Mr. W.F. de Gaay Fortman

foto Mr. W.F. de Gaay Fortmanvergrootglas

Gezaghebbende progressieve ARP- en CDA-politicus. Was ambtenaar, secretaris van de rijksbemiddelaars en docent aan de CNV-kaderschool en werd later hoogleraar aan de VU. In 1956 zonder succes formateur tijdens de lange kabinetsformatie van dat jaar. Wist in 1960, het jaar waarin hij ook senator was geworden, echter snel een kabinetscrisis op te lossen. Liet zich in 1973 samen met Boersma overhalen minister te worden in het kabinet-Den Uyl . Had een goede band met de ex-gereformeerde Den Uyl . Als minister een relativerende, vaderlijke figuur. Speelde een belangrijke rol bij de onafhankelijkheid van Suriname en kwam met een plan om Nederland op te delen in 24 provincies. Was in 1981 nog eens als informateur betrokken bij een formatie en wist de weg te openen voor een kabinet van CDA, PvdA en D66. Tot op hoge leeftijd kritisch volger van de koers van het CDA.

ARP , CDA
in de periode 1960-1981: lid Eerste Kamer, fractievoorzitter EK, minister, viceminister-president, lid Europees Parlement (vóór 1979)

Voornamen

Wilhelm Friedrich

Personalia

opmerkingen over de naam en/of titel
  • Werd in zijn jeugd "Willy" genoemd
  • Had als koosnaam "Gaius"
  • Was gepromoveerd, maar voerde de doctorstitel niet

geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 8 mei 1911

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 29 maart 1997

Partij/stroming

partij waarop werd gestemd
GPV, mei 1994

Hoofdfuncties/beroepen (6/15)

  • lid Europees Parlement, van 13 maart 1978 tot 15 juli 1979 (aangewezen door de Staten-Generaal)
  • hoogleraar privaatrecht en arbeidsrecht, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 20 december 1977 tot 10 februari 1979
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1977 tot 10 juni 1981
  • minister van Justitie en viceminister-president, van 8 september 1977 tot 19 december 1977 (na het aftreden van vicepremier Van Agt)
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 11 mei 1973 tot 19 december 1977
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1960 tot 11 mei 1973

(in)formateurschap(pen) (2/3)
  • informateur, van 20 augustus 1981 tot 2 september 1981
  • informateur, van 27 december 1960 tot 2 januari 1961

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

Partijpolitieke functies (0/3)

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

Nevenfuncties (2/31)

  • voorzitter Raad voor het ZWO (Nederlandse Organisatie voor Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek), van juli 1978 tot 1 december 1984
  • voorzitter Koninkrijkscommissie inzake de staatkundige verhoudingen tussen Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen, van 12 januari 1972 tot mei 1973 (voorzitter Nederlandse sectie)

afgeleide functies, presidia etc. (2/12)
  • voorzitter gemeenschappelijke commissie voor het voorbereidend onderzoek van de wetsvoorstellen inzake het regentschap en de voogdij (Verenigde Vergadering), van 6 mei 1981 tot 10 juni 1981
  • voorzitter vaste commissie voor Algemene Zaken en het Huis der Koningin (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 23 september 1980 tot 10 juni 1981

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

Activiteiten

als parlementariër
  • Was woordvoerder binnenlandse zaken, Koninkrijksaangelegenheden en sociale zaken van de ARP-Eerste Kamerfractie. Hield zich ook bezig met (hoger) onderwijs.
  • Was woordvoerder justitie en binnenlandse zaken van de CDA-Eerste Kamerfractie

opvallend stemgedrag (0/17)

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.


als bewindspersoon (beleidsmatig) (2/10)
  • Belangrijke benoemingen tijdens zijn ministerschap: Geertsema (VVD, Commissaris van de Koningin in Gelderland), Van der Harten (KVP, Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant), Schilthuis (PvdA, Commissaris van de Koningin in Drenthe), Boertien (ARP, Commissaris van de Koningin in Zeeland), Kremers (KVP, Commissaris van de Koningin in Limburg), De Wit (PvdA, Commissaris van de Koningin in Noord-Holland); Van der Lee (PvdA, burgemeester van Eindhoven), Vonhoff (VVD, burgemeester van Utrecht), Van der Louw (PvdA, burgemeester van Rotterdam), Schols (CDA, burgemeester van 's-Gravenhage), Polak (PvdA, burgemeester van Amsterdam), Wierenga (PvdA, burgemeester van Enschede), Reehorst (PvdA, burgemeester van Haarlem); Ruppert (ARP, vicepresident van de Raad van State)
  • Diende in 1977 een wijziging van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers met betrekking tot onder meer de pensioenopbouw en de invaliditeitsvoorziening in. De wetswijziging werd in 1979 door minister Wiegel in het Staatsblad gebracht. (14.333 )

als bewindspersoon (wetgeving) (2/11)
  • Bracht in 1977 een gemeentelijke herindeling tot stand in het westelijk deel van de Betuwe. Hierdoor werd onder meer het grondgebied van de gemeenten Buren, Culemborg en Tiel uitgebreid en werd Neerijnen als nieuwe gemeente gevormd. (13.275 )
  • Bracht in 1977 een wijziging (Stb. 131) van de wet tot nadere regeling van de wettelijke tijd tot stand, waarbij de zomertijd weer wordt ingevoerd. (13.148 )

als (in)formateur (2/4)
  • Kreeg op 20 augustus 1981 de opdracht te onderzoeken op welke wijze op zo kort mogelijke termijn een kabinet kon worden gevormd, dat zich verzekerd wist van een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal, dan wel mocht vertrouwen een ruime steun in de volksvertegenwoordiging te zullen ondervinden. Op basis van de resultaten van de onderhandelingen van de formateurs Kremers en Van Thijn wist hij op 1 september de laatste obstakels weg te ruimen. Nadere afspraken over het financieringstekort en het werkgelegenheidsbeleid waren voor Van Agt voldoende basis om tot kabinetsformatie over te gaan. Op 1 september bracht hij verslag uit.
  • Kreeg op 27 december 1960 de opdracht de mogelijkheden te onderzoeken om tot een spoedige oplossing van de kabinetscrisis te geraken, met handhaving van de zelfde politieke samenstelling als die van het zittende kabinet. Wist spoedig een compromis te bereiken over de bouw van extra woningwetwoningen (mede doordat de ARP-leiding de houding van de fractie afkeurde) en kon op 2 januari 1961 melden dat de crisis was opgelost.

U ziet een selectie van activiteiten. In de uitgebreide versie is het gehele overzicht van activiteiten in te zien.

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer (3/7)
  • Zijn vader was rechter te Curaçao en vicepresident van de rechtbank te Amsterdam. Hij bracht zijn prille jeugd daarom door op Curaçao.
  • Gaf op de kaderschool van het CNV onder andere les aan Van Eibergen en Roolvink
  • Via zijn werkzaamheden voor het CNV bevriend met Ruppert

verkiezingen
  • Werd in 1960, 1963, 1966 en 1971, en in 1977 en 1981 gekozen door Groep IV: Zuid-Holland

niet-aanvaarde politieke functies (3/10)
  • minister van Justitie, december 1977 (tijdens formatie kabinet-Van Agt)
  • informateur, 4 december 1972 (opdracht geweigerd)
  • minister van Justitie, juli 1971

U ziet een selectie van wetenswaardigheden. In de uitgebreide versie is een overzicht van wetenswaardigheden opgenomen.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.