Mr. Th.H. (Theo) Bot

foto Mr. Th.H. (Theo) Botvergrootglas

Acht jaar KVP-bewindsman in diverse kabinetten. Werd na een bestuurlijk-ambtelijke loopbaan in Indonesië en op Buitenlandse Zaken staatssecretaris voor Nieuw-Guinea in het kabinet-De Quay . Als minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen in het kabinet-Marijnen was hij het middelpunt van het conflict over de omroepkwestie. Werd naderhand onder meer door KVP-fractievoorzitter Schmelzer bekritiseerd vanwege de wijze waarop hij die kwestie had behandeld. Werd in het kabinet-Cals niettemin verrassend (de eerste) minister voor Ontwikkelingshulp. Na zijn politieke loopbaan diplomaat.

KVP
in de periode 1959-1967: lid Tweede Kamer, staatssecretaris, minister

Voornamen (roepnaam)

Theodorus Hendrikus (Theo)

Personalia

geboorteplaats en -datum
Dordrecht, 20 juli 1911

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 24 september 1984

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

Partij/stroming

partij(en)
KVP (Katholieke Volkspartij)

Hoofdfuncties/beroepen

  • bestuursambtenaar, gedetacheerd bij de Dienst der Oost-Aziatische Zaken te Batavia, Purwakarta en Soekaboemi (Ned.-Indië), van 1936 tot 1942
  • verblijf in Nederland, vanaf 21 maart 1946
  • waarnemend hoofd, afdeling voorbereiding staatsrechtelijke hervorming, ministerie van Overzeese Rijksdelen, van 1946 tot 1 juni 1948
  • waarnemend hoofd, afdeling politieke zaken van het algemeen secretarie te Batavia (Ned.-Indië), van 1 juni 1948 tot 1 maart 1949
  • politiek adviseur van de Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon te Batavia (Ned.-Indië), van 1 maart 1949 tot 1 januari 1950
  • raadadviseur in algemene dienst, ministerie van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen, van 1 januari 1950 tot 1 maart 1954
  • adjunct-secretaris-generaal Nederlands-Indonesische Unie, van 1 januari 1950 tot 1 maart 1954
  • chef directie westelijke samenwerking en NAVO en WEU (rang: raadadviseur in algemene dienst), ministerie van Buitenlandse Zaken, van 1 maart 1954 tot 23 november 1959
  • staatssecretaris van Binnenlandse Zaken (belast met aangelegenheden betreffende Nederlands Nieuw-Guinea), van 23 november 1959 tot 24 juli 1963
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 2 juli 1963 tot 24 juli 1963
  • minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van 24 juli 1963 tot 14 april 1965
  • minister zonder portefeuille, belast met de aangelegenheden betreffende de hulp aan ontwikkelingslanden, van 14 april 1965 tot 5 april 1967
  • ambteloos, van april 1967 tot januari 1968
  • buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur te Ottawa, van 17 januari 1968 tot juli 1973 (benoemd in september 1967)
  • buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur te Wenen, tevens permanent vertegenwoordiger van het Koninkrijk der Nederlanden bij de IAEA (Internationaal Atoomenergie Agentschap), van juli 1973 tot 1 augustus 1976

gevangenschap/internering
Japans krijgsgevangene op Java en in Birma en Thailand, van 8 maart 1942 tot 30 september 1945

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bracht in februari 1960 een bezoek aan Nieuw-Guinea, Australië en de Verenigde Staten om over de toekomstige status van Nederlands Nieuw-Guinea te praten.
  • Diende in 1961 met minister Toxopeus een Tienjarenplan in voor verwezenlijking van zelfbestuur en zelfbeschikking van Nederlands Nieuw-Guinea
  • Installeerde op 24 december 1963 een door hem ingestelde Pacificatiecommissie televisie-aangelegenheden, die moest adviseren over de bezetting van het tweede televisienet. De uit politici, omroepbestuurders en concessie-aanvragers bestaande commissie onder leiding van mr. G.E. Langemeijer moest uiterlijk 30 juni 1965 advies uitbrengen.
  • Slaagde er in 1965 niet in een voorstel voor een ontwerp-Omroepwet door het kabinet aanvaard te krijgen, wat leidde tot de val van het kabinet-Marijnen
  • Bracht in 1966 de Nota inzake de hulp aan minder ontwikkelde landen uit. Daarin werd de nadruk gelegd op een internationaal gecoördineerd beleid en een structurele ontwikkelingsstrategie die verandering in het wereldeconomisch beeld mede tot oogmerk had. Nederland zou zich gaan inzetten voor veranderingen in het wereldhandelsbestel, waarin ook ontwikkelingslanden een plaats moesten krijgen. (8.671)
  • Bracht in 1967 een beleidsbrief uit over hulpverlening aan Indonesië (9.025)

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1961 als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken samen met minister Toxopeus de Wet tot partiële herziening van de Bewindsregeling Nieuw-Guinea tot stand, waarbij een Nieuw-Guinea Raad werd ingesteld. Die raad gaf de inheemse bevolking (papoea's) een zekere invloed op het bestuur en moest de opmaat vormen voor zelfbestuur en daarna zelfbeschikking. (5.970)
  • Bracht in 1962 een wet tot instelling van een bijstandskorps van burgerlijke rijksambtenaren voor Nieuw-Guinea tot stand (6.502)
  • Bracht in 1964 als minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen de Machtigingswet technische Rijkshogeschool te Enschede (Stb. 324) tot stand. (7.582)
  • Bracht in 1964 samen met minister Scholten de Wet installaties Noordzee ('anti-REM-wet') (Stb. 447) tot stand, waardoor installaties op kunstmatige eilanden die gebouwd zijn op het Continentale Plat onder het vigerende recht worden gebracht. Met de wet kan worden opgetreden tegen uitzending door de commerciële zender TV-Noordzee vanaf het REM-eiland, hetgeen ook gebeurt. (7.643)

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Werd als Japans krijgsgevangene tewerkgesteld bij de aanleg van de Birma-spoorlijn
  • Een broer van hem was rector-directeur van het Jezuïeteninternaat te Zeist
  • Zijn echtgenote verbleef tijdens de oorlog in een interneringskamp nabij Batavia
  • Zijn vader was onderwijzer en later leraar Duits en hoofd van een ULO-school

Publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • Wie is dat? 1956
  • "'Een fascinerende opgave'. De nieuwe staatssecretaris voor Nieuw-Guinea", De Tijd, 16 december 1959
  • "Mr Th.H. Bot: 'Werk van voorganger, mr. Cals, verder uitbouwen", De Tijd, 13 augustus 1963

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.