Dr. C.P.M. (Carl) Romme

foto Dr. C.P.M. (Carl) Rommevergrootglas

Voorman van de KVP die met Drees in de naoorlogse jaren de Nederlandse politiek domineerde. Was voor de Tweede Wereldoorlog als jong Amsterdams gemeenteraadslid al een gedreven katholiek politicus. Na een hoogleraarschap in Tilburg werd hij in 1937 minister van Sociale Zaken in het vierde kabinet-Colijn. Streefde een actievere werkgelegenheidspolitiek na en kreeg bekendheid door zijn spaarregeling voor werklozen ('het kwartje van Romme'). Werd na de oorlog geen minister meer, waarbij mogelijk zijn wat omstreden rol in de oorlog (commissaris van een reclamebedrijf dat ook voor de Duitsers werkte) een rol speelde. Was tot 1961 fractieleider en werd toen staatsraad. Was tevens politiek commentator van 'de Volkskrant'. Begenadigd spreker, die prachtige zinnen maakte. Harde werker: las als enige alle kamerstukken. Politieke peetvader van Klompé en Schmelzer. Bijnaam: 'de Sfinx van Overveen'.

RKSP, KVP
in de periode 1933-1971: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, lid Eerste Kamer, minister, lid Raad van State, minister van staat

voornamen (roepnaam)

Carl Paul Marie (Carl)

personalia

wijziging in naam en/of titulatuur
  • Mr. C.P.M. Romme, van 28 oktober 1919 tot 21 november 1962
  • Dr. C.P.M. Romme, vanaf 21 november 1962 (nadat aan hem door de Katholieke Economische Hogeschool te Tilburg een eredoctoraat was verleend)

geboorteplaats en -datum
Oirschot, 21 december 1896

overlijdensplaats en -datum
Tilburg, 16 oktober 1980

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

partij/stroming

partij(en)
  • RKSP (Roomsch-Katholieke Staatspartij), tot 22 december 1945
  • KVP (Katholieke Volkspartij), vanaf 22 december 1945 (medeoprichter)

hoofdfuncties en beroepen

  • advocaat, advocatenkantoor "Hiltermann-Kortenhorst" te Amsterdam, van 1919 tot 1922
  • medewerker ARKWV (Algemeene Roomsch-Katholieke Werkgeversvereeniging), van 1919 tot 1924
  • adjunct-secretaris "De Nederlandsche Dagbladpers", van 1 juli 1919 tot oktober 1920
  • advocaat te Amsterdam, van oktober 1920 tot juni 1937 (zelfstandig; kantoor Willemsparkweg)
  • lid gemeenteraad van Amsterdam, van 15 juni 1921 tot 24 juni 1937
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 31 januari 1933 tot 9 mei 1933
  • lector sociale wetgeving, R.K. Handels-Hogeschool te Tilburg, van 1 oktober 1933 tot 1 september 1935
  • lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 2 juli 1935 tot 24 juni 1937
  • buitengewoon hoogleraar sociale wetgeving en staats- en administratief recht, R.K. Handels-Hogeschool te Tilburg, van 1 september 1935 tot 24 juni 1937
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1937 tot 24 juni 1937
  • minister van Sociale Zaken, van 24 juni 1937 tot 25 juli 1939
  • advocaat (geassocieerd met mr. Vorstman) te Amsterdam, van 1939 tot 1946
  • staatkundig hoofdredacteur, katholiek dagblad "De Volkskrant", van 8 mei 1945 tot 1 januari 1953
  • fractievoorzitter KVP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 mei 1946 tot 17 februari 1961 (vanwege ziekte nam W.J. Andriessen voor hem waar sinds 25 oktober 1960)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 juni 1946 tot 17 februari 1961
  • lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 5 juni 1946 tot 1 augustus 1947
  • lid Raad van State, van 1 mei 1962 tot 1 januari 1972 (benoemd bij K.B. van 25 april 1962)

ambtstitel
  • minister van staat, van 16 december 1971 tot 16 oktober 1980

gevangenschap/internering
  • geïnterneerd te Amsterdam, van december 1941 tot januari 1942
  • geïnterneerd gijzelaarskamp te Sint-Michielsgestel, van 4 mei 1942 tot 7 mei 1942

(in)formateurschap(pen)
  • informateur, van 27 februari 1951 tot 13 maart 1951
  • kabinetsformateur, van 13 maart 1951 tot 15 maart 1951 (formeerde het kabinet-Drees II)
  • kabinetsformateur, van 24 juli 1956 tot 1 augustus 1956 (poging mislukt)
  • informateur, van 20 mei 1963 tot 4 juni 1963

partijpolitieke functies

  • fractiesecretaris RKSP gemeenteraad van Amsterdam, van september 1924 tot april 1925
  • fractievoorzitter RKSP gemeenteraad van Amsterdam, van april 1925 tot 24 juni 1937
  • lid Raad voor Studie en Documentatie RKSP, van 1935 tot 1936 (o.a. studie naar herziening van de Grondwet in corporatistische zin)
  • voorzitter Centrum voor Staatkundige Vorming (wetenschappelijk instituut KVP), van 1945 tot oktober 1946
  • voorzitter commissie urgentieprogramma KVP, van december 1945 tot februari 1946
  • lid partijbestuur KVP, van 9 februari 1946 tot 1956
  • lid dagelijks bestuur KVP, van 9 februari 1946 tot juli 1946
  • politiek leider KVP, van 20 mei 1946 tot 17 februari 1961
  • adviserend lid partijbestuur KVP, van 1956 tot 1961
  • lid commissie van wijze mannen voor de bestuursverkiezing in de KVP, van 12 januari 1968 tot 24 februari 1968 (bemiddeling na onvrede van de christen-radikalen)

lijsttrekkerschap etc.
  • lijstaanvoerder KVP Tweede Kamerverkiezingen 1946 (kieskringen Leiden, Dordrecht, Den Helder, Haarlem en Middelburg)
  • lijstaanvoerder KVP Tweede Kamerverkiezingen 1948 (kieskringen Arnhem, Nijmegen, Leeuwarden, Zwolle, Groningen en Assen)
  • lijstaanvoerder KVP Tweede Kamerverkiezingen 1952 (kieskringen Leeuwarden, Zwolle, Groningen en Assen), van 23 april 1952 tot 25 juni 1952
  • lijsttrekker KVP Tweede Kamerverkiezingen 1956, van 12 september 1955 tot 13 juni 1956
  • lijsttrekker KVP Tweede Kamerverkiezingen 1959, van 7 januari 1959 tot 12 maart 1959

nevenfuncties

  • secretaris Noord-Hollandse R.K. Werkgeversvereeniging, vanaf 1919
  • medewerker "Het Patroonsblad" en "De RK Werkgever"
  • secretaris "Blijvend Verband", vereniging van RK betrekkingzoekenden uit niet arbeiderskringen, vanaf 1919
  • adjunct-secretaris Staatscommissie inzake herziening van de Nederlandse Burgerlijke Wetgeving, vanaf oktober 1919
  • secretaris Amsterdamse Schoolraad
  • lid Raad van Commissarissen N.V. APU (Algemeene Publiciteits Unie), van 1923 tot 1937
  • lid bestuur R.K. Schoolvereniging in Oud-Zuid te Amsterdam, vanaf 1926
  • voorzitter schoolbestuur Sint-Vincentiusvereniging
  • voorzitter R.K. School voor Maatschappelijk Werk, van 1927 tot 1932
  • secretaris/juridisch adviseur Nederlandse Vereniging van werkgevers in het Herenkledingbedrijf, van 1928 tot 1936
  • lid Raad van Commissarissen "Incasso-bank", van 1929 tot 1937
  • lid Raad van Toezicht R.K. Handels-Hogeschool te Tilburg, van 1929 tot 1933
  • lid Raad van Commissarissen N.V. Drukkerij "De Tijd", van 1931 tot 1936
  • (bezoldigd) voorzitter R.K. organisatie in het Grootbedrijf, vanaf 1936
  • lid Hoge Raad van Arbeid, van 1936 tot 1937
  • voorzitter Comité van Afnemers van Wollen Stoffen (later Verbond van Textielafnemers), van 1936 tot 1937
  • voorzitter Staatscommissie inzake de vaccinatie, vanaf 28 januari 1938
  • lid Raad van Commissarissen N.V. Incasso-bank, vanaf 1939
  • voorzitter Verbond van Textielafnemers, vanaf 1939
  • lid bestuur Vondelstichting, vanaf 1939
  • voorzitter Comité voor de Zomerzegels, vanaf 1939
  • lid Hoge Raad van Arbeid, van 1939 tot 1940
  • lid Raad van Commissarissen zeepfabriek, firma "Dobbelmann" te Nijmegen, van 1939 tot 1951
  • voorzitter Federatie van Verenigingen van Nederlandse Confectiefabrikanten, vanaf september 1939
  • voorzitter Raad van Commissarissen N.V. APU (Algemeene Publiciteits Unie), vanaf 1939
  • voorzitter Levensmiddelendistributieraad, vanaf december 1939
  • lid College van Rijksbemiddelaars, van maart 1941 tot 1 november 1942
  • lid Raad van Commissarissen "Hypsos", reclamebureau voor tentoonstellingswerken, vanaf 1944
  • voorzitter bisschoppelijke adviescommissie inzake het Persplan (tijdens de Duitse bezetting)
  • lid Raad van Commissarissen Noordhollandse Levensverzekeringsmaatschappij "'t Hooge Huys" te Alkmaar, tevens van gelieerde maatschappijen zoals de Alkmaarse Bank, vanaf 1945
  • tijdelijk rijksbemiddelaar voor Noord- en Zuid-Holland en Utrecht, juni 1945
  • voorzitter College van Rijksbemiddelaars, van 21 juni 1945 tot 1 juli 1946
  • lid Staatscommissie onderzoek Grondwetsherziening vanwege hervorming van de staatkundige structuur van het Koninkrijk (Staatscommissie-Beel), van 29 september 1947 tot maart 1948
  • lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Van Schaik), van april 1950 tot 1954
  • voorzitter Raad van Commissarissen zeepfabriek "Dobbelmann" te Nijmegen, van 1951 tot 1968
  • lid Staatscommissie inzake nadere Grondwetswijziging betreffende de buitenlandse betrekkingen (Staatscommissie-Kranenburg), van 1 oktober 1954 tot 1955
  • lid commissie van onderzoek wijziging rechtsvorm van de onderneming (commissie-Verdam), van april 1960 tot 1965
  • voorzitter Radboudstichting, vanaf juni 1961

afgeleide functies, presidia etc.
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juli 1946 tot 17 februari 1961
  • voorzitter vaste commissie voor Indische Zaken (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 21 september 1946 tot 17 september 1953
  • voorzitter begrotingscommissie hoofdstukken Algemene Zaken, Nationale Schuld e.a. en Wet op de Middelen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 24 september 1947 tot september 1953
  • lid commisie van voorbereiding van de Grondwetsherziening inzake Nederlands-Indië en voor het ontwerp-Unieverdrag (Commissie van Negen) (Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1948 tot november 1949
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding voor het wetsontwerp inzake de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1948 tot oktober 1949
  • lid delegatie uit de Tweede Kamer naar Indonesië, november 1948 (in verband met onderhandelingen van Sassen en Stikker met Hatta)
  • voorzitter één van de vier Commissies van Rapporteurs over wetsontwerp Overdracht Souvereiniteit Indonesië (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 23 november 1949 tot december 1949
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding voor het wetsontwerp Interimregeling voor de Nederlandse Antillen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1950 tot juli 1950
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding voor het wetsontwerp Toezicht op het credietwezen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1951 tot november 1951
  • voorzitter vaste commissie voor de Binnenlandse Veiligheidsdienst (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 26 maart 1952 tot 17 september 1953
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding voor de wetsontwerpen inzake rechtspraak bedrijfsorganisatie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 2 april 1952 tot april 1954
  • voorzitter vaste commissie voor Overzeese Rijksdelen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 17 september 1953 tot 16 november 1956
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding voor de ontwerp-Deltawet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1955 tot november 1957
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding voor het wetsvoorstel Algemene Kinderbijslagwet etc. (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 20 november 1957 tot 17 februari 1961
  • ondervoorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Wet Administratieve Rechtspraak Overheidsbeschikkingen en wijziging van de Wet op de Raad van State (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 9 december 1958 tot 17 februari 1961
  • voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Archiefwet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 13 juli 1960 tot 17 februari 1961
  • voorzitter bijzondere commissie voor het wetsvoorstel voorzieningen i.v.m. de opheffing van het departement van Zaken Overzee en van overgang van bezitsvorming en PBO naar Algemene Zaken (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 22 september 1960 tot 4 oktober 1960
  • lid afdeling Algemene Zaken (Raad van State)
  • lid afdeling Justitie (Raad van State)
  • lid afdeling Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Raad van State)
  • lid afdeling Economische Zaken (Raad van State)
  • lid afdeling Sociale Zaken en Volksgezondheid (Raad van State)
  • lid afdeling Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk (Raad van State)
  • lid afdeling geschillen van bestuur (Raad van State)

opleiding

voortgezet onderwijs
  • gymnasium, R.K. "Sint Ignatius College" te Amsterdam, tot 1914

academische studie
  • rechtsgeleerdheid (gepromoveerd op stellingen), Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van september 1914 tot 28 oktober 1919 (doctoraal in maart 1919)

eredoctoraten
  • rechtswetenschap, Katholieke Economische Hogeschool te Tilburg, 21 november 1962

activiteiten

als parlementariër
  • Een door hem en Van der Goes van Naters (PvdA) op 19 december 1946 ingediende motie gaf steun aan de door de regering aangebrachte 'aankleding' van het Akkoord van Linggadjati: het verdrag werd aanvaard op basis van de Nederlandse uitleg ervan, die onder meer inhield dat er een 'zware unie' moest komen die werd gedomineerd door Nederland
  • Diende in 1948 samen met de fractievoorzitters van PvdA, ARP, CHU en VVD een initiatiefwetsvoorstel in over het in de Grondwet opnemen van een bepaling over buitengewone bevoegdheden voor het burgerlijk gezag. Hierdoor moesten in buitengewone omstandigheden grondwettelijke bevoegdheden van organen van burgerlijk gezag ten opzichte van de openbare orde of politie geheel of gedeeltelijk op andere organen van burgerlijk gezag kunnen overgaan (te regelen via een aparte wet). Dit voorstel werd aanvaard en leidde in 1948 (na een regeringsvoorstel in tweede lezing) tot opneming van een nieuw artikel 195a in de Grondwet. (814)
  • Interpelleerde op 9 juli 1958 staatssecretaris Van den Beugel over de gemeenschappelijke zetel voor de drie Europese Gemeenschappen

opvallend stemgedrag
  • Behoorde in 1957 tot de minderheid van zijn fractie die tegen de ontwerp-Deltawet stemde. Deze minderheid achtte artikel 4 van de wet over de bevoegdheden van het rijk ten aanzien van waterschappen in strijd met de Grondwet.
  • Behoorde in 1958 tot de 18 leden van de KVP-fractie die tegen een wijziging van de Lager-onderwijswet stemden vanwege het opheffen van het automatisch ontslag van de huwende onderwijzeres

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Vroeg in 1937 advies aan de Hoge Raad van Arbeid over een voorontwerp van wet dat beoogde alle beroepsarbeid door vrouwen te verbieden. Tot indiening van een wetsvoorstel kwam het niet.
  • Stelde een spaarregeling voor werklozen in (het zgn. "Kwartje van Romme"), waarbij iedere werkloze wekelijks een kwartje spaarde en waarna de overheid dit bedrag verdubbelde
  • Was voorstander van een actievere werkverschaffingspolitiek via het zogenaamde Werkfonds
  • Kwam in 1938 met plannen voor bestrijding van de jeugdwerkloosheid. Hij wilde een arbeidsdienst voor jeugdigen instellen, het leeftijdsverbod voor jongens en meisjes om te werken versoepelen en een registratiestelsel (staat-van-dienst-boekje) invoeren. De uitvoering moest in handen komen van een aparte dienst. De kosten (f 10 miljoen) die hiermee gemoeid waren, stuitten op verzet van minister De Wilde. Zijn voornaamste ambtelijke adviseur, Van Hoeven, was een groot bewonderaar van de Duitse arbeidsdienst voor jongeren in Nazi-Duitsland. Dit was in protestantse kringen reden om huiverig te staan tegenover de plannen.
  • Diende in december 1938 een ontwerp-Wet op de kinderbijslag in en loodste dit voorstel in juni 1939 door de Tweede Kamer. De wet werd door minister Van den Tempel in het Staatsblad gebracht.

als (in)formateur
  • Kreeg op 27 februari 1951 de opdracht tot het onderzoeken van de mogelijkheden tot vorming van een kabinet. Bereikte op 13 maart overeenstemming met de fractievoorzitters van KVP, PvdA, CHU en VVD over een programma en over de portefeuilleverdeling. De ARP-fractievoorzitter Schouten weigerde medewerking, omdat hij de twee toebedeelde posten (Oorlog en Justitie) te weinig 'politiek' achtte. De opdracht werd op 13 maart 1951 omgezet in een opdracht tot vorming van een kabinet, welke hij op 15 maart aanvaardde.
  • Kreeg op 24 juli 1956 de opdracht tot vorming van een kabinet dat geacht mocht worden het vertrouwen van het parlement te genieten. Ontwierp een kabinetsprogramma voor een vijfpartijenkabinet, waarop in eerste instantie de VVD, en later ook de PvdA afwijzend reageerden. Op 1 augustus vroeg hij ontheffing van zijn opdracht.
  • Kreeg op 20 mei 1963 de opdracht tot het instellen van een onderzoek, gelet op de uitslag van de verkiezingen, naar de mogelijkheden van de vorming van een kabinet dat zich verzekerd kon achten van een zo breed mogelijke steun in het parlement. Stelde een programma van 38 'bouwstenen' op dat als basis kon dienen voor een vijf-partijenkabinet en bracht op 4 juni verslag uit aan de koningin. Op basis van zijn verslag werd aan KVP-fractievoorzitter De Kort een opdracht verleend tot vorming van een kabinet.

wetenswaardigheden

algemeen
  • Werd in 1921 tot gemeenteraadlid gekozen zonder zelf al het actieve kiesrecht te hebben
  • Kwam na de oorlog in opspraak naar aanleiding van de verkoop van het Remaco-concern (onderdeel van APU) aan het Duitse bedrijf ALA Anzeigen in 1940-1941. Remaco had een monopolie op het gebied van reclamezuilen en werd door de Duitsers ingezet voor propaganda-activiteiten.
  • Publiceerde in juli 1945 het boekje "Nieuwe Grondwetsartikelen" waarin hij voorstellen ontvouwde voor staatkundige veranderingen in reactie op de vooroorlogse verzuilde parlementaire democratie. Hij bepleitte onder meer versterking van de uitvoerende macht, een uit één Kamer bestaand parlement dat deels indirect en deels corporatistisch moest worden samengesteld, en beperking van de medewetgevende rol van het parlement. De reacties op deze voorstellen waren in het algemeen afwijzend.
  • Liet zich pas in februari 1946 overhalen Tweede Kamerkandidaat te worden, nadat hij zich verzekerd had van voldoende neveninkomsten, waaronder die vanwege zijn politiek commentatorschap van 'De Volkskrant'
  • Noemde op 15 april 1946 in een kort commentaar in 'De Volkskrant' de Hoge Veluweconferentie, waarin Nederlandse ministers onderhandelden met Indonesische politici 'de week der schande'. Dit sloeg met name op het feit dat de vertegenwoordigers van de Republiek Indonesië waren ontvangen als ware zij minister.
  • Een door hem en Van der Goes van Naters (PvdA) op 19 december 1946 ingediende en aangenomen motie gaf steun aan de door de regering aangebrachte 'aankleding' van het Akkoord van Linggadjati: het verdrag werd aanvaard op basis van de Nederlandse uitleg ervan, die onder meer inhield dat er een 'zware unie' moest komen die werd gedomineerd door Nederland
  • Na de ondertekening van het Akkoord van Linggadjati (maart 1947) was er even sprake van dat hij Gouverneur-Generaal of minister van Overzeese Gebiedsdelen zou worden
  • Keerde zich in de periode na de verkiezingen van 1952 en tot het Mandement van 1954 in diverse geschriften tegen de politieke verdeeldheid van katholieken en in het bijzonder tegen de katholieke werkgemeenschap in de PvdA
  • Weigerde in 1956 de ministerpost van Binnenlandse Zaken, omdat hij zich verzette tegen afschaffing van de ontslagverplichting voor de huwende ambtenares
  • Was sinds 25 oktober 1960 niet meer aanwezig bij Tweede Kamervergaderingen in verband met zijn gezondheid en nam om die reden ook ontslag als Kamerlid. Hij was derhalve evenmin direct betrokken bij de bouwcrisis van december 1960.

uit de privésfeer
  • Een zus van hem was gemeenteraadslid in 's-Gravenhage (1937-1941)
  • De historicus Johan Huizinga was een aangetrouwde neef van hem
  • Zwager van Mr. G.H.A. Feber, vicepresident van de Hoge Raad
  • Aangetrouwde neef (oomzegger) van J.G. Schölvinck, wethouder van Amsterdam
  • Zijn echtgenote was een kleindochter van F.Th.J.M. Dobbelmann, Tweede Kamerlid en directeur van de zeepfabriek "Dobbelmann"

anekdotes en citaten
  • Zei op 16 december 1946 in het debat over het Akkoord van Linggadjati: "Er is vooreerst een beroering ontstaan, een beroering in het Nederlandsche volk over wat achteraf een phantoom blijkt te zijn, met het gevolg, dat velen dit phantoom maar niet meer kwijt kunnen raken, en met het gevolg ook, dat sommigen, die ook de werkelijkheid van Linggadjati misprijzen, gemakshalve voor hun strijd tegen dit werkelijke Linggadjati het Linggadjati-phantoom tot object van hun dithyramben blijven maken."
  • Zei na het aftreden van minister Sassen in februari 1949 over het kabinet: "Het was (...), een kunstig geciseleerde vaas, waarin de balsem van het algemeen welzijn kon worden geconserveerd. (...) In die kunstig geciseleerde vaas van de formateur Van Schaik is een barst gekomen, waarvan wij de gevolgen en de draagwijdte nog niet vermogen te overzien. Zal die barst alleen een Schönheitsfehler blijken te zijn, die afbreuk doet aan de gaafheid van het geheel of verwijdt zij zich tot een scheur, waaruit die balsem van algemeen welzijn van Indonesië en Nederland aan het wegdruppelen gaat?"
  • Zou volgens de overlevering eens aan het ARP-Kamerlid Hazenbosch hebben gevraagd: "Die kleine krullenbol daar, is dat er één van jullie of van ons?" (Het ging over het ARP-Tweede Kamerlid Van Nierop).

verkiezingen
  • Werd in 1937 tot Eerste Kamerlid gekozen door Groep IV: Zuid-Holland

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Economische Zaken, mei 1933 (geweigerd)
  • minister van Justitie, 1945 (geweigerd)
  • kabinetsformateur, 23 juli 1952 (geweigerd)
  • kabinetsformateur, 22 augustus 1956 (geweigerd)
  • minister van Binnenlandse Zaken, bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie, september 1956 (geweigerd)

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
  • "De Baby" (bijnaam in de Amsterdamse gemeenteraad)
  • "De Sphinx van Overveen" (bijnaam)

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Oirschot, van 1896 tot 1898
  • Roermond, van 1898 tot 1902
  • 's-Gravenhage, van 1902 tot 1908
  • Amsterdam, Wanningstraat 15, van 1908 tot 1920
  • Amsterdam-Watergraafsmeer, Linnaeusparkweg 43, van 1920 tot 1929
  • Amsterdam, Richard Wagnerstraat, van 1929 tot 1938
  • Overveen, Ter Hoffsteedeweg 13, vanaf 1938
  • Overveen, Ruysdaelweg 14, omstreeks 1947 en nog in 1953
  • Bloemendaal, Karmelweg 2, omstreeks 1956 en nog in 1960
  • Leiden, 'Cronestein', Plantijnstraat 98, omstreeks 1968
  • Wassenaar

ridderorden
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 30 augustus 1939
  • Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau, 27 februari 1961

relevante buitenlandse reizen
reis naar Nederlands-Indië, van 8 januari 1947 tot 25 februari 1947

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
  • lid studentenvereniging "Sanctus Thomas Aquinas"
  • lid Amsterdams Studentencorps
  • lid Amsterdams Studenten Toneelvereniging
  • lid R.K. Sociale Studieclub, vanaf 1922
  • lid Heerencongregatie voor leden van de deftige stand te Haarlem, vanaf 1942

hobby's
toneelspelen

publicaties/bronnen

publicaties
  • "Over het begrip arbeid naar Nederlandsch recht" (1934)
  • "De corporatien in den staat" (1935)
  • "Erfelijk nationaal koningschap" (1937)
  • "Nederlandsche sociale politiek" (1940)
  • "De staat schepping Gods" (1945-1946)
  • "Nieuwe grondwetsartikelen" (1945)
  • "Verbreiding van privaat eigendom" (1945)
  • "Vrije vakorganisatie en publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie" (1946)
  • "De onderneming als gemeenschap in het recht" (1946)
  • "Katholieke politiek" (1953)

literatuur/documentatie
  • A.W. Abspoel, "Van Binnen- en Buitenhof" (1956), 74-75
  • J. Bosmans, "Romme Biografie 1896-1946" (deel I, 1992)
  • J. Bosmans, "Romme, Carl Paul Maria (1896-1980)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 465
  • J.J. Lindner, "C.P.M. Romme. De knapste man van het hele parlement", in: P. Brill, "Kopstukken van het laagland. Een eeuw Nederland in honderd portretten" (1999)
  • Marcel Broersma, "De hand van Romme. C.P.M. Romme als staatkundig hoofdredacter van 'De Volkskrant' (1945-1952)", in: BMGN 115 (2000), 561
  • Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
  • P. Hofland, "Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941"

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Amsterdam, 19 april 1920

echtgeno(o)t(e)/partner
A.M. Wiegman, Antonia Maria (Ton)

kinderen
2 zoons en 3 dochters

vader
Mr. R.H.A.M. Romme, Rudolph Hendrik Arnold Maria

geboorteplaats en/of -datum
Oosterhout, 8 juli 1862

moeder
J.M.C.Th. van Schaeck, Jeanne Marie Caroline Theodorine

geboorteplaats en/of -datum
Maastricht, 22 juni 1862

familierelaties

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.