Mr. R.J. (Roelof) Nelissen

foto Mr. R.J. (Roelof) Nelissenvergrootglas Intelligente KVP'er uit Zeeuws-Vlaanderen, die al jong door zijn gemakkelijke omgang met mensen bekwaam leiding gaf aan de organisatie van katholieke middenstanders. Zoon van een polderopzichter die na de oorlog waarnemend burgemeester was. Kreeg in de Tweede Kamerfractie snel een belangrijke positie en werd begin 1970 tussentijds minister van Economische Zaken in kabinet-De Jong als opvolger van De Block. In het kabinet-Biesheuvel minister van Financiën en viceminister-president. Speelde een belangrijke rol bij het ontstaan van de kabinetscrisis in 1972 door vast te houden aan zijn bezuinigingsdoelen. Na zijn politieke loopbaan opgenomen in de top van de AMRO-bank.

KVP
in de periode 1963-1973: lid Tweede Kamer, minister, viceminister-president

voornamen (roepnaam)

Roelof Johannus (Roelof)

personalia

geboorteplaats en -datum
Hoofdplaat (Zld.), 4 april 1931

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

partij/stroming

partij(en)
  • KVP (Katholieke Volkspartij), tot 11 oktober 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

hoofdfuncties en beroepen

  • medewerker Sociaal Fonds Bouwnijverheid te Amsterdam, 1956
  • adjunct-secretaris NRKM (Nederlandse Rooms-Katholieke Middenstandsbond), van 1 december 1956 tot 1 juni 1962
  • algemeen secretaris NRKM (Nederlandse Rooms-Katholieke Middenstandsbond), van 1 juni 1962 tot 1 september 1968 (later: NKOV, Nederlands Katholiek Ondernemersverbond)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 5 juni 1963 tot 14 januari 1970
  • secretaris Federatie van Katholieke en Christelijke Ondernemersverbonden, van 1 september 1968 tot 1 juli 1969
  • minister van Economische Zaken, van 14 januari 1970 tot 6 juli 1971
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 6 juli 1971
  • minister van Financiën en viceminister-president, van 6 juli 1971 tot 11 mei 1973
  • minister belast met coördinatie van aangelegenheden Suriname en de Nederlandse Antillen betreffend en met de zorg voor aan Suriname en de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand, van 6 juli 1971 tot 28 januari 1972
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 december 1972 tot 7 maart 1973
  • adviseur Raad van Bestuur N.V. Amro-Bank (Amsterdam-Rotterdam Bank), van 1 september 1973 tot 1 september 1974
  • lid Raad van Bestuur N.V. Amro-Bank, van 1 september 1974 tot 1979
  • vicevoorzitter Raad van Bestuur N.V. Amro-Bank, van 1979 tot 1 juni 1983
  • voorzitter Raad van Bestuur N.V. Amro-Bank, van 1 juni 1983 tot 1 september 1990
  • voorzitter Raad van Bestuur N.V. ABN AMRO Holding, van 1 september 1990 tot 14 mei 1992

activiteiten

als parlementariër
  • Was woordvoerder volkshuisvesting (huurbeleid), middenstandsaangelegenheden en financiën van de KVP in de Tweede Kamer. Hield zich verder onder meer bezig met economische zaken.

opvallend stemgedrag
  • Behoorde in 1964 tot de 18 leden van zijn fractie die tegen het wetsvoorstel Instelling openbaar lichaam Rijnmond stemden
  • Behoorde in 1964 tot de 19 leden van zijn fractie die vóór het (onaanvaardbaar verklaarde) amendement-Scheps stemden, waardoor de Bijlmermeer bij de gemeente Amsterdam zou worden gevoegd
  • Behoorde in 1966 tot de zeven leden van zijn fractie die tegen de ontwerp-Natuurbeschermingswet stemden

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Direct na zijn aantreden als minister van Economische Zaken in januari 1970 ontvouwde hij voorstellen voor de noodlijdende scheepsbouwindustrie, in het bijzonder de scheepswerf Verolme. Stuurde aan op samenwerking tussen het Verolme-concern en de Rijn-Schelde-groep. Stelde 30 januari 1970 de commissie-Winsemius in die integratie van de Nederlandse scheepsbouwindustrie moest onderzoeken, hetgeen in 1971 resulteerde in vorming van het RSV-concern. (10.511)
  • Stond een krachtig prijsbeleid voor om inflatie (mede het gevolg van de invoering van de b.t.w. in 1969) terug te dringen
  • Bracht in 1970 samen met de ministers Roolvink en Schut en staatssecretaris Van Son de Nota inzake de sociaal-economische ontwikkeling in Oost-Groningen uit (10.758)
  • Was in 1971 verantwoordelijk voor de tienjaarlijkse volkstelling. Daarbij werden door sommigen vraagtekens gezet, vanwege het mogelijke gevaar van misbruik door de overheid van privé-gevoelige gegevens
  • Stond als minister van Financiën een beleid voor dat er op was gericht de inflatie en overbesteding te beteugelen en daardoor een loon- en prijsspiraal te voorkomen. Maatregelen die dat moesten bewerkstelligen waren onder meer beperking van de inflatiecorrectie in de loon- en inkomstenbelasting en verhoging van enkele belastingen. Door verhoging van de belastingvrije grens moesten lagere inkomens worden ontzien. Het begrotingsbeleid was gericht op beperking van de stijging van de uitgaven en vergroting van de inkomsten.
  • Bereikte in juni 1972 in Luxemburg met zijn EEG-collega's overeenstemming over een nieuw stelsel van vaste wisselkoersen, waarbij een bandbreedte van 2,25% werd vastgelegd (de zogenoemde slang)
  • Hield in 1972 in het kabinet krachtig vast aan het doorvoeren van bezuinigingen op diverse departementen. Mede door die opstelling ontstond er in juli 1972 een breuk in het kabinet door het uittreden van de DS'70-ministers.
  • De Eerste Kamer verwierp in 1972 de door hem verdedigde ontwerp-Comptabiliteitswet. Het wetsvoorstel was door zijn voorganger Witteveen in 1964 ingediend en in 1970 in de Tweede Kamer verdedigd.

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1970 een nieuwe Volkstellingenwet (Stb. 323) tot stand. Net als voorheen moest eens in de tien jaar een algemene volkstelling worden gehouden, maar de telling zou worden gehouden over een periode van twee jaar (1980 en 1981). De wet bleef onuitgevoerd en werd later ingetrokken. (10.091)
  • Bracht in 1971 een wet (Stb. 269) tot Goedkeuring van deelname van de Staat in de N.V. Urenco (Ultracentrifuge Nederland) tot stand en samen met staatssecretaris De Koster een wet (Stb. 280) tot goedkeuring van een te Almelo tot stand gekomen overeenkomst met het Verenigd Koninkrijk en de Bondsrepubliek over samenwerking bij de ontwikkeling en exploitatie van het gasultracentrifugeprocedé voor de produktie van verrijkt uranium. De wetsvoorstellen waren in 1969 ingediend door minister De Block. (10.469, 10.733)
  • Bracht in 1972 samen met staatssecretaris Scholten wetten (Stb. 613) tot wijziging van de structuur van de inkomstenbelasting tot stand. Dit leidt onder andere tot de fiscale verzelfstandiging van het inkomen uit arbeid van de gehuwde vrouw, tot verhoging van de belastingvrije voet en tot een tegemoetkoming aan onvolledige gezinnen. Er komen negen tariefschijven. (11.879)
  • Bracht in 1972 samen met staatssecretaris Scholten een wet (Stb. 696) inzake unificatie van accijnzen met België en Luxemburg tot stand. (11.938)
  • Bracht in 1973 samen met minister Boersma een wet tot stand tot wijziging van de Landbouwwet, de Financiële-Verhoudingswet 1960 en de Provinciewet in verband met invoering van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen. Voor die eigen middelen draagt Nederland opbrengsten van landbouwheffingen over aan de EG. Dit gaat ten koste van het Gemeente- en provinciefonds, maar daarvoor vindt compensatie plaats. (11.654)

wetenswaardigheden

woonplaats
Laren (N.H.)

uitgebreide versie

uitgebreide versie
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding, wetenswaardigheden etc. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft. reageer

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.