Mr. H.K.J. (Henk) Beernink

foto Mr. H.K.J. (Henk) Beerninkvergrootglas CHU-voorman na het vertrek van Tilanus in 1963. Combineerde lange tijd het Tweede Kamerlidmaatschap met de functie van gemeentesecretaris van Rijswijk (Z.H.). Zag in 1967 zijn loopbaan bekroond met het ministerschap van Binnenlandse Zaken in het kabinet-De Jong. Was kort na zijn aantreden als minister verantwoordelijk voor de vervanging van burgemeester Van Hall van Amsterdam. Liet veel werkzaamheden over aan zijn staatssecretaris en partijgenoot Van Veen. Stond bekend als conservatief 'law and order'-politicus en als schaker en sigarenroker. Maakte op het eerste gezicht een wat stugge, gesloten indruk. Betrouwbare, hardwerkende en relativerende politicus met zakelijke nuchterheid, die zijn achterban goed kende.

CHU
in de periode 1946-1971: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, partijvoorzitter

voornamen (roepnaam)

Hendrik Karel Jan (Henk)

personalia

geboorteplaats en -datum
Maarssen, 2 februari 1910

overlijdensplaats en -datum
Rijswijk (Z.H.), 22 augustus 1979

levensbeschouwing
Hervormd: midden-orthodox

partij/stroming

partij(en)
CHU (Christelijk-Historische Unie), vanaf 1932

hoofdfuncties en beroepen

  • ambtenaar ter secretarie, gemeente Papendrecht, van 1932 tot 1935 
  • commies-redacteur, secretarie gemeente Almelo, van 1935 tot 1939 
  • hoofdcommies-redacteur, secretarie gemeente Rijswijk (Z.H.), van 1939 tot 1945 
  • gemeentesecretaris van Rijswijk (Z.H.), van 1945 tot 5 april 1967 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 juni 1946 tot 5 april 1967 
  • fractievoorzitter CHU Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1963 tot 5 april 1967 
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 5 april 1967 tot 6 juli 1971 
  • ambteloos, vanaf 7 juli 1971 

partijpolitieke functies

  • secretaris CHU kiesvereniging Papendrecht, 1935 
  • lid dagelijks bestuur federatie van C.H.-jongerengroepen (voor 1940) 
  • voorzitter CHU Kamerkring Dordrecht, van 1945 tot januari 1946 
  • secretaris CHU, van januari 1946 tot 9 juli 1958 
  • vicefractievoorzitter CHU Tweede Kamer der Staten-Generaal, van juli 1956 tot 16 mei 1963 
  • voorzitter CHU, van 9 juli 1958 tot 19 maart 1966 
  • politiek leider CHU, van 15 mei 1963 tot 5 april 1967 
  • erelid CHU, van 29 april 1972 tot 22 augustus 1979 

lijsttrekkerschap etc.
  • lijsttrekker CHU Tweede Kamerverkiezingen 1963, van 9 februari 1963 tot 15 mei 1963 
  • lijsttrekker CHU Tweede Kamerverkiezingen 1967, van 3 december 1966 tot 15 februari 1967 

nevenfuncties

  • plaatsvervangend voorzitter commissie van beroep Christelijk Nijverheidsonderwijs 
  • secretaris Havencommissie te Almelo 
  • secretaris Ambtenarenscheidsgerecht te Almelo 
  • redacteur "Gemeentebeleid" 
  • lid Staatscommissie inzake het kiesstelsel en wettelijke regeling der politieke partijen (Staatscommissie-Teulings), van februari 1953 tot december 1954 
  • lid dagelijks bestuur industrieschap "Plaspoelpolder", van 26 oktober 1953 tot 1967 
  • lid schoolvereniging te Rijswijk (Z.H.) 
  • voorzitter Christelijke MULO-school te Rijswijk (Z.H.) 
  • lid Kiesraad, van 21 februari 1957 tot 5 april 1967 
  • lid bestuur Stichting TVN (Nationale Stichting Televisiereclame Nederland), van februari 1963 tot 1967 
  • lid Pacificatiecommissie voor de omroepkwestie, van 24 december 1963 tot 1965 
  • lid Kiesraad, van 11 februari 1972 tot 1 januari 1976 
  • voorzitter Kiesraad, van 1 januari 1976 tot 22 augustus 1979 

afgeleide functies, presidia etc.
  • voorzitter vaste commissie voor Binnenlandse Zaken (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 16 november 1956 tot 5 april 1967 
  • voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp voorlopige regeling i.v.m. schadeloosstelling van huurders/ondernemers bij onteigening of vordering (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 26 mei 1959 tot juni 1961 
  • voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Financiële-Verhoudingswet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 28 mei 1959 tot maart 1961 
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1963 tot september 1966 

opleiding

lager onderwijs
  • Prot.Chr. lagere school te Maarssen 
  • Prot.Chr. lagere school te Dordrecht 

voortgezet onderwijs
  • Gemeentelijk Gymnasium te Dordrecht, van 1922 tot juni 1928 

academische studie
  • Nederlands recht, Rijksuniversiteit Utrecht, van september 1928 tot 29 januari 1932 

activiteiten

als parlementariër
  • In de Tweede Kamer trad hij vooral op als woordvoerder binnenlandse zaken en (in de jaren vijftig) volkshuisvesting. Verder hield hij zich onder meer bezig met PTT-aangelegenheden, pensioenen, persbeleid en cultuur. 
  • Was in 1950 woordvoerder van zijn fractie bij de behandeling van de ontwerp-Wet op de ondernemingsraden 

opvallend stemgedrag
  • Behoorde in juli 1949 tot de meerderheid van zijn fractie die vóór een (verworpen) motie-Schouten stemde waarin het Indonesië-beleid werd afgekeurd 
  • behoorde in december 1949 tot de vijf leden van zijn fractie die tegen de Soevereiniteitsoverdracht Indonesië stemden 
  • Behoorde in 1954 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een motie-Vermeer stemde gericht tegen het liftverbod voor militairen 
  • Behoorde in 1957 tot de minderheid van zijn fractie vóór een wetsvoorstel stemde om de salarissen van ambtenaren boven de rang van referendaris te verhogen 
  • In 1957 stemden hij en Schmal als enigen van de CHU-fractie tegen de ontwerp-Politiewet, omdat zij vonden dat de verantwoordelijkheid voor de politie bij één ministerie diende te worden gelegd 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bewerkstelligde op 9 mei 1967 het eervolle ontslag van burgemeester Van Hall van Amsterdam, vanwege diens beleid ten aanzien van de ordehandhaving. Bij dit ontslag speelde minister-president De Jong overigens een belangrijke rol, omdat hij Van Hall verzocht op te stappen. 
  • Stelde op 26 augustus 1967 de Staatscommissie-Cals/Donner in, die advies moest uitbrengen over staatkundige vernieuwing 
  • Bracht in 1968 met minister Polak de Nota inzake de Ombudsman uit. Hierin worden vraagpunten geformuleerd voor instelling van het instituut '(parlementaire) ombudsman', zoals: welke verhouding moet er zijn tussen parlement en ombudsman en hoe ver moet diens onderzoeksterrein zich uitstrekken. (9925) 
  • Diende in 1968 een wetsvoorstel in tot vorming van een nieuwe gemeente IJmuiden. Dit door minister Geertsema verdedigde voorstel werd in 1972 door de Tweede Kamer verworpen. (9676) 
  • Bracht in 1969 samen met staatssecretaris Van Veen de Nota bestuurlijke organisaties uit. In deze nota worden richtlijnen ontvouwd voor gemeentelijke herindeling en gewestvorming. Gemeenten met minder dan 6000 inwoners moeten hun levensvatbaarheid aantonen om zelfstandig te kunnen blijven bestaan. Herindelingen zullen voortaan streeksgewijs plaatsvinden en moeten leiden tot grotere gemeenten of gewesten. Herindelingen en grenswijzigingen moeten gedurende één generatie tot bestuurlijke rust leiden. Gemeentelijke herindeling moet op gewestvorming worden afgestemd. (10.310) 
  • Hief in 1970 het ambtenarenverbod op, dat gold voor leden van de CPN, de ANJV, de Nederlandse Vrouwenbond en de EVC 
  • Diende in 1970 samen met minister Polak een wetsvoorstel in over opheffing van het uit 1903 daterende stakingsverbod voor ambtenaren. (11.001) 
  • Diende in 1970 en 1971 wetsvoorstellen in tot gemeentelijke herindeling van Noordwest-Overijssel, van de Zaanstreek en van het Land van Heusden en Altena, en tot uitbreiding van de gemeenten Alkmaar, Deventer, Amersfoort en Eindhoven. De voorstellen werden, met uitzondering van die over Deventer, door zijn opvolgers Geertsema en De Gaay Fortman in het Staatsblad gebracht. 
  • Diende in 1971 samen met staatssecretaris Van Veen een wetsvoorstel voorschriften met betrekking tot de gewesten in. Dit voorstel werd in 1979 door minister Wiegel ingetrokken. (11.246) 
  • Een door hem verdedigde wijziging van de Kieswet over vergroting van het effect van de voorkeurstem werd in 1971 door de Eerste Kamer verworpen. (10.399) 
  • Tijdens zijn ministerschap vond de eerste lezing van de partiële Grondwetsherziening plaats. 
  • Belangrijke benoemingen tijdens zijn ministerschap: Verdam (ARP, Commissaris van de Koningin in Utrecht), Rijpstra (CHU, Commissaris van de Koningin in Friesland), Toxopeus (VVD, Commissaris van de Koningin in Groningen); Baeten (KVP, burgemeester van Maastricht), Samkalden (PvdA, burgemeester van Amsterdam), Marijnen (KVP, burgemeester van 's-Gravenhage), Buiter (PvdA, burgemeester van Groningen), De Gou (KVP, burgemeester van Haarlem) en Van Tuyll van Serooskerken (VVD, Utrecht) 
  • In totaal werden tijdens zijn ministerschap 102 gemeenten opgeheven en 25 nieuwe gemeenten gevormd. 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1967 een wet in het Staatsblad waarbij het grondgebied van de gemeente Helmond werd uitgebreid met grondgebied van omliggende gemeenten. De gemeente Stiphout werd opgeheven. Het wetsvoorstel was in 1966 ingediend door staatssecretaris Westerhout en in 1967 in de Tweede Kamer verdedigd door minister Verdam. (8449) 
  • Bracht in 1968 een wet tot stand waardoor de gemeenten Bellingwolde en Wedde werden samengevoegd tot de nieuwe gemeente Bellingwedde 
  • Bracht in 1968 een wijziging (Stb. 253) van Kieswet tot stand, waarbij de kiezerslegitimatiepas wordt ingevoerd voor Tweede Kamer- en Statenverkiezingen. Daardoor kunnen kiezers desgewenst hun stem uitbrengen in een willekeurig andere gemeente dan de woongemeente. (8651) 
  • Bracht in 1968 een wet tot uitbreiding van de gemeente Groningen tot stand onder meer door samenvoeging van Groningen met de gemeenten Hoogkerk en Noorddijk. Het wetsvoorstel was in 1966 ingediend door staatssecretaris Westerhout. (8442) 
  • Bracht in 1968 een wet tot stand waarbij de gemeenten Dinther en Heeswijk werden samengevoegd 
  • Bracht in 1968 een wet tot opheffing van de gemeente Wildervank en verdeling van het gebied van die gemeente over de gemeenten Onstwedde en Veendam. De vergrote gemeente Onstwedde krijgt de naam Stadskanaal. Het wetsvoorstel was in 1965 ingediend door staatssecretaris Westerhout. (8202) 
  • Bracht in 1968 een wijziging (Stb. 494) van de Wet op de lijkbezorging tot stand, waardoor crematie gelijk werd gesteld aan begraven. Vestiging of uitbreiding van crematoria wordt een gemeentelijke aangelegenheid. (9175) 
  • Bracht in 1968 de wet regeling schadeloosstelling leden Tweede Kamer der Staten-Generaal (Stb. 584) tot stand. Er komt een automatische koppeling met de stijging van de ambtenarensalarissen, waarbij bedragen bij AMvB konden worden vastgesteld. De schadeloosstelling werd verhoogd van f 25.000 naar f 40.000. Neveninkomsten boven de f 5000 werden voor de helft in mindering gebracht op de schadeloosstelling. Het voorstel was voorbereid door de commissie-Götzen. (9561) 
  • Bracht in 1968 samen met minister Polak een wijziging (Stb. 734) van de Politiewet tot stand, waardoor in die wet een paragraaf werd opgenomen over de taak en bevoegdheden ten aanzien van het verkeer. De samenwerking tussen rijks- en gemeentepolitie op verkeersgebied werd vereenvoudigd en er kwam een Algemene Politie Verkeersdienst. (9511) 
  • Bracht in 1969 samen met minister Bakker een wet tot instelling van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" tot stand. In dit nieuwe, drooggelegde gedeelte van het IJsselmeer komt een landdrost, die bestuurlijk rechtstreeks onder de minister van Binnenlandse Zaken valt. Verder is er een gekozen adviescollege. (9956) 
  • Bracht in 1969 een wet tot gemeentelijke herindeling in Zuid-Beveland tot stand. Hierdoor worden onder meer de gemeenten Kruiningen, Rilland-Bath, Heinkenszand en Kloetinge opgeheven. Er worden vijf nieuwe gemeenten gevormd. Het wetsvoorstel was in 1966 ingediend door staatssecretaris Westerhout. (8828) 
  • Bracht in 1969 wetten tot waardoor de gemeenten Meerlo en Wanssum werden samengevoegd en het grondgebied van de gemeente Stoutenburg werd verdeeld over de gemeenten Amersfoort en Leusden. 
  • Bracht in 1969 een wijziging (Stb. 535) van de Gemeentewet tot stand waardoor de verantwoordingsplicht van burgemeesters en wethouders aan de gemeenteraad wordt uitgebreid. Hierdoor wordt onder meer de burgemeester verplicht desgevraagd inlichtingen geven aan de raad over het door hem gevoerde politiebeleid. (9882) 
  • Bracht in 1969 de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (Stb. 594) tot stand, die een regeling bevat voor een uitkering en pensioen aan politieke ambtsdragers en hun nabestaanden; de wet bevat diverse anti-cumulatiebepalingen. Ministers, staatssecretarissen, Tweede Kamerleden, Gedeputeerden en wethouders hebben na hun ontslag tot hun 65ste voor twee tot zes jaar recht op een uitkering. Na hun 65ste hebben ze recht op pensioen. Tweede Kamerleden die tien jaar lid zijn geweest en bij hun ontslag vijftig jaar zijn, behouden het pensioen tot hun 65ste. Inkomsten uit andere arbeid worden in mindering gebracht op de uitkering. (9636) 
  • Bracht in 1970 een wet tot uitbreiding van de gemeente Maastricht tot stand, onder meer door samenvoeging van Maastricht met de gemeenten Amby, Borgharen, Heer en Itteren. (9503) 
  • Bracht in 1970 een wet tot uitbreiding van de gemeente Dordrecht tot stand. Het Eiland van Dordrecht wordt één gemeente en de gemeente Dubbeldam wordt opgeheven. (9690) 
  • Bracht in 1970 een wijziging (Stb. 81) van de Kieswet tot stand, waardoor de opkomstplicht bij verkiezingen wordt afgeschaft. De bestaande plicht was in de praktijk nauwelijks te handhaven en een adviescommissie pleitte voor afschaffing. (10.398) 
  • Bracht in 1970 een wet tot gemeentelijke herindeling in Zeeuwsch-Vlaanderen tot stand. Hierdoor worden onder meer de gemeenten Breskens, Philippine, IJzendijke, Sint Jansteen, Retranchement en Clinge opgeheven. Er komen zeven nieuwe gemeenten. (10.459) 
  • Bracht in 1970 wetten tot stand over zes gemeentelijke herindelingen in Noord-Holland. Daardoor worden de nieuwe gemeenten Barsingerhorn, Graft-De Rijp, Niedorp, Schermer, Venhuizen en Zeevang gevormd. 
  • Bracht in 1970 een wet tot stand waardoor onder meer Oudewater overging van Zuid-Holland naar Utrecht en de gemeente Hoenkoop werd opgeheven. (9852) 
  • Bracht in 1970 samen met minister Witteveen en staatssecretaris Grapperhaus een wet tot wijziging van bepalingen inzake gemeentelijke en provinciale belastingen (Stb. 608) tot stand. Die wet beoogt gemeenten en provincies meer mogelijkheden te geven een eigen financieel beleid te voeren. Er wordt onder andere een onroerend-goedbelasting ingevoerd ter vervanging van de grondbelasting en personele belasting. Ook de gemeentelijke vermakelijkheidsbelastingen worden afgeschaft, waar tegenover staat de mogelijkheid om retributies (zoals rioolrecht en parkeerheffingen) te verhogen. Provincies krijgen de bevoegdheid opcenten op de motorrijtuigenbelasting te heffen. (9538) 
  • Bracht in 1970 een wet tot gemeentelijke herindeling van het eiland Tholen tot stand. Hierdoor wordt het gehele eiland Tholen één gemeente. (9407) 
  • Bracht in 1970 een wet tot uitbreiding van de gemeente 's-Hertogenbosch tot stand door samenvoeging van 's-Hertogenbosch met de gemeenten Empel en Meerwijk en Engelen (10/736) 
  • Bracht in 1970 wetten tot stand tot uitbreiding van het grondgebied van de gemeenten Hoogeveen, Harlingen en Sneek 
  • Bracht in 1970 een wijziging (Stb. 585) van de Erfgooierswet 1912 tot stand, waardoor de vereniging Stad en Lande van Gooiland werd ontbonden 
  • Bracht in 1970 samen met minister-president De Jong en staatssecretaris Grapperhaus de wet herziening van het financieel statuut voor het Koninklijk Huis tot stand, alsmede een wetsvoorstel tot grondwetsherziening in eerste lezing over het inkomen en de belastingvrijdom van de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis. Hiermee werd een nieuwe wettelijke regeling voor de uitkering aan de Koning en leden van het Koninklijk Huis in het leven geroepen op basis van een advies van de Commissie-Simons. Er kwam een strikte scheiding tussen privéuitgaven en functionele uitgaven, automatische indexering en de belastingvrijdom voor zover het niet-private bestanddelen betrof, werd vastgelegd. (10.683 & 10.685) 
  • Bracht in 1971 een wet tot stand waardoor de gemeenten Vreeswijk en Jutphaas werden verenigd tot de nieuwe gemeente Nieuwegein (10.794) 
  • Bracht in 1971 een wet tot stand waardoor de gemeenten Lochem en Laren (Gld.) werden verenigd tot een nieuwe gemeente Lochem 
  • Bracht in 1971 de wet tot instelling van de gemeente Dronten tot stand. Anders dan aanvankelijk was voorgesteld, werd de gemeente niet bij Gelderland ingedeeld. (10.397) 

wetenswaardigheden

algemeen
  • De regering consulteerde hem als Kamerlid regelmatig bij burgemeestersbenoemingen 
  • Met name de verhouding tussen Rijk en Gemeente had zijn bijzondere belangstelling 
  • In 1968 werd in het AR-blad "Nederlandse Gedachten" kritiek geuit op de benoeming van CHU-burgemeesters in traditioneel als antirevolutionair bekendstaande gemeenten als Aalten en Elburg 
  • Hij was een tegenstander van de fusie tussen ARP, CHU en KVP 

uit de privésfeer
Zijn vader was hoofdonderwijzer van een lagere school, onderwijzer aan een MULO-school en leraar aan een lyceum

anekdotes en citaten
  • Stond bekend om zijn wat oubolige grapjes, zoals: "J + B + V = HP", ofwel "Jas + Broek + Vest = Heel Pak". 
  • Werd in 1969 betrapt op het 'smokkelen' van sigaretten vanuit Baarle-Nassau. Werd echter krachtens de douane-instructie ongemoeid gelaten, maar betaalde wel de belasting en de gebruikelijke boete. Naar eigen zeggen had hij de sigaretten gekocht om zijn laatste Belgische geld op te maken en had hij te goeder trouw gehandeld. 

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Maarssen, van 1910 tot 1917 
  • Dordrecht, van 1917 tot 1935 
  • Almelo, van 1935 tot 1939 
  • Rijswijk (Z.H.), Rembrandtkade 65, omstreeks 1946 en nog in 1967 

ridderorden
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 april 1958 
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 17 juli 1971 

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid schaakvereniging "V.I.O.S." te Rijswijk

hobby's
  • voetbal (speelde linksbuiten) 
  • atletiek 
  • schaken 
  • wandelen (liep de Vierdaagse van Nijmegen) 

publicaties/bronnen

publicaties
"Geschiedenis en beginsel van de Christelijk-Historische Unie" (1953)

literatuur/documentatie
  • "Minister mr. H.K.J. Beernink", in: "Fragmenten uit de geschiedenis van Binnenlandse Zaken" (1979) 
  • R. Vermaas, "Beernink, tragisch en bescheiden", in: "De Tijd", 31 augustus 1979 
  • J. van Tijn, "Het is nooit goed, hoe je het ook doet. Bij het overlijden van mr. H.K.J. Beernink", in: "Vrij Nederland", 1 september 1979 
  • H. van Spanning, "De Christelijk-Historische Unie", deel II (1988) 
  • J. Bosmans, "Beernink, Hendrik Karel Jan (1910-1979)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 40 

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Almelo, 28 september 1939

echtgeno(o)t(e)/partner
B. Peeze, Bartha (Bep)

kinderen
kinderloos

vader
H. Beernink, Hendrikus

geboorteplaats en/of -datum
gem. Wisch (Gld.), 1881

moeder
C.J.W. Schudi, Carolina Johanna Wilhelmina

geboorteplaats en/of -datum
Dordrecht, 1884

beroep grootvader (vaderskant)
kleermaker

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.