Mr. J. (Jan) van Aartsen

foto Mr. J. (Jan) van Aartsenvergrootglas

Secretaris van de Christelijke werkgevers en wethouder in Den Haag, die in 1958 Algera als minister van Verkeer en Waterstaat in het vierde kabinet-Drees opvolgde. Bekleedde die post later ook in het kabinet-Marijnen . Was minister van Volkshuisvesting in het kabinet-De Quay . Bracht een eerste nota over de ruimtelijke ordening uit en was middelpunt van de kabinetscrisis in 1960 over de woningbouw. Stelde het rijkswegenfonds in. Na zijn ministerschap Commissaris van de Koningin in Zeeland. Gedegen, maar niet al te opvallend bestuurder.

ARP
in de periode 1958-1974: lid Tweede Kamer, minister, Commissaris van de Koning(in)

Voornaam (roepnaam)

Johannes (Jan)

Personalia

geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 15 september 1909

overlijdensplaats en -datum
Vlissingen, 3 februari 1992

Hoofdfuncties/beroepen (6/13)

  • Commissaris van de Koningin in Zeeland, van 1 juni 1965 tot 1 oktober 1974 (benoemd bij K.B. van 24 mei 1965)
  • minister van Verkeer en Waterstaat, van 24 juli 1963 tot 14 april 1965
  • minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid, van 19 mei 1959 tot 24 juli 1963
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 maart 1959 tot 19 mei 1959
  • minister van Verkeer en Waterstaat, van 1 november 1958 tot 19 mei 1959 (benoemd bij K.B. van 25 oktober 1958)
  • wethouder (van economische zaken) van 's-Gravenhage, van 6 september 1949 tot 1 november 1958

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

Partijpolitieke functies (0/5)

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

Nevenfuncties (2/28)

  • voorzitter commissie bodemvervuiling Lekkerkerk, 1980
  • voorzitter Provinciaal Opbouworgaan Stichting Zeeland (als Commissaris van de Koningin)

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig) (2/5)
  • Verdedigde in 1964 in de Tweede Kamer met succes de, in 1962 door minister Korthals ingediende, ontwerp-Ontgrondingenwet. Zijn opvolger Suurhoff zou het voorstel in 1966 door de Eerste Kamer loodsen. (6.338)
  • Vroeg in december 1963 de directieleden van de KLM hun functies ter beschikking te stellen, nadat ernstige meningsverschillen waren ontstaan binnen de directie

als bewindspersoon (wetgeving) (2/6)
  • Bracht in 1965 als minister van Verkeer en Waterstaat samen met staatssecretaris Van den Berge de Wet op het Rijkswegenfonds (Stb. 30) tot stand. Dit fonds waaruit wegenaanleg mede wordt gefinancierd, wordt deels gevoed vanuit de algemene middelen en deels via een verhoging van de motorrijtuigenbelasting. (7.813)
  • Bracht in 1962 samen met de ministers Toxopeus, Zijlstra en Beerman de Wet Premie Kerkenbouw (Stb. 538) tot stand, waardoor kerkgenootschappen subsidie kregen voor het stichten van kerkgebouwen. De financiële steun wordt wenselijk geacht vanwege de snelle groei van steden en dorpen en de verzwakte financiële positie van kerken door het naoorlogse herstel van kerkgebouwen. (6.260)

U ziet een selectie van activiteiten. In de uitgebreide versie is het gehele overzicht van activiteiten in te zien.

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Aan de VU jaargenoot van W.P. Berghuis en W.F. de Gaay Fortman
  • Zijn vader was hoofdonderwijzer in Amsterdam

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.