Drs. H. (Hedy) d' Ancona

Foto Drs. H. (Hedy) d' Ancona Belangrijk feministe en vooraanstaand PvdA-politica. Werkte bij de VARA en was universitair onderzoeker. Leidde vanaf 1975 een bureau op het gebied van beleidsonderzoek. Politiek actief als Eerste Kamerlid. Daarnaast vooral bekend als oprichtster van Man-Vrouw-Maatschappij en redactrice van 'Opzij'. In het tweede kabinet-Van Agt staatssecretaris van emancipatie en in het kabinet-Lubbers III minister van Volksgezondheid, Welzijn en Cultuur. Kwam met een Deltaplan voor het cultuurbehoud. Was daarna lijsttrekker bij de Europese verkiezingen en zat enige jaren in het Europees Parlement. Uitbundige, actieve vrouw die in staat was mensen te enthousiasmeren.

PvdA
in de periode 1974-1999: lid Eerste Kamer, staatssecretaris, minister, lid Europees Parlement

voornaam (roepnaam)

Hedwig (Hedy)

personalia

geboorteplaats en -datum
's-Gravenhage, 1 oktober 1937

partij/stroming

partij(en)
PvdA (Partij van de Arbeid)

hoofdfuncties en beroepen

  • producer vrouwenprogramma's VARA-t.v. (Vereniging van Arbeiders Radio-Amateurs), van 1962 tot 1965
  • wetenschappelijk hoofdmedewerkster Instituut Sociale Geografie, Universiteit van Amsterdam, van 1965 tot 1975
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1974 tot 11 september 1981
  • directrice CEBEON (Centrum Beleidsadviserend Onderzoek) te Amsterdam, van 1975 tot 11 september 1981 (samen met Maurice de Hond)
  • staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (onder meer belast met emancipatiebeleid, volwasseneneducatie en arbeidsomstandigheden), van 11 september 1981 tot 29 mei 1982
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 31 augustus 1982 tot 13 september 1983
  • lid Europees Parlement, van 24 juli 1984 tot 7 november 1989
  • minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, van 7 november 1989 tot 15 juli 1994
  • lid Europees Parlement, van 19 juli 1994 tot 20 juli 1999

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris belast met 1. aangelegenheden betreffende de emancipatie van de vrouw; 2. de arbeidsomstandigheden; 3. de volwasseneneducatie voor zover aan het ministerie opgedragen; 4. de beroepen- en beroepskeuzevoorlichting; 5. de arbeidsvoorziening voor bijzondere groepen.
  • Nam 25 februari 1994 de taken van staatssecretaris Simons (volksgezondheid en gehandicaptenbeleid) over

activiteiten

als parlementariër
  • Was woordvoerster volkshuisvesting van de PvdA-Eerste Kamerfractie. Hield zich verder onder meer bezig met emancipatie en wetenschappelijk onderwijs.
  • Voerde in 1981 namens de PvdA het woord in het debat over het abortusvoorstel van het kabinet-Van Agt I

opvallend stemgedrag
  • Behoorde in 1978 tot de vijf leden van haar fractie die tegen de ontwerp-Wet Investeringsrekening (WIR) stemden
  • Behoorde in 1979 tot de minderheid van haar fractie die tegen een voorstel in eerste lezing stemde over herziening van de grondwettelijke bepalingen over toelating, uitzetting, uitlevering, het Nederlanderschap en het ingezetenschap
  • Behoorde in 1981 tot de vier leden van haar fractie die tegen de ontwerp-Leegstandwet stemden

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Voerde in de periode 1989-1994 een groot aantal bezuinigingen door, onder andere op de bejaardenzorg
  • Bevorderde via een subsidieregeling buitenschoolse kinderopvang
  • Bracht in 1990 de nota's Maatschappelijke opvang voor thuislozen en Maatschappelijke opvang in crisissituaties uit. Gesignaleerd wordt dat het aantal thuislozen toeneemt en de samenstelling van de groep verandert. Steeds vaker gaat het om jong-volwassenen, vrouwen, personen met verzorgings- en verpleegbehoefte en jeugdige dagzwervers. Er zijn 19 door de rijksoverheid gesubsidieerde instellingen voor opvang en daarnaast is er crisis-opvang. Locale overheden signaleren een tekort. Het beleid richt zich op opvang, preventie en resocialisatie. Er komen meer opvangplaatsen, er komen experimenten met dag- en nacht-opvang en er komen leer-werkprojecten. De gemeenten worden nauw betrokken bij het beleid. (21.509, 21.094)
  • In 1990 verwierp de Tweede Kamer een door haar verdedigd wetsvoorstel over reclamezendtijd op zondagen. Het wetsvoorstel was in 1989 ingediend door minister Brinkman. Alleen de PvdA-fractie (uitgezonderd drie leden) stemde vóór. (21.627)
  • Kwam in 1990 met een 'Deltaplan' voor het cultuurbehoud. Het Deltaplan is gericht op het inhalen van achterstanden bij het behoud en beheer van cultureel erfgoed. Een tweede belangrijke doelstelling is dat instellingen structureel meer aandacht besteden aan het beheer en behoud van hun collecties. Er komen extra financiële middelen om de bewaarcondities van collecties te verbeteren voor rijksmusea, rijksarchieven, monumentenzorg en archeologie. Voor de niet-rijksmusea komt er een behoudfonds ingericht bij de Mondriaan Stichting. (21.300-XIV, nr. 114)
  • Bracht in 1990 samen met de ministers Dales en Ritzen en de staatssecretarissen Ter Veld en Heerma de nota 'Ouderen in tel' uit. Hierin wordt de positie van ouderen in kaart gebracht, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting, inkomen, arbeid en gezondheid. Gekozen wordt voor een geïntegreerd ouderenbeleid, dat wordt opgenomen in een Actieprogramma. In deelnota's wordt aandacht besteed aan de positie van oudere vrouwen, preventiebeleid en het gezondheidsbeleid. Prioriteiten zijn onder meer nauwere afstemming in praktijk en beleid van wonen en verzorging, versterking van de zorg voor chronisch zieken en tegengaan van onvrijwillige uittreding uit arbeid. (21.814)
  • Bracht in 1991 de Nota 'Toegankelijkheid en behoud van het museale erfgoed' uit. Centraal staan handhaven en verbeteren van de kwaliteit van museale funties: collectievorming, collectiebehoud en beheer en presentatie. Behoud en beheer krijgen prioriteit en daarvoor komen extra middelen. Tevens komt er meer geld voor vergroting van de toegankelijkheid van collecties. De rijksoverheid houdt zich alleen bezig met hoofdlijnen; uitvoering en beheer komen bij zelfstandige instellingen. (21.973)
  • Bracht in 1991 de beleidsvisie "Welzijnsbeleid in de jaren negentig" uit over het toekomstige sociaal en cultureel beleid (22.456)
  • Bracht in 1991 samen met staatssecretaris Simons de beleidsbrief Advies- en uitvoeringsorganen in de volksgezondheid uit. Gestreefd wordt naar een sobere en gestroomlijnde adviesstructuur, met drie grote advies- en uitvoeringsorganen: wetenschappelijk, inhoudelijk en gericht op uitvoering, met name van de verzekeringswetgeving. (22.449)
  • Bracht in 1993 samen met staatssecretaris Simons de Nota 'Kwaliteit van Zorg' uit over kwaliteitsverbetering in de intra- en extramurale algemene en geestelijke gezondheidszorg, de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg. Er moeten integraal kwaliteitssystemen en kwaliteitstoetsen komen in de zorgsector. De positie van consumenten moet worden verbeterd en er moet meer wetenschappelijk onderwijs komen. Zowel zelfregulatie als wetgeving zijn nodig. (22.113)
  • Bracht in 1992 de nota "Investeren in cultuur" over het cultuurbeleid in de periode 1993-1996" uit. Voor gesubsidieerde podiumkunst werd de eis van 15 procent eigen inkomsten ingevoerd. (22.602)
  • Ontwikkelde in 1992 een op doelmatigheid gericht financieringsbeleid voor de omroep. Daarbij moeten omroepen interen op hun eigen vermogen door zelf eerst eventuele tekorten op hun jaarlijkse programmabudget op te vangen. (22.846)

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1990 de Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad (Stb. 324) tot stand. Hiermee wordt een nieuwe organisatie (zelfstandig bestuursorgaan) voor de uitvoering van de buitengewone pensioenwetten in het leven geroepen. (21.512)
  • Bracht in 1991 een wijziging (Stb. 17) van de Mediawet tot stand tot verruiming van het reclameregime. Door de reclamemogelijkheden van de STER te vergroten, moet de concurrentiekracht van die organisatie worden versterkt. Uitgangspunt blijft wel dat reclame dienstbaar moet zijn aan de programma's en niet andersom. De kijker/luisteraar moet op de publieke omroep gevrijwaard blijven van een overvloed aan reclame. Reclameblokken mogen alleen tussen verschillende programma's worden uitgezonden. De wijziging is mede ingegeven door de wens tot grotere uniformiteit van de omroepwetgeving in de Europese Gemeenschap. Het wetsvoorstel was in 1989 ingediend door minister Brinkman. (21.237)
  • Bracht in 1991 een wijziging (Stb. 270) van de Wet op de bejaardenoorden tot stand. Hierdoor wordt de doelgroep van deze wet uitgebreid tot alle ouderen die positief zijn geïndiceerd met betrekking tot de zorgfuncties waarin het bejaardenoord tot dan voorzag. Door de reikwijdteverbreding kunnen provincies, gemeenten en particulier initiatief flexibeler inspelen op de zorgbehoefte van ouderen, die niet in een bejaardenoord verblijven (bijvoorbeeld via thuiszorg). (21.470)
  • Bracht in 1991 een wijziging (Stb. 769) van de Mediawet tot stand. Hierdoor wordt de invoering van landelijke commerciële omroep (via de kabel) mogelijk. De maatschappelijke en juridische ontwikkelingen maken dat het monopolie van de publieke omroep in Nederland nationaal en internationaal niet langer houdbaar is. De wetswijziging regelt de voorwaarden waaraan commerciële gegadigden moeten voldoen om toestemming te krijgen via de kabel uit te zenden. De wetswijziging volgt daarin een EG-richtlijn over grensoverschrijdende commerciële omroepactiviteiten. Daarmee moeten garanties aan de publieke omroep worden geboden voor eerlijke concurrentieverhoudingen. (21.554)
  • Bracht in 1993 de Wet op het specifiek cultuurbeleid (Stb. 204) tot stand, die de basis legt voor de subsidiëring op cultureel gebied. Jaarlijks moet de minister een cultuurnota uitbrengen waarin het beleid met betrekking tot subsidiëring en de uitkeringen uit fondsen wordt vastgelegd. De Fondsenwet scheppende kunsten wordt ingetrokken. Het wetsvoorstel was in 1988 ingediend door minister Brinkman. (20.987)
  • Bracht in 1993 de Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten (Stb. 398) tot stand, waardoor zestien rijksmusea (zoals het Mauritshuis en het Rijksmuseum) en vijf rijksmuseale diensten (zoals de Rijkdienst voor het kastelenbeheer) worden geprivatiseerd. (22.771)
  • Bracht in 1994 de Wet Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) (Stb. 422) tot stand. Deze wet belast het COA, een zelfstandig bestuursorgaan, onder andere met de materiële en immateriële opvang van asielzoekers, het plaatsen van asielzoekers in een opvangvoorziening en het plaatsen van asielzoekers op gemeentelijke opvangplaatsen, alsmede het betalen van bijdragen aan de desbetreffende gemeente ten behoeve van de kosten van deze opvang. (23.540)
  • Bracht in 1994 een nieuwe Welzijnswet (Stb. 447) tot stand. Uitgangspunt daarvan is de gezamenlijke inspanning van overheden, particulier initiatief en andere betrokkenen voor een adequaat welzijnsbeleid. Zelfregulering door de sectoren staat daarbij voorop. Voor (nieuwe) welzijnssubsidies wordt met de wet een wettelijk kader geschapen. Het bibliotheekwerk wordt overgeheveld naar de Wet op het specifiek cultuurbeleid. (23.315)
  • Bracht in 1994 een wijziging (Stb. 945) van de Mediawet tot stand, waardoor de positie van de publieke omroep wordt versterkt. Marginalisering van de publieke omroep door opkomst van commerciële zenders en verschraling van het aanbod moet worden voorkomen. Sponsoring van programma's van de publieke omroep wordt mogelijk gemaakt. De percentages die publieke omroepen aan kunst en informatie moeten besteden, worden verhoogd. Er komt zo een duaal bestel met enerzijds een publieke omroep met hoge kwaliteit en breed bereik, en anderzijds commerciële zenders, waaraan zo min mogelijk regels worden gesteld. (23.426)

op het gebied van de EU
  • Diende in april 1994 een verslag in (initiatiefprocedure) over de uitvoering van het Derde Actieprogramma en de voorbereiding van het Vierde Actieprogramma voor gelijke kansen voor man en vrouw.
  • Diende in juli 1995 een verslag in over de activiteiten van het Centrum voor Informatie, Discussie en Uitwisseling inzake grensoverschrijdende immigratie CIREFI
  • Diende in november 1996 een verslag in over asielprocedures, waarin onder meer bepleit werd de minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in Europa te verbeteren
  • Diende in januari 1998 een verslag in over de oprichting van "Eurodac" voor het vergelijken van vingerafdrukken van asielzoekers
  • Diende in november 1997, en januari en oktober 1998 verslagen in over de strijd tegen drugs, waarin opgeroepen werd tot meer Europese samenwerking
  • Ondertekende in december 1998 de motie van wantrouwen tegen de Europese Commissie vanwege fraude door eurocommissaris Edith Cresson

wetenswaardigheden

niet-aanvaarde politieke functies
  • lid Tweede Kamer, februari 1968 (benoemd in de vacature-Peschar)

woonplaats
Amsterdam

uitgebreide versie

uitgebreide versie
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding, wetenswaardigheden etc. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft. reageer

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.