Dr. A. (Abraham) Kuyper

foto Dr. A. (Abraham) Kuypervergrootglas 'Abraham de geweldige'. De grote voorman en stichter van de Anti-Revolutionaire Partij, de partij van de 'kleine luyden'. Krachtig organisator en goed spreker. Stichtte tevens het dagblad 'De Standaard', de Vrije Universiteit en de Gereformeerde Kerk. Was predikant en werd in 1874 Tweede Kamerlid, maar verliet de Kamer al na drie jaar. Keerde in 1894 echter terug en werd voorzitter van de meer democratische antirevolutionairen. Leidde in 1901-1905 een coalitiekabinet, dat vooral in de herinnering bleef voortleven door de wijze waarop werd opgetreden tegen de Spoorwegstaking in 1903 en door de ontbinding van de Eerste Kamer in 1904. Werd daarom door liberalen en socialisten krachtig bestreden. Kwam in 1908 in conflict met Heemskerk en kwam in 1909 in opspraak door de zgn. lintjesaffaire, maar werd desondanks tot zijn dood door zijn achterban als de door God gegeven leider beschouwd.

ARP, antirevolutionair
in de periode 1874-1920: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister, minister-president, minister van staat

voornaam (roepnaam)

Abraham (Abraham)

personalia

geboorteplaats en -datum
Maassluis, 29 oktober 1837

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 8 november 1920

levensbeschouwing
  • Hervormd: modern (als student)
  • Hervormd: orthodox (vanaf omstreeks 1866)
  • Dolerend, van 1886 tot 1892
  • Gereformeerd, vanaf 1892

opmerkingen over de naam en/of titel
achternaam oorspronkelijk 'Kuijper'

partij/stroming

stroming(en)
Takkiaan, 1894

partij(en)
ARP (Anti-Revolutionaire Partij), vanaf 3 april 1879

hoofdfuncties en beroepen

  • toegelaten tot de evangeliebediening, 7 mei 1862
  • predikant Nederlandse Hervormde Kerk te Beesd (Gld.), van 9 augustus 1863 tot 3 november 1867 (bevestigd door zijn vader)
  • predikant Nederlandse Hervormde Kerk te Utrecht, van 10 november 1867 tot 31 juli 1870
  • predikant Nederlandse Hervormde Kerk te Amsterdam, van 7 augustus 1870 tot 16 maart 1874
  • hoofdredacteur "De Standaard", antirevolutionair dagblad voor Nederland, van 1 april 1872 tot 9 november 1920
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 maart 1874 tot 1 juni 1877 (voor het kiesdistrict Gouda)
  • hoogleraar godgeleerdheid, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 6 september 1879 tot augustus 1901
  • rector Vrije Universiteit te Amsterdam, van 20 oktober 1880 tot 20 oktober 1881
  • hoogleraar letteren, Vrije Universiteit te Amsterdam, van oktober 1881 tot augustus 1901
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 31 juli 1901 (voor het kiesdistrict Sliedrecht)
  • voorzitter antirevolutionaire ('Kuyperiaanse') Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 mei 1894 tot 1 juli 1894
  • voorzitter ARP-Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1896 tot 31 juli 1901
  • rector Vrije Universiteit te Amsterdam, van september 1898 tot september 1899
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 31 juli 1901 tot 16 augustus 1905
  • tijdelijk voorzitter van de ministerraad, van 1 augustus 1901 tot 1 november 1901
  • voorzitter van de ministerraad, van 1 november 1901 tot 16 augustus 1905 (tijdelijk voorzitterschap omgezet in een permanent voorzitterschap)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 13 november 1908 tot 18 september 1912 (voor het kiesdistrict Ommen)
  • voorzitter ARP-Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 13 november 1908 tot 18 september 1912
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1913 tot 22 september 1920 (voor Zuid-Holland)

ambtstitel
  • minister van staat, van 31 augustus 1908 tot 8 november 1920

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als minister van Binnenlandse Zaken ook belast met de wettelijke voorzieningen op het gebied van arbeid en landbouw

partijpolitieke functies

  • voorzitter Centraal Comité van ARP-kiesverenigingen, van 3 april 1879 tot april 1905
  • politiek leider ARP, van 3 april 1879 tot 31 maart 1920
  • voorzitter Centraal Comité van ARP-kiesverenigingen, van 17 oktober 1907 tot 31 maart 1920

nevenfuncties

  • redacteur "Heraut", vanaf 6 januari 1871 (schreef zelf hierin confidentie)
  • lid bestuur Antischoolwetverbond, van juli 1872 tot 1875
  • lid commissie onderzoek mogelijkheid van een volkspetitionnement tegen de Lager-onderwijswet, 1878
  • voorzitter Nederlandse Journalistenkring, van 1898 tot 1901
  • kabinetsformateur, van 11 juli 1901 tot 30 juli 1901 (eindverslag gedateerd 25 juli 1901)
  • voorzitter Staatscommissie inzake de schrijfwijze der Nederlandsche taal, van 4 oktober 1909 tot maart 1912
  • lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Heemskerk), van 2 mei 1910 tot 15 mei 1912

afgeleide functies, presidia etc.
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de ontwerp-Ongevallenwet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), tot september 1899
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1900 tot september 1900 (voorzitter derde afdeling)
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1901 tot april 1901 (voorzitter tweede afdeling)
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1910 tot mei 1911 (voorzitter vijfde en tweede afdeling)
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1911 tot februari 1912 (voorzitter vierde afdeling)

erefuncties, comités van aanbeveling etc.
  • erevoorzitter Bond tegen Vaccinedwang, vanaf juni 1881
  • erevoorzitter Nederlandsche Journalistenkring, tot april 1905 (bedankte vanwege kritiek op commentaar op de Nederlandse pers tijdens de interpellatie-Van Kol)

opleiding

onderwijs buiten schoolverband
huisonderwijs, bezocht geen lagere school

voortgezet onderwijs
  • gymnasium te Leiden, tot 6 september 1855

academische studie
  • letteren (kandidaats), Hogeschool te Leiden, van 16 juli 1855 tot 1 mei 1857 (summa cum laude)
  • wijsbegeerte (kandidaats), Hogeschool te Leiden, van 16 juli 1855 tot 29 april 1858 (summa cum laude)
  • godgeleerdheid (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 16 juli 1855 tot 20 september 1862

overige opleidingen
  • colleges Arabisch, Aramees en de Fysica
  • eerste voorstel preek te Leiden, 11 januari 1862

eredoctoraten
  • eredoctoraat Universiteit van Princeton, 22 oktober 1898
  • eredoctoraat Technische Hogeschool te Delft, 8 januari 1907
  • eredoctoraat Hope College te Holland (Mich., VS), 17 juni 1908
  • eredoctoraat Universiteit van Leuven, 10 mei 1909

activiteiten

als parlementariër
  • Sprak in de Tweede Kamer vóór hij minister werd vooral over onderwijs, kiesrecht, arbeid en buitenlandse zaken; enkele malen ook over koloniale zaken en justitie
  • Interpelleerde in 1874 minister Heemskerk over de onderwijskwestie
  • Stemde in november 1874 als enige niet-liberaal vóór het voorstel Van Eck/Bredius over het streven naar arbitrage ter beslissing van alle internationale geschillen tussen beschaafde volken
  • Stemde in 1896 tegen het kiesrechtvoorstel van Van Houten
  • Interpelleerde in 1899 minister De Beaufort over het voornemen om in Den Haag een vredesconferentie te houden, waarvoor niet de Zuid-Afrikaanse republieken waren uitgenodigd
  • Had in 1900 een belangrijk aandeel in de behandeling van de ontwerp-Ongevallenwet
  • Onttrok zich in 1912 met drie andere ARP'ers aan de stemming over Talma's ontwerp-Bakkerswet

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Diende op 25 februari 1903 na de spoorwegstaking in Amsterdam, samen met de ministers Loeff en De Marez Oyens, in een vergadering van de Tweede Kamer drie wetsvoorstellen in. Daarmee moest een stakingsverbod worden ingevoerd voor ambtenaren en voor werknemers in bepaalde sectoren (zoals de spoorwegen). Verder zou er een Staatscommissie komen die belast werd met onderzoek naar de rechtspositie van spoorwegambtenaren en werd een spoorwegbrigade opgericht die de orde bij de spoorwegen moest bewaken. Ze werden door het parlement met spoed (de Eerste Kamer vergaderde op 'stille zaterdag') afgehandeld en aangenomen. De socialisten noemden deze wetten de "Worgwetten".
  • Stelde in maart 1903 de zgn. Ineenschakelingscommissie in. Deze Staatscommissie-Woltjer moest adviseren over een betere ineenschakeling van alle takken van onderwijs. De commissie bracht in 1910 advies uit.
  • Diende in 1903 een wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op het middelbaar onderwijs in, die onder meer ten doel had een regeling voor het beroepsonderwijs in het leven te roepen. Dit wetsvoorstel werd later ingetrokken.
  • Verleende in 1905 een extra subsidie aan het bijzonder onderwijs door een wijziging van de Lager-Onderwijswet
  • Belangrijkste benoemingen tijdens zijn ministerschap: jhr. P.J. van Swinderen (vrij-a.r., vicepresident Raad van State), J. Linthorst Homan (lib., Commissaris der Koningin in Drenthe), F.D. graaf Schimmelpenninck (vrij-a.r., Commissaris der Koningin in Utrecht), E.C. baron Sweerts de Landas Wyborgh (arp, burgemeester van 's-Gravenhage), N. de Ridder (arp, burgemeester van Leiden) en jhr. C. Röell (lib., burgemeester van Arnhem)
  • Van zijn sociale-wetgevingsprogramma kwamen alleen de Haringspeetwet 1902 en de Caissonwet 1905 tot stand. Dit zijn arbeidsomstandighedenwetten voor arbeiders in de visverwerkingsindustrie en voor het werken in tunnel-, haven- of kadewerken.

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1903 een wijziging van de Gemeentewet tot stand, waarbij werd vastgelegd dat het ambt van burgemeester, secretaris of ontvanger niet door een vrouw kon worden bekleed, en waarbij voor niet-doopsgezinden de eed verplicht werd gesteld.
  • Bracht in 1904 een wijziging van de Drankwet tot stand, waardoor een stelsel van gemeentelijke vergunningen en verloven werd ingevoerd voor de verkoop van alcoholische dranken. Het aantal vergunningen voor de verkoop van sterke drank in een gemeente werd aan een maximum gebonden, dat afhankelijk was van het aantal inwoners. Alcoholhoudende dranken mochten niet zonder verlof worden verkocht, maar aan het aantal verloven was geen maximum gesteld.
  • Bracht in 1905 de Hoger-onderwijswet tot stand. Deze wet verleent aan op bijzondere hogescholen behaalde graden het 'effectus civilis', stelt de getuigschriften van bijzondere en openbare gymnasia gelijk, verheft de Polytechnische Hogeschool tot Technische Universiteit en opent de mogelijkheid voor oprichting van rijkswege van hogescholen voor landbouw en handelsonderwijs. Een eerder voorstel was in 1904 door de Eerste Kamer verworpen, waarna het kabinet die Kamer had ontbonden.
  • Bracht in 1905 een wet inzake de subsidiëring van bijzondere gymnasia tot stand. Deze moeten wel voldoen aan voorwaarden met betrekking tot het leerplan en de bevoegdheden van de leerkrachten.
  • Bracht in 1905 een wet tot stand inzake de pensioenen van leraren van gemeentelijke HBS'en en van Middelbare Meisjesscholen

wetenswaardigheden

algemeen
  • Correspondeerde vanaf 1864 met Groen van Prinsterer
  • Schreef in 1876-1877 het ARP-programma ('Ons Program'). Dit programma verscheen in maart 1879. Formuleerde daarin de leer van de 'antithese': de scheiding op politiek vlak tussen 'gelovigen' en 'niet-gelovigen'.
  • Nam in 1877 ontslag als Kamerlid vanwege zijn (geestelijke) gezondheid
  • Had een groot aandeel in de organisatie van het petitionnement tegen de Lager-onderwijswet van 1878
  • Richtte in 1878 een Bond van antirevolutionaire kiesvereenigingen op, waaruit in 1879 de Anti-Revolutionaire Partij ontstond
  • Had een groot aandeel in de in 1878 opgerichte Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag. Hieruit kwam in 1880 de Vrije Universiteit te Amsterdam tot stand, die op 21 oktober dat jaar werd geopend.
  • In 1894 kwam het rond de verkiezingen, die werden uitgeschreven na ontbinding van de Kamer, tot een conflict tussen Kuyper c.s. en Lohman c.s. over het kiesrechtvoorstel van Tak van Poortvliet. Kuyper steunde dat voorstel en Lohman niet. Na de verkiezingen werden twee afzonderlijke Kamerclubs gevormd. Bij het conflict speelde ook mee dat Lohman bezwaar maakte tegen een te grote rol voor de politiek leider en vrijheid wenste voor individuele Kamerleden bij het bepalen van hun standpunten.
  • Na de huldiging door zijn partij in april 1897 voor zijn 25-jarig jubileum als hoofdredacteur van "De Standaard" werd hij in het Algemeen Handelsblad de meest invloedrijke partijleider van het land genoemd
  • Kwam op voor de belangen van de Boeren, in de Boerenoorlog. Tegenstander van Groot-Brittannië, ook tijdens de Eerste Wereldoorlog
  • Was in 1898 bij de inhuldiging van koningin Wilhelmina afwezig, omdat hij in die periode enkele lezingen hield in de Verenigde Staten
  • Wilde in 1901 minister worden van een nieuw in te stellen departement van Arbeid en Bedrijven. Omdat Heemskerk en Mackay Binnenlandse Zaken weigerden, besloot hij uiteindelijk toch maar zelf Binnenlandse Zaken te nemen, waaronder ook de arbeidsaangelegenheden vielen. De landbouwaangelegenheden werden overgeheveld naar Waterstaat, Handel en Nijverheid.
  • Na zijn aantreden werd in het reglement van orde van de ministerraad bepaald dat hij ook formeel als permanent voorzitter van de ministerraad zou optreden
  • In november 1905 verhinderden de conservatieven en katholieken in de Staten van Gelderland zijn verkiezing tot lid van de Eerste Kamer. Zij gaven de voorkeur aan Ae. baron Mackay, maar die aanvaardde zijn benoeming niet. Daarop werd C.M.E. van Löben Sels gekozen.
  • Kwam in november 1907 in conflict met jhr. De Savornin Lohman over de gang van zaken bij de kandidaatstelling in het kiesdistrict Sneek. De Friese C.H. weigerde de kandidatuur van Kuyper te ondersteunen, waarop hij bedankte. In 'De Standaard' suggereerde Kuyper dat Lohman had geweigerd (tijdig) in te grijpen ten gunste van hem. Lohman brak na de beschuldiging alle vriendschap af en deze werd pas in oktober 1908 hersteld.
  • Kwam in 1908 in conflict met Heemskerk, omdat deze buiten hem om een kabinet formeerde en hem zo de kans ontnam om terug te keren als minister
  • Kwam in 1909 in opspraak door de zgn. lintjeszaak en werd mede daardoor niet opnieuw minister. Kuyper zou als minister f. 11.000,- ontvangen hebben van Rudolf Lehman voor verkiezingsdoeleinden, terwijl hij Lehman kort daarvoor had voorgedragen als Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Op 8 november 1909, tijdens het debat over het voorstel-Troelstra om hierover een enquête in te stellen, verklaarde hij niet te kwader trouw te hebben gehandeld, en sprak hij tevens de woorden "het boetekleed ontsiert den man niet". Een door hem ingestelde en door J.E.N. baron Schimmelpenninck van der Oye op zijn verzoek samengestelde ereraad, bestaande uit jhr. P.J. van Swinderen, H.J. Kist en jhr. A.P.C. van Karnebeek, zuiverde in juli 1910 zijn naam.
  • Nam in 1912 om gezondheidsredenen ontslag als Tweede Kamerlid
  • Speelde in 1918 een belangrijke rol op de achtergrond bij de totstandkoming van het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck

uit de privésfeer
  • Kreeg een afschuw van de toenemende vrijzinnigheid in de Hervormde kerk en zou onder de indruk zijn gekomen van het gereformeerde geloof van de eenvoudige plattelandsvrouw Pietje Balthus. Waarschijnlijk ging het bij dat laatste echter om een door Kuyper zelf gecultiveerd verhaal.
  • In zijn dissertatie vergeleek hij de ideeën van Calvijn met die van Johannes Laski, met sympathie voor de vrijere opvattingen van Laski.
  • Stichtte in 1872 het dagblad "De Standaard"
  • Ziek door overspanning van februari 1876 tot maart 1878
  • Streefde naar hoger onderwijs vrij van de staat, dat zou opleiden tot orthodoxe predikanten en dat de beoefening van de wetenschap in positief-christelijke zin zou bevorderen
  • Streed tegen de door Willem I gevestigde bestuursorganisatie van de Nederlandse Hervormde Kerk onder de centrale synode. Vond dat de kerk zelfstandig moest staan tegenover de staat.
  • Diende met zijn medestanders in 1885 als ouderling in Amsterdam een wijziging van het plaatselijke kerkreglement in, waardoor het deel van de gemeente dat zich zou losmaken van de kerkelijke organisatie in het bezit van kerkelijke goederen moest blijven. Het Classicaal Bestuur schorste in januari 1886 deze 'scheurmakers'. Zij noemden zich 'dolerenden' (dat betekent klagenden), omdat zij bedroefd waren over de toestand in de Hervormde Kerk en zich wilden beklagen over hun ontnomen recht op kerkelijke goederen. De dolerenden stichtten in 1887 de Nederduitse Gereformeerde Kerken. Door het samengaan van de Nederduitse Gereformeerde Kerken en de Christelijk-Afgescheidenen ontstond in 1892 de Gereformeerde Kerken in Nederland.
  • Was in 1894 enkele maanden afwezig vanwege zijn gezondheid
  • In 1896 ontstond een conflict tussen hem en Lohman nadat de Vereniging voor Hoger Onderwijs op Gereformeerde grondslag in zaal Seinpost in Scheveningen had uitgesproken dat Lohmans opvattingen onverenigbaar waren met de grondslag van de Vrije Universiteit. Lohman nam daarop ontslag als hoogleraar.
  • Leed aan toenemende doofheid en nam om die reden in 1912 ontslag als Kamerlid. Overlegde bij zijn ontslagbrief twee medische attesten.
  • Op 5 november 2008 werd in Maassluis een door Frank Letterie van hem vervaardigd standbeeld onthuld
  • Zijn vader was predikant te Hoogmade, Maassluis, Middelburg en Leiden

anekdotes en citaten
  • Toen hij in 1874 lid van de Tweede Kamer was geworden, verhuisde hij in alle stilte naar Den Haag zonder zijn vele Amsterdamse vrienden daarvan op de hoogte te stellen. Hij had altijd iets geheimzinnigs.
  • Schreef in maart 1908 aan Idenburg over het verloop van de kabinetsformatie: "Na de wijze waarop ik in 1905 als een schelm ben weggejaagd, had ik in stilte gehoopt op een rehabilitatie. In plaats daarvan krijg ik nu een duw te meer naar onder."
  • Erkende op 18 november 1909 in de Tweede Kamer dat hij als minister bij de toekenning van onderscheidingen voorzichter had moeten zijn en zei toen: "het boetekleed ontstiert den man niet"

verkiezingen
  • Werd bij de periodieke verkiezingen in 1873 in het district Gouda na herstemming verslagen door jhr. W.M. de Brauw
  • Versloeg in 1874 H.C. Verniers van der Loeff (lib.) na herstemming; in de eerste ronde vielen uit J. Heemskerk en W. van Goltstein
  • Versloeg in 1894 J.A. van Haaften (lib.) na herstemming; derde kandidaat was jhr. G.J.Th. Beelaerts van Blokland (a.r./anti-takkiaan)
  • Werd in 1894 in het district Dordrecht na herstemming verslagen door S.M.H. van Gijn (lib.)
  • Kwam in 1894 in het district Amsterdam in herstemming met onder anderen Gleichman, Pijnappel en Kerdijk, maar werd niet gekozen
  • Versloeg in 1897 in het district Sliedrecht de liberaal C.B. Wisboom
  • Werd in 1897 na herstemming verslagen in het kiesdistrict Zuidhorn door G. Zijlma (lib.) en in het district Amsterdam IX door J.P.R. Tak van Poortvliet (lib.)
  • Versloeg in 1901 in het district Sliedrecht D. de Klerk (lib.)
  • Werd in 1901 in het kiesdistrict Amsterdam VIII na herstemming verslagen door P. Nolting (vdb)
  • Was in 1905 geen Tweede Kamerkandidaat
  • Werd in oktober 1908 bij tussentijdse verkiezingen gekozen in de districten Ommen en Sneek en nam zitting voor het district Ommen. Versloeg in het district Ommen Th.H. de Meester (l.u.) en was in het district Sneek de enige kandidaat.
  • Versloeg in 1909 in het district Ommen H.W. Teesselink (l.u.)
  • Werd in 1909 in het district Dordrecht na herstemming verslagen door P.J. de Kanter (l.u.)

niet-aanvaarde politieke functies
  • lid Tweede Kamer, augustus 1901 (in verband met zijn benoeming tot minister)

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
  • "Abraham de Geweldige"
  • "De klokkenluider van de kleine luyden"
  • "Minister voor buitenlandse reizen" (vanwege zijn volgens zijn criticasters te grote bemoeienis met het buitenlandse beleid)

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Maassluis, Zuidvliet 11 (sinds 1906 Dr. Kuyperkade)
  • Maassluis, Noordvliet 33, van 1839 tot 1841
  • Middelburg, Rotterdamsekaai 35, van 1841 tot 1849
  • Leiden, Hoge Woerd 315, van 1849 tot 1863
  • Beesd, Voorstraat 81, van 1863 tot 1867
  • Utrecht, Catharijnekade 4, van 30 oktober 1867 tot 1869
  • Utrecht, Oudegracht 215, van 1869 tot 1870
  • Amsterdam, Keizersgracht 72 huis, van 1870 tot 1873
  • Amsterdam, Prins Hendrikkade 183 ('De Safierberg'), van 1873 tot 1876
  • 's-Gravenhage, Nieuwe Schoolstraat 7, van 1874 tot 1875 (logeeradres)
  • 's-Gravenhage, Koninginnegracht 1, van 1875 tot 1876 (logeeradres)
  • Nice, van 1876 tot 1877
  • 's-Gravenhage, Bezuidenhout 65, van 1877 tot 1879
  • Amsterdam, Prins Hendrikkade 121, van 1879 tot 1880
  • Amsterdam, Prins Hendrikkade 173, van 1880 tot 1900
  • Amsterdam, Keizersgracht 164 huis, van 1880 tot 1900
  • 's-Gravenhage, Kanaalstraat 5, van 1900 tot november 1920 (de straat werd in 1921 omgedoopt in Dr. Kuyperstraat)

ridderorden
Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 maart 1913

relevante buitenlandse reizen
  • Zwitserland en Frankrijk, omstreeks 1876
  • Verenigde Staten, 1879
  • Middellandse zee-gebied, 1906

publicaties/bronnen

publicaties
  • "Disquisitio historico-theologica, exhibens Johannis Calvini et Johannis à Lasco de Ecclesia Sententiarum inter se compositionem (dissertatie, 1862)
  • "Conservatisme en Orthodoxie" (1870)
  • "Het Calvinisme, oorsprong en waarborg onzer constitutionele vrijheden" (1874)
  • "Ons Program" (1879)
  • "Soevereiniteit in eigen kring" (1880)
  • "Maranatha" (1891)
  • "Het sociale vraagstuk en de Christelijke Religie" (1891)
  • "Encyclopaedie der Heilige Godgeleerdheid" (1893-1895)
  • "De Gemene Gratie" (1902-1905)
  • "Parlementaire Redevoeringen" (1908-1910)
  • "Starrentritsen" (1915)
  • "Antirevolutionaire Staatkunde" (1916-1917)
  • Zie voor een uitgebreid overzicht G. Puchinger, "Dr. A. Kuyper", in: Nederlandse Minister-Presidenten van de Twintigste Eeuw (1984)

literatuur/documentatie
  • Levensbericht door H. Colijn, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1922/3, 41
  • P. Kasteel, "Abraham Kuyper" (1938)
  • G. Puchinger, "Abraham Kuyper I, De jonge Kuyper 1837-1867" (1987)
  • J.C. Rullman, "Abraham Kuyper, Een Levensschets" (1928)
  • J.C. Rullman "Kuyper bibliografie" (3 delen, 1923-1929)
  • P.A. Diepenhorst, "Dr. A. Kuyper" (1931)
  • F. Van den Berg, "Abraham Kuyper" (Grand Rapids, Michigan, 1960)
  • "Briefwisseling Kuyper-Idenburg, verzorgd, ingeleid en toegelicht door J. de Bruijn en G. Puchinger" (1985)
  • J. de Bruijn, "Abraham Kuyper. Leven en werk in beeld" (1987)
  • C. Augustijns (red.) "Abraham Kuyper. Zijn volksdeel, zijn invloed" (1987)
  • G. Puchinger, "Kuijper, Abraham (1837-1920)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 328
  • C.H.W. van den Berg, "Kuyper, Abraham", in: Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme, deel 4, 276
  • J. Vree, "Abraham Kuyper als Amsterdams predikant (1870-1874)" (Amsterdam, 2000)
  • D.Th. Kuiper en G.J. Schutte, "Het kabinet-Kuyper 1901-1905" (2001)
  • H. te Velde, "Stijlen van leiderschap. Persoon en politiek van Thorbecke tot Den Uyl" (2003), 55-103
  • J. de Bruijn, "Het boetekleed ontsiert de man niet - Abraham Kuyper en de Lintjesaffaire (1909-1910)" (Amsterdam, 2005)
  • J. Koch, "Abraham Kuyper - een biografie" (2006)
  • J. Vree, "Kuyper in de kiem. De precalvinistische periode van Abraham Kuyper 1848-1874" (2006)
  • J. de Bruijn, "Abraham Kuyper. Een beeldbiografie" (2008)
  • J. de Bruijn "De sabel van Colijn. Biografische opstellen over religie en politiek in Nederland" (diverse hoofdstukken, 2011)
  • James D. Bratt, "Abraham Kuyper. Modern Calvinist, Chistian Democrat" (2013)
  • G. Harinck, "Aan het roer staat het hart. De reis om de oude wereldzee in het voetspoor van Abraham Kuyper" (2015)
  • Dagboeken en aantekeningen van Willem Hendrik de Beaufort 1874-1918, uitgegeven door J.P. de Valk en M. van Faassen, o.a. p. 1018

Biografisch Woordenboek(en)
  • biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
  • biografie opgenomen in Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme
  • biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland

publicaties over en van letterkundigen
gegevens uit de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Warmond, 1 juli 1863

echtgeno(o)t(e)/partner
J.H. Schaay, Johanna Hendrika (Jo)

kinderen
5 zoons en 3 dochters

vader
J.F. Kuyper, Jan Frederik

geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 20 mei 1801

moeder
H. Huber, Henriëtte

geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 27 september 1802

beroep grootvader (vaderskant)
eigenaar schuiermakerij te Amsterdam

beroep grootvader (moederskant)
officier corps Zwitserse Garde

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.