J.R.H. (Hanja) Maij-Weggen

foto J.R.H. (Hanja) Maij-Weggenvergrootglas CDA-politica van antirevolutionairen huize, die na lid te zijn geweest van het Europees Parlement, minister van Verkeer en Waterstaat in het kabinet-Lubbers III werd. Was verantwoordelijk voor het besluit om de Nederlandse Spoorwegen te privatiseren en een goederenverbinding per spoor (Betuwelijn) van Rotterdam naar Duitsland aan te leggen. Stond bekend als een resolute en nuchtere bewindsvrouw. Na haar ministerschap lijsttrekker bij de Europese Verkiezingen en wederom europarlementariër. Was voor zij in de politiek ging werkzaam als docente gezondheidszorg. Van 1 oktober 2003 tot 1 oktober 2009 was zij Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant.

CDA
in de periode 1979-2009: minister, lid Europees Parlement, Commissaris van de Koning(in)

voornamen (roepnaam)

Johanna Rieka Hermanna (Hanja)

personalia

geboorteplaats en -datum
Klazienaveen (gemeente Emmen), 29 december 1943

levensbeschouwing
Protestants

partij/stroming

partij(en)
  • ARP (Anti-Revolutionaire Partij), tot 11 oktober 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

hoofdfuncties en beroepen

  • docente gezondheidszorg te Amstelveen, vanaf 1967
  • docente gezondheidszorg te Apeldoorn, tot 1978
  • lid Europees Parlement, van 17 juli 1979 tot 6 november 1989
  • minister van Verkeer en Waterstaat, van 7 november 1989 tot 15 juli 1994
  • lid Europees Parlement, van 19 juli 1994 tot 1 oktober 2003
  • Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, van 1 oktober 2003 tot 1 oktober 2009

activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bracht in 1990 een beleidsbrief uit over financiering van het Structuurschema Verkeer en Vervoer. Bij het prijsbeleid wordt gestreefd naar verbetering van de concurrentiepositie van het o.v. ten opzichte van het particuliere autogebruik. Ter financiering worden aftopping van het reiskostenforfait, verhoging van de benzineaccijns en invoering van tol- en spitsheffingen aangekondigd. Voor dit laatste moeten er op wegen in en om de Randstad mogelijkheden voor fysieke of elektronische tolheffing komen. (20.922)
  • Bracht in 1990 de Nota 'de verontreinigingsheffing rijkswateren in de toekomst' uit. Hierin wordt onder meer ingegaan op de rijksheffingen voor watervervuiling, op financiering van de waterbodemsanering, uitkeringsregelingen voor slibverwerking, defosfatering en stikstofverwijdering, heffingen op zware metalen en fosfaten, koppeling van de heffingsmaatstaf aan de vergunning en introductie van leges. (21.250)
  • Bracht in 1991 samen met minister Alders een nota uit over het Nederlandse deel van de hogesnelheidsspoorwegverbinding (HSL) Amsterdam-Brussel-Parijs (22.026)
  • Presenteerde in 1991 een Masterplan Fiets, waarin het beleid ter stimulering van fietsgebruik wordt uitgewerkt. Er worden extra middelen vrijgemaakt voor onder meer infrastructuur (fietspaden) en ter vergroting van de veiligheid en aantrekkelijkheid van fietsen. (20.922)
  • Wijzigde in 1992 de subsidieregeling voor openbaar-vervoersbedrijven, waardoor niet meer de tekorten werden gedekt, maar het aantal vervoerde reizigers werd gesubsidieerd
  • Was in 1993 de eerstverantwoordelijke voor het besluit tot aanleg van een bovengrondse goederenspoorlijn (Betuwelijn) van de Rotterdamse haven naar Duitsland. Verdedigde samen met minister Alders in het parlement de pkb over de Betuweroute. (22.589)
  • Kwam in 1993 invoering per 1 januari 1995 overeen van een tolvignet (eurovignet) voor vrachtwagens met gewicht van 12 ton en meer. Ook België en Duitsland voerden zo'n vignet in. (21.501-09, nr. 28)
  • Tijdens haar ministerschap werd besloten tot verzelfstandiging van de Nederlandse Spoorwegen in 2000. De staatsgarantie eindigt op 1 januari 1994. Op 22 februari 1993 bracht zij namens het kabinet een standpunt uit over het advies uit juni 1992 van de commissie-Wijffels. Het kabinet steunt de in het advies neergelegde visie dat NS meer ruimte moet krijgen om als 'normale' commerciële onderneming te opereren, die minder afhankelijk is van rijksbijdragen. De NS krijgt meer vrijheid bij de tariefstelling, voorzieningenniveau, investeringen en financiering en moet zorgen voor een rendabele exploitatie van het reizigers- en goederenvervoer. De rijksoverheid houdt verantwoordelijkheid voor de infrastructuur, de toegang tot het spoorwegnet, de veiligheid en de waarborg voor een adequate vervoersvoorziening. Binnen de NS komt een scheiding tussen de verschillende functies: de exploitatie van het reizigersvervoer, de exploitatie van het goederenvervoer, het infrabeheer en het capaciteitsmanagement. Kreeg op 5 oktober 1993 in de Tweede Kamer steun voor dit beleid. (18.986)

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1990 de Wet structurele sanering binnenvaart (Stb. 87) tot stand. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan een EG-regeling om de structurele overcapaciteit in de binnenvaart in Zwitserland, Frankrijk, Duitsland, België, Nederland en Luxemburg te verminderen door een internationaal gecoördineerde sloopregeling. Tevens wordt de toename van de binnenvaartvloot afgeremd. Het wetsvoorstel was in 1989 ingediend door minister Smit-Kroes. (21.276)
  • Bracht in 1990 samen met minister Ritzen een wijziging van de Wet Studiefinanciering tot stand die onder meer invoering van de OV-studentenkaart regelt. (20.708)
  • Bracht in 1991 samen met minister Hirsch Ballin een wijziging van de Luchtvaartwet in het Staatsblad (Stb. 310) inzake de beveiliging van luchtvaartterreinen, zoals het uitvoeren van fouilleringen. Er komen regels voor de op luchtvaartterreinen te treffen maatregelen en er komt een heffing voor de kosten van de beveiliging. Het wetsvoorstel was in 1987 ingediend en in 1988 in de Tweede Kamer verdedigd door de ministers Smit-Kroes en Korthals Altes. (20.306)
  • Bracht in 1991 de Waterschapswet (Stb. 379) tot stand, ter vervanging van de bepalingen over waterschappen in de Waterstaatswet 1900, waarbij tevens de Keurenwet en de Bevoegdhedenwet Waterschappen worden ingetrokken. Naast de agrarische sector kunnen ook andere ingezetenen gekozen worden in het waterschapsbestuur. Tevens wordt de mogelijkheid geopend voor directe verkiezingen van waterschapsbesturen. Het wetsvoorstel was in 1987 ingediend door minister Smit-Kroes. (19.995)
  • Bracht in 1991 een wijziging (Stb. 595) van de Deltawet tot stand over de afsluiting van de Nieuwe Waterweg. Hierdoor wordt afsluiting met een beweegbare stuw (stormvloedkering) van de Nieuwe Waterweg mogelijk. (21.219)
  • Bracht in 1991 de Wet vervoer binnenvaart (Stb. 771) tot stand, die wettelijke regelingen bevat voor vervoer per binnenschepen. Het systeem van evenredige vrachtverdeling is daarin gehandhaafd. Het wetsvoorstel was in 1989 ingediend door minister Smit-Kroes. (21.187)
  • Bracht in 1992 de Wet goederenvervoer over de weg (Stb. 145), ter vervanging van de Wet Autovervoer Goederen tot stand. Deze wet regelt het vervoer van vrachtwagens met een laadvermogen boven de 500 kg. Door zelfregulering moet de kwaliteit van het ondernemen in de vervoerssector worden verbeterd en concurrentievervalsing worden tegengegaan. (21.532)
  • Bracht in 1992 de Wet Luchtverkeer (Stb. 368) tot stand. De Luchtverkeersbegeleiding (LVB) wordt verzelfstandigd. Er komen nieuwe regels voor de relatie tussen de verantwoordelijkheden van de ministers van Verkeer en Waterstaat, van Defensie en de LVB. (21.993)
  • Bracht in 1992 samen met staatssecretaris De Graaff-Nauta de Wet herverdeling wegenbeheer (Stb. 563) tot stand, die de Wet Uitkeringen Wegen verving. De wet zorgt voor een efficiëntere organisatie van de wegenzorg door Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen en moet bijdragen aan het streven naar decentralisatie. Provinciale Staten stellen een herverdelingsplan vast over het beheer van wegen. De nieuwe beheerder krijgt de middelen voor het beheer van de weg. Bij het Rijk komen de wegen in beheer die verbindingen vormen van nationaal belang; bij de provincies de wegen die verbindingen vormen van bovenregionaal belang, en de wegen die verbindingen vormen van regionaal belang. (22.476)
  • Bracht in 1992 een wijziging (Stb. 702) van de Wet verontreiniging oppervlaktewater tot stand inzake een heffing op lozing van zware metalen en fosfaat. De wetswijziging loopt vooruit op een algehele herziening van het stelsel van heffingen. Uitgangspunt is 'de vervuiler betaalt' naar rato van de geloosde verontreinigingen. (22.194)
  • Bracht in 1992 de Luchtvaartongevallenwet (Stb. 705), ter vervanging van de Luchtvaartrampenwet tot stand. De tuchtrechtelijke bevoegdheid van de Raad voor de Luchtvaart wordt afgeschaft. Er komt grotere nadruk op het vinden van de oorzaken van ongevallen en op het voorkomen van herhaling. De Nederlandse wetgeving wordt hiermee in overeenstemming gebracht met het internationale recht. (19.854)
  • Bracht in 1993 samen met minister Kok de Wet Infrastructuurfonds (Stb. 319) tot stand. Uit dit nieuwe fonds worden infrastructurele werken gefinancierd voor vervoer van personen en goederen over weg, rail en binnenwateren. Het fonds wordt onder meer gevoed door een infrastructuurtoeslag, tolgelden, een heffing voor spoor- en scheepvaartverkeer en een geluidsheffing voor de luchtvaart. De Wet op het rijkswegenfonds en de Wet op het Mobiliteitsfonds worden ingetrokken. (21.912)
  • Bracht in 1993 samen met minister De Vries de Wet vaartijden en bemanningsstrekte binnenvaart (Stb. 368) tot stand. In het belang van de arbeidsbescherming en van de veiligheid van de vaart kunnen regels worden gesteld aan de rusttijden van bemanningsleden, alsmede aan de samenstelling van de bemanning. Deze regels worden bij algemene maatregel van bestuur nader vastgesteld. De gezagvoerend schipper en de eigenaar zijn verplicht tot naleving. (22.494)
  • Bracht in 1993 een wijziging (Stb. 418) van de Wet rijonderricht motorrijtuigen tot stand. Daardoor worden de exameneisen voor rij-instructeurs worden verscherpt. De examens worden afgenomen door een centraal exameninstituut en geven de instructeur de bevoegdheid om vier jaar rijonderricht te geven. (21.262)
  • Bracht in 1993 samen met minister Alders de Tracéwet (Stb. 582) tot stand. Hierdoor komen er voor grote infrastructurele projecten (aanleg of wijziging van hoofdwegen en van railwegen) snellere en doelmatiger procedures. (22.500)
  • Bracht in 1993 de Wet privatisering van het Spoorwegpensioenfonds tot stand (23.305)
  • Bracht in 1994 samen met minister Kok de Wet beursgang Koninklijke PTT Nederland (Stb. 159) tot stand. De per 1 januari 1989 verzelfstandigde PTT (sindsdien Koninklijke PTT Nederland N.V.) kreeg via deze wet de mogelijkheid tot vervreemding van een deel van het aandeelkapitaal. Die vervreemding ging gepaard met notering ter beurze. De staat behield een minderheidsaandeel. (23.222)
  • Bracht in 1994 een algehele herziening van de Wegenverkeerswet (Stb. 475) tot stand. De in de loop der tijd aangebrachte wijzigingen worden in de nieuwe wet verwerkt. De wet bevat alleen hoofdlijnen van het verkeersbeleid; de uitwerking van regels over zaken als verkeersgedrag, voertuigregistratie, rijexamen, kenteken- en rijbewijzen wordt grotendeels geregeld via AMvB's. (22.030)
  • Bracht in 1994 een wijziging van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen tot stand in verband met de doorbreking van het exclusieve recht van concessiehouder in hoofdzaak door middel van de invoering van een gelimiteerd vergunningenstelsel voor specifieke vormen van openbare mobiele telecommunicatie. Hierdoor wordt liberalisering van en marktwerking bij de aanleg en instandhouding van infrastructuren en telecommunicatiediensten voor openbare mobiele telefonie mogelijk. (23.444)
  • Bracht in 1994 samen met minister Alders wijzigingen (Stbb. 583 en 601) van de Luchtvaartwet inzake geluidhinder tot stand. Er komt een mogelijkheid tot het instellen van een aparte geluidszone met betrekking tot nachtelijk luchtvaartgeluid. Verder worden geluidheffingen mede gebruikt om presanering te financieren. Onder presaneren wordt verstaan: het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen en het onttrekken aan de woonbestemming, en/of verplaatsen. Het betreft bebouwing in gebieden, die in de toekomst met zekerheid geluidsbelasting zullen ondervinden en die gezien de bepalingen van het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaartterreinen (Stb. 1981, 504) altijd in aanmerking komen voor saneringsmaatregelen. Luchthaven Maastricht komt onder dit besluit te vallen. Er komen nieuwe handhavingsvoorschriften (strafbepalingen en dwangsom). (19.631, 22.570)
  • Bracht in 1994 een wijziging (Stb. 584) van de Loodsenwet en de Scheepvaartverkeerswet tot stand in verband met de herziening van de financiële relatie tussen het Rijk en de loodsen en de invoering van een verkeersbegeleidingstarief. Hiermee wordt een oplossing beoogd van de financiële problemen die waren ontstaan na verzelfstandiging van de loodsdienst in 1988. (23.099)

op het gebied van de EU
  • Diende in november 1994 verslagen in over een systeem voor tariefpreferenties voor industriële en landbouwproducten uit ontwikkelingslanden, die een hervorming betekende van het systeem voor landbouwproducten dat in werking treedde van 1995 tot 1997. Het voorstel hield onder meer rekening met de WTO-besprekingen in de Uruguay-ronde en aanpassingen met het oog op de bestrijding van drugshandel en -productie in Zuidamerikaanse landen.
  • Diende in oktober 1994 een verslag in over het algemene systeem van tariefpreferenties in het handelsbeleid van de Europese Unie voor de periode 1995-2004. Bepleitte onder meer een bescherming van de meest kwetsbare sectoren van de Europese landbouw en industrie, en een gedifferentieerd tariefsysteem, die toegang tot de Europese markt laagdrempelig maakt voor importen uit de armste landen.
  • Diende in maart 1996 een verslag in over de voorbereidingen van de Intergouvernementele Conferentie in Turijn, die later zou leiden tot het Verdrag van Maastricht.
  • Diende in december 2000 een verslag in over de betrekkingen tussen de EU en Indonesië (initiatief-procedure). Bepleitte hierin onder meer een uitgebreider onderzoek naar de moord de Nederlandse journalist Sander Thoenes door de Indonesische autoriteiten; een uitbreiding van de hulpverlening van de EU-humanitaire hulporganisatie ECHO om de één miljoen vluchtelingen uit Atjeh en Irian Jaya op te vangen; en oplossing van de problemen in de Molukken, Timor, Atjeh en Irian Jaya.
  • Rapporteerde in mei 2001 over een betere toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad van Ministers en de Europese Commissie (medebeslissingsprocedure, eerste lezing).
  • Diende in november 2001 en mei 2002 voorstellen in waarmee de toegankelijkheid van EP-documenten wordt vergroot (reglementprocedure).

wetenswaardigheden

woonplaats
Eindhoven

uitgebreide versie

uitgebreide versie
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding, wetenswaardigheden etc. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft. reageer

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.