Dr. L.J.M. (Louis) Beel

foto Dr. L.J.M. (Louis) Beel
bron: Beeldbank Nationaal Archief

Katholieke staatsman. Eén van de belangrijkste politici van na 1945. Begon zijn loopbaan als gemeenteambtenaar. In 1945 werd hij minister van Binnenlandse Zaken en als zodanig speelde hij een voorname rol bij de naoorlogse zuiveringen. Was als premier en Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon een vooraanstaande figuur in het moeizame proces van dekolonisatie. Voorstander van militair optreden (politionele acties) tegen de Republiek Indonesia. Na terugkeer uit Indië hoogleraar en in 1951 weer minister van Binnenlandse Zaken en in het kabinet-Drees III tevens vicepremier. Had een goede band met Drees. In de jaren vijftig en zestig als (in)formateur betrokken bij de vorming van diverse kabinetten, vooral van centrumrechtse signatuur. Belangrijk adviseur en vertrouweling van koningin Juliana. Gezagvol, inventief en doortastend politicus, die vaak als regelaar en 'bruggenbouwer' fungeerde. Ook een wat dorre jurist. Had als bijnaam 'de Sfinx'.

KVP, RKSP
in de periode 1945-1972: lid Tweede Kamer, minister, minister-president, lid Raad van State, vicepresident Raad van State, Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornamen (roepnaam)

Louis Joseph Maria (Louis)

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Roermond, 12 april 1902

overlijdensplaats en -datum
Utrecht, 11 februari 1977

3.

Partij/stroming

partij(en)
  • RKSP (Roomsch-Katholieke Staatspartij), omstreeks 1933 tot 22 december 1945
  • KVP (Katholieke Volkspartij), vanaf 22 december 1945

4.

Hoofdfuncties/beroepen (12/32)

  • minister van Binnenlandse Zaken, van 23 februari 1945 tot 15 september 1947
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 juni 1946 tot 3 juli 1946
  • minister-president, van 3 juli 1946 tot 7 augustus 1948
  • minister van Overzeese Gebiedsdelen ad interim, van 30 augustus 1947 tot 3 november 1947 (in verband met ziekte van minister Jonkman)
  • minister van Algemene Zaken, van 13 oktober 1947 tot 7 augustus 1948 (departement ingesteld bij K.B. van 11 oktober 1947)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 juli 1948 tot 7 september 1948
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 6 december 1951 tot 7 juli 1956 (trad af wegens benoeming in een onderzoekscommissie;2211909)
  • viceminister-president, van 2 september 1952 tot 7 juli 1956
  • minister van Maatschappelijk Werk, van 2 september 1952 tot 9 september 1952
  • minister-president en minister van Algemene Zaken, van 22 december 1958 tot 19 mei 1959
  • lid Raad van State, van 1 juni 1959 tot 1 augustus 1959 (benoemd bij K.B. van 27 mei 1959)
  • vicepresident Raad van State, van 1 augustus 1959 tot 1 juli 1972 (benoemd bij K.B. van 1 juli 1959)

ambtstitel
  • minister van staat, van 21 november 1956 tot 11 februari 1977

(in)formateurschap(pen) (2/10)
  • informateur, van 4 november 1966 tot 16 november 1966
  • informateur, van 6 maart 1967 tot 9 maart 1967 (formeel adviseur van de koningin)

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Partijpolitieke functies

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

6.

Nevenfuncties (2/33)

  • lid Raad van Commissarissen N.V. AKZO, van 1970 tot april 1972 (na fusie AKU-KZO)
  • voorzitter ICIN (Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland), van januari 1973 tot november 1976

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

7.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

8.

Activiteiten

als minister-president
  • Had als minister-president een belangrijk aandeel in de Indië-politiek. Maakte van 3 tot en met 24 mei 1947 met minister Jonkman een reis naar Nederlands-Indië
  • Tijdens zijn eerste kabinet vonden de ondertekening van het Akkoord van Linggadjati (25 maart 1947) en de eerste politionele actie (20/21 juli - 4 augustus 1947) plaats

als bewindspersoon (beleidsmatig) (2/13)
  • Bracht in 1956 de Grondwetsherziening in eerste lezing tot stand, waarbij onder meer verklaringswetten over uitbreiding van het aantal leden van Eerste en Tweede Kamer werden aanvaard
  • Belangrijke benoemingen tijdens zijn ministerschap 1951-1956: Rutgers (1956, vicepresident Raad van State), Offerhaus (VVD, Commissaris van de Koningin in Groningen), Van Lynden van Sandenburg (partijloos (a.r.), Commissaris van de Koningin in Utrecht), Prinsen (PvdA, Commissaris van de Koningin in Noord-Holland), Klaasesz (PvdA, Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland); Van Walsum (PvdA, burgemeester van Rotterdam)

als bewindspersoon (wetgeving) (2/25)
  • Bracht in 1959 de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) (Stb. 139) tot stand. Deze wet geeft alle weduwen die achterblijven met één of meer kinderen onder de 18 jaar een pensioen. Dit pensioen blijft behouden als de kinderen tussen haar 45ste en 50ste levensjaar 18 jaar worden. Weduwen zonder kinderen van 50 jaar en ouder krijgen eveneens pensioen. De wet trad 1 oktober 1959 in werking. Het wetsvoorstel was in 1958 ingediend door minister Suurhoff. (5.390)
  • Bracht in 1959 een wet in het Staatsblad tot aanvulling van de Veiligheidswet 1934 en de Stuwadoorswet met bepalingen over bedrijfsgezondheidsdiensten. Het wetsvoorstel was door staatssecretaris Van Rhijn in 1955 ingediend en in 1958 in de Tweede Kamer verdedigd. (3.848)

als (in)formateur (2/11)
  • Kreeg op 4 november 1966 het verzoek de mogelijkheden te onderzoeken om zo spoedig mogelijk tot de oplossing van de kabinetscrisis te geraken. Een compromisvoorstel over het financiële beleid, zodat het kabinet-Cals tot vervroegde verkiezingen kon aanblijven, werd door de PvdA afgewezen. Hierna werd aangestuurd op een interim-kabinet van KVP en ARP onder leiding van Zijlstra en De Quay. Op 15 november bracht Beel zijn eindverslag uit.
  • Werd op 6 maart 1967 door de koningin gevraagd advies uit te brengen, op grond van door fractievoorzitters uitgebrachte adviezen, over de benoeming van een formateur. Adviseerde op 9 maart Biesheuvel met de formatie te belasten.

U ziet een selectie van activiteiten. In de uitgebreide versie is het gehele overzicht van activiteiten in te zien.

9.

Wetenswaardigheden

algemeen (3/13)
  • Had in 1952 een voorkeur voor een ministerschap aan het nieuwe departement van Maatschappelijk Werk. Toen de KVP geen kandidaat voor Binnenlandse Zaken kon vinden (de burgemeesters Loeff en Kolfschoten en CdK Houben weigerden) bleef Beel aan Binnenlandse Zaken. Van Thiel nam Maatschappelijk Werk op zich.
  • Speelde een belangrijke rol bij het oplossen van de crisis in de koninklijke familie rond de gebedsgenezeres Greet Hofmans
  • Had een groot aandeel in de vorming van de kabinetten-De Quay, -Marijnen, -Zijlstra en -De Jong. Was als minister van staat ook zijdelings betrokken bij de formaties in 1971 en 1972-1973.

uit de privésfeer
  • Zat in augustus-september 1944 ondergedoken om zich te onttrekken aan graafwerkzaamheden nabij Eindhoven
  • Rond 1944 actief in de Gemeenschap van Oud-Illegale Werkers van Nederland en het Comité Eenheid bij Verscheidenheid
  • Was naar buiten toe tamelijk afstandelijk en gesloten. Toonde echter wel altijd een grote betrokkenheid bij het wel en wee van zijn medewerkers.

anekdotes en citaten
  • Nadat hij in 1945 in Apeldoorn door de kabinetsformateurs Schermerhorn en Drees was uitgenodigd om weer de portefeuille van Binnenlandse zaken over te nemen en zich daartoe bereid verklaarde, bezocht hij op de terugreis naar Den Haag eerst in Utrecht Monseigneur De Jong, de aartsbisschop van Utrecht. Deze keurde het besluit om minister te blijven goed.
  • Als hij eenvoudige lieden op zittingen van de afdeling Bestuurlijk Administratieve Beschikking van de Raad van State voor zich kreeg, legde hij hen in simpele bewoordingen de gang van zaken uit ("Hebde gij het allemaal goed begrepen?").

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
  • "De Onderkoning van Nederland" (zo genoemd vanwege zijn invloed als vicevoorzitter van de Raad van State)
  • "De Sfinx van Wassenaar" (bijnaam)

U ziet een selectie van wetenswaardigheden. In de uitgebreide versie is een overzicht van wetenswaardigheden opgenomen.

10.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

11.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.