Dr. W. (Wim) Kok

foto Dr. W. (Wim) Kokvergrootglas Minister-president die acht jaar lang een coalitie leidde met daarin de politieke tegenvoeters PvdA en VVD (de paarse kabinetten). Was van betrekkelijk eenvoudige komaf en klom via de vakbond op tot minister. Volgde in 1986 Den Uyl op als partijleider en was minister van Financiën in het derde kabinet-Lubbers. Voerde een stringent ombuigingsbeleid. Dat beleid werd onder zijn premierschap voortgezet en leidde tot groei van de werkgelegenheid. Kreeg als minister-president te maken met het debacle in Srebrenica en de bijna-crisis rond het huwelijk van de kroonprins. Zijn tweede kabinet was vooral in de laatste periode minder succesvol door problemen in de zorg en het onderwijs en dat leidde mede tot een verkiezingsnederlaag van de PvdA. Sinds 11 april 2003 minister van staat. Integere, resultaatgerichte en meer op samenbinden dan op bezielen ingestelde rasbestuurder. Internationaal gerespecteerd. Kon soms wat nors zijn als er in zijn ogen onterechte kritiek was.

PvdA
in de periode 1986-2002: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, minister-president, viceminister-president, minister van staat

voornaam (roepnaam)

Willem (Wim)

personalia

geboorteplaats en -datum
Bergambacht (Z.H.), 29 september 1938

opmerkingen over de naam en/of titel
Dr. W. Kok, vanaf 2 september 2003 (nadat aan hem door de Universiteit Nijenrode een eredoctoraat was verleend)

partij/stroming

partij(en)
PvdA (Partij van de Arbeid), vanaf 1 januari 1961

hoofdfuncties en beroepen

  • commercieel medewerker, handelskantoor Sembodja Malaja te Amsterdam, van 1959 tot 1961 
  • assistent internationaal medewerker, Bouwbond NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen), van 1961 tot 1965 
  • economisch medewerker en lid bestuur, Bouwbond NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen), van 1965 tot 1967 
  • secretaris Bouwbond NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen), van 1967 tot augustus 1969 
  • secretaris NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen), van augustus 1969 tot september 1972 
  • vicevoorzitter NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen), van 1972 tot 20 september 1973 
  • voorzitter NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen), van 20 september 1973 tot 1 januari 1976 (gekozen in februari 1973) 
  • voorzitter FNV (Federatie Nederlandse Vakbeweging), van 1 januari 1976 tot 11 september 1985 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juni 1986 tot 6 november 1989 
  • fractievoorzitter PvdA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 juli 1986 tot 5 november 1989 
  • minister van Financiën en viceminister-president, van 7 november 1989 tot 22 augustus 1994 
  • fractievoorzitter PvdA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 mei 1994 tot 22 augustus 1994 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 mei 1994 tot 22 augustus 1994 
  • minister-president en minister van Algemene Zaken, van 22 augustus 1994 tot 22 juli 2002 
  • tijdelijk belast met coördinatie van aangelegenheden de Nederlandse Antillen en Aruba betreffend en met de zorg voor aan de Nederlandse Antillen en Aruba te verlenen hulp en bijstand, van 22 augustus 1994 tot 24 augustus 1994 
  • fractievoorzitter PvdA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 mei 1998 tot 14 mei 1998 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 mei 1998 tot 3 augustus 1998 
  • voorzitter van verschillende 'high level groups' in opdracht van de Europese Raad en de Europese Commissie, van 2003 tot november 2004 (over uitbreiding van de EU en over groei en werkgelegenheid) 

ambtstitel
  • minister van staat, vanaf 11 april 2003 

partijpolitieke functies

vorige
  • vicefractievoorzitter PvdA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 mei 1986 tot 21 juli 1986 
  • politiek leider PvdA, van 21 juli 1986 tot 15 december 2001 
  • lid partijbestuur PvdA, van juli 1986 tot november 1989 
  • voorzitter Zuidelijk Afrikacommissie, Bureau van de Socialistische Internationale, vanaf 12 mei 1988 
  • vicevoorzitter Socialistische Internationale, vanaf 23 juni 1989 

lijsttrekkerschap etc.
  • lijsttrekker PvdA Tweede Kamerverkiezingen 1989, van 7 juli 1989 tot 6 september 1989 
  • lijsttrekker PvdA Tweede Kamerverkiezingen 1994, van 22 december 1993 tot 3 mei 1994 
  • lijsttrekker PvdA Tweede Kamerverkiezingen 1998, van 17 januari 1998 tot 6 mei 1998 

nevenfuncties

huidige
  • lid bestuur ICMP (Internationale Commissie voor vermiste personen in voormalig Joegoslavië), vanaf 2002 
  • voorzitter bestuur Stichting "J.M. den Uyl-lezing" 
  • voorzitter Raad van Toezicht Anne Frank Stichting 
  • lid Raad van Toezicht "Het Muziektheater" te Amsterdam 
  • voorzitter Raad van Toezicht "Het Nationale Ballet" te Amsterdam 
  • voorzitter "Club van Madrid", vanaf november 2009 (denktank van voormalige regeringsleiders) 
  • niet-uitvoerend bestuurder, China Construction Bank, vanaf november 2013 

vorige
  • lid en vicevoorzitter SER (Sociaal-Economische Raad), van 1972 tot 1986 
  • werknemersvoorzitter Stichting van de Arbeid 
  • lid (vicevoorzitter) Bankraad, van 24 mei 1973 tot 11 september 1985 
  • voorzitter EVV (Europees Verbond van Vakverenigingen), van 1979 tot 1979 
  • voorzitter Raad van Commissarissen verzekeringsmaatschappij "De Centrale" te 's-Gravenhage 
  • voorzitter EVV (Europees Verbond van Vakverenigingen), 1979 
  • gastdocent ISS (Institute of Social Studies) 
  • lid FNV Raad van Advies inzake arbeid en technologie 
  • informateur, van 6 juli 1994 tot 29 juli 1994 
  • kabinetsformateur, van 29 juli 1994 tot 22 augustus 1994 
  • informateur (samen met de heer Zalm en mevrouw Borst), van 14 mei 1998 tot 20 juli 1998 
  • kabinetsformateur, van 20 juli 1998 tot 3 augustus 1998 
  • lid Raad van Toezicht NKI-AVK (Nederlands Kanker Instituut/Antonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis), van 22 september 2003 tot oktober 2005 
  • lid Board of Trustees ICG (International Crisis Group) 
  • lid Raad van Advies onderzoeksproject 'Bedrijfsleven in Nederland', Universiteit Utrecht 
  • lid Raad van Toezicht "Het Rijksmuseum" te Amsterdam, vanaf januari 2003 
  • voorzitter Raad van Toezicht Stichting AGO (dagbesteding voor mensen met een (verstandelijke) beperking in de regio Amsterdam), vanaf maart 2003 
  • lid Raad van Commissarissen ING Bank, van 15 april 2003 tot 2009 
  • lid Raad van Commissarissen TPG Post (later TNT), van april 2003 tot 1 april 2011 
  • lid Raad van Commissarissen KLM (Koninklijke Luchtvaart Maatschappij), van juni 2003 tot 2011 
  • lid Raad van Commissarissen Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij (Koninklijke/Koninklijke Shell Groep), van 1 juli 2003 tot 1 juli 2011 (o.a. voorzitter van de commissie voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en lid van de commissie benoemingen) 
  • lid bestuur Stichting "Start Foundation", vanaf april 2004 
  • lid Provisorium Stichting "Spelderholt" te Beekbergen (zorghotel) 
  • lid Raad van Advies "De Burcht", voormalig gebouw van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond) 
  • voorzitter Raad van Toezicht NKI-AVL (Nederlands Kanker Instituut - Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis), van oktober 2005 tot mei 2011 
  • voorzitter Adviescommissie Versterking Randstad, van september 2006 tot 17 januari 2007 
  • lid Raad van Commissarissen N.V. "Stork", van januari 2007 tot 2008 (aangewezen door de Ondernemerskamer van het Gerechtshof te Amsterdam) 

afgeleide functies, presidia etc.
voorzitter vaste commissie voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 18 mei 1994 tot 22 augustus 1994

erefuncties, comité's van aanbeveling etc.
lid Comité van Aanbeveling United Netherlands, vanaf 2005

opleiding

lager onderwijs
  • Openbare lagere school te Bergambacht 

voortgezet onderwijs
  • m.u.l.o.-b, Openbare MULO-school te Schoonhoven 
  • h.b.s.-b, Openbare Hogere Burgerschool te Gouda, tot juni 1956 

hoger beroepsonderwijs
  • bedrijfskunde, Nederlands Opleidingsinstituut voor het buitenland "Nijenrode" te Breukelen, tot juli 1958 

eredoctoraten
  • eredoctoraat, Universiteit Nijenrode te Breukelen, 2 september 2003 
  • filosofie, Universiteit van Münster, 10 december 2003 

activiteiten

als minister-president
  • Leidde twee kabinetten (Paars I en II) waarin de vroegere opponenten PvdA en VVD samenwerkten. Deze kabinetten voerden een succesvol werkgelegenheidsbeleid en wist de overheidsfinanciën verder te saneren. Daarnaast kregen burgers en bedrijven lastenverlichtingen. Door de sterke economische groei kwam er onder het tweede kabinet-Kok krapte op de arbeidsmarkt. Bovendien ontstonden er personeelstekorten in de zorg en het onderwijs. De problemen in de zorg leidden tot wachtlijsten. 
  • Belangrijke beleidspunten van zijn kabinetten lagen op immaterieel gebied. Zo werd een euthanasie verder geliberaliseerd en werd het homohuwelijk ingevoerd. Verder werden op economisch gebied liberaliseringen doorgevoerd (energiesector, winkeltijden, vestigingseisen). 
  • Bereikte op 1 december 1994 overeenstemming met zijn Vlaamse ambtgenoot Van den Brande over de verdieping van de Westerschelde 
  • Speelde tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie (januari-juni 1997) een belangrijke rol bij de totstandkoming van het Verdrag van Amsterdam. Dat op 2 oktober 1997 ondertekende verdrag versterkt de bevoegdheden van de Europese Unie op terreinen als justitie, het vrije verkeer van personen, buitenlands beleid en gezondheidszorg. Het Europees Parlement krijgt meer wetgevende bevoegdheden. 
  • Kreeg in 2001 veel waardering voor de wijze waarop hij de kwestie-Zorreguieta had opgelost. Hij schakelde onder andere minister van Staat Van der Stoel in bij onderhandelingen met de a.s. schoonvader van de prins van Oranje. De vader van Máxima Zorreguieta besloot uiteindelijk, vanwege de commotie die in Nederland was ontstaan over zijn rol tijdens het bewind-Videla, niet aanwezig te bij de huwelijksplechtigheid van zijn dochter. 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Zette als minister van Financiën het beleid van zijn voorganger(s) voort, dat gericht was op terugdringing van het financieringstekort en stabilisering van de collectieve lastendruk. Door tegenvallers in de begroting voor 1990 waren extra bezuinigingen nodig. 
  • Had een groot aandeel bij het opstellen van de ombuigingsoperatie in februari 1991 ("de Tussenbalans"), waarbij voor een bedrag van f 17 miljard aan extra ombuigingen werd afgesproken. De bezuinigingen worden bereikt door vermindering van overheidssubsidies, een huurverhoging van 5,5%, tariefsverhogingen in het openbaar vervoer, verhoging van accijnzen en motorrijtuigenbelasting en door een grote-efficiency operatie. Beperking van het ziekteverzuim moet f 1 miljard opleveren. Ook in de gezondheidszorg, bij defensie en in de welzijnssector wordt bezuinigd. Een voorgenomen verlaging van de btw gaat niet door. 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1990 de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Stb. 380) tot stand. Deze wet vervangt de Wtb uit 1977. Het toezicht wordt beperkt tot de strikt noodzakelijke eisen aan instellingen. Beleggingsinstellingen worden aan vergunningen gebonden. Het toezicht wordt opgedragen aan De Nederlandsche Bank. Samen met de Wet effectenhandel moet de basis worden gelegd voor een adequater toezicht op het beurs- en effectenbedrijf. (21.127) 
  • Bracht in 1990 de Wet toezicht effectenverkeer (Stb. 395) tot stand. Het toezicht in de Beurswet en de Wet effectenhandel werd vervangen door een nieuwe regeling, waardoor een adequaat functioneren van de effectenhandel werd nagestreefd en beleggers en spaarders moesten worden beschermd tegen malafide aanbiedingen, onvoldoende informatie en ondeskundig optreden. Het toezicht werd opgedragen aan de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE). Het wetsvoorstel was in 1989 ingediend door minister Ruding. (21.038) 
  • Bracht in 1991 samen met staatssecretaris Van Amelsvoort een wet tot stand waardoor het reiskostenforfait werd afgetopd. Reiskosten boven de 30 km worden als privékilometers beschouwd en zijn niet langer aftrekbaar voor de belastingen. (21.397) 
  • Bracht in 1992 samen met minister Alders en staatssecretaris Van Amelsvoort de Wet verbruiksbelastingen van brandstof, geheven naar een milieugrondslag (WABM) (Stb. 317) tot stand. Bestemmingsheffingen op brandstoffen worden omgezet in verbruiksbelastingen van brandstoffen, geheven naar het koolstofgehalte en de energie-inhoud van de brandstoffen. De opbrengsten hiervan komen ten goede aan de algemene middelen, ter financiering van het milieubeleid. De verantwoordelijkheid voor de inning gaat over van VROM naar Financiën. (22.405) 
  • Bracht in 1992 samen met de ministers Lubbers en Van den Broek en staatssecretaris Dankert de wet Goedkeuring van het op 2 februari 1992 in Maastricht tot stand gekomen verdrag inzake de Europese Unie tot stand. Het Verdrag legt de basis voor de Economische en Monetaire Unie (EMU) en van de invoering van een gemeenschappelijke munt (de euro). Er komt een gemeenschappelijke financiële markt, waarin alle binnengrenzen verdwenen zijn. De lidstaten gaan hun economisch en monetair beleid steeds meer op elkaar afstemmen. Verder zal een Europees Monetair Instituut (EMI) wordt opgericht dat dit proces controleert en begeleidt. Het EMI moet de basis vormen voor de medio 1998 op te richten Europese Centrale Bank (ECB). (22.647) 
  • Bracht in 1993 samen met minister Hirsch Ballin de Wet inzake identificatie bij financiële dienstverlening 1993 (Stb. 704) en Wet melding ongebruikelijke transacties (Stb. 705) tot stand. Beide wetten moeten wiswassen van gelden uit criminele activiteiten tegengaan. Financiële instellingen mogen onder andere niet langer anonieme rekeningen op fictieve namen openen. Zij moeten de identiteit van een cliënt vaststellen aan de hand van een officieel identiteitsbewijs en dat bewijs registreren. Eerstgenoemde wet vervangt ter implementatie van een EG-richtlijn een eerdere wet uit 1988. In plaats van zelfregulering komt er een strakker wettelijk kader. (23.008 & 23.009) 
  • Bracht in 1994 samen met minister Maij-Weggen de Wet beursgang Koninklijke PTT Nederland (Stb. 159) tot stand. De per 1 januari 1989 verzelfstandigde PTT (sindsdien Koninklijke PTT Nederland N.V.) kreeg via deze wet de mogelijkheid tot vervreemding van een deel van het aandeelkapitaal. Die vervreemding ging gepaard met notering ter beurze. De staat behield een minderheidsaandeel. (23.222) 
  • Bracht in 1998 samen met minister Van Aartsen en staatssecretaris Benschop de wet tot stand tot Goedkeuring van het op 2 oktober 1997 tot stand gekomen Verdrag van Amsterdam houdende wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen. Het verdrag roept onder meer de functie van Hoge Vertegenwoordiger voor het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid in het leven. Het personenverkeer komt onder de eerste pijler te vallen en het Schengenverdrag wordt deel van het Europese Verdrag. De positie van het Europees Parlement wordt versterkt door grotere bevoegdheden op het terrein van onder andere milieu, vervoer en sociaal beleid. (25.922) 
  • Bracht in 2001 als minister-president samen met minister Van Aartsen en staatssecretaris Benschop de wet tot Goedkeuring van het Verdrag van Nice in het Staatsblad. Dit in februari 2001 gesloten verdrag bereidt de Europese Unie voor op de uitbreiding conform de besluiten van de Europese Raad van Helsinki. In verband met die aanstaande uitbreiding zijn hervormingen nodig ten aanzien van de besluitvorming in de Unie en de stemmenweging in de Europese Raad. Door de hervormingen moeten eind 2002 nieuwe lidstaten kunnen toetreden. Daarnaast heeft het verdrag betrekking op het Hof van Justitie en het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid. (27.818) 

als (in)formateur
  • Kreeg op 6 juli 1994 het verzoek om met het oog op de vorming van een kabinet op zo kort mogelijke termijn een regeringsprogramma op hoofdlijnen op te stellen, waarbij in het bijzonder aandacht wordt gegeven aan het financieel en sociaal-economisch beleid en de begroting voor 1995. Dit programma zou worden voorgelegd aan de Tweede Kamerfracties van PvdA, CDA, VVD en D66 ten einde vervolgens te kunnen vast te stellen welk kabinet kon worden gevormd, dat kon rekenen op een vruchtbare samenwerking met de volksvertegenwoordiging. Bracht op 28 juli verslag uit, waarin vorming van een kabinet van PvdA, VVD en D66 werd aanbevolen. Kreeg een dag later de opdracht dat kabinet te vormen en slaagde daar op 19 augustus in. 
  • Kreeg op 14 mei 1998 samen met E. Borst-Eilers en G. Zalm het verzoek een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheden van de spoedige totstandkoming van een kabinet van PvdA, VVD en D66. Zij adviseerden daar op 2 augustus toe, nadat onderhandelaars overeenstemming hadden bereikt over een ontwerp-regeerprogramma. Op 20 juli kreeg hij de opdracht een kabinet van PvdA, VVD en D66 te vormen. Daar slaagde hij op 2 augustus in. 

op het gebied van de EU
  • Presenteerde in maart 2003 het rapport "Uitbreiding van de Europese Unie. Wat is bereikt en wat is nu nodig?" aan de Europese Commissie 
  • Presenteerde als voorzitter van de Taskforce Werkgelegenheid in november 2003 het rapport "Jobs, jobs, jobs. Creating more employment in Europe" aan de Europese Commissie 
  • Presenteerde als voorzitter van een 'high level group inzake de Lissabon-strategie' in november 2004 het rapport "Facing the Challenge"; dit rapport waarschuwde Europese regeringsleiders over de stagnatie van de economische, sociale en milieudoelstellingen van de Lissabonagenda die de Europese Unie in 2010 tot de meest concurrerende en kennisintensieve regio ter wereld moet maken. 
  • Lid van het Action Committee for European Democracy inzake de toekomst van de Europese Grondwet; de groep staat onder leiding van de voormalige Italiaanse premier Amato, vanaf oktober 2006 

wetenswaardigheden

algemeen
  • Was begin jaren zeventig actief in de werkgroep maatschappijkritische vakbeweging, waarvan verder onder meer deel uitmaakten de NKV'er Jaap van der Doef, de CNV'ers Pier van Gorkum, Gerrit Gerritse, Louw de Graaf en Gerrit Terpstra en Stan Poppe (NVV). De werkgroep wilde een gezamenlijke vakbondsstrategie ontwikkelen voor onder meer verdere democratisering en maatschappijvernieuwing. 
  • Speelde, samen met NKV-voorzitter Wim Spit, een belangrijke rol bij en was een warm pleitbezorger van de fusie van NVV en NKV die in 1976 uitmondde in FNV 
  • Was in het najaar van 1982 samen met werkgeversvoorzitter Ch. van Veen architect van het 'Akkoord van Wassenaar', waarbij de vakbeweging afzag van loonsverbetering in ruil voor bevordering van de werkgelegenheid (arbeidstijdverkorting, scholingsplaatsen) 
  • Werd in 1991 vanuit onder meer zijn eigen partij ernstig bekritiseerd voor het voornemen van het kabinet om de WAO-regeling drastisch te herzien om zo een einde te maken aan het toenemend aantal mensen dat een beroep op die regeling deed 
  • Vroeg op 28 september 1991 tijdens een buitengewoon PvdA-congres nadrukkelijk steun voor dit beleid en kreeg (ruim) het gevraagde vertrouwen 
  • Verklaarde op 11 december 1995 tijdens de Den Uyl-lezing dat "een werkelijke vernieuwing van de PvdA begint (...) met een definitief afscheid van de socialistische ideologie; met een definitieve verbreking van de ideologische banden met andere nazaten van de traditionele socialistische beweging." 
  • Maakte op 29 augustus 2001 bekend dat hij na de verkiezingen van 2002 zou terugtreden als politiek leider van de PvdA. In zijn ogen zou Ad Melkert zijn opvolger moeten worden. Het PvdA-congres wees Melkert op 15 december 2001 aan als lijsttrekker en als politieke leider van de PvdA 
  • Diende op 16 april 2002 zijn ontslag in. Op die wijze nam hij de politieke verantwoordelijkheid voor de mislukte (door Nederlandse militairen uitgevoerde) VN-missie in de enclave Srebrenica (een zgn. 'safe area). In 1995 werd die enclave door de Bosnische Serven ingenomen, waarna de mannelijke bevolking (7000 man) werd weggevoerd en vermoord. Directe aanleiding voor de ontslagaanvrage waren de bevindingen van een door het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumenatie (NIOD) uitgevoerd onderzoek naar de gang van zaken tussen het moment van uitzenden van de missie 1993 en de afhandeling van de affaire in 1998. De overige ministers zagen in het besluit van Kok reden om ook hun ontslag in te dienen. 
  • Bracht in juni 2002 samen met minister Herfkens een bezoek aan Bosnië om nabestaanden van de massamoord in Srebrenica te ontmoeten. Wilde daarmee jegens hen een verzoenend gebaar maken. 
  • Woonde in 2014 als minister van staat namens de regering de begrafenis van de Israëlische oud-premier Sharon bij 

uit de privésfeer
Zijn vader was timmerman

anekdotes en citaten
  • Zei in zijn J.M. den Uyl-lezing op 11 december 1995: "Het afschaffen van ideologische veren is voor een politieke partij als de onze niet alleen een probleem, het is in bepaalde opzichten ook een bevrijdende ervaring." Daarmee citeerde hij - in een door Bram Peper geschreven rede - partijideoloog Paul Kalma (uit 1987). De term 'ideologische veren' kwam van Neelie Kroes, toenmalig echtgenote van Peper. Hij constateerde dat het proces daartoe in 1995 bijna was voltooid en dat de PvdA zich moest richten op de inhoud van problemen waarmee mensen werden geconfronteerd. 

verkiezingen
  • Kreeg bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1986 als 'lijstduwer' (nummer 2 op de lijst) 570.000 voorkeurstemmen 

woonplaats
Amsterdam

ridderorden
Ridder Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau, 10 december 2002

buitenlandse onderscheidingen
Orde van de Drie Sterren van Letland, november 2004 (vanwege inzet voor een Verenigd Europa)

overige onderscheidingen en prijzen
  • Global Economy Prize, Institut für Weltwirtschaft, Universiteit van Kiel, 2005 
  • Dankbaarheidsmedaille, Europees Centrum voor Solidariteit, Gdansk (Polen), 11 januari 2012 

militaire dienst
  • dienstplichtig militair, van 1958 tot 1959 

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • F. Nypels en K. Tamboer, "Wim Kok, vijftien jaar vakbeweging" (Amsterdam 1985) 
  • De Volkskrant, 14 mei 1988 
  • Trouw, 23 juni 1989 
  • T. van Rijckevorsel en H. Enkelaar, "Wie is Wie in de Tweede Kamer?" (1988) 
  • Toof Brader en Marja Vuijsje, "Haagse portretten. Tweede-Kamerleden, ministers, staatssecretarissen" (1995, 1999) 
  • P. Klein en R. Kooistra, "Wim Kok. Het taaie gevecht van een polderjongen" (Amsterdam, 1998) 
  • J.J. Lindner, "Wim Kok. Met veel tegenwind naar de ereloge", in: P. Brill (red.), "Kopstukken van het Laagland. Een eeuw Nederland in honderd portretten" (1999) 
  • J. Tromp en B. Verhoeff, "De lange mars van Wim Kok" (2002) 
  • P. de Rooij en H. te Velde, "Met Kok" (2005) (verschenen tezamen met een CD-rom met daarop een gelijknamige documentaire van Ireen van Ditshuyzen) 
  • Gijs Herderscheê, "Levenslang leren", De Volkskrant, 17 november 2007 

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd, 1965

echtgeno(o)t(e)/partner
M.L. Roukema, Margrietha (Rita)

kinderen
3 kinderen

vader
W. Kok, Willem

moeder
N. de Jager, Neeltje

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.