Kabinetsformatie 1959

Het kabinet-De Quay kwam na de verkiezingen van 1959 vrij moeizaam tot stand. De drie christelijke partijen kozen onder leiding van informateur Beel (KVP) wel snel voor hun coalitiepartner (de VVD) en het opstellen van het programma ging eveneens vlot. Omdat de PvdA parlementaire binding wilde en de andere partijen niet, stond die partij snel buiten de formatie. Het invullen van de ministersposten door formateur De Quay bleek echter wel een probleem. Dat was zo groot, dat hij na ruim een maand formeren zijn opdracht teruggaf. Beel had als informateur meer succes bij de zetelverdeling en de personele invulling, waarna De Quay (KVP) de informatie kon afronden.

Verloop van de formatie

Kapellenjachtvergrootglas

Informatie-Beel

Beel (KVP), tot informateur benoemd, kwam na de verkiezingen al vrij snel tot de conclusie dat herstel van de rooms-rode samenwerking was uitgesloten. De PvdA wilde alleen meedoen aan een parlementair kabinet; confessionelen en liberalen wilden een extraparlementair kabinet.

Formatie-De Quay

De Quay (KVP) kreeg, nadat oud-minister Van den Brink weigerde, de formatieopdracht. Op 3 april stemden de fractievoorzitters van KVP, ARP, CHU en VVD in met de door De Quay opgestelde 'Punten van het regeringsbeleid'. De Quay ging daarna op zoek naar ministers. Hij kreeg daarmee grote problemen. Vooral het vinden van een KVP-kandidaat voor Economische Zaken bleek niet mogelijk. Maar liefst 35 personen werden door hem gepolst. Het leidde tot de constatering dat 'zelden een ministersambt zo laag genoteerd stond'. (Duynstee in 'De Kabinetsformaties 1946-1965').

De KVP en CHU bleken grote moeite te hebben met het vinden van geschikte kandidaten, waarbij de CHU het ook niet eens was met de in eerste instantie toebedeelde portefeuilles (Landbouw en Volkshuisvesting).

Toen De Quay uiteindelijk zijn ploeg rond had, haakte de ARP af omdat zij ontevreden was over haar ministersposten (Landbouw en Sociale Zaken) en de kandidaat-ministers zich onvoldoende door de partij gesteund voelden. Vooral het niet terugkeren van Zijlstra stuitte op verzet. Op 24 april liep een bijeenkomst van de kandidaat-ministers in het Kurhaus te Scheveningen daardoor op een mislukking uit. De Quay gaf na een maand formeren zijn opdracht terug.

Informatie-Beel en formatie-De Quay

Hierna kwam Beel er weer aan te pas. Hij wist de problemen op te lossen rond de zetelverdeling en vulde ook bijna alle namen in. Economische Zaken ging naar de CHU'er De Pous en Zijlstra kwam nu wel op Financiën. Een tweede CHU'er, Beerman, kwam op Justitie terecht. Voor de KVP resteerde Sociale Zaken. De post Landbouw, waar zowel de ARP als de CHU moeite mee hadden, ging naar de KVP'er Marijnen.

Na het ingrijpen van Beel wist De Quay de formatie af te ronden. Hij vond de Eindhovense burgemeester Van Rooy bereid minister van Sociale Zaken te worden. Schmelzer werd als staatssecretaris van Algemene Zaken 'assistent' van de onervaren minister-president. Daarmee was het kabinet-De Quay rond.

Regeerprogramma

Het regeringsprogramma van het kabinet-De Quay werd op 21 mei 1959 in de ministerraad vastgesteld. Eerder hadden de fractievoorzitters van KVP, VVD, ARP en CHU ingestemd met de hoofdlijnen van het voorgenomen regeringsbeleid.

Betrokken personen

De informateur

L.J.M. (Louis) Beel

Katholieke staatsman. Eén van de belangrijkste politici van na 1945. Begon zijn loopbaan als gemeenteambtenaar. In 1945 werd hij minister van Binnenlandse Zaken en als zodanig speelde hij een voorname rol bij de naoorlogse zuiveringen. Was als premier en Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon een vooraanstaande figuur in het moeizame proces van dekolonisatie. Voorstander van militair optreden (politionele acties) tegen de Republiek Indonesia. Na terugkeer uit Indië hoogleraar en in 1951 weer minister van Binnenlandse Zaken en in het kabinet-Drees III tevens vicepremier. Had een goede band met Drees. In de jaren vijftig en zestig als (in)formateur betrokken bij de vorming van diverse kabinetten, vooral van centrumrechtse signatuur. Belangrijk adviseur en vertrouweling van koningin Juliana. Gezagvol, inventief en doortastend politicus, die vaak als regelaar en 'bruggenbouwer' fungeerde. Ook een wat dorre jurist. Had als bijnaam 'de Sfinx'.

De formateur

J.E. (Jan) de Quay

Katholieke hoogleraar psychologie, die tussen 1959 en 1963 het eerste naoorlogse kabinet zonder socialisten leidde. Kreeg in 1940 landelijke bekendheid als leider van de (omstreden) Nederlandse Unie. Werd aan het einde van de oorlog minister van Oorlog en daarna Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Bevorderde in laatstgenoemde functie de industrialisatie van die provincie. Na een moeizame formatie in 1959 kabinetsleider. Hij verklaarde nadien bij meerdere gelegenheden premier 'tegen wil en dank' te zijn. Was wel een goed teamleider en werd tamelijk populair. Keerde in 1963 desondanks niet terug als premier. Had eventueel vicepremier onder Zijlstra willen worden, maar de KVP gaf de voorkeur aan een katholieke premier. Werd in 1963 wel senator, maar zag af van het fractievoorzitterschap in de Senaat. Vicepremier en minister van Verkeer in het interimkabinet-Zijlstra.

De fractievoorzitters bij de onderhandelingen

C.P.M. (Carl) Romme

Voorman van de KVP die met Drees in de naoorlogse jaren de Nederlandse politiek domineerde. Was voor de Tweede Wereldoorlog als jong Amsterdams gemeenteraadslid al een gedreven katholiek politicus. Na een hoogleraarschap in Tilburg werd hij in 1937 minister van Sociale Zaken in het vierde kabinet-Colijn. Streefde een actievere werkgelegenheidspolitiek na en kreeg bekendheid door zijn spaarregeling voor werklozen ('het kwartje van Romme'). Werd na de oorlog geen minister meer, waarbij mogelijk zijn wat omstreden rol in de oorlog (commissaris van een reclamebedrijf dat ook voor de Duitsers werkte) een rol speelde. Was tot 1961 fractieleider en werd toen staatsraad. Was tevens politiek commentator van 'de Volkskrant'. Begenadigd spreker, die prachtige zinnen maakte. Harde werker: las als enige alle kamerstukken. Politieke peetvader van Klompé en Schmelzer. Bijnaam: 'de Sfinx van Overveen'.

J.A.W. (Jaap) Burger

Gewiekste PvdA-voorman die in het tijdperk-Drees, maar ook nadien als formateur een vooraanstaande politieke rol speelde. Was advocaat in Dordrecht en werd in 1944 als Engelandvaarder opgenomen in het kabinet-Gerbrandy. Een conflict met Gerbrandy over de naoorlogse berechting van 'foute' Nederlanders leidde tot zijn aftreden. In 1945 voor de SDAP lid van het Nood-parlement en vanaf 1952 als fractievoorzitter naast Drees de voornaamste PvdA-politicus. In 1955 en 1956 succesvol informateur. Verliet in 1962 de Tweede Kamer na kritiek op zijn ongepolijste stijl. Werd daarna senator en in 1970 staatsraad. Mede door zijn directe wijze van uitdrukken en doortastende optreden wist hij in 1973 een wig te drijven in het confessionele kamp en werd hij de architect van het kabinet-Den Uyl. Was behalve PvdA-voorman ook voorzitter van de VARA.

P.J. (Pieter) Oud

Staatsman, geschiedschrijver, staatsrechtgeleerde en voorman van de VDB en de VVD. Begon zijn loopbaan als kandidaat-notaris en belastingontvanger en was al op jonge leeftijd een vooraanstaand en veelzijdig Tweede Kamerlid. Trad in 1933 met Marchant toe tot het crisiskabinet-Colijn en voerde als minister van Financiën een strak bezuinigingsbeleid. In 1938 burgemeester van Rotterdam (tot 1952). Na de oorlog korte tijd lid van de PvdA, maar voelde zich daarin toch niet thuis en richtte met Stikker in 1948 de VVD op. Werd daarvan de onbetwiste politieke leider. Sprak met een wat hoge, zachte stem, maar had in de Kamer veel gezag door zijn kennis van het staats- en parlementsrecht. Kon overigens ook vilein uit de hoek komen en gold als autoritair. Schreef standaardwerken over de parlementaire geschiedenis.

J.A.H.J.S. (Sieuwert) Bruins Slot

Journalist en ARP-politicus, die tussen 1956 en 1963 de ARP-Tweede Kamerfractie leidde. Nam in de oorlog ontslag als burgemeester en speelde in het verzet een belangrijke rol bij het illegale 'Trouw'. Bleef na de oorlog als hoofdredacteur aan die krant verbonden. In de Kamer buitenland-woordvoerder en warm voorstander van Europese samenwerking. Volgde in 1956 Schouten op als fractieleider. Hoofdrolspeler bij de bouwcrisis van 1960, waarbij zijn fractie tegenover de 'eigen' bewindslieden Van Aartsen en Zijlstra kwam te staan. Nadat hij in 1961 ook zijn standpunt ten aanzien van Nieuw-Guinea had gewijzigd, raakte hij geleidelijk uit de gratie bij de ARP. In 1963 trok hij zich terug uit de politiek.

H.W. (Hendrik) Tilanus

Voorman van de CHU in het midden van de twintigste eeuw. Bijna eenenveertig jaar Tweede Kamerlid en later tevens fractievoorzitter en partijvoorzitter. Was oorspronkelijk officier. Werd een gezaghebbend Kamerlid met name op defensie- en onderwijsgebied en was jarenlang secretaris van de Onderwijsraad. Gijzelaar in Sint-Michielsgestel. Leidde zijn partij door de crisis over de Indische politiek, waarbij hij met veel interne oppositie te maken had. Exponent van de gematigde, gouvernementele CHU, wars van scherpslijperij. Trad als partijleider zelfstandig op, maar gaf fractieleden wel de ruimte om een minderheidsstandpunt in te nemen. Tamelijk pragmatisch ingesteld, geen theoreticus. Kwam altijd per fiets naar het Binnenhof.

De vaste adviseurs van de koningin

J.A. (Jan) Jonkman

Kenner van Nederlands-Indië die Minister van Overzeese Gebiedsdelen was in het kabinet-Beel I en later Eerste Kamervoorzitter. Behoorde in Nederlands-Indië tot de progressieve figuren rond het blad 'De Stuw'. Als minister kreeg hij te maken met de Indonesische vrijheidsstrijd. Probeerde een realistische koers te varen, waarbij gestreefd werd naar overeenstemming met de Republiek Indonesia. Het in het najaar van 1946 gesloten Akkoord van Linggadjati bleek uiteindelijk geen basis voor overeenstemming en in 1947 werd overgegaan tot de eerste politionele actie tegen de Republiek. Na zijn ministerschap was hij lange tijd een gewaardeerde Senaatsvoorzitter. Naar buiten toe formalistisch, maar tevens sociaal voelend en beschikkend over verfijnde humor.

L.G. Kortenhorst

Katholieke Tweede Kamervoorzitter, die dat ambt vijftien jaar bekleedde. Was advocaat in Amsterdam en secretaris van katholieke werkgeversorganisatie en behoorde tot de vooraanstaande leden van de RKSP- en KVP-fracties. Verdedigde als advocaat het 'foute' dagblad 'De Telegraaf' en Pieter Menten. Was ook actief als schrijver en politiek commentator van 'de Volkskrant'. Tijdens zijn voorzitterschap werd onder meer de werkwijze van de Kamer gemoderniseerd. Was voorstander van levendige debatten. Kwam in december 1958 in conflict met de PvdA-fractie toen hij tegen de zin van de regering afhandeling van een wetsvoorstel doorzette. Zijn charme zorgde er overigens voor dat die 'aanvaring' niet de persoonlijke verhoudingen verstoorde.

A.A.L. (Bram) Rutgers

Antirevolutionair staatsman en vicepresident van de Raad van State. Intelligente exacte wetenschapper. Kwam in Nederlands-Indië in het openbaar bestuur terecht. Werd later Gouverneur van Suriname en was in de jaren'30 enige tijd Tweede Kamerlid. Bescheiden en degelijk lid van de Raad van State die in de bezettingstijd de Afdeling voor Geschillen van Bestuur in stand hield waardoor hij nuttig verzetswerk kon doen. Na de oorlog toen Beelaerts als vicepresident van de Raad van State disfunctioneerde, zorgde Rutgers voor het interne management. Eerst in de koloniën en later in Nederland was hij zeer betrokken bij het christelijk onderwijs.


Meer over