Deze periode wordt gekenmerkt door een scherpe tegenstelling tussen partijen. Met name de progressieve partijen (PvdA, D66 en PPR) vinden eind jaren zestig dat kiezers een duidelijker keuze moeten kunnen maken. Zij benadrukken daarom de verschillen met andere partijen, bepleiten directe verkiezing van de minister-president en stellen voorwaarden aan regeringsdeelname.
Na de neergang van de drie confessionele partijen in 1967, 1971 en 1972 komt er een centrumlinks kabinet-Den Uyl. Door de vorming van het CDA als fusie van ARP, CHU en KVP weten de confessionele partijen hun neergang echter om te buigen. Ondanks een grote verkiezingsoverwinning van de PvdA in 1977 komt er daarom een centrumrechts kabinet. De verkiezingen van 1981 leiden weer tot een (wederom wankel) kabinet van CDA en PvdA, waaraan ook D66 deelneemt.
In deze periode vindt een economische neergang plaats, die leidt tot grote werkloosheid en een oplopend begrotingstekort. Het stelsel van sociale zekerheid zorgt ervoor dat anders dan in de jaren dertig geen armoede ontstaat, maar het stelsel komt door het grote beroep op voorzieningen wel onder druk. Andere issues die in deze tijd spelen zijn de kernbewapening, de milieuverontreiniging en de regeling van abortus provocatus.
Kabinetten

Dit kabinet is een overgangskabinet dat wordt gevormd na de val van het kabinet-Cals. Belangrijkste taak is het uitschrijven van vervroegde Tweede Kamerverkiezingen en het afhandelen van lopende zaken, zoals de voorbereiding van de begroting voor 1967. Het kabinet weet wel de omroepkwestie te regelen door aanvaarding in beide Kamers van de Omroepwet.

Dit centrumrechtse kabinet regeert aan het einde van de roerige jaren zestig en weet enkele hervormingen door te voeren, zoals democratisering van de universiteiten en herziening van de echtscheidingswetgeving. Ondanks de maatschappelijke onrust en toenemende politieke polarisatie zit het kabinet de gehele periode zonder tussentijdse crisis uit.
Kabinet-Biesheuvel I en II (1971-1973)

Dit kabinet, met nieuwkomer DS'70 als vijfde regeringspartij, zet het beleid van het kabinet-De Jong voort. Financieel-economische problemen staan centraal, waarbij de toenemende inflatie het grootste probleem is. DS'70 maakt zich sterk voor toepassing van het profijtbeginsel. Na marathonvergaderingen over de begroting 1973 komt het in juli 1972 tot een breuk in het kabinet. De DS'70-ministers, die vinden dat er ingegrepen moet worden in het loon- en prijsbeleid, accepteren de bezuinigingen op hun departementen niet.

Het kabinet-Den Uyl is het meest progressieve uit de parlementaire geschiedenis. De drie linkse partijen hebben tien ministers, KVP en ARP samen zes. Het kabinet stelt zich ten doel: eerlijk delen van kennis, macht en inkomen. Het kabinet komt na een moeizame, langdurige formatie tot stand.

Dit kabinet van CDA en VVD komt na een lange formatieperiode tot stand, nadat vorming van een tweede kabinet-Den Uyl is mislukt. Het krijgt te maken met grote financieel-economische problemen en oplopende werkloosheid. In 1978 brengt het kabinet de Nota Bestek'81 uit, waarin ombuigingen worden aangekondigd. Als het kabinet in 1980 extra bezuinigingen afwijst, treedt minister Andriessen van Financiën af.
Kabinet-Van Agt II (1981-1982)

Dit kabinet van CDA, PvdA en D66 staat ook bekend onder de naam kabinet-Van Agt/Den Uyl/Terlouw. Met name de financieel-economische problemen leiden steeds tot spanningen. Al na acht maanden, nadat de PvdA een grote nederlaag bij de Statenverkiezingen heeft geleden, valt het kabinet vanwege een conflict over bezuinigingen. De PvdA-bewindslieden dienen hun ontslag in.

Dit minderheidskabinet is een overgangskabinet, dat als voornaamste taak heeft het uitschrijven van verkiezingen.
Kabinetscrises
kabinetscrisis 1972: uittreden DS'70
Op 20 juli 1972 viel nogal onverwacht - althans voor de buitenwereld - het een jaar eerder gevormde kabinet-Biesheuvel. De ministers van DS'70 (Drees jr. en De Brauw) konden zich niet verenigen met het voorgestelde financieel-economische beleid.
Kabinetscrisis 1977: grondpolitiek
Op 22 maart 1977 viel het kabinet-Den Uyl. Het conflict ontstond in het kabinet, maar vond zijn oorsprong in de Tweede Kamer. Door de fracties van KVP en ARP waren namelijk amendementen ingediend op wetsvoorstellen inzake de grondpolitiek.
Op 12 mei 1982 kwam er een einde aan het acht maanden eerder gevormde tweede kabinet-Van Agt. De PvdA-ministers konden zich niet vinden in het financieel-economisch beleid, meer in het bijzonder in de financiering van het werkgelegenheidsbeleid.
Tweede Kamerverkiezingen
-
1967
Een spectaculaire winst voor nieuwkomer D'66 (zeven zetels), groei voor de Boerenpartij (winst vier zetels) en flink verlies voor KVP (acht zetels) en PvdA (zes zetels). Dat waren de belangrijkste verschuivingen bij deze vervroegde Tweede Kamerverkiezingen.
-
1971
Grote winnaar van de Tweede Kamerverkiezingen van 1971 was DS'70 van Drees jr. Deze nieuwkomer behaalde acht zetels. Van groot belang was verder dat, door het verlies van KVP (zeven zetels), CHU (twee zetels), ARP (twee zetels) en VVD (één zetel), de zittende coalitie haar meerderheid verloor.
-
1972
Het politieke beeld veranderde door de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen van 29 november 1972 drastisch. KVP en CHU verloren flink (resp. acht en vier zetels). PvdA en VVD wonnen resp. vier en zes zetels, terwijl ook de winst van de PPR fors was (van twee naar zeven zetels). Bij deze verkiezingen hadden voor het eerst ook 18 tot 21-jarigen stemrecht.
-
1977
Grote winnaar van de Tweede Kamerverkiezingen van 1977 was de PvdA, die tien zetels won, met de leuze "Kies de minister-president". Ook de VVD (van 22 naar 28 zetels) en D66 (van zes naar acht) deden het goed. Het CDA, dat voor het eerst deelnam, behaalde één zetel winst ten opzichte van het gezamenlijke resultaat van ARP, CHU en KVP in 1972.
-
1981
Grote winnaar van de Tweede Kamerverkiezingen van 1981 was D66. Die partij ging onder aanvoering van Jan Terlouw van acht naar zeventien zetels. De 'grote drie' CDA, PvdA en VVD verloren respectievelijk vijf, negen en twee zetels. Door het verlies van CDA en VVD verloor ook de regeringscombinatie haar meerderheid.
