Koning Willem Alexander leest de troonrede voor in de Ridderzaal.
De gouden koets op Prinjesdag. Een zwart-wit foto van Juliana, Beatrix en Bernard in de Ridderzaal
De Ridderzaal in Den Haag.
Een zwart-wit foto van een vergadering in de oude zaal in de Tweede Kamer. Een momentopname van een vergadering.
Eerste Kamer in vergadering Tweede Kamer in vergadering in de plenaire zaal.

Wie nemen op en rond het Binnenhof de belangrijke besluiten?



Beslissingen lijken te worden genomen in een klein gebied in Den Haag, het Binnenhof. Dat wordt wel de Haagse 'kaasstolp' genoemd. In feite zijn er ook buiten het Binnenhof vele plekken van waaruit wordt bestuurd.

Naast regeringsmacht is bovendien controle van die macht onmisbaar. Beslissingen en wetten dienen te worden uitgevoerd en daarop is toezicht nodig. Besluitvorming kan evenmin zonder inspraak en advisering.

De politiek kent daarom vele 'spelers', elk met een eigen rol en verantwoordelijkheid.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Hoe werkt het?

Politieke besluitvorming is ingewikkeld. Er worden beslissingen genomen en plannen en wetten gemaakt, maar ook moet steeds in de gaten worden gehouden of het land goed wordt bestuurd. Daarnaast moeten beslissingen worden uitgevoerd. En gewone burgers en organisaties hebben ook het recht om zich met het nemen van besluiten te bemoeien.

Er zijn verschillende vragen te stellen over hoe de politiek werkt en wie daarin wat doet:

  • wie bepaalt de hoofdlijnen?
  • wie nemen de beslissingen?
  • wie voert ze uit?
  • wie houdt alles in de gaten?

2.

Hoofdlijnen

Het bepalen van de hoofdlijnen (het beleid) wordt in overleg gedaan door kabinet en Tweede Kamer.

In het kabinet zitten de ministers en staatssecretarissen.

In de Tweede Kamer (en Eerste Kamer) zitten de door ons gekozen vertegenwoordigers. Tweede en Eerste Kamerleden worden voor vier jaar gekozen. Iedereen boven de 18 jaar mag de Tweede Kamerleden kiezen. De leden van Provinciale Staten kiezen de Eerste Kamerleden.

De ministers bedenken meestal de hoofdlijnen van een plan. Het zijn de ambtenaren die het verder schrijven. Een plan wordt voorgelegd aan de Tweede Kamer, die erover meedenkt en het eventueel kan wijzigen. Ook voor verschillende beleidsterreinen worden plannen opgesteld. Zo kunnen kabinet en Tweede Kamer een plan maken om het milieu schoner te maken.

3.

Wetgeving

Zo'n plan moet daarna worden uitgevoerd. Dat kan door een wet te maken (bijvoorbeeld om roken niet overal toe te staan). Een wet maken doen kabinet en Tweede Kamer gezamenlijk. Meestal komt het kabinet met een voorstel, dat door de Tweede Kamer wordt besproken.

De Tweede Kamer kan een wetsvoorstel wijzigen, maar bovendien ook verwerpen. De Eerste Kamer kan daarna een wetsvoorstel alleen nog maar aannemen of verwerpen.

4.

Beslissingen

Ten aanzien van de vraag: wie neemt de beslissingen? luidt het antwoord: de ministers. Dat zijn politici die na vier jaar vervangen kunnen worden door anderen. Beslissingen van ministers worden in de Tweede Kamer besproken en goed- of afgekeurd.

De ministers werken niet alleen afzonderlijk, maar vooral ook als team, het kabinet. Ze vergaderen minstens een keer per week om belangrijke beslissingen te nemen. Het kabinet wordt gevormd tijdens de kabinetsformatie. Die begint, nadat de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen bekend is.

Behalve goed- of afkeuring in de Tweede Kamer is bij het nemen van beslissingen ook van belang dat burgers en organisaties (bijvoorbeeld de vakbonden of de Consumentenbond) daarover hun mening kunnen geven.

5.

Uitvoering

Het uitvoeren van die beslissingen gebeurt door andere mensen. Landelijk zijn dat de ambtenaren. Dit zijn geen politici en zij kunnen dan ook niet om politieke redenen worden ontslagen. De ambtenaren werken op de ministeries. Voor verschillende beleidsterreinen zijn er verschillende ministeries (bijvoorbeeld voor Onderwijs en Defensie).

Maar er zijn ook andere uitvoerende diensten, bijvoorbeeld een organisatie die de studiefinanciering regelt of de Belastingdienst, die niet alleen voor de belastinginning zorgt, maar ook voor toeslagen voor zorg en huren.

Verder zijn provincies en - vooral - gemeenten betrokken bij de uitvoering. Gemeenten regelen bijvoorbeeld de thuiszorg en de hulp aan jongeren.

6.

Controle

De Tweede Kamer is belast met de controle van de regering. De Tweede Kamer kan ministers om uitleg vragen over een genomen beslissing. Bovendien kan een minister (of het hele kabinet) 'naar huis worden gestuurd' maar dat komt niet zo vaak voor. Wel zorgt de Tweede Kamer er regelmatig voor dat een minister een maatregel die hij wilde nemen, verandert. Ook de Eerste Kamer heeft controlerechten, maar zij maakt daarvan veel minder gebruik dan de Tweede Kamer.

De Tweede Kamerleden mogen vragen stellen, debatten aanvragen en - maar daarover moet de Kamer beslissen - een onderzoek instellen.

Via een Burgerinitiatief kunnen burgers de Tweede Kamer vragen een bepaald onderwerp te bespreken.

7.

Advies en toezicht

Voor een wetsvoorstel wordt ingediend, moet de regering advies vragen aan de Raad van State. Die kijkt of het voorstel goed in elkaar zit en voldoende is onderbouwd. Er zijn echter nog meer adviesraden zoals de Sociaal-Economische Raad.

Of het beleid goed uitpakt en of geld goed wordt uitgegeven, wordt in de gaten gehouden door de Algemene Rekenkamer.

Beide instellingen zijn onafhankelijk. De leden ervan zijn niet in dienst van de Tweede Kamer of het kabinet.