Tweede Kamerverkiezingen

De leden van de Tweede Kamer worden in principe eens in de vier jaar gekozen op basis van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Ook na de val van een kabinet worden bijna altijd verkiezingen gehouden. Kiesgerechtigd zijn alle Nederlanders die op de dag van de kandidaatstelling 18 jaar of ouder zijn, mits niet het kiesrecht vanwege een veroordeling is ontnomen.

Alles rond verkiezingen is geregeld in de Kieswet. De laatste verkiezingen waren op 17 maart 2017. De eerstvolgende verkiezingen voor de Tweede Kamer vinden plaats in 2021.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Datum

De Tweede Kamerverkiezingen vinden plaats in maart, tenzij er in het verkiezingsjaar Staten- of raadsverkiezingen zijn. Dan zijn de verkiezingen in mei. Als er een Kamerontbinding is geweest, dan moeten er binnen veertig dagen na het besluit daartoe verkiezingen worden gehouden. De verkiezingen zijn de 43ste dag na de kandidaatstelling tussen 7 uur 's ochtends en 9 uur 's avonds.

2.

Kandidaatstelling

Bij de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer bepalen de kiezers hun voorkeur aan de hand van kandidatenlijsten. Deze staan op het stembiljet waarop door de kiezer zijn stem wordt uitgebracht. De kandidaatstelling en de vermelding van partijen is aan regels gebonden. Die staan in de Kieswet.

3.

Lijstencombinatie

Tot 2017 konden partijen die deelnamen aan Tweede Kamerverkiezingen en die in alle kieskringen een lijst hadden ingediend, als lijstencombinatie (lijstverbinding) meedoen. Een voorwaarde daarbij was dat ze dat in alle kieskringen deden. In het verleden waren de lijsten van SGP en ChristenUnie vaak verbonden, maar ook zijn er recent bijvoorbeeld ook lijstverbindingen geweest tussen PvdA, SP en GroenLinks.

4.

Zetelverdeling

Nadat de stembussen zijn afgesloten, worden de stemmen geteld. Aan de hand van het behaald aantal stemmen per lijst, worden de beschikbare zetels verdeeld. Per lijst worden de behaalde zetels aan de kandidaten toegekend. De kiesdeler, het aantal stemmen gedeeld door het aantal beschikbare zetels, bepaalt hoeveel stemmen nodig zijn om een zetel te behalen. Vervolgens worden de restzetels verdeeld.

5.

Opkomst

Tot 1970 bestond opkomstplicht voor verkiezingen en schommelde het opkomstpercentage rond de 94 procent. De opkomst bij de verkiezingen in 1998 was 73,3 procent (8,6 miljoen geldige stemmen); een historisch dieptepunt. Gemiddeld ligt de opkomst tegen de 80 procent.

6.

Verkiezingen 1918 - heden

Van alle verkiezingen in de Tweede Kamer sinds 1917 is op deze website een beschrijving te vinden. Daarin zijn de uitslagen, kerngegevens en informatie over lijsttrekkers en kandidaten opgenomen. Om enige structuur aan te brengen in de veelheid van verkiezingen is een onderverdeling gemaakt naar periode.

7.

CPB-analyse

Sinds 1945 analyseert het Centraal Planbureau (CPB) op eigen initiatief of op verzoek van de regering, het parlement, Kamerleden, vakbonden en werkgeversorganisaties de economische effecten van bestaand beleid en beleidsvoorstellen.

8.

Wetenswaardigheden

Wat is er te zeggen over Tweede Kamerverkiezingen in het verleden, bijvoorbeeld over de grootste winst en het grootste verlies, over resultaten van regeringspartijen en over de kansen op succes van nieuwe partijen.


Meer over



© PDC Informatie Architectuur - Alle rechten voorbehouden