Dr. W. (Willem) Drees

foto Dr. W. (Willem) Dreesvergrootglas 'Vadertje Drees'. De belangrijkste naoorlogse politicus, onder wiens leiding zowel de dekolonisatie als de wederopbouw plaatsvonden. Overtuigd sociaaldemocraat, maar wel zeer pragmatisch ingesteld ('niet alles kan, en zeker niet alles tegelijk'). Groeide op in Amsterdam en klom op van stenograaf, SDAP-wethouder van Den Haag en Kamerlid, tot minister en minister-president. Had als wethouder van Den Haag al voor 1940 een goede naam als bestuurder. In de oorlog enige tijd gijzelaar en centrale figuur in het politieke verzet. Bracht in 1947 als minister van Sociale Zaken de Noodwet Ouderdomsvoorziening tot stand, de voorloper van de AOW. Werd zowel daardoor, als door zijn leiderschap en soberheid een populair staatsman, ook buiten zijn eigen kring. Tien jaar premier van brede coalities waarvan PvdA en KVP de kern vormden. Had goede contacten met Beel. Brak in de jaren '70 met zijn partij, de PvdA, uit onvrede over de koers. Sober levende en altijd eenvoudig gebleven man, die een zeer hoge leeftijd bereikte.

SDAP, PvdA
in de periode 1933-1958: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, minister-president, lid College van Vertrouwensmannen, minister van staat

voornaam (roepnaam)

Willem (Willem)

personalia

wijziging in naam en/of titulatuur
  • W. Drees, van 5 juli 1886 tot 8 november 1948 (tot aan hem een eredoctoraat werd verleend) 
  • Dr. W. Drees, vanaf 8 november 1948 

geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 5 juli 1886

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 14 mei 1988

levensbeschouwing
  • Hervormd (opgevoed) 
  • geen godsdienst 

niet-kerkelijke levensbeschouwing
humanistisch

partij/stroming

partij(en)
  • SDAP (Sociaal-Democratische Arbeiderspartij), van 1 juli 1904 tot 9 februari 1946 
  • PvdA (Partij van de Arbeid), van 9 februari 1946 tot 30 juni 1971 (bedankte schriftelijk 24-05-1971) 

verwante partij
DS'70, vanaf 1971

hoofdfuncties

  • bankbediende, afdeling rekening-courant "Twentsche Bank" te Amsterdam, van 1903 tot 1906 
  • freelance stenograaf, Stenografisch Bureau Drees en Jansen te Amsterdam, van 1906 tot 1919 
  • tijdelijk stenograaf, Stenografische Inrichting Staten-Generaal (tijdens begrotingsbehandelingen), omstreeks december 1906 
  • stenograaf, Stenografische Inrichting Staten-Generaal, van 17 september 1907 tot september 1919 (op non-actief, ontslag juni 1945) 
  • lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 2 september 1913 tot 1 september 1941 (in de periode 1913-1919 gekozen in district I) 
  • lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 1 juli 1919 tot 1 september 1941 
  • wethouder (van sociale zaken) van 's-Gravenhage, van 2 september 1919 tot 1 september 1931 
  • wethouder (van financiën en openbare werken) van 's-Gravenhage, van 1 september 1931 tot 10 september 1933 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 9 mei 1933 tot 24 juni 1945 
  • fractievoorzitter SDAP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 5 september 1939 tot 24 juni 1945 
  • voorzitter Politiek Convent, van oktober 1941 tot mei 1945 
  • lid College van Vertrouwensmannen, van 26 augustus 1944 tot 26 mei 1945 (door de regering aangewezen college dat na de bevrijding het gezag moest waarnemen) 
  • minister van Sociale Zaken en viceminister-president, van 25 juni 1945 tot 7 augustus 1948 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 juni 1946 tot 4 juli 1946 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 juli 1948 tot 10 augustus 1948 
  • minister-president en minister van Algemene Zaken, van 7 augustus 1948 tot 22 december 1958 
  • minister van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen ad interim, van 15 maart 1951 tot 31 maart 1951 (in afwachting van de komst van ir. Peters) 
  • minister van Financiën ad interim, van 1 juli 1952 tot 2 september 1952 (na het vertrek van Lieftinck) 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 juli 1952 tot 2 september 1952 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juli 1956 tot 3 oktober 1956 

ambtstitel
  • minister van staat, van 22 december 1958 tot 14 mei 1988 

gevangenschap/internering
  • geïnterneerd gijzelaarskamp te Buchenwald, van 7 oktober 1940 tot 7 oktober 1941 (vrijgelaten in verband met maagkwaal) 
  • geïnterneerd gijzelaarskamp te Sint Michielsgestel, van 4 mei 1942 tot 11 mei 1942 (vrijgelaten in verband met gezondheid) 

partijpolitieke functies

  • lid bestuur SDAP afdeling 's-Gravenhage, van 1910 tot mei 1911 
  • lid commissie jongeliedenorganisatie SDAP, afdeling 's-Gravenhage, van 1910 tot november 1911 
  • tweede secretaris SDAP afdeling 's-Gravenhage, van mei 1911 tot november 1911 
  • voorzitter SDAP afdeling 's-Gravenhage, van 2 november 1911 tot 1913 
  • voorzitter commissie voor propaganda onder vrouwen, SDAP, 1912 
  • voorzitter SDAP afdeling 's-Gravenhage IIIa, van oktober 1913 tot januari 1914 
  • voorzitter SDAP federatie 's-Gravenhage, van oktober 1913 tot oktober 1919 
  • lid partijraad SDAP, van 1915 tot 1927 
  • fractievoorzitter SDAP gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 4 september 1917 tot 1 september 1919 
  • voorzitter SDAP federatie 's-Gravenhage, van 11 februari 1921 tot 1931 
  • lid commissie inzake lonen, rechtspositie en medezeggenschap van het overheidspersoneel (NVV/SDAP), van 1925 tot 1931 
  • lid bestuur Vereniging van Sociaal-Democratische Staten- en Raadsleden, afdeling Zuid-Holland, van 1929 tot 1940 
  • lid partijbestuur SDAP, van 14 mei 1927 tot juni 1945 
  • lid reorganisatiecommissie SDAP, van 1927 tot 1928 
  • lid commissie van toezicht op beheer "Het Volk", van 1927 tot 1928 (namens de SDAP) 
  • lid commissie oprichting N.V. "De Arbeiderspers", van 1928 tot 1929 
  • lid hoofdbestuur Vereniging van Sociaal-Democratische Staten- en Raadsleden, van 1929 tot 1940 
  • lid commissie inzake de onderwijspacificatie, SDAP, van 1930 tot 1931 
  • tweede fractiesecretaris SDAP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 12 mei 1933 tot juni 1937 
  • vicefractievoorzitter SDAP gemeenteraad van 's-Gravenhage, van september 1933 tot juni 1937 
  • lid gemeenschappelijke commissie SDAP/NVV voor de opstelling van het Plan van de Arbeid, van 1934 tot 1935 (namens de SDAP) 
  • vicefractievoorzitter SDAP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 juni 1937 tot 5 september 1939 
  • tweede voorzitter SDAP, van april 1939 tot april 1943 
  • fractievoorzitter SDAP Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 1939 tot 1941 
  • fractievoorzitter SDAP gemeenteraad van 's-Gravenhage, van september 1939 tot 1941 
  • politiek leider SDAP, van 14 mei 1940 tot 9 februari 1946 
  • waarnemend voorzitter SDAP, van 1 april 1943 tot mei 1945 (tot terugkeer van Koos Vorrink, eind mei 1945) 
  • lid koloniale commissie (illegale) SDAP, van 1944 tot 1945 
  • (adviserend) lid partijbestuur PvdA, van februari 1946 tot november 1959 
  • politiek leider PvdA, van 9 februari 1946 tot 22 december 1958 
  • lid-voor-het-leven partijbestuur PvdA, vanaf november 1959 (woonde tot september 1966 regelmatig vergaderingen bij) 

lijsttrekkerschap etc.
  • lijstaanvoerder PvdA Tweede Kamerverkiezingen 1946 (kieskringen 's-Gravenhage en Leiden) 
  • lijstaanvoerder PvdA Tweede Kamerverkiezingen 1948 (kieskringen 's-Hertogenbosch, Tilburg, Rotterdam, 's-Gravenhage, Leiden, Dordrecht, Middelburg en Maastricht) 
  • lijsttrekker PvdA Tweede Kamerverkiezingen 1952 
  • lijsttrekker PvdA Tweede Kamerverkiezingen 1956 

nevenfuncties

  • secretaris Amsterdamsche Stenografenvereniging "Steeds Sneller", van 1902 tot 1904 (oprichter) 
  • lid bestuur (penningmeester, tweede en eerste secretaris, voorzitter) Stenografen-Bond "Groote", van 1904 tot 1907 
  • redacteur "Bondsorgaan" (van de Stenografen-Bond "Groote"), van 1905 tot 1906 
  • lid bestuur korfbalclub "DOS" (Door Oefening Sterk) te Amsterdam, van 1905 tot 1909 
  • lid bestuur (penningmeester, tweede en eerste secretaris, voorzitter) Stenografen-Bond "Groote", van 1908 tot 1917 
  • lid bestuur korfbalclub "DEOS" (Door Eendrachtige Oefening Sterk) te Amsterdam, van 1909 tot 1910 
  • voorzitter Federatie voor Stenografie "Groote", van 1917 tot 1941 
  • voorzitter Burgerlijk Armbestuur (sinds 1921 Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijk Hulpbetoon) te 's-Gravenhage, van 1919 tot 1931 
  • lid Armenraad te 's-Gravenhage, van 1919 tot 1931 
  • voorzitter Gemeentelijke Arbeidsbeurs te 's-Gravenhage, van 1919 tot 1931 
  • lid redactie maandblad "Gemeentebestuur", van 1921 tot 1942 
  • lid commissie inzake de zomertijd, 1924 
  • lid commissie voor de verdeling van de opbrengst van weldadigheidspostzegels, van 1924 tot 1931 
  • lid algemeen bestuur Nederlandsche Vereeniging Pensioenverzekering voor Sociale Werkers, van 1926 tot 1928 
  • lid commissie van advies voor werkloosheid en aanverwante aangelegenheden (VNG), van 1926 tot 1932 
  • vicevoorzitter raad van beheer HTM (Haagsche Tramweg Maatschappij), van 16 augustus 1926 tot 10 augustus 1942 (ontslag op eigen verzoek) 
  • lid Commissie van Advies voor de werkloosheidsverzekering, van 1926 tot 1939 
  • voorzitter Scheidsgerecht Nederlandse Spoorwegen, van 1927 tot 1929 
  • lid Raad van Commissarissen Bank van Nederlandsche Gemeenten, van 1928 tot 1934 
  • lid Raad van Commissarissen drukkerij "De Vooruitgang", van 1928 tot 1929 
  • lid Raad van Bestuur Haagsche Volksuniversiteit, van 1928 tot 1937 
  • lid Algemene Armencommissie, van 31 oktober 1928 tot juni 1946 
  • lid Raad van Commissarissen N.V. "De Arbeiderspers", van 1929 tot 1945 
  • lid bestuur Nederlandsche Vereeniging voor Armenzorg en Weldadigheid, van 1930 tot 1934 
  • lid hoofdcommissie voor de Normalisatie in Nederland, van 1930 tot 1939 (voorzitter subcommissie ziekenhuisbenodigdheden) 
  • lid bestuur Nederlandsche Vereeniging voor Vrijhandel, van 1930 tot 1935 
  • lid bestuur VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), van 1931 tot 1936 
  • lid Raad van Commissarissen gemeentelijk bouwbedrijf Habo (N.V. Haagsche Bouwmaatschappij), van 1931 tot 1943 
  • voorzitter Vereniging van Nederlandse Arbeidsbeurzen, van 1931 tot 1942 
  • hoofdingeland Hoogheemraadschap Delfland, van 1931 tot 1933 
  • lid Nationaal Crisis Comité, van 1931 tot 1936 
  • lid commissie salariëring kloosterling-onderwijzers, 1932 
  • voorzitter Centrale Commissie van Bijstand voor de Arbeidsbemiddeling (en de Migratie), van 1932 tot 1940 
  • lid bestuur Stichting Haagsch Jeugdhuis te Noordwijk, van 1933 tot 1938 
  • lid bestuur Werkfonds 1934, van 1934 tot 1936 
  • lid Kerncommissie-Landbouw, Bedrijfsradenwet, van 1934 tot 1939 
  • lid Kerncommissie-Industrie, Bedrijfsradenwet, omstreeks 1938 
  • lid Kerncommissie-Middenstand, Bedrijfsradenwet, omstreeks 1938 
  • voorzitter Scheidsgerecht Nederlandse Spoorwegen, van 1935 tot 1941 
  • lid commissie herziening van de Armenwet, 1937 
  • lid Commissie van Advies inzake de Girowet, van 1937 tot 1942 
  • lid Staatscommissie crisis-slachtoffers (Staatscommissie-Fockema Andreae), van 6 januari 1938 tot 1940 
  • lid Staatscommissie inzake wijziging van de Woningwet (Staatscommissie-Frederiks), van 18 februari 1938 tot mei 1940 
  • arbiter in arbeidsgeschillen in het landbouwbedrijf, vanaf 1938 
  • lid commissie normen voor de bezoldiging van het personeel bij lagere overheidsorganen 
  • voorzitter adviescommissie wettelijke regeling kinderbijslag, 1938 
  • lid bestuur Stichting Studiefonds voor Werkverruiming, van 1939 tot 1940 
  • lid Algemeen Steuncomité 1939, van 1939 tot juli 1940 
  • lid bestuur Nederlandse Groep IPU (Interparlementaire Unie), 1940 
  • lid Politiek Convent, van 1 juli 1940 tot mei 1941 
  • lid Grootburgercomité, van 1943 tot 1945 
  • lid Vaderlandsch Comité, van april 1943 tot januari 1944 
  • voorzitter Vaderlandsch Comité, van januari 1944 tot mei 1945 
  • voorzitter Contactcommissie der Illegaliteit, van juni 1944 tot 1945 
  • kabinetsformateur, van 28 mei 1945 tot 24 juni 1945 (samen met Schermerhorn) 
  • kabinetsformateur, van 2 februari 1951 tot 16 februari 1951 (samen met Van Schaik) 
  • kabinetsformateur, van 27 juni 1952 tot 22 juli 1952 
  • kabinetsformateur, van 29 augustus 1952 tot 1 september 1952 
  • kabinetsformateur, van 16 juni 1956 tot 24 juni 1956 
  • kabinetsformateur, van 9 oktober 1956 tot 11 oktober 1956 
  • voorzitter Raad van Commissarissen N.V. "De Centrale Algemene Verzekeringsmaatschappij" te 's-Gravenhage, van 1960 tot 1962 
  • voorzitter adviescommissie schadevergoeding Nazi-slachtoffers (in het kader van het Algemeen Verdrag met de Bondsrepubliek Duitsland) 
  • voorzitter adviescommissie spreiding rijksinstellingen, vanaf april 1960 
  • voorzitter commissie van drie inzake de Planta-affaire, van september 1960 tot april 1961 (met P. Rijkens en W.H. de Monchy) 
  • voorzitter College van Curatoren oorlogsmuseum Overloon, vanaf september 1961 

afgeleide functies, presidia etc.
  • lid Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1937 tot mei 1940 
  • lid Commissie van Rapporteurs inzake de Nota van den minister van Justitie betreffende de feiten en omstandigheden, op grond waarvan op 1 april 1938 aan de brigade der Koninklijke Marechaussee te Oss is gelast zich tijdelijk van opsporingsdiensten te onthouden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1939 tot juni 1939 
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1939 tot mei 1940 

erefuncties, comité's van aanbeveling etc.
  • honora membro Universala Esperanto-Asocio 
  • erevoorzitter The International Committee for the Prevention of Alcoholism 
  • erevoorzitter Federatie voor Stenografie Groote, 1940 

opleiding

voortgezet onderwijs
  • h.b.s., "Tweede driejarige HBS voor Jongens", Marnixstraat te Amsterdam, van 1898 tot 1901 
  • handelsonderwijs "Eerste Openbare Handelsschool", Raamplein te Amsterdam, van 1901 tot 1903 

hoger beroepsonderwijs
  • M.O.-staathuishoudkunde en statistiek, 1909 

overige opleidingen
  • praktijkexamen boekhouden, tot 1904 

eredoctoraten
  • economische wetenschappen, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, 8 november 1948 
  • rechtswetenschappen, Universiteit Maryland (VS), 23 januari 1952 

activiteiten

als parlementariër
  • Was woordvoerder sociale zaken van de SDAP-Tweede Kamerfractie. Hield zich verder onder meer bezig met gemeentefinanciën, binnenlandse zaken en ambtenarenzaken. 

als minister-president
  • Kreeg als minister-president vanaf 1948 de leiding over kabinetten die te maken hadden met de naweeën van de desastreuze gevolgen van de bezetting. Het beleid richtte zich daarbij op reïndustrialisatie, oplossen van de woningnood, bevordering van export, modernisering en ordening van de landbouw en het economische leven (publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie), herstel van de betalingsbalans, gezondmaking van de overheidsfinanciën en het stimuleren van emigratie. 
  • Belangrijk aspect van het kabinetsbeleid was de opbouw van de socialewelvaartsstaat onder andere via sociale wetgeving, zoals de Werkloosheidswet, de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen- en Wezenwet. Het economische beleid werd gekenmerkt door de relatieve rust op het sociale front, die werd bewerkstelligd door enerzijds de geleide economie en anderzijds nieuwe overlegvormen, zoals de Stichting van de Arbeid en de SER. Via de Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie kregen organisaties in de landbouwsector en op sociaal-economisch gebied belangrijke regelgevende bevoegdheden. Zijn kabinetten, met daarin de ministers Van den Brink en Zijlstra, voerden een krachtig industrialisatiebeleid. Het financiële beleid werd gekenmerkt door soberheid (met name onder Lieftinck). In 1957, toen overspanning van de economie dreigde, werd besloten tot bestedingsbeperking. 
  • Was in december 1948 met Joekes tot op het laatst toe voorstander van het ondernemen van pogingen om door nieuw overleg een tweede politionele actie tegen de Republiek Indonesië te voorkomen. Uiteindelijk besloot het kabinet toch tot die tweede politionele actie (18-31 december 1948). Deze eindigde met een Veiligheidraadsresolutie en de instelling van een V.N.-commissie (U.N.C.I). die moest aansturen op soevereiniteitsoverdracht vóór 1950 
  • Bracht in januari 1949 - na afloop van de tweede politionele actie - een bezoek aan Nederlands-Indië voor overleg met onder meer Beel, Spoor, Sjahrir en sultan Hamid II. Dit bezoek leverde geen resultaten op. Drees was tijdens het bezoek enige tijd door ziekte uitgeschakeld. 
  • Na een onder zijn voorzitterschap tussen 23 augustus en 2 november 1949 in Den Haag gehouden Ronde Tafel Conferentie tussen een delegatie van de Nederlandse regering, vertegenwoordigers van de Republiek Indonesië en Federale afgevaardigden, werd op 27 december 1949 in Amsterdam en Batavia de soevereiniteit over Nederlands-Indië overgedragen aan de Nederlands-Indonesische Unie. Indonesië wordt daarbinnen een zelfstandige staat. 
  • Ook tussen 1949 en 1951 bleef de Indonesische kwestie, met name door de positie van Nieuw-Guinea, een belangrijke rol spelen. 
  • De buitenlandse politiek van de kabinetten waarin hij leiding gaf, werd gekenmerkt door trouw aan het Atlantisch Bondgenootschap, loyale steun aan de Verenigde Staten (onder andere in de Korea-oorlog) en het streven naar Europese samenwerking, uitmondend in het Verdrag van Rome (1957). Met name het Russische ingrijpen in Tsjecho-Slowakije in 1948 werden diverse maatregelen genomen ter vergroting van de binnenlandse veiligheid. Tevens werd de opbouw van de civiele verdediging (instelling BB) ter hand genomen. 
  • Verving verschillende malen tijdelijk collegae; onder andere die van Buitenlandse Zaken, Financiën, Oorlog en Sociale Zaken. Verdedigde in 1950 als minister van Buitenlandse Zaken a.i. in de Tweede Kamer het wetsvoorstel tot goedkeuring van een samenwerkingsverdrag met de VS op defensiegebied. 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Erkende in 1945 de Stichting van de Arbeid, waarin overleg plaatsvindt tussen werkgevers- en werknemersorganisaties, als gesprekpartner van de regering 
  • Vaardigde op 15 oktober 1945 het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 uit. Dit legde de basis voor de geleide loonpolitiek. De Stichting van de Arbeid kreeg hierbij een belangrijke adviesrol. Een College van Rijksbemiddelaars moet zorgen voor eenheid op het gebied van het loonbeleid. De sancties op niet-naleving van loonvoorschriften werden verscherpt, waardoor een effectievere geleide loonpolitiek kon worden gevoerd. 
  • Stelde in 1947 een commissie in onder voorzitterschap van prof.dr. M.J.H. Cobbenhagen, die moest adviseren over bezitsspreiding 
  • Het door hem in 1947 ingediende wetsvoorstel Zweminrichtingenwet werd ingetrokken vanwege bezwaren tegen aanneming van amendementen-Stokman over gemeentelijke voorschriften voor gemengd zwemmen en over afscherming van het zwembad vanaf de openbare weg (400) 
  • Diende in 1948 een ontwerp-Wet op de ondernemingsraden in. Dit wetsvoorstel werd door zijn opvolger Joekes in 1950 in het Staatsblad gebracht. 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1946 een wijziging van de Kinderbijslagwet tot stand, waardoor al vanaf het eerste kind onder de 16 jaar (en voor kinderen die dagonderwijs volgen onder de 21 jaar) kinderbijslag werd verleend. De wet werkte terug vanaf 1 oktober 1946. (311) 
  • Bracht in 1947 de Wet op de Ziekenfondsraad (Stb. H 135) tot stand. Bij deze wet werd per 1 januari 1949 de Ziekenfondsraad ingesteld, die de op grond van het Ziekenfondsbesluit 1941 benoemde Commissaris verving en die toezicht ging houden op het ziekenfondswezen. De Ziekenfondsraad werd tevens adviescollege. (321) 
  • Bracht in 1947 samen met minister Van Boetzelaer de wet tot stand tot Goedkeuring van het Statuut van de Wereldgezondheidsorganisatie, ondertekend te New York op 22 juli 1946 (375) 
  • Bracht in 1947 de Noodwet-Ouderdomsvoorziening (Stb. H 155) tot stand, waardoor alle mannelijke Nederlanders, alsmede vrouwelijke ongehuwde Nederlanders, vanaf hun 65ste een ouderdomsuitkering krijgen. De wekelijkse uitkering hing af van de gemeentegrootte (gehuwden f 15,20 tot f 18,00; ongehuwden f 15,20 tot f 10,12). Eigen inkomsten mochten voor de helft worden behouden en steun van kinderen of instellingen werd niet gekort. De wet trad op 1 oktober 1947 in werking. (362) 
  • Bracht in 1947 de Wet plaatsing van minder-valide arbeidskrachten (Stb. H 283) tot stand. Hierdoor werden overheidsbedrijven en particuliere ondernemingen verplicht een aantal minder-validen in dienst te nemen. De verplichting gold niet voor bedrijven met minder dan twintig werknemers. Er was geen strafbepaling opgenomen om naleving van de wet af te dwingen. (444) 

als (in)formateur
  • Kreeg op 28 mei 1945 samen met prof. Schermerhorn de opdracht tot het vormen van een kabinet van herstel en vernieuwing. Pogingen om tot deelname aan het kabinet van ARP en CPN te komen, mislukten. De CPN verlangde naast een minister zonder portefeuille de post Voedselvoorziening, hetgeen voor de PvdA onaanvaardbaar was. De ARP kon zich niet vinden in de gekozen oplossing voor het aanvullen van de opengevallen plaatsen in het parlement. Op 26 juni aanvaardden Drees en Schermerhorn de formatie. 
  • Kreeg op 1 februari 1951 samen met Van Schaik de opdracht tot het vormen van een kabinet dat geacht mocht worden het vertrouwen van het parlement te genieten. Zij wisten overeenstemming te bereiken over zeven hoofdpunten van financieel-economisch beleid. Omdat geen overeenstemming kon worden bereikt over deelname van een minister van ARP-huize en Stikker op grond van de zetelverdeling Buitenlandse Zaken weigerde, vroegen hij en Van Schaik op 16 februari 1951 ontheffing van hun opdracht. 
  • Kreeg op 27 juni 1952 de opdracht tot het vormen van een kabinet dat geacht mocht worden het vertrouwen van het parlement te genieten. Streefde naar een parlementair vierpartijenkabinet. De fractievoorzitters van PvdA, KVP, ARP en CHU bereikten op 9 juli een programmatisch akkoord. Vanwege bezwaren van de ARP tegen de haar toebedeelde posten (en met name te gering geachte invloed op het financieel-economische beleid) moest hij op 23 juli ontheffing van de opdracht vragen. 
  • Kreeg op 29 augustus 1952 de opdracht tot vorming van een kabinet. Nadat eerder informateur Staf problemen rond de portefeuilleverdeling had opgelost, kon Drees op 1 september de formatie-opdracht aanvaarden. 
  • Kreeg op 16 juni 1956 de opdracht tot het vormen van een kabinet dat geacht mocht worden het vertrouwen van het parlement te genieten. Streefde naar een vijfpartijenkabinet en ontwierp daarvoor op 17 juli een ontwerp-programma. De KVP-fractie reageerde hierop een dag later met vijf eisen, die voor Drees niet aanvaardbaar waren. Na een mislukte bemiddeling door Zijlstra vroeg Drees op 24 juli ontheffing van de opdracht. 
  • Kreeg op 9 oktober 1956 de opdracht tot vorming van een kabinet. Op basis van de resultaten van de informatie-Burger zocht hij de kandidaten aan voor een nieuw kabinet. Op 11 oktober kon hij daarna de formatie-opdracht aanvaarden. 

wetenswaardigheden

algemeen
  • Hield zich als gemeenteraadslid, voor hij wethouder werd, met name bezig met onderwijs 
  • Was al in 1918 Tweede Kamerkandidaat. Stond in 1922, 1925 en 1929 op de eerste opvolgersplaats in de kieskring Den Haag. 
  • Zette zich als wethouder voor sociale zaken onder meer in voor verbetering van de salariëring van gemeentepersoneel, voor betere huisvesting van ouderen, voor de positie van het georganiseerd overleg over ambtenarenzaken en voor gemeentelijke steun aan de werklozenkas 
  • Werd in juni, september en november 1937, en in september 1938 en 1939 als derde op de voordracht voor het voorzitterschap van de Tweede Kamer geplaatst; heeft echter nimmer de Kamer voorgezeten 
  • Was in juli 1940 betrokken bij een mislukte poging om te komen tot vorming van een Nationaal Comité onder leiding van Linthorst Homan, en waarvan ook o.a. Donner en De Quay deel moesten gaan uitmaken. Nam met onder meer Donner afstand van de voorgestane toegevende houding jegens de bezetter. 
  • Was in 1952 en 1956 - als eerste - de enige lijsttrekker van de PvdA en wist twee keer zijn partij naar verkiezingswinst te leiden. 
  • Bracht in 1965 samen met P.J. Oud een advies uit over de ministeriële verantwoordelijkheid voor het koninklijk huis 
  • Brak in 1971 met zijn partij, uit onvrede over de samenwerking met andere linkse partijen en de in zijn ogen te radicale koers van de PvdA 
  • Bleef ook na zijn vertrek uit de PvdA - ondanks doofheid en slechtziendheid - een actief volger van de politiek en gaf tot op hoge leeftijd van tijd tot tijd nog commentaar 

uit de privésfeer
  • Zijn vader was bankbediende bij de Twentsche Bank en overleed in juli 1891 
  • In de eerste klas van de HBS zat hij naast J.Th. Furstner, minister van Marine in de Londense kabinetten 
  • Werd vurig aanhanger van de sociaaldemocratie nadat hij in december 1902 in Amsterdam de viering van de verkiezingsoverwinning van Troelstra in het district Amsterdam III had bijgewoond. 
  • Richtte in 1906 samen met N.Ant Jansen een stenografisch bureau op. Stenografeerde onder meer bij de Amsterdamse en Haagse gemeenteraad en bij Provinciale Staten van Zuid-Holland. 
  • Stond met K. Voskuil (redacteur dagblad "Vooruit") in Den Haag bekend als V & D 
  • Leed aan een maagkwaal 
  • Geheelonthouder; had een zeer sobere levensstijl 
  • Beschikte over een fenomenaal geheugen en dossierkennis 
  • Ter gelegenheid van zijn honderdste verjaardag gaf de PTT een postzegel uit 
  • Op 4 juli 1986 vond de onthulling plaats van een gedenksteen in zijn geboortehuis aan het Haarlemmerplein in Amsterdam 
  • Na zijn overlijden werd op 25 mei 1988 in de Tweede Kamer een speciale herdenking aan hem gewijd, waarbij de ministers van staat, oud-bewindslieden uit de kabinetten-Drees, de oud-minister-presidenten De Jong en Biesheuvel en enkele tijdgenoten van Drees aanwezig waren 
  • In Den Haag staat nabij het gebouw van de Tweede Kamer een monument te zijner nagedachtenis (dit monument stond aanvankelijk nabij het stadhuis aan de Groenmarkt) 

anekdotes en citaten
  • Over hem doen allerlei anekdotes de ronde over zijn spreekwoordelijke zuinigheid, zoals die dat hij tijdens een bezoek van Amerikaanse inspecteurs voor de Marshall-hulp zijn gasten op mariekaakjes zou hebben getracteerd (wat voor de gasten reden zou zijn geweest om overtuigd te zijn van een zuinig financieel beleid in Nederland). Hoewel die anekdotes veelal niet op waarheid berusten, klopt het beeld van zuinigheid wel. 
  • Zou, nadat tijdens een receptie de dochter van de Italiaanse premier De Gasperi tegen hem had gezegd dat het zo fijn was dat er nu zes katholieke ministers van Buitenlandse Zaken kwamen in de E.E.G., geconcludeerd hebben dat het maar beter was als Nederland (in 1952) geen katholieke minister van Buitenlandse Zaken kreeg. 
  • Zou tijdens de lange kabinetsformatie van 1956 tegen de bezorgde koningin hebben gezegd: "Majesteit, uiteindelijk komt er altijd weer een kabinet". 

niet-aanvaarde politieke functies
  • kabinetsformateur, 20 mei 1955 (bij de Huurwetcrisis; weigerde als 'rapporteur' op te treden vanwege verzet van de KVP tegen een lijmpoging) 
  • vicepresident Raad van State, 1955 (wees een verzoek van o.a. Beel af, omdat zijn partij hem vroeg nog één keer lijsttrekker te zijn) 

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
  • "Een Sociaal-Democraat" (pseudoniem) 
  • Pieterse (schuilnaam als lid Contactcommissie der Illegaliteit tijdens de Tweede Wereldoorlog) 
  • Dreyfus (schuilnaam als 'Vertrouwensman' tijdens de Tweede Wereldoorlog) 
  • Derksen (schuilnaam als 'Vertrouwensman' tijdens de Tweede Wereldoorlog) 
  • Driessen (schuilnaam tijdens de Tweede Wereldoorlog) 
  • Oom Willem (schuilnaam tijdens de Tweede Wereldoorlog) 
  • "Vadertje Drees" (benaming in de volksmond) 
  • "De vader van de ouden van dagen" (benaming in de volksmond) 

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Amsterdam, Haarlemmerplein 23 (geboortehuis) 
  • Amsterdam, Marnixstraat (nrs. 6 en 107) 
  • Amsterdam, Da Costakade 21, tot oktober 1907 
  • 's-Gravenhage, Van der Vennestraat 59, van 8 oktober 1907 tot 4 augustus 1910 
  • 's-Gravenhage, 2e Schuytstraat 288, van 5 augustus 1910 tot 10 mei 1918 
  • 's-Gravenhage, Van Bleiswijkstraat 58, vanaf 11 mei 1918 (nog in 1939) 
  • Voorburg, Hoge Weidelaan (inwonend, omdat zijn eigen huis ontruimd was voor de bouw van de Atlantik Wall) 
  • Amsterdam, Gerard Terborgstraat 36hs, vanaf 1943 (ondergedoken) 
  • Amsterdam, Tweede Kostverlorenkade 1a, tot december 1944 (ondergedoken; keerde terug naar Voorburg nadat hij dysenterie had opgelopen na in het water te zijn gevallen) 
  • 's-Gravenhage, Beeklaan 502, van 1945 tot 1988 

ridderorden
Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, 22 december 1958 (door koningin Juliana persoonlijk uitgereikt)

buitenlandse onderscheidingen
Medal of Freedom, met gouden palm (VS), 7 april 1953

overige onderscheidingen en prijzen
erepenning van 's-Gravenhage

relevante buitenlandse reizen
  • onofficeel bezoek aan de Verenigde Staten, januari 1952 
  • achtdaags bezoek aan Zuid-Afrika, oktober 1953 (samen met Algera, vanwege eerste KLM-verbinding) 

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
  • lid Stenografenvereniging "Steeds Sneller" 
  • lid Nederlandse Vereniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken, vanaf 1903 
  • lid korfbalverenigingen "DOS" en "DEOS" te Amsterdam, van 1905 tot 1910 (beide door hem opgericht) 
  • lid Humanistisch Verbond, van 1948 tot 1969 

publicaties/bronnen

publicaties
  • "Werklozensteun", in "Gemeentebestuur" (1924) 
  • "Het Amsterdamsche werkloosheidsrapport", in: "Gemeentebestuur" (1928) 
  • "Het Internationale stedencongres", in: "Gemeentebestuur" (1929) 
  • "Haagsche Werkloosheidsrapporten", in: "Gemeentebestuur" (1930) 
  • "Werklozenzorg en de verhouding tussen Rijk en Gemeenten", in: "Gemeentebestuur" (1931) 
  • "Luchtbescherming en luchtverdediging", in: "Gemeentebestuur" 
  • "Op de kentering" (1945) 
  • "Drees aan het woord" (1952) (redevoeringen en artikelen, red. K. Voskuil) 
  • "Van mei tot mei. Persoonlijke herinneringen aan bezetting en verzet" (1958) 
  • "Een jaar Buchenwald" (1961) 
  • "Zestig Jaar Levenservaring" (1962) 
  • "De vorming van het regeringsbeleid" (1965) 
  • "Lasalle en Marx" (1967) 
  • "De burgemeester in de branding" (1968) 
  • "Monarchie, Democratie en Republiek" (1969) 
  • "Het Nederlandse Parlement vroeger en nu" (1975) 
  • "Marx en het democratisch-socialisme" (1979) 
  • "Herinneringen en Opvattingen" (1983) 

literatuur/documentatie
  • W.H. Vliegen, "Die onze kracht ontwaken deed", deel III, 371 
  • J. Voskuil, "Dr. Willem Drees in caricatuur" (1952) 
  • E. Messer, "Dr. Willem Drees" (1961) 
  • P. van 't Veer (red.), "Neerslag van een werkzaam leven" (redevoeringen en artikelen, 1972) 
  • H. Daalder (red.) en G. Puchinger (interiews), "Drees 90. Gesprekken en Geschriften" (1976) 
  • J. Jansen van Galen en H. Vuijsje "Honderd jaar Drees, Wethouder van Nederland" (1980, 2e verbeterde druk 1986) 
  • H.A. van Wijnen, "Willem Drees, democraat" (1984) 
  • G. Puchinger, "Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw" (1984) 
  • J. Jansen van Galen en H. Vuijsje, "Drees, staatsman tussen de schuifdeuren" (artikelenserie in de Haagse Post) 
  • F. Huis en R. Steenhorst, "Bij monde van Willem Drees" (1985) 
  • J. Jansen van Galen, "Willem Drees 1886-1988", Herdenkingsnummer partijblad Voorwaarts, 1 juni 1988 
  • N. Cramer en H. Daalder (red.), "Willem Drees" (1988) 
  • M.D. Bogaarts, "De periode van het kabinet-Beel 1946-1948. Parlementaire Geschiedenis van Nederland na 1945", Band B, 1349 e.v. (Nijmegen, 1989) 
  • H. Daalder, "Inzake partijleiding en Willem Drees", in: "Van Troelstra tot Den Uyl. Het vijftiende jaarboek voor het democratisch socialisme" (1994), 101-142 
  • H. Daalder en J.H. Gaemers, "Op de kentering. Toekomstbeschouwingen uit bezettingstijd" (1996) 
  • M. Brinkman, "Willem Drees, de SDAP en de PvdA" (1998) 
  • M. Brinkman, "Drees, Willem", in: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, deel V, 58 
  • "Willem Drees. Een Arabisch renpaard uit de stal van Groote", in: B.J. Bonenkamp, "Zwijgend medewerker en aandachtig luisteraar. 150 jaar Stenografische Dienst der Staten-Generaal" (1999), 239-247 
  • B. van Kleef, "Willem Drees. De vleesgeworden betrouwbaarheid", in: P. Brill (red.), "Kopstukken van het laagland. Een eeuw Nederland in honderd portretten" (1999) 
  • H. Daalder, "Het socialisme van Willem Drees" (2000) 
  • H. Daalder, "Willem Drees 1886-1988. Gedreven en behoedzaam. De jaren 1940-1948" (2003) 
  • H. Daalder, "Willem Drees 1886-1988. Vier jaar nachtmerrie. Drees en de Indonesische kwestie" (2004) 
  • J. Bosmans, "Drees (sr.), Willem (1886-1988)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel IV, 116 
  • H. te Velde, "Stijlen van leiderschap. Persoon en politiek van Thorbecke tot Den Uyl" (2003), 155-188 
  • H. Daalder, "Drees en Soestdijk - De zaak-Hoffmans en andere crises 1948-1958" (2006) 
  • J. Gaemers, "De rode wethouder. Willem Drees, 1886-1988. De jaren 1886-1940" (2006) 
  • J. Koers, "Dr. Willem Drees (1886-1988). De drie Willems, Nederland's Patriciaat en de Nederlandse identiteit", in: Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie 2009, 175-186 
  • H. Daalder en J. Gaemers, "Willem Drees 1948-1988. Premier en elder statesman, de jaren 1948-1988" (2014) 
  • Ned. Patriciaat, 1975 

Biografisch Woordenboek(en)
  • biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland 
  • biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland 

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Amsterdam, 28 juli 1910

echtgeno(o)t(e)/partner
C. Hent, Catharina (To)

kinderen
2 zoons en 2 dochters (1 dochter jong gestorven)

vader
J.M. Drees, Johannes Michiel

geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 19 april 1858

moeder
A.S. van Dobbenburgh, Anna Sophia

geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 16 november 1859

broers en zusters
2 zusters (zelf het middelste kind)

beroep grootvader (vaderskant)
kruidenier

beroep grootvader (moederskant)
timmerman en schuitenvoerder

familierelaties
Vader van W. Drees jr., minister, Tweede-Kamerlid en lid Rekenkamer

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.