Dr. M.A.M. (Marga) Klompé

foto Dr. M.A.M. (Marga) Klompévergrootglas

In 1956 de eerste vrouwelijke minister van ons land. Doortastend politiek zwaargewicht in de KVP. Vertrouwelinge van Romme , die als Tweede Kamerlid buitenland-woordvoerder van haar fractie was, met belangstelling voor de Europese samenwerking. Volgde in 1956 Van Thiel op als minister van Maatschappelijk Werk . Bracht in 1963 de Algemene Bijstandswet tot stand. Loodste in 1966 als minister van Cultuur de Omroepwet door het parlement. Vormde in het kabinet-De Jong in haar eentje op de linkervleugel een essentiële steunpilaar. Vrouw met veel gezag in het parlement, die door haar mannelijke collega's vaak vriendschappelijk werd geplaagd om de grote ernst waarmee zij haar taken uitvoerde. Kwam soms wat hautain en belerend over, mede door haar deftige spreektrant. Was aanvankelijk docente scheikunde en op dat terrein gepromoveerd. Actief in het verzet als koerierster.

KVP
in de periode 1948-1971: lid Tweede Kamer, minister, lid EGKS-parlement, minister van staat

Voornamen (roepnaam)

Margaretha Albertina Maria (Marga)

Personalia

geboorteplaats en -datum
Arnhem, 16 augustus 1912

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 28 oktober 1986

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

Partij/stroming

partij(en)
KVP (Katholieke Volkspartij)

Hoofdfuncties/beroepen

  • lerares natuur- en scheikunde, R.K. meisjeslyceum "Mater Dei" te Nijmegen, van 1932 tot 1949 (na het behalen van het kandidaatsexamen, om studie te kunnen betalen)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 12 augustus 1948 tot 13 oktober 1956
  • lid Gemeenschappelijke Vergadering van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, van 10 september 1952 tot 17 oktober 1956
  • minister van Maatschappelijk Werk, van 13 oktober 1956 tot 24 juli 1963
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 maart 1959 tot 19 mei 1959
  • minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen ad interim, van 7 november 1961 tot 4 februari 1962 (in verband met ziekte van minister Cals)
  • minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen ad interim, van 23 april 1963 tot juni 1963 (in verband met ziekte van minister Cals)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 2 juli 1963 tot 22 november 1966
  • minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, van 22 november 1966 tot 6 juli 1971
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 februari 1967 tot 5 april 1967

ambtstitel
  • minister van staat, van 17 juli 1971 tot 28 oktober 1986

Activiteiten

als parlementariër
  • Hield zich als Tweede Kamerlid vooral bezig met buitenlandse zaken (Europese zaken); later ook met maatschappelijk werk en hoger onderwijs. Voerde in 1949 namens haar fractie het woord bij de behandeling van het wetsvoorstel tot goedkeuring van het NAVO-verdrag.
  • Was in 1966 woordvoerster van haar fractie bij het debat over de herziening van het Reglement van Orde
  • Interpelleerde op 7 juli 1966 minister Diepenhorst over het niet doorgaan van een experiment met de invoering van een numerus clausus voor bepaalde studies

opvallend stemgedrag
  • Behoorde in 1955 tot de vijf leden van haar fractie die vóór de motie-Tendeloo stemden over opheffing van het arbeidsverbod voor de gehuwde ambtenares
  • Behoorde in 1955 tot de vier leden van haar fractie die tegen een (verworpen) amendement-Stokman stemden om de gemeenteraad de bevoegdheid te geven een huwende kleuterleidster te ontslaan

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Wist in de periode 1956-1958 de positie van haar ministerie te versterken ten koste van met name het ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid
  • Kreeg vanaf december 1957 te maken met de opvang en huisvesting van circa 50.000 Indische Nederlanders (repatrianten) die gedwongen waren Indonesië te verlaten
  • Nam in 1959 het besluit de gezinsoorden (voor onmaatschappelijke gezinnen) op te heffen
  • Kwam in 1960 met een regeling voor hulpverlening aan oorlogsslachtoffers 1940-'45
  • Kwam in 1962 met een tijdelijke bijstandsregeling voor mindervaliden
  • Streefde er als minister van CRM naar het kunstbeleid integraal onderdeel te laten zijn van het gehele welzijnsbeleid. Stelde extra middelen ter beschikking voor experimenten in de kunst en voor ondersteuning van initiatieven om grotere groepen van de bevolking bij het kunstleven te betrekken. Rijkssteun voor muziekscholen en subsidie voor kunstzinnige vorming werd verhoogd. Dat gold eveneens voor steun aan scheppende kunst, in de vorm van stipendia, opdrachten, aankoop en specifieke subsidies.
  • Bracht in 1968 samen met minister-president De Jong brieven uit over de concentratietendenzen in de dagbladpers. Die konden leiden tot een minder gedifferentieerd aanbod van dagbladen en vraag was of de regering daar maatregelen moest ondernemen. Bekeken zal worden of de economische positie van de dagbladpers kon worden versterkt en daarnaast leefde de gedachte aan een door de sector in te stellen fonds. (9.571)
  • Bracht in 1969 de nota inzake subsidiëring van het jeugdbeleid uit. Er moeten op plaatselijk en regionaal niveau raden voor het jeugd- en jongerenbeleid komen, waarin jongeren zelf in ruime mate medezeggenschap hebben. Activiteiten die antwoord geven op de specifieke behoeften van de jeugd aan ontspanning zullen ondersteuning krijgen. Om voor subsidiëring in aanmerking te komen, zijn het hebben van een geschikte accommodatie en deskundige leiding voorwaarden. De personeelsvoorziening zal worden verbeterd door het stellen van deskundigheidseisen, invoering van salarisschalen, ondersteuning van (bij)scholing, betere rechtspositieregeling en verbetering van de pensioenvoorziening. Er komt een nieuwe subsidieregeling, waarin de geformuleerde beleidsmaatregelen zijn opgenomen. Naast de in 1968 ingevoerde investeringssubsidie voor plaatselijke accommodaties komt er mogelijk subsidie voor grotere accommodaties. (10.079 )
  • Bracht in 1969 de Discussienota sport uit. De nota bevatte hoofdzakelijk een opsomming van bestaande sportvoorzieningen en was slechts bedoeld als aanzet tot discussie, zonder dat al concrete standpunten werden ingenomen. Wel werd staatssteun voor topsporters (staatsamateurisme) afgewezen. (10.086 )
  • Kondigde n.a.v. protesten van kunstenaars een discussienota over het kunstbeleid aan. Stond welwillend ten op zichte van de roep om vernieuwing van het kunstbeleid.
  • Bracht in 1970 samen met staatssecretaris Van de Poel de Nota Bejaardenbeleid 1970 uit. De nota bevatte een vijfjarenplan waarmee de grootste knelpunten moesten worden opgelost. Voorstellen zijn verbetering van de AOW, bouw van 12.000 bejaardenwoningen per jaar, uitbreiding van het aantal gezinshulpen en wijkverpleegkundigen, uitbreiding van het aantal dienstencentra en 10.000 extra verpleegbedden per jaar. (10.934 )
  • Diende in 1971 samen met minister Bakker twee zgn. antipiratenwetjes in, die een einde moesten maken aan de uitzendingen van piratenzenders vanaf de Noordzee. (11.373 , 11.374 )

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1961 een wet tot beperking van het verhaalsrecht in de Armenwet tot stand. Daardoor zijn niet langer alle kosten van armenzorg door gemeenten verhaalbaar. De kosten voor ondersteuning van 65-plussers, krankzinnigenverpleging en verpleging van langdurig zieken worden daarvan uitgezonderd. (5.864)
  • Bracht in 1963 de Wet op de Bejaardenoorden (Stb. 18) tot stand, die regels bevatte over de bouw en exploitatie van bejaardenoorden en over de procedure voor opneming in een bejaardenoord. De wet bevat verder regels over de positie van de bewoners, hygiëne, veiligheid en zorgvoorzieningen, de vakbekwaamheid van het personeel en het toezicht door de provincie. (6.621)
  • Bracht in 1963 als minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen ad interim een wet (Stb. 236) in het Staatsblad waardoor op economische hogescholen (Rotterdam en Tilburg) ook een juridische faculteit kon worden ingericht. Het wetsvoorstel was in de Tweede Kamer verdedigd door minister Cals. (7.015)
  • Bracht in 1963 samen met minister Veldkamp de Algemene Bijstandswet (Stb. 284) tot stand, die de Armenwet 1912 verving. Deze wet moest ervoor zorgen dat iedereen beschikte over de noodzakelijke middelen voor de kosten van bestaan. De bijstand werd verleend door burgemeester en wethouders. Verhaal op derden was mogelijk bij alimentatie. De wet trad op 1 januari 1965 in werking. (6.796)
  • Bracht in 1967 de Omroepwet (Stb. 176) tot stand. Deze wet maakte toetreding van nieuwe zendgemachtigden mogelijk, stond op beperkte schaal televisiereclame toe en regelde het samengaan van de NRU en de NTS in de NOS (Nederlandse Omroep Stichting). Er kwam een Omroepraad. Het wetsvoorstel was in 1966 ingediend door minister Vrolijk. De wet trad 1 juni 1969 in werking. (8.579)
  • Bracht in 1968 de Woonwagenwet (Stb. 98) tot stand, die tot doel had het welzijn van woonwagenbewoners te bevorderen. Er kwamen eisen waaraan woonwagens en standplaatsen moesten voldoen en er kwam aangepast lager onderwijs aan de leerplichtige jeugd. Gemeenten werden verplicht tot het in stand houden van een openbaar centrum voor woonwagens. Dit kon ook via een gemeenschappelijke regeling van meerdere gemeenten. (7.872)
  • Bracht in 1968 de Wet op de Omroepbijdragen (Stb. 687) tot stand. Voor de aanwezigheid van radio- en/of televisietoestellen was een bijdrage verschuldigd. Van deze aanwezigheid moest aangifte worden gedaan. Bij niet-betaling kon worden overgegaan tot verzegeling. (9.627)

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • In de meidagen van 1940 hielp zij bij de verpleging van gewonden bij de Grebbeberg
  • Actief in het verzet, onder andere als koerierster
  • Ontmoette door haar verzetsactiviteiten Drees
  • Woonde in 1951 bijeenkomsten bij op het 'Oude Loo' waarbij ook onder anderen de koningin, koningin Wilhelmina en Greet Hofmans aanwezig waren.
  • Was peettante van een dochter van Jo Cals
  • Brak op 20 januari 1971 haar heup en verbleef tot 5 maart in het ziekenhuis H. Joannes de Deo te Den Haag
  • Haar vader was eigenaar van een kleine postpapierfabriek te Arnhem. Hij werd in de jaren dertig getroffen door een geestesziekte.

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
  • dr. Meerbergen (schuilnaam in verzet)
  • Truus van Aken (schuilnaam op onderduikadres)
  • "Onze lieve vrouwe van altijddurende bijstand" (wat spottende bijnaam, die o.a. Luns haar gaf)
  • "Madame Klomplet" (wat spottende bijnaam in het Europees Parlement vanwege haar brede takenpakket)

Publicaties/bronnen

publicaties
  • "Solconcentratie en uitvlokking bij het AgJ-Sol" (dissertatie, 1941)
  • "Europa bouwt" (brochure, 1954)
  • "Brieven aan de Paus" (1985)

literatuur/documentatie
  • M. van der Plas (red.), "Herinneringen aan Marga Klompé" (1989)
  • I. Jungschläger en C. Bierlaagh, "Marga Klompé, een gedreven politica haar tijd vooruit" (1990)
  • J. Bosmans, "Klompé, Margaretha Albertina Maria (1912-1986)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel IV, 247
  • J.J. Lindner, "'Mej. Klompé' was politica tegen wil en dank", De Volkskrant, 29 oktober 1986
  • J.J. Lindner, "Marga Klompé. De kordate juffrouw die bijstand tot recht maakte", in: P. Brill (red.), "Kopstukken van het laagland. Een eeuw Nederland in honderd portretten" (1999)
  • G. Mostert, "Marga Klompé 1912-1986. Een biografie" (2011)
  • E. Borgman, "In liefde en rechtvaardigheid. Het dagboek van Marga Klompé 1948-1949" (2012)
  • A. Ribberink, "Klompé, Margaretha Albertina Maria", in: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland" (digitale versie, 2018)
  • Paul van der Steen, "Misschien wel ieders meerdere in ijver", Trouw, 20 juni 2018

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.