Kabinet-De Quay (1959-1963)

De Quay (1959-1963)

Dit centrumrechtse kabinet is het eerste naoorlogse kabinet zonder socialisten. De kwestie-Nieuw-Guinea beheerst tijdens deze kabinetsperiode lange tijd de politieke agenda. Loonsverbeteringen worden niet meer centraal geregeld, maar per bedrijfstak. Daardoor zijn verschillen per sector mogelijk. Doordat er sprake is van een hoogconjunctuur kan tevens worden voortgebouwd aan de sociale zekerheid.

Langzamerhand is er sprake van grotere welvaart; de vrije zaterdag wordt ingevoerd en salarissen stijgen. Minister Cals weet met de Mammoetwet een omvangrijke hervorming in het voortgezet onderwijs te bewerkstelligen. Deze zal echter pas in 1968 worden ingevoerd. Minister Klompé brengt de Algemene Bijstandswet tot stand, minister Veldkamp de Kinderbijslagwet.

Het kabinet bestaat uit ministers van de KVP, VVD, ARP en CHU. Minister-president De Quay is afkomstig uit de KVP. Het kabinet treedt op 19 mei 1959 aan en legt op 26 mei de regeringsverklaring af. In december 1960 ontstaat een crisis, maar die wordt spoedig opgelost. Het kabinet wordt op 15 mei 1963 demissionair. Het kabinet-Marijnen volgt het kabinet-De Quay 24 juli 1963 op.

Formatie

Spotprent kabinet De Quayvergrootglas

Beel (KVP), tot informateur benoemd, komt na de verkiezingen al vrij snel tot de conclusie dat herstel van de rooms-rode samenwerking is uitgesloten. De PvdA wil alleen meedoen aan een parlementair kabinet; confessionelen en liberalen willen een extraparlementair kabinet.

De Quay (KVP) krijgt, nadat oud-minister Van den Brink weigert, de formatieopdracht. Op 3 april stemmen de fractievoorzitters van KVP, ARP, CHU en VVD in met de door De Quay opgestelde 'Punten van het regeringsbeleid'. De Quay gaat dan op zoek naar ministers en krijgt daarmee grote problemen. Maar liefst 35 personen worden door hem gepolst. Vooral het vinden van een KVP-kandidaat voor Economische Zaken blijkt niet mogelijk. Het leidt tot de constatering dat 'zelden een ministersambt zo laag genoteerd stond'. (Duynstee in 'De Kabinetsformaties 1946-1965').

Als De Quay uiteindelijk zijn ploeg rond heeft, haakt de ARP af omdat zij ontevreden is over de toebedeelde ministersposten (Landbouw en Sociale Zaken) en over het ontbreken van Zijlstra. Op 24 april loopt een bijeenkomst van de kandidaat-ministers in Kurhaus in Scheveningen daardoor uit op een mislukking.

Hierna komt Beel er weer aan te pas. Hij weet de problemen op te lossen rond de zetelverdeling en vult ook bijna alle namen in. Economische Zaken gaat naar de CHU'er De Pous en Zijlstra komt op Financiën. Voor de KVP resteert Sociale Zaken.

De Quay rondt de formatie af. Hij weet de Eindhovense burgemeester Van Rooy bereid te vinden minister van Sociale Zaken te worden. Schmelzer wordt als staatssecretaris van Algemene Zaken 'assistent' van de onervaren minister-president.

data en feiten formatie

datum wat wie tot en met dagen
12 maart 1959 Tweede Kamer­verkiezingen      
14 maart 1959 benoeming (in)formateur L.J.M. Beel 26 maart 1959 13
28 maart 1959 benoeming (in)formateur J.E. de Quay 27 april 1959 30
1 mei 1959 benoeming (in)formateur L.J.M. Beel 13 mei 1959 13
14 mei 1959 benoeming (in)formateur J.E. de Quay 18 mei 1959 5
19 mei 1959 beëdiging nieuwe bewindslieden Koningin Juliana 14 mei 1963 1457
27 december 1960 benoeming (in)formateur W.F. de Gaay Fortman 1 januari 1961 6
15 mei 1963 kabinet demissionair   23 juli 1963 70
24 juli 1963 ontslag verleend Koningin Juliana    

Regeringsverklaring

Document

Datum 26 mei 1959

Letterlijke tekst (PDF)

Samenstelling kabinet

Minister-President
Dr. J.E. de Quay (kvp)

Viceminister-president
Drs. H.A. Korthals (vvd)

Algemene Zaken
minister: Dr. J.E. de Quay (kvp)
staatssecretaris: Drs. W.K.N. Schmelzer (kvp)

Buitenlandse Zaken
minister: Mr. J.M.A.H. Luns (kvp)
staatssecretaris: Dr. H.R. van Houten (vvd) (24 augustus 1959 - 24 juli 1963)

Justitie
minister: Mr. A.Ch.W. Beerman (chu)

Binnenlandse Zaken
minister: Mr. E.H. Toxopeus (vvd)
staatssecretaris: Mr. Th.H. Bot (kvp) (23 november 1959 - 24 juli 1963)

Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen
minister: Mr. J.M.L.Th. Cals (kvp)
staatssecretaris: G.C. Stubenrouch (kvp) (16 juni 1959 - 22 april 1962)
staatssecretaris: Mr. Y. Scholten (chu) (16 juni 1959 - 24 juli 1963)
staatssecretaris: Dr. H.H. Janssen (kvp) (4 juni 1962 - 24 juli 1963)

Financiën
minister: Dr. J. Zijlstra (arp)
staatssecretaris: Dr. W.H. van den Berge (partijloos) (27 mei 1959 - 24 juli 1963)

Defensie
minister: S.J. van den Bergh (vvd) (19 mei 1959 - 1 augustus 1959)
minister a.i.: Dr. J.E. de Quay (kvp) (1 augustus 1959 - 4 september 1959)
minister: Ir. S.H. Visser (vvd) (4 september 1959 - 24 juli 1963)
staatssecretaris: M.R.H. Calmeyer (chu) (19 juni 1959 - 24 juli 1963)
staatssecretaris: P.J.S. de Jong (kvp) (25 juni 1959 - 24 juli 1963)

Volkshuisvesting en Bouwnijverheid
minister: Mr. J. van Aartsen (arp)

Verkeer en Waterstaat
minister: Drs. H.A. Korthals (vvd)
staatssecretaris: E.G. Stijkel (vvd) (15 oktober 1959 - 24 juli 1963)

Economische Zaken
minister: J.W. de Pous (chu)
staatssecretaris: Dr. G.M.J. Veldkamp (kvp) (19 mei 1959 - 17 juli 1961)
staatssecretaris: Drs. F.J.W. Gijzels (kvp) (14 september 1961 - 24 juli 1963)

Landbouw en Visserij
minister: Mr. V.G.M. Marijnen (kvp)

Sociale Zaken en Volksgezondheid
minister: Dr. Ch.J.M.A. van Rooy (kvp) (19 mei 1959 - 3 juli 1961)
minister a.i.: Mr. V.G.M. Marijnen (kvp) (3 juli 1961 - 17 juli 1961)
minister: Dr. G.M.J. Veldkamp (kvp) (17 juli 1961 - 24 juli 1963)
staatssecretaris: B. Roolvink (arp) (15 juni 1959 - 24 juli 1963)

Maatschappelijk Werk
minister: Dr. M.A.M. Klompé (kvp)

belast met coördinatie van aangelegenheden Suriname en de Nederlandse Antillen betreffend en met de zorg voor aan Suriname en de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand
minister a.i.: Drs. H.A. Korthals (vvd) (1 september 1959 - 24 juli 1963)

Zaken Overzee
minister a.i.: Drs. H.A. Korthals (vvd) (19 mei 1959 - 1 september 1959)

Mutaties

Al enkele maanden na het aantreden van het kabinet treedt minister Van den Bergh af als minister van Defensie. Wegens 'particuliere redenen' is de verklaring. Van den Bergh heeft een relatie met een Amerikaanse vrouw, die in een scheidingsprocedure verwikkeld is. Hij zou bovendien hebben meegewerkt aan het onttrekken van de kinderen van de vrouw aan het gezag van de vader.

Zijn opvolger Visser is afkomstig uit de kring van de liberale werkgevers, waarvan hij secretaris was.

In juli 1961 treedt minister Van Rooy van Sociale Zaken af. Zijn optreden bij de behandeling van de Kinderbijslagwet is uitgelopen op een mislukking. Het wetsvoorstel dreigt te sneuvelen. Ook de 'eigen' KVP-fractie moet constateren dat Van Rooy een te zwakke minister is. Zijn opvolger staatssecretaris Veldkamp (KVP) van Economische Zaken blijkt een veel krachtdadiger persoon.

Veldkamp wordt als staatssecretaris vervangen door de Eindhovense wethouder Gijzels. De in juni 1962 overleden staatssecretaris Stubenrouch wordt op Onderwijs opgevolgd door de Nijmeegse hoogleraar Janssen.

Parlementaire verhoudingen

  Tweede Kamer tot 5 juni 1963 Tweede Kamer vanaf 5 juni 1963 Eerste Kamer tot 20 september 1960 Eerste Kamer van 20 september 1960 tot 5 juni 1963 Eerste Kamer vanaf 5 juni 1963 minister­raad/(kabinet)
KVP 49 50 25 26 26 6 (12)
ARP 14 13 8 8 7 2 (3)
CHU 12 13 8 8 7 2 (4)
PvdA - 43 - - - -
VVD - 16 - - 7 4 (6)
partijloos - - - - - 0 (1)
totaal 75
(50%)
135
(90%)
41
(54.7%)
42
(56%)
47
(62.7%)
 

Tussentijdse crisis

Op 23 december 1960 ontstaat er een crisis, nadat de Tweede Kamer met steun van ARP en CHU een motie-Van Eibergen (ARP) heeft aangenomen. Hierin wordt om de bouw van extra woningwetwoningen gevraagd. Het kabinet dient zijn ontslag in. Na een bemiddeling door De Gaay Fortman (ARP) komt het kabinet op 2 januari 1961 terug op zijn ontslagaanvrage.

Financieel-economisch beleid

Het kabinet verlaat de centrale loonpolitiek, met algemene welvaartsronden. Op 26 juni 1959 verschijnt (na een SER-advies) een nota over lonen, huren en consumentensubsidies. Daarin wordt de gedifferentieerde loonpolitiek aangekondigd, die in afzonderlijke sectoren loonstijgingen mogelijk maakt. Die mogen echter niet de gemiddelde productiviteitsstijging te boven gaan.

Er komt een huurverhoging en de subsidie op onder meer de melkprijs zal in twee stappen worden afgeschaft. Daar staan algemene verhoging van het basisloon, belastingverlaging en een vrijere woningmarkt tegenover. De AOW wordt in 1963 met 15 procent verhoogd.

In maart 1961 wordt de gulden opgewaardeerd, nadat Duitsland de D-mark heeft gerevalueerd. Hiermee moet 'oververhitting' van de economie worden voorkomen.

In 1961 wordt de vrije zaterdag voor ambtenaren ingevoerd. De ambtenarensalarissen worden sterk verhoogd.

In januari 1963 treedt na een wijziging van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen een nieuw systeem van loonvorming in werking. De Stichting van de Arbeid krijgt de bevoegdheid collectieve arbeidsovereenkomsten goed te keuren.

Bijzonderheden

aardgas

Het economisch tij wordt in de tweede helft van de kabinetsperiode gunstig beïnvloed door de ontdekking van aardgas in Groningen (de eerste melding daarvan was in september 1959).

Minister De Pous brengt de Nota inzake het aardgas uit. Daarin wordt de oprichting van de Nederlandse Gasunie aangekondigd. De winning van aardgas wordt in handen gebracht van de Staatsmijnen, Shell en Esso, waarbij het gewonnen aardgas verkocht wordt aan de Gasunie. De minister van Economische Zaken kan prijzen en tarieven goedkeuren en kan bepalen voor welke doeleinden het gas wordt ingezet. De Nederlandse Gasunie moet de gehele gasvoorziening in Nederland gaan verzorgen.

Nederlands Nieuw-Guinea

Onder buitenlandse druk moet het kabinet in 1962 toestemmen met de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië onder VN-toezicht. Eerder waren er in en rond Nieuw-Guinea diverse gewapende schermutselingen. Het parlement stemt in augustus/september 1962 in met het verdrag dat de overdracht regelt.

Minister van Defensie

Er is ernstige kritiek op minister Visser van Defensie, vanwege het ontslag van een kritische ambtenaar (Van der Putten). De VVD-Eerste Kamerfractie zegt in 1962 het vertrouwen in de (geestverwante) minister op, maar dat heeft verder geen gevolgen. De Tweede Kamer stelde een parlementair onderzoek in.

Onderwijswetgeving

Minister Cals brengt twee belangrijke onderwijswetten tot stand: de Wet op het wetenschappelijk onderwijs, die de uit 1876 daterende Hoger-Onderwijswet vervangt en een nieuwe wettelijke basis geeft voor het onderwijs aan universiteiten en hogescholen.

Verder komt in 1963 de Wet op het voortgezet onderwijs tot stand. Deze omvangrijke wet (Mammoetwet) moet vanaf 1968 voor een geheel nieuw stelsel van voortgezet onderwijs zorgen, waarbij leerlingen eenvoudiger kunnen doorstromen naar een hoger niveau. De mulo wordt omgevormd tot mavo. HBS en MMS worden vervangen door havo en vwo.

Andere besluiten van het kabinet zijn:

  • Er komt een premiespaarregeling voor werknemers
  • Enkele tijdelijk geannexeerde Duitse gebieden (Elten en Tudderen) worden teruggegeven aan Duitsland; een verdrag regelt de Duitse herstelbetalingen
  • De plannen van Frankrijk (president De Gaulle) om grote landen een sterke positie in de EEG te geven worden geblokkeerd, met name door verzet van minister Luns
  • Per 30 juli 1962 treedt het gemeenschappelijk Europese landbouwbeleid in werking, waardoor er op den duur één buitentarief komt voor landbouwproducten.
  • Aangekondigd wordt dat in Zoetermeer veel woningen komen om de bevolkingsgroei van Den Haag op te vangen. In de (Eerste) Nota over de Ruimtelijke Ordening, wordt de gedachte van het Groene Hart ontvouwd: de verstedelijking dient plaats te vinden in de Randstad, maar in de kern daarvan moet een open gebied blijven bestaan.
  • Bij Amsterdam wordt de IJ-tunnel aangelegd. Het aantal rijkswegen wordt sterk uitgebreid en Schiphol wordt gemoderniseerd.
  • De voetbaltoto wordt wettelijk toegestaan
  • De Wet op de bejaardenoorden regelt de bouw en exploitatie van woonvoorzieningen voor ouderen
  • De Tweede Kamer wijst in 1963 in meerderheid een plan van het kabinet tot invoering van commerciële omroep af

Troonredes

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •