de CHU niet te maken met afsplitsingen. Wel kreeg zij in 1924 via de orthodox-Hervormde HGSP een concurrent ter rechterzijde.

Na 1945 streefden sommige CHU'ers naar een fusie met de ARP. Enkele leden scheidden zich af en vormden de Protestantse Unie, die echter geen succes werd. Een aantal vooraanstaande leden, zoals Lieftinck, Van Walsum en Van Rhijn, stapte in 1946 over naar de PvdA.

Midden jaren zestig werd vanwege de teruglopende aanhang van de drie christelijke partijen gestreefd naar samenwerking van ARP, CHU en KVP. Via een federatieverband ontstond daaruit in 1980 het CDA.

Onvrede over de behoudende koers van de partij leidde midden jaren zeventig tot het vertrek van enkele leden, onder wie het Tweede Kamerlid J. Huijsen.

Regeringsdeelname

De CHU was tussen 1918 en 1945 in alle kabinetten vertegenwoordigd. In 1926-1929 en 1939-1940 leverde de CHU de minister-president. Na de oorlog nam de CHU alleen in de jaren 1946-1948, 1965-1966 (kabinet-Cals) en 1973-1977 (kabinet-Den Uyl) geen deel aan de regering. Dat de CHU in 1973 buiten het kabinet-Den Uyl bleef, was opmerkelijk omdat zij toen met ARP en KVP een gezamenlijk verkiezingsprogramma had.

Persoonlijkheden

De belangrijkste leidende persoon van de CHU was lange tijd jhr. A.F. de Savornin Lohman, rechter uit een Gronings geslacht. Hij werd leider van de Kamerclub die zich in 1894 afsplitste vanwege de door Kuyper voorgestane koers van de ARP (met name op het gebied van het kiesrecht en de strakke partijorganisatie). Lohman bleef tot op hoge leeftijd fractievoorzitter.

Als zijn opvolger kon J.Th. de Visser worden beschouwd, een sociaalvoelende predikant, die aanvankelijk een kleine christelijk-historische partij leidde. In de kabinetten-Ruijs de Beerenbrouck was hij minister van Onderwijs en daarna werd hij partijleider en fractievoorzitter.

Naast De Visser was ook jhr. De Geer in het interbellum een leidende figuur van de CHU. Hij was afwisselend minister, minister-president en fractievoorzitter. Toen hij in 1939 opnieuw premier werd, nam H.W. Tilanus de leiding van de fractie over. Hij behield het fractievoorzitterschap tot en met 1963 en was tevens lange tijd partijvoorzitter.

Directe opvolger van Tilanus was H.K.J. Beernink. In 1963 werd hij fractievoorzitter en in 1967 minister. In de jaren zeventig werd de CHU geleid door A.D.W. Tilanus (jr.) en R.J.H. Kruisinga.

Freule Wttewaall van Stoetwegen was ruim 25 jaar Tweede Kamerlid. Zij werd door haar eigen, onconventionele stijl een zeer bekende politica. De freule was zeer Oranjegezind (ze was huisvriendin van de koninklijke familie), maar stond daarnaast goed aangeschreven bij de PvdA. Op sommige gebieden (zoals ten aanzien van de rechten van de vrouw) behoorde zij tot de linkervleugel van haar partij.

Henk Kikkert was een Drentse landarbeider en vakbondsbestuurder, die eveneens 25 jaar Kamerlid was. Hij deed zich vooral op defensiegebied gelden.

De dichter F.C. Gerretson (Geerten Gossaert) was in de periode rond 1950 de voornaamste woordvoerder van de rechtervleugel in de CHU. Hij ageerde vooral tegen het dekolonisatiebeleid en tegen de lijn die de Tweede Kamerfractie onder leiding van Tilanus daarbij volgde.

Electoraat

De CHU had aanhang onder brede lagen van de (vooral Nederlands Hervormde) bevolking. Zowel ambtenaren, notabelen, advocaten, als arbeiders, middenstanders en boeren behoorden tot haar aanhang. In de eerste jaren van haar bestaan overheerste adellijke personen de partij.

Relatief sterk was de CHU in de provincies Friesland, Utrecht en Zeeland. Slechts weinig aanhang had de CHU in Noord-Brabant en vrijwel geen in Limburg, terwijl het aantal kiezers in Rotterdam en Amsterdam relatief laag was.

Ten gevolge van de ontzuiling verloor de CHU aanhang aan onder andere DS'70, VVD en - in mindere mate - de PvdA.

Kerngegevens

Opgericht:

9 juli 1908 (fusie)

Oprichter:

Jhr.Mr. A.F. de Savornin Lohman e.a.

Opgeheven:

13 september 1980 (gefuseerd tot CDA)

Secretariaat:

was gevestigd Wassenaarseweg 7 te Den Haag

Leden:

hoogste aantal 50.000 (1947, 1962-1965); 26.000 in 1979

Contributie:

werd overgelaten aan de afdelingen, die per lid een bedrag aan de partij afstonden

Partijblad:

gelieerd weekblad 'C.H. Nederlander'

Jongerenorganisatie:

Christelijk-Historische Jongeren Organisatie (CHJO)

Wetenschappelijk instituut:

De Savornin Lohman-Stichting

Logo/beeldmerk:

geen

Bekendste slogan(s):

'Dient heel het volk' (1963)

Bijzonderheid: zelf gebruikte de partij als afkorting C.-H.U.


Meer over

Kijk voor meer informatie over het CHU op de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen.