Mr. J.M.A.H. (Joseph) Luns

foto Mr. J.M.A.H. (Joseph) Luns
bron: Beeldbank Nationaal Archief

Bijna twintig jaar, mede door zijn lange gestalte, een markante minister van Buitenlandse Zaken. Afkomstig uit de diplomatieke dienst. Vormde in 1952 (als minister zonder portefeuille) met Beyen een ministersduo. Vanaf 1956 was hij als enige minister op dat departement. Genoot in brede kring grote populariteit door zijn humor, maar werd door anderen bekritiseerd vanwege onder meer zijn Nieuw-Guineapolitiek en pro-Amerikaanse opstelling. Had weinig genoegen in het politieke debat. Steunde de pogingen van Groot-Brittannië om toe te treden tot de Europese Gemeenschappen en was tegenspeler van De Gaulle. Na zijn ministerschap secretaris-generaal van de NAVO. Stond rechts in de KVP en brak in 1972 met die partij. Conservatief, streng katholiek, autoritair, charmant en op-en-top diplomaat. Had een uitstekend gevoel voor p.r.

KVP
in de periode 1952-1971: lid Tweede Kamer, minister

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornamen (roepnaam)

Joseph Marie Antoine Hubert (Joseph)

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Rotterdam, 28 augustus 1911

overlijdensplaats en -datum
Brussel, 17 juli 2002

begraafplaats en -datum
's-Gravenhage, 23 juli 2002 (na uitvaartdienst in Brussel)

3.

Partij/stroming

partij(en)
  • NSB (Nationaal-Socialistische Beweging), van mei 1933 tot 1936 (erkende ingeschreven te zijn als lid, maar zei geen activiteit van welke aard dan ook ontplooid te hebben)
  • KVP (Katholieke Volkspartij), tot oktober 1972 (vond het lidmaatschap niet te verenigen met zijn functie bij de NAVO)

4.

Hoofdfuncties/beroepen (7/13)

  • eerste ambassadesecretaris (sinds september 1949 ambassaderaad), Permanente Vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties te Lake Success/New York, van 1 augustus 1949 tot 2 september 1952
  • minister zonder portefeuille, minister voor Buitenlandse Zaken, van 2 september 1952 tot 13 oktober 1956
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juli 1956 tot 3 oktober 1956
  • minister van Buitenlandse Zaken, van 13 oktober 1956 tot 6 juli 1971
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 februari 1967 tot 5 april 1967
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 1 oktober 1971
  • secretaris-generaal van de NAVO (Noord-Atlantische Verdrags Organisatie), van 1 oktober 1971 tot 1 juli 1984 (benoemd 4 juni 1971)

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als minister zonder portefeuille in 1952-1956 belast met: niet-Europese zaken (met name Indonesië en Nieuw-Guinea), VN-aangelegenheden, Benelux-aangelegenheden, internationale waterwegen, luchtvaart en transportkwesties en Rode Kruisaangelegenheden

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Partijpolitieke functies

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

6.

Nevenfuncties

  • politiek commentator "Propria Cures", omstreeks 1935
  • adviseur bestuur OSL (Oud-Stijders Legioen)

7.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

8.

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig) (2/19)
  • Bracht in 1969 de Nota betreffende de activiteiten van de Nederlandse regering inzake de humanitaire kant van de zaak-Biafra uit (10.466)
  • Keerde zich tegen verzoeken vanuit de Tweede Kamer om er bij de Amerikanen op aan te dringen de bombardementen op Noord-Vietnam te beëindigen en weigerde de inval van de Verenigde Staten in Cambodja te veroordelen (1970)

als bewindspersoon (wetgeving) (2/7)
  • Bracht in 1971 samen met minister Polak een wet (Stb. 81) tot stand tot goedkeuring van het Internationale Verdrag van New York van 7 maart 1966 inzake de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie (9.723)
  • Bracht in 1971 samen met minister Beernink een wet tot stand tot goedkeuring van het op 31 maart 1953 te New York gesloten Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw (10.478)

U ziet een selectie van activiteiten. In de uitgebreide versie is het gehele overzicht van activiteiten in te zien.

9.

Wetenswaardigheden

algemeen (3/9)
  • Was geen liefhebber van debatten in de Tweede Kamer
  • Door zijn lengte en tamelijk grote neus een geliefd onderwerp van cartoonisten
  • Op 8 maart 1979 debatteerde de Tweede Kamer over een brief van minister-president Van Agt over het vermoeden dat Luns lid was geweest van de NSB

uit de privésfeer (3/6)
  • Persoonlijk bevriend met onder anderen het KVP-Kamerlid Pieter Blaisse (klasgenoot op het Ignatius College) en zijn s.g. Van Tuyll van Serooskerken
  • Kreeg op 14 juni 1961 tijdens de behandeling in de Tweede Kamer van de verslagen over de uitvoering van de Europese verdragen door oververmoeidheid een epileptische aanval. Hield daarna enkele weken rust.
  • Zijn vader, H.M. Luns, was kunstschilder te Brussel, hoofdleraar aam de Tekenacademie te Rotterdam (1908-1918), directeur van de kunstacademie te 's-Hertogenbosch (1918-1923), directeur van de Rijksnormaalschool te Amsterdam (1923-1931) en hoogleraar aan de Technische Hogeschool te Delft (1931-1942)

anekdotes en citaten
  • Tijdens de dagen van de Hongaarse Opstand en de Suez-crisis in 1956 belde zijn pas benoemde collega Marga Klompé hem 's nachts verontrust op om te vragen welke stappen de Nederlandse regering moest nemen, waarop zijn laconieke antwoord was: "de regering slaapt."
  • Beschikte over een rijk arsenaal aan anekdotes en moppen, zowel in het Nederlands als in het Frans en Duits, waar hij geregeld uit putte om de spanning tijdens besprekingen te breken
  • Zijn bekendste politieke uitspraak over het Nieuw-Guineaconflict was (7 september 1962): "A l'impossible nul n'est tenu".

niet-aanvaarde politieke functies
  • lid Tweede Kamer, maart 1959 (teruggekomen op aanvaarding benoeming)
  • lid Tweede Kamer, juli 1963 (teruggekomen op aanvaarding benoeming)

U ziet een selectie van wetenswaardigheden. In de uitgebreide versie is een overzicht van wetenswaardigheden opgenomen.

10.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

11.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.