Home > Politieke partij > Politieke jongerenorganisaties

Politieke jongerenorganisaties

Vrijwel iedere in het Nederlandse parlement vertegenwoordigde politieke partij heeft een politieke jongerenorganisatie. Een politieke jongerenorganisatie is een organisatie voor jongeren die statutair is verbonden aan een politieke partij. Een politieke jongerenorganisatie bestaat normaal gesproken uit een (hoofd)bestuur, afdelingen en een congres. De afdelingen concentreren zich meestal op de studentensteden.

Belangrijke activiteiten van politieke jongerenorganisaties zijn onder andere congressen, debatten en activiteiten organiseren, actie voeren, opiniestukken schrijven en jongeren vertegenwoordigen in (afdelings)besturen van de moederpartij. Iedere persoon tussen de 14 en 27 jaar kan lid worden van een PJO.

Functies van politieke jongerenorganisaties

Een politieke jongerenorganisatie heeft vier functies: scholing, rekrutering, het opkomen voor de belangen van jongeren en subsidie. Een politieke jongerenorganisatie heeft vanouds de taak om jongeren voor de partij (levensbeschouwing) te rekruteren en vervolgens te scholen.

In de loop der tijd gingen politieke jongerenorganisaties zich steeds meer bezighouden met het vertegenwoordigen van de jongeren, zowel binnen de partij als daarbuiten. Dit is de articulatiefunctie.

De subsidiefunctie is meer indirect: in 1976 besloot het toenmalige ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk (CRM) om subsidie uit te keren aan politieke partijen die een eigen jongerenorganisatie hadden. Zodra een PJO een ledenaantal van minstens 1000 leden tussen de 14 en 27 jaar heeft, krijgt de moederpartij subsidie. Dit was één van de redenen dat de KVP-jongeren in 1976 door de moederpartij heropgericht was.

Financiering van politieke jongerenorganisaties

Tijdens de verzuiling waren politieke jongerenorganisaties veelal financieel gebonden aan de moederpartijen. Zonder toestemming van het partijbestuur had de jongerenorganisatie geen budget. Tegenwoordig is een groot deel van de PJO's nog steeds afhankelijk van deze geldstroom. Daarnaast spelen de subsidies vanuit de overheid ook een grote rol. Per subsidiabel lid krijgen zowel de moederpartij als de jongerenorganisatie een bepaald bedrag. Ook het aantal zetels van de moederpartij in de Tweede Kamer is een factor bij de vaststelling van het bedrag. Lokale afdelingen worden financieel gezien gesteund door zowel het landelijk bestuur als de lokale afdeling van de moederpartij.

Huidige politieke jongerenorganisaties

  • Jongeren FVD (JFVD)

    Deze jongerenorganisatie van Forum voor Democratie is opgericht in 2017. De beweging is bedoeld voor jongeren tussen de 14 en 27 jaar.

Historische ontwikkeling

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw begonnen politieke partijen meer oog te krijgen voor de vorming van vrouwen en jongeren. Door het oprichten van specifieke afdelingen hoopten de partijen in de scholingsbehoefte te kunnen voorzien. Bij sommige partijen kregen deze jongerenverenigingen de vorm van een studieclub, bij andere werd de nadruk meer op vrijetijdsbesteding en vermaak gelegd. Uiteraard kregen de jongerenorganisaties de taak mee om de jongeren op te voeden volgens de betreffende levensbeschouwing. Vrijwel altijd stond de PJO onder directe leiding van het partijbestuur.

Met de ontzuiling leek dit type jongerenorganisatie verloren te zijn gegaan. Niets bleek minder waar. Politieke jongerenorganisaties kregen geleidelijk juist steeds meer bewegingsvrijheid en werden assertiever. Jongeren werden hierdoor in staat gesteld hun meningen steeds meer en beter over het voetlicht te brengen. Waar tijdens de verzuiling het bestuur de controle op de jongeren in stand hield door een contactpersoon, daar zijn tegenwoordig PJO-bestuurders vaak aanwezig bij vergaderingen van bestuur en/of fractie van de moederpartij.

Waar politieke partijen steeds meer moeite lijken te hebben met hun profilering en het behouden van hun leden, daar vertoonden de ledenaantallen van hun jongerenorganisaties vanaf 2001 een stijging van ruim 60%. Dit zijn overigens schattingen op basis van het aantal subsidiabele leden, die worden bijgehouden door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Deze officiële ledenaantallen, daterend uit 2009, worden ook gebruikt als ledenaantal bij iedere afzonderlijke PJO.


Meer over

Publicaties