Kabinet-Lubbers III (1989-1994)

Foto kabinet-Lubbers IIIvergrootglas

In het derde kabinet-Lubbers heeft de VVD plaats gemaakt voor de PvdA. Er wordt na jaren van bezuinigingen gestreefd naar sociale vernieuwing. Het kabinet moet echter verder zelf ook verder bezuinigen, onder meer op de sociale zekerheid. Met name het grote beroep dat op de Wet arbeidsongeschiktheid (WAO) wordt gedaan, is reden om in te grijpen. Dat leidt tot spanningen, vooral in de PvdA.

De val van de Berlijnse Muur markeert een keerpunt in de geschiedenis van Europa. De val van diverse communistische regimes leidt tot instabiliteit, waarvan een oorlog in voormalig Joegoslavië het gevolg is. Dit leidt tot een grote stroom asielzoekers uit onder meer Bosnië. De Irakese bezetting van Koeweit leidt tot een gewapend conflict, waarin ook Nederland een rol speelt.

In het kabinet hebben CDA en PvdA beide zeven ministers. Minister-president Lubbers is afkomstig uit het CDA. Het derde kabinet-Lubbers treedt op 7 november 1989 aan. Het afleggen van de regeringsverklaring vindt plaats op 16 november 1989. Het kabinet wordt op 3 mei 1994 demissionair. Op 22 augustus 1994 treedt het eerste kabinet-Kok aan.

Formatie

De verkiezingsuitslag en de verslechterde sfeer tussen CDA en VVD maken de komst van nieuwe samenwerking tussen CDA en PvdA logisch. De belangrijkste vraag die bij deze formatie speelt, is of ook D66 gaat meeregeren. Verzet van het CDA zou deelname van de Democraten echter verhinderen. De formatie verloopt verder vrij voorspoedig en mondt uit in het kabinet-Lubbers III. Al voor de verkiezingen hadden prominenten uit CDA en PvdA gesproken over hernieuwde regeringssamenwerking.

 
datum wat wie tot en met dagen
6 september 1989 Tweede Kamer­verkiezingen      
8 september 1989 benoeming (in)formateur J. de Koning 12 september 1989 5
13 september 1989 benoeming (in)formateur R.F.M. Lubbers 27 oktober 1989 45
27 oktober 1989 benoeming (in)formateur R.F.M. Lubbers 4 november 1989 9
7 november 1989 beëdiging nieuwe bewindslieden Koningin Beatrix 9 mei 1994 1644
10 mei 1994 kabinet demissionair   21 augustus 1994 104
22 augustus 1994 ontslag verleend Koningin Beatrix    

Regeerakkoord en regeringsverklaring

Document

Datum

Letterlijke tekst (PDF)

Politiek akkoord

26 oktober 1989

Politiek akkoord

Regeringsverklaring

27 november 1989

Regeringsverklaring

Samenstelling kabinet

Minister-President
Drs. R.F.M. Lubbers (cda)

Viceminister-president
W. Kok (pvda)

Algemene Zaken
minister: Drs. R.F.M. Lubbers (cda)

Buitenlandse Zaken
minister: Mr. H. van den Broek (cda) (7 november 1989 - 3 januari 1993)
minister: Dr. P.H. Kooijmans (cda) (2 januari 1993 - 22 augustus 1994)
staatssecretaris: P. Dankert (pvda) (7 november 1989 - 16 juli 1994)

minister voor Ontwikkelingssamenwerking
minister: Drs. J.P. Pronk (pvda)

Justitie
minister: Dr. E.H.M. Hirsch Ballin (cda) (7 november 1989 - 27 mei 1994)
minister: Mr. A. Kosto (pvda) (27 mei 1994 - 22 augustus 1994)
staatssecretaris: Mr. A. Kosto (pvda) (7 november 1989 - 27 mei 1994)

Binnenlandse Zaken
minister: Drs. C.I. Dales (pvda) (7 november 1989 - 10 januari 1994)
minister: Dr. E.H.M. Hirsch Ballin (cda) (10 januari 1994 - 18 januari 1994)
minister: Drs. E. van Thijn (pvda) (18 januari 1994 - 27 mei 1994)
minister: D.IJ.W. de Graaff-Nauta (cda) (27 mei 1994 - 22 augustus 1994)
staatssecretaris: D.IJ.W. de Graaff-Nauta (cda) (7 november 1989 - 27 mei 1994)

Onderwijs en Wetenschappen
minister: Dr.Ir. J.M.M. Ritzen (pvda)
staatssecretaris: Drs. J. Wallage (pvda) (7 november 1989 - 7 juni 1993)
staatssecretaris: Dr. R.J. in 't Veld (pvda) (9 juni 1993 - 19 juni 1993)
staatssecretaris: Prof.Dr. M.J. Cohen (pvda) (2 juli 1993 - 22 augustus 1994)

Financiën
minister: W. Kok (pvda)
staatssecretaris: Drs. M.J.J. van Amelsvoort (cda)

Defensie
minister: A.L. ter Beek (pvda)
staatssecretaris: Mr. B.J.M. baron van Voorst tot Voorst (cda) (7 november 1989 - 1 juni 1993)
staatssecretaris: A.B.M. Frinking (cda) (1 juni 1993 - 22 augustus 1994)

Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
minister: J.G.M. Alders (pvda)
staatssecretaris: Drs. E. Heerma (cda)

Verkeer en Waterstaat
minister: J.R.H. Maij-Weggen (cda) (7 november 1989 - 16 juli 1994)
minister: Dr. J.E. Andriessen (cda) (16 juli 1994 - 22 augustus 1994)

Economische Zaken
minister: Dr. J.E. Andriessen (cda)
staatssecretaris: Drs. P. Bukman (cda) (7 november 1989 - 28 september 1990)
staatssecretaris: Mr. Y.C.M.Th. van Rooy (cda) (28 september 1990 - 22 augustus 1994)

Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
minister: Ir. G.J.M. Braks (cda) (7 november 1989 - 19 september 1990)
minister: Dr. B. de Vries (cda) (19 september 1990 - 28 september 1990)
minister: Drs. P. Bukman (cda) (28 september 1990 - 22 augustus 1994)
staatssecretaris: Drs. J.D. Gabor (cda) (28 september 1990 - 22 augustus 1994)

Sociale Zaken en Werkgelegenheid
minister: Dr. B. de Vries (cda)
staatssecretaris: E. ter Veld (pvda) (7 november 1989 - 5 juni 1993)
staatssecretaris: Drs. J. Wallage (pvda) (7 juni 1993 - 22 augustus 1994)

Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur
minister: Drs. H. d'Ancona (pvda) (7 november 1989 - 16 juli 1994)
minister: Dr.Ir. J.M.M. Ritzen (pvda) (16 juli 1994 - 22 augustus 1994)
staatssecretaris: H.J. Simons (pvda) (7 november 1989 - 26 februari 1994)

belast met coördinatie van aangelegenheden de Nederlandse Antillen en Aruba betreffend en met de zorg voor aan de Nederlandse Antillen en Aruba te verlenen hulp en bijstand
minister: Drs. R.F.M. Lubbers (cda) (7 november 1989 - 11 november 1989)
minister: Dr. E.H.M. Hirsch Ballin (cda) (14 november 1989 - 27 mei 1994)
minister: Drs. R.F.M. Lubbers (cda) (27 mei 1994 - 22 augustus 1994)

Mutaties

Minister Braks (CDA) van Landbouw treedt in 1990 af als de PvdA-fractie laat weten het vertrouwen in hem op te zullen zeggen in verband met zijn visfraude beleid. Hij wordt opgevolgd door Bukman (CDA), tot dan staatssecretaris op Economische Zaken. Deze wordt op zijn beurt opgevolgd door het Tweede Kamerlid Van Rooy (CDA). Tevens wordt er een staatssecretaris op Landbouw benoemd, de CDA'er Gabor. 

Begin 1993 volgt professor Kooijmans (CDA) minister Van den Broek van Buitenlandse Zaken op, die naar de Europese Commissie vertrekt. 

Staatssecretaris Van Voorst tot Voorst (CDA) wordt medio 1993 Commissaris van de Koningin in Limburg en wordt vervangen door het Tweede Kamerlid Frinking. 

In juni 1993 treedt staatssecretaris van Sociale Zaken Ter Veld af, omdat zij meent onvoldoende vertrouwen van de PvdA-fractie te hebben. Wallage volgt haar op. Hij wordt op zijn beurt op Onderwijs en Wetenschappen als staatssecretaris vervangen door Prof. J. Cohen, nadat de eerder benoemde opvolger prof. R. in 't Veld al na enkele dagen weer was afgetreden, omdat hij in opspraak was gekomen vanwege zijn nevenfuncties. 

Minister Dales (PvdA) van Binnenlandse Zaken komt op 11 januari 1994 te overlijden. Van Thijn (PvdA), burgemeester van Amsterdam, volgt haar op. Van Thijn treedt echter op 27 mei 1994 samen met zijn collega op Justitie Hirsch Ballin (CDA) af als hun door de Tweede Kamer de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van de georganiseerde misdaad wordt ontnomen. Het kabinet is dan overigens al demissionair. 

De staatssecretarissen op beide ministeries, respectievelijk mevrouw De Graaff-Nauta (CDA) op Binnenlandse Zaken, en Kosto (PvdA) op Justitie, nemen deze portefeuilles de laatste maanden over. 

Mutaties waren er ook aan het einde van de kabinetsperiode door het vertrek van de ministers d'Ancona en Maij-Weggen en van staatssecretaris Dankert naar het Europees Parlement en van staatssecretaris Simons, die lijsttrekker was bij de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam. 

Parlementaire verhoudingen

  Tweede Kamer tot 21 september 1993 Tweede Kamer van 21 september 1993 tot 17 mei 1994 Tweede Kamer vanaf 17 mei 1994 Eerste Kamer tot 10 juni 1991 Eerste Kamer van 10 juni 1991 tot 11 juni 1991 minister­raad/(kabinet)
CDA 54 54 34 26 27 7 (13)
PvdA 49 48 37 26 16 7 (12)
totaal 103
(68.7%)
102
(68%)
71
(47.3%)
52
(69.3%)
43
(57.3%)
 

Financieel-economisch beleid

Het kabinet start met de intentie meer geld uit te trekken voor investeringen in milieu, gezondheidszorg, kinderopvang en voor verhoging van uitkeringen en ambtenarensalarissen. Speerpunt is de zogenaamde sociale vernieuwing, waartoe rijk en gemeenten projecten zullen opzetten.

Al kort na het aantreden van het kabinet blijkt er echter een flinke financiële tegenvaller te zijn, waardoor de meeste plannen in de ijskast moeten worden gezet. Dreigende overschrijding van de norm voor het overheidstekort maakt extra ombuigingen nodig, onder meer in de sociale zekerheid (WAO), het hoger onderwijs en de welzijnssector.

Er worden ingrijpende hervormingen in de sociale zekerheid voorgesteld (Ziektewet, terugdringing ziekteverzuim, WAO, Bijstandswet). De plannen tot invoering van een nieuw stelsel van ziektekostenverzekering stranden.

Bijzonderheden

Europese samenwerking

Op 19 juli 1990 tekent Nederland met België, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland het akkoord van Schengen over afschaffing van de grenscontroles aan de binnengrenzen.

Door het Verdrag van Maastricht van 7 februari 1992 worden de bestaande EG-verdragen uitgebreid met bepalingen over samenwerking op economisch en monetair beleid, buitenlands en veiligheidsbeleid, sociaal beleid en op het gebied van justitie. De Economisch en Monetaire Unie (EMU) komt tot stand, waardoor invoering van een gezamenlijke munt dichterbij komt.

Irak

Op 2 augustus 1990 bezette Irak buurland Koeweit. Spoedig werd onder leiding van de VS een internationale coalitie gevormd om Koeweit te bevrijden. Het regime van Saddam Hoessein sloot daarop de grenzen voor onderdanen van EG-landen, waaronder 150 Nederlanders. Zij werden daarmee feitelijk gijzelaars. Het duurde tot december voor zij werden vrijgelaten.

Op grond van VN- en NAVO-resoluties stemde Nederland in met instelling van een zeeblokkade en later met militair ingrijpen om de bezetting van Koeweit ongedaan te maken. Het kabinet besloot, nadat op 15 januari 1991 een ultimatum aan Irak was verlopen, dat twee fregatten die al eerder naar de Perzische Golf waren gezonden, ook aan offensieve acties onder Amerikaans commando mochten deelnemen. Nog tijdens het Kerstreces kreeg het kabinet hiervoor het groene licht van de Tweede Kamer.

landbouw

In juni 1992 werd in EG-verband overeenstemming bereikt over maatregelen om de overproductie in de landbouw tegen te gaan. Op basis van een plan van Eurocommissaris MacSharry wordt het melkquotum en de graanprijs verlaagd. De boeren krijgen compensatie voor het verlies aan inkomsten.

basisvorming

Na jaren van discussie over de middenschool komt er een in plaats daarvan een regeling voor basisvorming in het voortgezet onderwijs. De basisvorming duurt drie jaar en betekent dat er een verplicht studieprogramma komt in de onderbouw van het voortgezet onderwijs en het lager en voortgezet beroepsonderwijs. De wet regelt verder dat scholen voor voortgezet onderwijs moeten samengaan om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen.

criminaliteitsbestrijding

Minister Hirsch Ballin brengt diverse wetten tot stand in het kader van de criminaliteitsbestrijding, zoals een regeling om criminelen voordelen van misdaad te ontnemen ('pluk-ze-wetgeving').

De moeizame aansturing en latere opheffing van het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland/Utrecht (IRT) brengt de ministers Hirsch Ballin en Van Thijn (die als burgemeester van Amsterdam een rol speelde bij de opheffing) in politieke problemen.

euthanasie

Levensbeëindiging op verzoek blijft in principe strafbaar, maar een wet regelt dat alleen strafvervolging wordt ingesteld als onzorgvuldig is gehandeld. Een arts moet toepassing van euthanasie wel melden.

ruimtelijke ordening

In 1990 verschijnt de Vierde nota inzake de Ruimtelijke Ordening extra (Vinex). In de nabijheid van grote steden en infrastructuur worden nieuwe woonwijken gepland (de zgn. Vinex-wijken). Dit is onder meer het geval bij Utrecht (Leidse Rijn), Den Haag (Ypenburg, Leidscheveen) en Zwolle. Door dit te doen, moet de mobiliteit worden beperkt.

Goede openbaar-vervoersvoorzieningen zijn essentieel bij stadsuitbreiding. Er komen convenanten met lokale besturen over uitvoering van het beleid, waarbij tot 2005 afspraken worden vastgelegd over grondkosten, openbaar vervoer en groen.

verzelfstandiging Nederlandse Spoorwegen

De Tweede Kamer stemt in met de plannen van minister Maij tot verzelfstandiging van de Nederlandse Spoorwegen. De staatsgarantie eindigt op 1 januari 1994. NS moet meer ruimte krijgen om als 'normale' commerciële onderneming te opereren, die minder afhankelijk is van rijksbijdragen. Zo komt er meer vrijheid bij de tariefstelling, voorzieningenniveau, investeringen en financiering. Dit moet zorgen voor een rendabele exploitatie van het reizigers- en goederenvervoer.

De rijksoverheid houdt verantwoordelijkheid voor de infrastructuur, de toegang tot het spoorwegnet, de veiligheid en de waarborg voor een adequate vervoersvoorziening.

Binnen de NS komt een scheiding tussen de verschillende functies: de exploitatie van het reizigersvervoer, de exploitatie van het goederenvervoer, het infrabeheer en het capaciteitsmanagement.

natuurbehoud

Minister Bukman brengt in 1992 samen met staatssecretaris Gabor en minister Alders het Structuurschema Groene Ruimte uit. Hierin wordt een plan voor het tot stand brengen van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) geschetst.

De EHS moet via ecologische verbindingszones waardevolle natuurgebieden met elkaar verbinden. De nadere uitwerking hiervan wordt in handen gelegd van provincies en gemeenten. De pkb waarin het Structuurschema wordt vastgesteld, komt in 1995 tot stand.

milieubeleid

Minister Alders komt in 1990 met het Nationaal Milieubeleidsplan-plus (NMP-plus). Hierin staan beleidsintensiveringen ten opzichte van het NMP over de uitstoot van CO2, de verzuring, de bescherming en ontwikkeling van natuur, de beheersing van afvalketens, bodemsanering en energiebesparing.

defensie

Na de van de Berlijnse Muur en na democratische omwentelingen in Midden- en Oost-Europa treedt verdere ontspanning in. Er komt een internationaal verdrag over troepenvermindering. Het kabinet besluit de krijgsmacht met circa een derde in te krimpen. Aangekondigd wordt dat de dienstplicht zal worden opgeschort.

overige onderwerpen

  • er zijn plannen tot en discussies over invoering van stadsprovincies rond de drie grote steden
  • er komt een algemene wet tegen alle vormen van discriminatie, als uitwerking van artikel 1 van de Grondwet
  • er komt een identificatieplicht voor bijvoorbeeld financiële transacties en om zwart rijden in het openbaar vervoer tegen te gaan
  • invoering van de OV-jaarkaart voor studenten
  • de toenemende mestproblematiek in de landbouw
  • er komt een Wet Voorzieningen Gehandicapten
  • er komt een nieuwe (regionale) organisatie van de politie
  • er komt een bovengrondse goederenspoorverbinding van Rotterdam naar Duitsland (Betuwelijn)
  • de opvang van een grote instroom van vluchtelingen (asielzoekers) met name uit voormalig Joegoslavië levert de nodige problemen op

Troonredes