Kabinet-Balkenende I (2002-2003)

Balkenende I (2002-2003)

Na acht jaar paars is er weer een centrumrechtse coalitie: CDA en VVD samen met nieuwkomer LPF (de Lijst Pim Fortuyn). De enorme verkiezingswinst van deze nieuwe partij (26 zetels) maakte een kabinet zonder deze partij bijna onmogelijk.

Het kabinet bestond uit veertien ministers: zes van het CDA, vier van de LPF en vier van de VVD. Er zijn veertien staatssecretarissen: vijf CDA'ers, vijf LPF'ers en vier VVD'ers. Premier is Jan Peter Balkenende (CDA). Het kabinet treedt op 22 juli 2002 aan en op 26 juli legt premier Balkenende de regeringsverklaring af.

Voortdurende spanningen in de LPF en een zich spoedig openbarende verstoorde relatie tussen vicepremier Bomhoff en minister Heinsbroek leiden uiteindelijk op 15 oktober tot de aanzegging door minister De Boer dat beide ministers moeten terugtreden. Voordat zij daartoe hebben besloten, maken de fractievoorzitters van CDA en VVD op 16 oktober bekend dat zij het vertrouwen in het kabinet opzeggen. Het kabinet wordt dan demissionair en, na verkiezingen, treedt op 27 mei 2003 het opvolgende kabinet-Balkenende II aan.

Formatie

De Tweede Kamerverkiezingen van 2002 lieten een grote winst zien voor nieuwkomer LPF en verlies voor de deelnemers aan Paars (PvdA, VVD, D66). CDA, LPF en VVD stuurden aan op vorming van een kabinet en slaagden daarin. Zij sloten een 'strategisch akkoord'. Op 4 juli 2002 debatteerde de Tweede Kamer over dit akkoord. Op 22 juli 2002 werd, na een door openheid gekenmerkte formatie, het kabinet-Balkenende I beëdigd.

 
datum wat wie tot en met dagen
15 mei 2002 Tweede Kamer­verkiezingen      
17 mei 2002 benoeming (in)formateur J.P.H. Donner 3 juli 2002 48
4 juli 2002 benoeming (in)formateur J.P. Balkenende 21 juli 2002 18
22 juli 2002 beëdiging nieuwe bewindslieden Koningin Beatrix 15 oktober 2002 86
16 oktober 2002 kabinet demissionair   26 mei 2003 223
27 mei 2003 ontslag verleend Koningin Beatrix    

Regeerakkoord en regeringsverklaring

Document

Datum

Letterlijke tekst (PDF)

Strategisch akkoord

3 juli 2002

Werken aan vertrouwen, een kwestie van aanpakken

CPB-analyse

juli 2002

Economische gevolgen van het Strategisch Akkoord 2003-2006

Regeringsverklaring

26 juli 2002

Regeringsverklaring

Samenstelling kabinet

Minister-President
Mr.Drs. J.P. Balkenende (cda)

Viceminister-president
J.W. Remkes (vvd)
Dr. E.J. Bomhoff (lpf) (22 juli 2002 - 16 oktober 2002)
R.H. de Boer (lpf) (18 oktober 2002 - 27 mei 2003)

Algemene Zaken
minister: Mr.Drs. J.P. Balkenende (cda)

Buitenlandse Zaken
minister: Mr. J.G. de Hoop Scheffer (cda)
staatssecretaris: A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven (cda)
staatssecretaris: Mr.Drs. A. Nicolaï (vvd)

Justitie
minister: Mr. J.P.H. Donner (cda)

minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
minister: Mr. H.P.A. Nawijn (lpf)

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
minister: J.W. Remkes (vvd)
staatssecretaris: R.H. Hessing (lpf)

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(pen)
minister: M.J.A. van der Hoeven (cda)
staatssecretaris: Mr.Drs. C.H.J. van Leeuwen (lpf)
staatssecretaris: Drs. A.D.S.M. Nijs (vvd)

Financiën
minister: Drs. J.F. Hoogervorst (vvd)
staatssecretaris: Dr. S.R.A. van Eijck (lpf)

Defensie
minister: Mr. A.H. Korthals (vvd) (22 juli 2002 - 12 december 2002)
minister: H.G.J. Kamp (vvd) (12 december 2002 - 27 mei 2003)
staatssecretaris: C. van der Knaap (cda)

Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
minister: H.G.J. Kamp (vvd)
staatssecretaris: Drs. P.L.B.A. van Geel (cda)

Verkeer en Waterstaat
minister: R.H. de Boer (lpf)
staatssecretaris: Drs. M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (vvd)

Economische Zaken
minister: Mr. H.Ph.J.B. Heinsbroek (lpf) (22 juli 2002 - 16 oktober 2002)
minister: Drs. J.F. Hoogervorst (vvd) (16 oktober 2002 - 27 mei 2003)
staatssecretaris: Mr.Drs. J.G. Wijn (cda)

Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
minister: Dr. C.P. Veerman (cda)
staatssecretaris: Ir. B.J. Odink (lpf)

Sociale Zaken en Werkgelegenheid
minister: Mr. A.J. de Geus (cda)
staatssecretaris: Drs. M. Rutte (vvd)
staatssecretaris: R.R.Ph. Bijlhout (lpf) (22 juli 2002 - 24 juli 2002)
staatssecretaris: K.L. Phoa (lpf) (9 september 2002 - 27 mei 2003)

Volksgezondheid, Welzijn en Sport
minister: Dr. E.J. Bomhoff (lpf) (22 juli 2002 - 16 oktober 2002)
minister: Mr. A.J. de Geus (cda) (16 oktober 2002 - 27 mei 2003)
staatssecretaris: Drs. C.I.J.M. Ross-van Dorp (cda)

Mutaties

Al enkele uren na de beëdiging van het kabinet maakt Philomena Bijlhout bekend af te treden als staatssecretaris van familie en emancipatiezaken. Zij had de formateur verkeerd ingelicht over haar deelname aan Surinaamse milities ten tijde van en na de decembermoorden in 1982. Nadat de door de LPF voorgedragen Fiona de Vilder zich had teruggetrokken, wordt de directeur van de Stichting Verantwoord Alcohol Gebruik, Phoa, in september tot staatssecretaris benoemd.

Spoedig na het aantreden van het kabinet is er sprake van slechte persoonlijke verhoudingen tussen de ministers Bomhoff en Heinsbroek van de LPF. Dat verergert nog als LPF-fractievoorzitter Wijnschenk Heinsbroek naar voren schuift als nieuwe leider van de LPF, waardoor het vicepremierschap van Bomhoff wordt bedreigd. LPF-minister De Boer besluit op 15 oktober - de dag van de bijzetting van Prins Claus in de koninklijke grafkelder in Delft - zijn beide LPF-collega's aan te zeggen dat zij beiden moeten terugtreden om daarmee het voortbestaan van het kabinet te redden.

De ministerraad besluit die avond dat Heinsbroek en Bomhoff de volgende dag uiterlijk 9.00 uur een besluit bekend moeten maken. Bomhoff deelt omstreeks 10.00 uur mee te zullen opstappen, maar de fractievoorzitters Verhagen (CDA) en Zalm (VVD) hebben eerder die dag al het vertrouwen in het kabinet al opgezegd. Nadat dit bekend is geworden biedt ook Heinsbroek zijn ontslag aan.

De ministers De Geus en Hoogervorst nemen de taken van de afgetreden ministers over. LPF-minister De Boer wordt vicepremier.

Na het verschijnen van het rapport van de enquêtecommissie bouwnijverheid op 12 december treedt minister Korthals van Defensie af. Korthals had als minister van Justitie in het vorige kabinet de Tweede Kamer onjuist ingelicht over een schikking tussen het Openbaar Ministerie en bouwondernemingen. Minister Kamp neemt het ministerschap van Defensie op zich.

Parlementaire verhoudingen

  Tweede Kamer tot 3 oktober 2002 Tweede Kamer van 3 oktober 2002 tot 17 oktober 2002 Tweede Kamer van 17 oktober 2002 tot 14 november 2002 Tweede Kamer van 14 november 2002 tot 30 januari 2003 Tweede Kamer vanaf 30 januari 2003
CDA 43 43 43 43 44
LPF 26 - 23 23 8
VVD 24 24 24 24 28
fractie-Wijnschenk (ex-LPF) - - - 1 -
totaal 93
(62%)
67
(44.7%)
90
(60%)
91
(60.7%)
80
(53.3%)

  Eerste Kamer minister­raad/(kabinet)
CDA 20 6 (11)
LPF - 4 (9)
VVD 19 4 (8)
fractie-Wijnschenk (ex-LPF) - -
totaal 39
(52%)
 

Financieel-economisch beleid

De verminderde economische situatie beperkt de ruimte voor investeringen in zorg en onderwijs. Er zijn plannen voor een nieuw zorgstelsel en voor beperking van het aantal WAO'ers. Om te bezuinigen worden fiscale voordelen voor 'groen' beleggen verminderd en wordt de spaarloonregeling versoberd. In de eerste helft van 2003 loopt de werkloosheid aanzienlijk op en is sprake van een lichte recessie.

Bijzonderheden

Het kabinet treedt aan in een politiek woelige periode. Vlak voor de verkiezingen van 15 mei 2002 was politiek leider van de LPF Pim Fortuyn vermoord. Nog door het tweede kabinet-Kok wordt een commissie-Van den Haak ingesteld die de beveiliging van Fortuyn moet onderzoeken. Het rapport van de commissie verschijnt op 17 december 2002. Er is daarin vooral kritiek op de BVD en het Korps Landelijke Politiediensten. Tot politieke problemen voor de ministers Remkes en Donner leidt dit echter niet.

Veiligheid is een belangrijk thema van het nieuwe kabinet. Er komt een aparte staatssecretaris voor openbare orde en veiligheid. Ook aan het asiel- en integratiebeleid wordt veel aandacht besteed. Er komt bij het ministerie van Justitie een minister voor Vreemdelingenbeleid en Integratie. In december 2002 debatteert de Tweede Kamer met premier Balkenende over 'waarden en normen'.

Enkele malen zijn uitlatingen van minister Nawijn aanleiding voor een debat. In november 2002 zorgen uitspraken van de minister in 'Nieuwe Revu' over herinvoering van de doodstraf voor opschudding. Een maand later is kritiek van Nawijn op het functioneren van de Tweede Kamer reden om hem ter verantwoording te roepen.

Andere zaken die tijdens het kabinet-Balkenende I spelen, zijn:

  • Het militaire optreden van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en enkele andere landen in Irak. Dat optreden gebeurt zonder direct mandaat van de Veiligheidsraad. De Nederlandse regering wil geen militaire steun geven, maar steunt het optreden wel in politieke zin.
  • Het kabinet houdt vast aan participatie in de ontwikkeling (system development and demonstration) van de Joint Strike Figther (JSF).
  • Begin 2003 is er een uitbraak van vogelpest in de pluimveesector. Bedrijven worden geruimd en ook dieren die als hobbypluimvee worden gehouden, moeten worden vernietigd. Minister Veerman wordt zowel vanwege zijn aanpak van de crisis zowel geprezen als bekritiseerd.
  • In maart 2003 is er een rel na uitlatingen van prinses Margarita, een nicht van de koningin. Beschuldigingen over machtsmisbruik en ongeoorloofd optreden door de AIVD leiden ook tot kritiek op de directeur van het Kabinet van de Koningin.

Troonrede


Meer over