Kabinet-De Jong (1967-1971)

Foto kabinet-De Jongvergrootglas

Dit centrumrechtse kabinet regeert aan het einde van de roerige jaren zestig en weet enkele hervormingen door te voeren, zoals democratisering van de universiteiten en herziening van de echtscheidingswetgeving. Ondanks de maatschappelijke onrust en toenemende politieke polarisatie zit het kabinet de gehele periode zonder tussentijdse crisis uit.

Het kabinet krijgt te maken met een toenemende inflatie, mede ten gevolge van de invoering van de b.t.w. per 1 januari 1969. Verder is er tijdens deze kabinetsperiode veel onrust in de maatschappij onder meer als gevolg van de democratiseringsgolf bij universiteiten en hogescholen. In 1969 werd het bestuurscentrum van de Universiteit van Amsterdam, het Maagdenhuis, bezet door studenten. Ook vrouwen, dienstplichtigen en werknemers vragen om hervormingen. In 1970 is er een groot loonconflict met de vakbeweging.

In dit kabinet werken vier partijen samen: KVP, ARP, CHU en VVD. Minister-president De Jong is afkomstig uit de KVP. Het kabinet treedt op 5 april 1967 aan en wordt op 28 april 1971 demissionair. Op 6 juli 1971 volgt het kabinet-Biesheuvel het kabinet-De Jong op. De regeringsverklaring werd op 18 april 1967 afgelegd.

Bijzonderheden

Spotprent kabinet De Jongvergrootglas

In sommige sectoren, met name de scheepsbouw (Verolme) en de textielindustrie, ontstaan problemen die tot massa-ontslagen leiden. Het kabinet probeert via specifieke maatregelen economisch zwakkere regio's, zoals Zuid-Limburg en Noord-Nederland, te stimuleren. Hierbij wordt onder meer voorgesteld rijksdiensten te verplaatsen van het westen naar andere delen van het land.

Een in 1970 door het kabinet ingestelde loonpauze leidt tot felle protestacties en stakingen. De loonmaatregel richt zich tegen een door vakbonden en werkgevers afgesproken loonsverhoging van f 400. Het kabinet moet de maatregel na de protesten deels intrekken.

Een wet regelt in 1968 dat er een minimumloon komt, eerst vanaf 25 jaar, en vanaf 1970 vanaf 23 jaar. In 1971 wordt een belastingvereenvoudiging doorgevoerd.

De bestuurscrisis in Amsterdam wordt opgelost door het ontslag van burgemeester Van Hall en de benoeming van oud-minister Samkalden. Een commissie-Enschedé oordeelt dat de burgemeester Van Hall zijn gezag heeft verspeeld vanwege het gebrekkige optreden tegen onlusten in 1966.

Het kabinet stelt een Staatscommissie (Cals/Donner) in die verbetering van het parlementaire stelsel moet onderzoeken. Tot voorstellen voor ingrijpende veranderingen, zoals invoering van een districtenstelsel of een gekozen minister-president komt het echter niet.

Op het gebied van het buitenlands beleid spelen onder meer de gevolgen van de inval in Tsjecho-Slowakije, het toenemende verzet tegen de Vietnam-oorlog en de verbetering van de relatie met Indonesië. Na de inval in Tsjechoslowakije besluit het kabinet tot verhoging van de defensie-uitgaven met f 225 miljoen. De verbeterde relatie met Indonesië wordt in 1970 bezegeld met een staatsbezoek van president Soeharto. Dit bezoek wordt echter overschaduwd door een bezetting door Zuid-Molukse jongeren van de ambassade van Indonesië in Den Haag, waarbij een politieagent om het leven komt.

In het kader van de toenemende vraag naar grotere openbaarheid wordt in 1968 een commissie ingesteld over overheidsvoorlichting. Minister-president De Jong besluit na de wekelijkse ministerraad een persconferentie te geven.

Het kabinet besluit tot aanleg van diverse nieuwe wegen. Als uitwerking van de Tweede nota ruimtelijke ordening worden groeigemeenten, zoals Zoetermeer, Nieuwegein en Amstelveen verder ontwikkeld. Krotopruiming en stadsvernieuwing krijgen meer aandacht. In 1971 wordt de huurliberalisatie verder uitgebreid.

Op milieugebied komen enkele wetten tot stand. Zo komt er een Wet verontreiniging oppervlaktewateren en een Wet op de luchtverontreiniging.

Van het wetgevende programma (zie ook 'wetgeving kabinet') kunnen verder worden genoemd wetten op het gebied van familie-, huwelijks- en zedelijkheidsgebied, zoals een nieuwe echtscheidingswet, een wet tot legalisering van de verkoop van voorbehoedsmiddelen en een wet die zorgt voor grotere gelijkheid van homoseksuelen

Samenstelling kabinet

Minister-President
P.J.S. de Jong (kvp)

Viceminister-president
Dr. H.J. Witteveen (vvd)
Drs. J.A. Bakker (arp)

Algemene Zaken
minister: P.J.S. de Jong (kvp)

Buitenlandse Zaken
minister: Mr. J.M.A.H. Luns (kvp)
staatssecretaris: H.J. de Koster (vvd) (12 juni 1967 - 6 juli 1971)

Justitie
minister: Mr. C.H.F. Polak (vvd)
staatssecretaris: Dr. K. Wiersma (vvd) (20 april 1970 - 6 juli 1971)

Binnenlandse Zaken
minister: Mr. H.K.J. Beernink (chu)
staatssecretaris: Mr. Ch. van Veen (chu) (10 mei 1967 - 6 juli 1971)

Onderwijs en Wetenschappen
minister: Dr. G.H. Veringa (kvp)
staatssecretaris: Mr. J.H. Grosheide (arp)

Financiën
minister: Dr. H.J. Witteveen (vvd)
staatssecretaris: Dr. F.H.M. Grapperhaus (kvp) (10 mei 1967 - 6 juli 1971)

Defensie
minister: W. den Toom (vvd)
staatssecretaris: A. van Es (arp)
staatssecretaris: J.C.E. Haex (chu) (18 april 1967 - 6 juli 1971)
staatssecretaris: A.E.M. Duynstee (kvp) (28 april 1967 - 6 juli 1971)

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
minister: Ir. W.F. Schut (arp)

Verkeer en Waterstaat
minister: Drs. J.A. Bakker (arp)
staatssecretaris: M.J. Keyzer (vvd) (18 april 1967 - 6 juli 1971)

Economische Zaken
minister: Mr. L. de Block (kvp) (5 april 1967 - 7 januari 1970)
minister a.i.: P.J.S. de Jong (kvp) (7 januari 1970 - 14 januari 1970)
minister: Mr. R.J. Nelissen (kvp) (14 januari 1970 - 6 juli 1971)
staatssecretaris: Drs. L.J.M. van Son (kvp) (18 april 1967 - 6 juli 1971)

Landbouw en Visserij
minister: Ir. P.J. Lardinois (kvp)

Sociale Zaken en Volksgezondheid
minister: B. Roolvink (arp)
staatssecretaris: Dr. R.J.H. Kruisinga (chu) (18 april 1967 - 6 juli 1971)

Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk
minister: Dr. M.A.M. Klompé (kvp)
staatssecretaris: Mr. H.J. van de Poel (kvp) (29 mei 1967 - 6 juli 1971)

belast met coördinatie van aangelegenheden Suriname en de Nederlandse Antillen betreffend en met de zorg voor aan Suriname en de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand
minister: Drs. J.A. Bakker (arp)

Zonder portefeuille
minister voor hulp aan ontwikkelingslanden: Drs. B.J. Udink (chu)

Mutatie

De enige minister die aftreedt, is De Block van Economische Zaken. Formele reden is dat hij vindt dat het kabinet krachtiger moet optreden tegen de stijging van lonen in de metaalsector. De overige ministers volgen hem daarin niet.

Informeel speelt mee dat hij veel gezag heeft verspeeld. Na de invoering van de btw per 1 januari 1969 heeft hij namelijk lang geaarzeld om op te treden tegen de prijsstijgingen die daarvan het gevolg waren, en daarop is veel kritiek gekomen. Het KVP-Tweede Kamerlid Nelissen volgt De Block op.

Formatie

Na de verkiezingen blijkt dat VVD en PvdA niet samen in een kabinet willen. Ook de KVP staat niet te trappelen om met de PvdA in een kabinet te gaan zitten. Informateur Zijlstra (ARP) heeft dan ook weinig moeite de PvdA buiten spel te zetten. Daarna stuurt hij aan op een coalitie van KVP, ARP, CHU en VVD. Hij ontwerpt een beknopt programma op hoofdlijnen, waarmee de fracties vlot instemmen (op 3 maart). In de ARP ontstaat wel onrust over de keuze voor de VVD. Elf ARP-prominenten (zogenoemde 'spijtstemmers' ) keren zich daar op 15 maart tegen.

Als blijkt dat Zijlsta niet zelf het premierschap op zich wil nemen, maar zijn fractievoorzitter Biesheuvel naar voren schuift, laat de VVD aanvankelijk een veto horen. Biesheuvel ligt niet goed bij de liberalen. Heeft Biesheuvel niet, na in het kabinet-Marijnen met de liberalen te hebben gezeten, daarna als minister in het kabinet-Cals het beleid van dit kabinet met socialisten steeds krachtig verdedigd?

Beel, nu voor de laatste keer, lijmt weer, en de vrede tussen VVD en Biesheuvel is snel getekend. Beel regelt ook de zetelverdeling in het kabinet. Maar als Biesheuvel als formateur zijn eigen ministers wil uitzoeken, geven de fractievoorzitters hem daar geen ruimte voor. Vooral zijn keuze voor Bakker op Economische Zaken is een breekpunt. Op 17 maart wil Biesheuvel zijn opdracht teruggeven, maar de koningin ziet nog mogelijkheden. Nadat KVP-kandidaten voor Economische Zaken en Sociale Zaken weigeren, mislukt de poging op 19 maart echter definitief.

Formateur De Jong (KVP) is vervolgens wat minder kritisch, onder meer door de afspraak dat ministerswisselingen tijdens de rit niet tot een crisis mogen leiden. Invulling van de posten leidt nauwelijks tot problemen, al haken Aantjes en Grosheide (beiden ARP) om uiteenlopende redenen af.

Regeringsverklaring

Document

Datum 18 april 1967

 Letterlijke tekst (PDF)

Kerngegevens

  Tweede Kamer tot 27 februari 1968 Tweede Kamer van 27 februari 1968 tot 10 mei 1971 Tweede Kamer vanaf 11 mei 1971
KVP 42 39 35
VVD 17 17 -
ARP 15 15 13
CHU 12 12 10
DS'70 - - 8
totaal 86
(57.3%)
83
(55.3%)
66
(44%)

  Eerste Kamer tot 16 september 1969 Eerste Kamer van 16 september 1969 tot 10 mei 1971 Eerste Kamer vanaf 11 mei 1971 minister­raad/(kabinet)
KVP 25 24 22 6 (10)
VVD 8 8 8 3 (6)
ARP 7 7 7 3 (5)
CHU 7 8 7 2 (5)
DS'70 - - - -
totaal 47
(62.7%)
47
(62.7%)
44
(58.7%)
 

data en feiten formatie

datum wat wie tot en met dagen
15 februari 1967 Tweede Kamer­verkiezingen      
1 maart 1967 benoeming (in)formateur J. Zijlstra 5 maart 1967 5
6 maart 1967 benoeming (in)formateur L.J.M. Beel 8 maart 1967 3
9 maart 1967 benoeming (in)formateur B.W. Biesheuvel 20 maart 1967 12
21 maart 1967 benoeming (in)formateur P.J.S. de Jong 4 april 1967 14
5 april 1967 beëdiging nieuwe bewindslieden Koningin Juliana 27 april 1971 1484
28 april 1971 kabinet demissionair   5 juli 1971 69
6 juli 1971 ontslag verleend Koningin Juliana