Drs. J.W. (Jan) de Pous

foto Drs. J.W. (Jan) de Pousvergrootglas

Bekwame, hardwerkende minister van Economische Zaken, die zeer ingesteld was op het bereiken van consensus. Zoon van een Aalsmeerse bloemenkweker. Werd na een lectorschap aan de Vrije Universiteit op relatief jeugdige leeftijd lid van de Raad van State. Als minister van Economische Zaken in het kabinet-De Quay mede verantwoordelijk voor het invoeren van de vrije loonpolitiek. Zijn beleid werd begunstigd door een hoogconjunctuur en de vondst van aardgas in Groningen. Na zijn ministerschap was hij ruim twintig jaar voorzitter van de SER. Weigerde enkele malen een hernieuwd ministerschap; bleef invloedrijk door zijn SER-voorzitterschap en door vele functies in het bedrijfsleven.

CHU
in de periode 1958-1963: minister, lid Raad van State, voorzitter SER

voornamen (roepnaam)

Jan Willem (Jan)

personalia

wijziging in naam en/of titulatuur
  • J.W. de Pous, tot 1 januari 1961
  • Drs. J.W. de Pous, van 1 januari 1961 tot 24 november 1977 (na inwerkingtreding van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs)
  • Dr. J.W. de Pous, vanaf 24 november 1977 (nadat aan hem door de Katholieke Hogeschool te Tilburg een eredoctoraat was verleend)

geboorteplaats en -datum
Aalsmeer, 23 januari 1920

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 6 januari 1996

levensbeschouwing
Hervormd: midden-orthodox

partij/stroming

partij(en)
  • CHU (Christelijk-Historische Unie), tot 11 oktober 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

hoofdfuncties en beroepen

  • directie-secretaris dagblad "Trouw", van 1945 tot 1 januari 1946
  • assistent van Prof. Dr. P. Hennipman, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van 1945 tot 1946
  • secretaris VPCW (Verbond van Protestants-Christelijke Werkgevers in Nederland), van 1 november 1949 tot 1 januari 1953
  • lector theoretische economie, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1 januari 1953 tot 1 december 1958
  • lid Raad van State, van 1 december 1958 tot 19 mei 1959 (benoemd bij K.B. van 28 oktober 1958)
  • minister van Economische Zaken, van 19 mei 1959 tot 24 juli 1963
  • voorzitter SER (Sociaal-Economische Raad), van 1 mei 1964 tot 1 februari 1985

partijpolitieke functies

  • voorzitter Jhr.Mr. A.F. de Savornin Lohmanstichting, van juni 1964 tot 1965 (studiecentrum CHU)
  • lid bestuur Jhr.Mr. A.F. de Savornin Lohmanstichting, van juni 1965 tot 1971
  • adviserend lid Jhr.Mr. A.F. de Savornin Lohmanstichting, van 1971 tot 1977

nevenfuncties

  • secretaris Christelijke Nationale Persvereniging voor Nederland, van 1945 tot 1959
  • docent M.O.-economie, Vrije Leergangen te Amsterdam, van 1949 tot 1953
  • plaatsvervangend lid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1951 tot 1 april 1958
  • adviseur VPCW (Verbond van Protestants-Christelijke Werkgevers in Nederland), van 1 januari 1953 tot mei 1959
  • lid Centrale Commissie van Advies voor de Arbeidsvoorziening, tot 1 juli 1959
  • lid Raad voor de Zaken van Overheid en Samenleving, van 1964 tot 1978
  • lid Commissie Vervoervergunningen, van 1964 tot 1985
  • lid Raad van Commissarissen N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken te Eindhoven, van 1964 tot 1985
  • lid Raad van Commissarissen scheepswerf "Rijn-Schelde" (Verolme), van 1964 tot 1985
  • lid Raad van Commissarissen uitgeverij "Wolters Samsom Groep", van 1964 tot 1985
  • lid Raad van Commissarissen N.V. KLM (Koninklijke Luchtvaart Maatschappij), van mei 1964 tot 1973
  • voorzitter Stichting COZ (Centraal Orgaan Ziekenhuistarieven), van 1965 tot 1981
  • lid Raad van Commissarissen Grasso's Koninklijke Machinefabrieken, van 1965 tot 1982
  • adviseur regering Suriname en de Nederlandse Antillen, van 1966 tot 1974
  • lid Raad van Commissarissen aannemingsbedrijf N.V. "BAM Holding", van 1966 tot 1985
  • voorzitter Mijnraad, van 1967 tot 1985
  • lid Staatscommissie van advies inzake de Grondwet en de Kieswet (Staatscommissie-Cals/Donner), van 26 augustus 1967 tot 29 maart 1971
  • lid Raad van Commissarissen NKF (Nederlandse Kabelfabrieken), van 1967 tot 1970
  • lid Groupe d'etude sur la competitivité de l'economie Europeènne, van 1968 tot 1971
  • lid Commissie belastingvrijdom Koninklijk Huis, van juni 1968 tot 22 april 1969
  • voorzitter Onderhandelingsdelegatie Nederland-België inzake Baalhoekkanaal, van 1969 tot 1975
  • lid commissie geïntegreerde Nederlandse scheepsbouwindustrie (commissie-Winsemius), van januari 1970 tot april 1971 (voorbereiding fusie Verolme en Rijn-Schelde-groep)
  • lid en vicevoorzitter College van Commissarissen FMO (Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden), van 1970 tot 1985
  • voorzitter Raad van Commissarissen N.V. KLM (Koninklijke Luchtvaart Maatschappij), van 1973 tot 1985
  • lid Raad van Commissarissen "Gero"
  • lid Raad van Commissarissen "Homburg"
  • lid Commissie Vervoersvergunningen, omstreeks 1976
  • lid Voorlopige Energieraad, vanaf 15 maart 1976
  • lid Raad voor de Predikantspensioenen, van 1977 tot 1 februari 1985
  • lid en plaatsvervangend voorzitter Algemene Energie Raad, van 1979 tot 1985
  • lid Beleggingscommissie Pensioenfonds voor Gezondheid, Geestelijke en Maatschappelijke Belangen, van 1979 tot 1981
  • voorzitter COTG (Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg), van 1 september 1981 tot 1 februari 1985
  • vicevoorzitter Beleggingscommissie Pensioenfonds voor Gezondheid, Geestelijke en Maatschappelijke Belangen, van 1981 tot 1 februari 1985

opleiding

lager-/basisonderwijs
  • Prot.Chr. lagere school te Aalsmeer

voortgezet onderwijs
  • Christelijke MULO-school te Aalsmeer, van 1932 tot 1935
  • h.b.s.-b, "Hervormd Lyceum" te Amsterdam, van 1935 tot 1938

academische studie
  • economie, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van 1938 tot 1947 (studie onderbroken van 1942 tot 1945 in verband met verzetsactiviteit bij "Trouw")

postacademisch onderwijs
  • studie Northwestern University te Chicago-Evanston (V.S.), van 1947 tot 1948 (fellowship)

overige opleidingen
  • boekhouden (praktijkdiploma boekhouden) Vereniging van Leraren in de Handelswetenschappen, tot 1939
  • mercuriusdiploma Federatie van Handels- en Kantoorbedienden

eredoctoraten
  • economische wetenschappen, Katholieke Hogeschool te Tilburg, 24 november 1977

activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Voerde in 1959 met minister Van Rooy de vrije loonpolitiek in. De primaire verantwoordelijkheid voor de loonvorming kwam weer bij werkgevers en werknemers, waarbij verschillen per bedrijfstak (differentiatie) mogelijk werden. C.a.o.'s waarin de loonstijging de gemiddelde productiviteitsstijging overtrof zouden niet worden goedgekeurd. (5524)
  • Voerde een politiek van prijsstabilisatie door te bepalen dat de loonstijgingen slecht beperkt in de prijzen mochten worden doorgevoerd. Hierover ontstond in 1960 een conflict in de bouwsector toen bouwondernemers zich daartegen verzetten.
  • Antwoordde in 1960 op vragen van het PvdA-Kamerlid Posthumus (na opmerkingen in de Belgische Senaat) dat er aanwijzingen waren voor de aanwezigheid van aardgasvelden in Groningen (aanhangsel Handelingen TK, 3023)
  • Bracht in 1960 de Zevende industrialisatienota uit, die voor het belangrijkste deel aan regionale industrialisatie is gewijd. Gestreefd wordt naar betere spreiding van industrievestiging. Daartoe zal een stimuleringsbeleid worden gevoerd via een premie- en prijsreductieregeling en daarnaast wordt gewerkt aan verbetering van de infrastructuur. (6.100-X, nr.8)
  • Bracht in 1962 de Nota inzake het aardgas uit en was verantwoordelijk voor de oprichting van de Nederlandse Gasunie. De winning van aardgas wordt in handen gebracht van de Staatsmijnen, Shell en Esso, waarbij het gewonnen aardgas verkocht wordt aan de Gasunie. De minister van Economische Zaken kan prijzen en tarieven goedkeuren en kan bepalen voor welke doeleinden het gas wordt ingezet. De Nederlandse Gasunie moet de gehele gasvoorziening in Nederland gaan verzorgen. (6.767)
  • Bracht in 1963 de Achtste industrialisatienota uit, waarin voor het eerste een hoofdstuk aan economische groei was gewijd. Versterking van de economische structuur ter behoud van de Nederlandse concurrentiepositie wordt een belangrijke doelstelling. Onderzoek en investeringen via de aardgasbaten moeten daaraan bijdragen. (7.169)

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1959 de Bedrijfstellingenwet 1959 (Stb. 410) tot stand. Deze wet, die een wet uit 1939 verving, bevatte regels voor de gegevensverzameling over bedrijven door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Iedere tien jaar moest een bedrijfstelling worden gehouden.
  • Bracht in 1960 samen met de ministers Luns, Zijlstra, Marijnen en Van Rooy en de staatssecretarissen Van den Berge en Stijkel de wet tot Goedkeuring van het Verdrag tot instelling van de Benelux-Economische Unie tot stand. De wet ratificeert het op 3 februari 1958 in Den Haag ondertekende verdrag tussen Nederland, België en Luxemburg over de economische unie van deze landen. Verder werden de beginselen van vrij onderling dienstenverkeer en coördinatie van nationale wetgeving op het gebied van verkeer, vennootschappen en handel vastgelegd. Het wetsvoorstel was in 1958 ingediend. (5.172)
  • Bracht in 1961 de Prijzenwet (Stb. 135) tot stand, die ingrijpen in de prijsontwikkeling mogelijk maakt. De minister kan voor één jaar een maximumprijs vaststellen. Er dient wel overleg plaats te vinden met het bedrijfsleven en beroep tegen een prijsbeschikking is mogelijk. Het wetsvoorstel was in 1958 ingediend door minister Zijlstra, maar werd door De Pous in 1961 aangepast. (5.349)
  • Bracht in 1962 samen met minister Marijnen de In- en Uitvoerwet (Stb. 295) tot stand. Deze gaat uit van het beginsel van vrijheid van internationale handel, waarvan slechts bij uitzondering en bij bepaalde goederen (via een AMvB) van mag worden afgeweken. (6.178)
  • Bracht in 1962 samen met minister Marijnen de Hamsterwet (Stb. 542) tot stand, die de regering de mogelijkheid biedt om in buitengewone omstandigheden hamsteren tegen te gaan. (6.777)
  • Bracht in 1962 een wet tot goedkeuring van de op 25 juli 1961 te Brussel gesloten overeenkomst met Euratom betreffende de vestiging te Petten van een inrichting van het gemeenschappelijk centrum voor onderzoek op het gebied van de kernenergie. Naast het sinds 1958 in Petten gevestigde Reactor Centrum Nederland werd daardoor een nucleair onderzoekscentrum voor Euratom in Petten gevestigd en werd de hoge-flux-reactor overgedragen aan Euratom. (6.593)
  • Bracht in 1963 samen met de ministers Cals en Veldkamp de Kernenergiewet (Stb. 82) tot stand. Deze wet moet een gecoördineerd stimuleren door de overheid van het gebruik van kernenergie mogelijk maken. Daarnaast zijn regels opgenomen die het gevaar dat is verbonden aan het werken met radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende apparaten moet voorkomen. De handel in splijtstoffen en in radioactief materiaal wordt aan vergunningen gebonden. Er komt een Kernenergieraad. (5.861)
  • Bracht in 1963 samen met minister Cals wetten tot stand over goedkeuring van verdragen inzake de oprichting van de Europese Organisatie voor de ontwikkeling en de vervaardiging van dragers voor ruimtevoertuigen en een Europese Organisatie voor ruimteonderzoek (7.058 & 7.061)

wetenswaardigheden

algemeen
  • Bood in 1962 als minister van Financiën ad interim de Rijksbegroting 1963 aan de Tweede Kamer aan, omdat Zijlstra een vergadering van de Internationale Bank te Washington bijwoonde
  • In 1970 eisten NVV en NKV het aftreden van De Pous als voorzitter van de SER wegens zijn vele commissariaten

uit de privésfeer
  • Hij was kleurenblind
  • Was in 1943-1945 hoofdverspreider in de Haarlemmermeer van het illegale blad "Trouw"
  • Werd in 1952 lector aan de VU als (waarnemend) opvolger van Jelle Zijlstra
  • Weigerde in 1967 een benoeming tot hoogleraar
  • Zijn vader was bloemkweker

anekdotes en citaten
  • Toen zijn jongste dochter Anneke werd geboren, was hij de eerste sinds honderd jaar die door de vicevoorzitter van de Raad van State werd gelukgewenst met de geboorte van een kind.

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Economische Zaken, oktober 1966 (tijdens formatie-Zijlstra)
  • minister van Economische Zaken, maart 1967 (tijdens formatie-Biesheuvel)
  • informateur, april 1973 (samen met Van Agt; geweigerd)

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
  • Paul (schuilnaam tijdens Tweede Wereldoorlog)
  • Jan Compromis (bijnaam als voorzitter SER)

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Aalsmeer
  • Amsterdam, vanaf 1944
  • 's-Gravenhage, Van Zaeckstraat 65, 1957 (nog in 1993)

ridderorden
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 27 juli 1963
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 3 september 1975
  • Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau, 24 januari 1985

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • H.C.M. van Seumeren en A.F. van Zweeden, "De Pous: een journalistiek portret", in: "Economische orde en beleid. Twintig jaar sociaal-economisch beleid. Bundel ter gelegenheid van het aftreden van dr. J.W. de Pous als voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (1964-1984)", (1985)
  • "Dr. J.W. de Pous 1920-1996", Trouw, 8 januari 1996
  • H.C.M. van Seumeren, "Zonder De Pous was de SER al lang ter ziele geweest", De Volkskrant, 9 januari 1996
  • G.C. van Dam, "De Pous: een toegewijd man", Trouw, 11 januari 1996
  • H. van Spanning, "Jan Willem de Pous (1920-1996). Boegbeeld van de overlegeconomie, in: P.E. Werkman en R.E. van der Woude (ed.), "Geloof in eigen zaak. Markante protestantse werkgevers in de negentiende en twintigste eeuw" (2006), 471
  • Wie is dat? 1956

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Aalsmeer, 1951

echtgeno(o)t(e)/partner
G. van Itterzon, Greta (Greet)

kinderen
2 dochters en 1 zoon

vader
Th. de Pous, Theunis

geboorteplaats en/of -datum
Assendelft, 24 februari 1886

moeder
A. Maarse, Aagje

geboorteplaats en/of -datum
Aalsmeer, 17 mei 1886

broers en zusters
1 broer en 2 zussen

beroep grootvader (moederskant)
bloemenkweker

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.