Kabinetten per tijdvak

Kabinetten De Nederlandse kabinetten zijn in verschillende tijdvakken in te delen: van de negentiende eeuwse kabinetten tot de kabinetten-Paars in de vroege eenentwintigste eeuw. In onderstaand overzicht zijn alle kabinetten in tijdvakken geordend.


  • Instabiliteit (na 2002)

    Na acht jaar komt er een eind aan 'Paars'. 2002 staat in het teken van de opkomst van de politieke beweging rond Pim Fortuyn en diens gewelddadige dood. Een periode van grotere politieke instabiliteit breekt aan. De verschuivingen bij verkiezingen nemen toe en de 'centrum-partijen' (CDA, PvdA en VVD) verliezen geregeld terrein ten koste van partijen aan de politieke flanken, zoals SP en PVV. Om een meerderheidskabinet te vormen, is steeds een 'derde' partij nodig.

  • Paars (1994-2002)

    In deze periode regeren twee kabinetten onder leiding van Wim Kok met vertegenwoordigers uit PvdA, VVD en D66. De vorming van het eerste kabinet komt in 1994 tot stand nadat de zittende coalitie van CDA en PvdA haar meerderheid heeft verloren. Beide partijen verliezen fors. Winnaars zijn D66 en VVD.

  • Kabinetten-Lubbers (1982-1994)

    Deze periode wordt gedomineerd door het CDA van premier Lubbers. Na het mislukte kabinet-Van Agt/Den Uyl/Terlouw komt er in november 1982 een centrumrechts kabinet onder leiding van de opvolger van Van Agt. Dat kabinet neemt de sanering van de overheidsfinanciën krachtig ter hand, waarbij onder meer wordt bezuinigd op ambtenarensalarissen en uitkeringen.

  • Polarisatie (1966-1982)

    Deze periode wordt gekenmerkt door een scherpe tegenstelling tussen partijen. Met name de progressieve partijen (PvdA, D66 en PPR) vinden eind jaren zestig dat kiezers een duidelijker keuze moeten kunnen maken. Zij benadrukken daarom de verschillen met andere partijen, bepleiten directe verkiezing van de minister-president en stellen voorwaarden aan regeringsdeelname.

  • Welvaartsstaat (1958-1966)

    In deze periode wordt verder gewerkt aan uitbouw van de welvaartstaat. Er komen nieuwe regelingen voor kinderbijslag en arbeidsongeschiktheid, er wordt een sociaal minimum ingevoerd, de Algemene Bijstandswet vervangt de Armenwet en de vrije zaterdag wordt ingevoerd. Ook de lonen gaan, mede onder druk van krapte op de arbeidsmarkt, omhoog. De welvaartsstijging is mede te danken aan grote aardgasvondsten. Keerzijde van de welvaart zijn toenemende milieuvervuiling en een steeds verdere verstedelijking.

  • Oorlogskabinetten (1939-1945)

    Deze periode wordt geheel beheerst door de internationale toestand. De herbewapening en annexatiedrift van Nazi-Duitsland mondt in 1939 uit in de Tweede Wereldoorlog. Na de val van het vijfde kabinet-Colijn is een kabinet-De Geer aangetreden waarin voor het eerst sociaaldemocraten zijn opgenomen. Kort na het aantreden van het kabinet wordt het Nederlandse leger gemobiliseerd. Een paar dagen later breekt, met de inval van Duitsland in Polen, de oorlog uit.

  • Kabinetten voor 1918

    Pas sinds 1848 kennen we kabinetten. Daarvoor waren de ministers op de eerste plaats dienaren van de koning die slechts zelden gezamenlijk vergaderden. Pas in 1842 werd er een geregelde kabinetsvergadering in het leven geroepen. In 1848 werd voor het eerst een kabinet geformeerd.


meer over