Home > Kiezers > Stemmen > Lijstencombinatie

Lijstencombinatie

Partijen die deelnamen aan Tweede Kamerverkiezingen en die in alle kieskringen een lijst hadden ingediend, konden tot 2017 als lijstencombinatie (lijstverbinding) meedoen. Een voorwaarde daarbij was dat ze dat in alle kieskringen deden. In het verleden waren de lijsten van SGP en ChristenUnie vaak verbonden, dat was ook in 2010, 2012 en 2017 het geval. In 2012 was er een lijstverbinding tussen PvdA, SP en GroenLinks. In 2017 tussen de PvdA en GroenLinks.

Door het aangaan van een lijstverbinding profiteerden de verbonden partijen samen van het voordeel dat grotere partijen hadden bij de verdeling van restzetels volgens de methode van de grootste gemiddelden. De verdeling van restzetels binnen de lijsten van de combinatie (volgens de methode van de grootste overschotten) werkte in het voordeel van kleinere partijen in de lijstverbinding.

De Eerste Kamer nam in juni 2017 een wetsvoorstel aan over het afschaffen van de mogelijkheid voor politieke groeperingen om lijstverbindingen aan te gaan.

Wat was een lijstencombinatie?

Er was sprake van een lijstencombinatie, ook wel lijstverbinding genoemd, wanneer twee of meer politieke partijen een gemeenschappelijke verklaring inleverden bij het centraal stembureau waarin stond dat ze hun lijsten met elkaar verbonden.

Een lijstverbinding voor de Tweede Kamerverkiezingen moest aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de aanduiding (dat wil zeggen: de naam) van de betreffende politieke groeperingen moest voor de betreffende Tweede Kamerverkiezing zijn geregistreerd;
  • de partijen die de lijstverbinding aangingen, moesten in alle kieskringen een lijst hebben ingediend;
  • in alle kieskringen moest sprake zijn van een lijstencombinatie tussen de betreffende partijen.

Lijstencombinaties en zetelverdeling

Nadat de stembussen zijn afgesloten, worden de stemmen geteld. Aan de hand van het behaald aantal stemmen per lijst, worden de beschikbare zetels verdeeld. Per lijst worden de behaalde zetels aan de kandidaten toegekend. De kiesdeler, het aantal stemmen gedeeld door het aantal beschikbare zetels, bepaalt hoeveel stemmen nodig zijn om een zetel te behalen. Vervolgens worden de restzetels verdeeld.

Voor- en nadelen van lijstencombinaties

Een lijstencombinatie profiteert bij de restzetelverdeling tussen de lijsten(combinaties) van het feit dat de restzetelverdeling volgens de methode van de grootste gemiddelden in het voordeel werkt van grotere partijen. Door het aangaan van een lijstverbinding wordt als het ware tijdelijk (voor de berekening van de restzetels) een grotere partij gecreëerd. De lijstencombinatie als geheel kan er qua zetels nooit op achteruit gaan vergeleken met de situatie dat er geen combinatie zou zijn.

De restzetelverdeling binnen een lijstencombinatie, volgens de methode van de grootste overschotten, werkt in het voordeel van de kleinere partij(en) binnen de combinatie. Voor de grote partij is er zelfs een kleine kans dat er een zetel verloren gaat vergeleken met de situatie dat er geen combinatie zou zijn. De kans dat de grotere partij ook profiteert is overigens groter dan de kans dat de grotere partij slechter af is door de lijstverbinding.

Een nadeel van een lijstencombinatie kan zijn, dat kiezers het niet op prijs stellen dat een stem op de ene partij ook uitpakt ten gunste van een andere partij waarop de kiezer niet heeft gestemd. Natuurlijk kunnen er ook kiezers zijn die sympathie hebben voor alle partijen binnen de combinatie, en dan geldt dit bezwaar niet; integendeel.

Lijstencombinaties in de praktijk

In het verleden hebben er lijstencombinaties deelgenomen aan de Tweede Kamerverkiezingen. Zo deden bij de verkiezingen van 1986 combinaties mee van SGP, RPF en GPV, en van PPR, PSP en CPN. In de laatstgenoemde lijstverbinding haalde de CPN niet zelfstandig de kiesdeler en werd daarom voor de zetelverdeling buiten de lijstencombinatie geplaatst. De CPN haalde in 1986 dan ook geen Tweede Kamerzetel.

Historie

De mogelijkheid tot lijstverbinding binnen een zelfde kieskring bestaat sinds 1973 bij de Tweede Kamerverkiezingen en de Statenverkiezingen. Het wetsvoorstel om dat te regelen, werd in 1970 door minister Beernink ingediend en na verdediging door minister Geertsema door De Gaay Fortman in het Staatsblad gebracht.

Door de lijstverbinding konden verwante partijen voorkomen dat restzetels naar een andere partij gingen. Dat paste in het streven naar partijpolitieke concentratie, zoals de samenwerking van PvdA, PPR en D'66 en van KVP, ARP en CHU. Kiezers konden niet langer alleen de partij steunen waarop ze stemden, maar ook het politieke blok waartoe die partij behoorde.

De Eerste Kamer nam in juni 2017 een wetsvoorstel aan waardoor de mogelijkheid tot het aangaan van een lijstencombinatie werd afgeschaft. De regering had dit voorstel ingediend, omdat partijen die geen lijstencombinatie vormden minder zetels kregen dan partijen waarop minder stemmen waren uitgebracht en wel een lijstencombinatie aangingen. Omdat dit niet (meer) leidde tot verdere samenwerking of het mogelijk samengaan van de partijen, zoals in de jaren zeventig werd gedacht, viel deze scheefheid volgens de regering niet langer te verdedigen. Daarnaast wees de regering op de ondoorzichtigheid van de lijstencombinaties, omdat het grote voordeel hiervan voortkomt uit de restzetelverdeling, die veel mensen niet goed begrijpen.


Meer over