Leiderschapswisselingen

Het politieke leven van een partijleider is uiteraard beperkt houdbaar. Een teleurstellend resultaat, het gevoel dat het wel 'mooi' is geweest, maar ook leeftijd of gezondheid kunnen redenen zijn voor vertrek. Wisselingen vinden zowel plaats in de aanloop naar verkiezingen als tussentijds. Een nederlaag bij verkiezingen kan een reden zijn om direct op te stappen, maar soms neemt een leider afscheid om plaats te maken voor een nieuwe, jongere opvolger.

In de periode na 2012 vertrokken Bram van Ojik en Arie Slob tussentijds om plaats te maken voor een nieuwe politiek leider. Enkele maanden na de verkiezingen van 2017 deed Emile Roemer hetzelfde.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Leiderschapswisselingen (direct) na verkiezingen

Na de verkiezingen blijft de gewezen lijsttrekker niet altijd aan als politiek leider. Als de verkiezingsuitslag tegenvalt kan hij/zij worden opgevolgd door een andere politiek leider.

Jolande Sap werd na de voor GroenLinks teleurstellende verkiezingen van 2012 wel herkozen als fractievoorzitter en aanvankelijk sprak de partijtop het vertrouwen in haar uit, maar twee weken later bleek dat vertrouwen toch niet te bestaan. Zij stapte daarom op als politiek leider.

Na de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 vertrok Jan Peter Balkenende nog op de avond van verkiezingen als politiek leider van het CDA. Hetzelfde gebeurde eerder in 2002 bij de PvdA toen Ad Melkert meteen consequenties verbond aan de nederlaag van zijn partij.

Bij de VVD werd de dag na de verkiezingen van 2002 niet lijsttrekker Hans Dijkstal, maar demissionair minister van Financiën Gerrit Zalm gekozen als nieuwe fractievoorzitter. Na de verkiezingen van 2003 trad Thom de Graaf terug als D66-leider en fractievoorzitter.

CDA-leider Elco Brinkman moest na de formatie van 1994 plaats maken voor Enneüs Heerma. De duolijsttrekkers van GroenLinks (Ina Brouwer en Mohamed Rabbae) werden in datzelfde jaar direct na de verkiezingen vervangen door Paul Rosenmöller.

Het teleurstellende verkiezingsresultaat in 2002 leidde ertoe dat lijsttrekker Kars Veling al na enige maanden vertrok. Zijn opvolger werd toen André Rouvoet.

In 1973, na de formatie van het kabinet-Den Uyl, trad Hans van Mierlo terug als fractievoorzitter en politiek leider. D66 had bij de verkiezingen van november 1972 verlies geleden. De nieuwe leider, Jan Terlouw, was voorstander van een zelfstandiger koers.

Terlouw stapte onmiddellijk na de grote verkiezingsnederlaag van 1982 op als leider. In 1981 leidde Terlouw D66 van 8 naar 17 zetels. In 1982 ging die winst weer geheel te niet, nadat D66 aan het kabinet-Van Agt/Den Uyl had deelgenomen. Korte tijd nam Laurens-Jan Brinkhorst het leiderschap op zich, maar hij verliet in november 1982 de Haagse politiek en werd opgevolgd door Maarten Engwirda.

Na de verkiezingsnederlaag van D66 in 2003 stapte Thom de Graaf op als politiek leider. Boris Dittrich volgde hem toen op.

Het gebeurt ook wel dat een oudere politiek leider na de verkiezingen plaats maakt voor jonger gezicht. Enkele voorbeelden hiervan:

  • na de verkiezingen van 1986 volgde Wim Kok PvdA-lijsttrekker Joop den Uyl op als fractievoorzitter in de Tweede Kamer en als politiek leider van de PvdA;
  • na de verkiezingen van 1998 werd Frits Bolkestein als VVD-fractievoorzitter in de Tweede Kamer en als politiek leider opgevolgd door Hans Dijkstal;
  • na de verkiezingen van 1998 maakte Els Borst als politiek leider van D66 plaats voor Thom de Graaf.

2.

Tussentijdse leiderschapswisselingen

CDA

In de periode als oppositiepartij, van 1994-2002, zijn er bij het CDA nogal wat tussentijdse leiderschapswisselingen geweest:

  • in 1994 volgde Enneüs Heerma Elco Brinkman op als politiek leider;
  • in 1997 volgde Jaap de Hoop Scheffer Enneüs Heerma op als politiek leider;
  • in 2001 volgde Jan Peter Balkenende Jaap de Hoop Scheffer op als politiek leider.

PvdA

Vanwege persoonlijke redenen maakte Wouter Bos op 12 maart 2010 bekend niet beschikbaar te zijn voor het lijsttrekkerschap van de PvdA bij de vervroegde verkiezingen van 9 juni. Wouter Bos was eerder in 2002, na het winnen van een ledenraadpleging, politiek leider geworden. Hij versloeg toen onder anderen Jeltje van Nieuwenhoven en Klaas de Vries.

In 2012 stapte PvdA-leider Job Cohen op, omdat hij vond dat hij er niet in was geslaagd effectief als politiek leider op te treden. Vanaf de aanvang was er kritiek op optreden van Cohen in debatten en de media. Hij slaagde er niet in dit negatieve beeld om te buigen. Hoewel op 16 februari de fractie het vertrouwen niet opzegde, werd feitelijk vastgesteld dat dit vertrouwen bij een belangrijk deel van de fractie was verdwenen. Diederik Samsom werd daarna als lijsttrekker en leider gekozen.

Bij de stemming onder de leden in 2016 over het lijsttrekkerschap leed Samsom een nederlaag tegenover Lodewijk Asscher, die daarom zijn opvolger werd.

SP

In juni 2008 trad Jan Marijnissen om gezondheidsredenen terug als fractievoorzitter van de SP. Hij werd opgevolgd door Agnes Kant. In maart 2010 trad zij terug. Het slechte resultaat van de SP bij de raadsverkiezingen en de beeldvorming rond haar persoon waren daar de belangrijkste redenen voor. Emile Roemer werd toen de nieuwe politiek leider.

Niet lang na het aantreden van het kabinet-Rutte III trad Emile Roemer terug als SP-leider. Eerder dat jaar was de verkiezingsuitslag teleurstellend. Lilian Marijnissen, die sinds maart 2018 in de Tweede Kamer zat, volgde hem op.

VVD

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 trad Jozias van Aartsen terug als 'politiek aanvoerder' (van zijn partij mocht hij zich al geen politiek leider noemen) van de VVD. De VVD-leden kozen vervolgens Mark Rutte als lijsttrekker. Hij versloeg na een felle strijd Rita Verdonk en Jelleke Veenendaal bij de lijsttrekkersverkiezing.

GroenLinks

GroenLinks-leider Paul Rosenmöller stapte eind 2002 om persoonlijke redenen uit de politiek. De dagen voor zijn terugtreden had hij kritiek uit zijn eigen partij gekregen omdat GroenLinks het niet goed deed in de peilingen en omdat een aanval van Rosenmöller op SP-leider Jan Marijnissen slecht was gevallen. Rosenmöller werd opgevolgd door Femke Halsema.

De leiderschapswisseling bij GroenLinks in december 2010 vond een half jaar na de verkiezingen plaats. Femke Halsema maakte na acht jaar leiderschap plaats voor Jolande Sap, een vertegenwoordigster van een nieuwe generatie. Bij de wisseling speelden onder mee dat GroenLinks er onder Halsema niet in was geslaagd tot kabinetsdeelname te komen. Ministens zo belangrijk was dat er nog geen verkiezingen zaten aan te komen, waardoor een langere 'inwerktijd' mogelijk leek.

De tussentijdse leiderschapswisseling in 2012 ging gepaard met veel onrust in de partij. Jolande Sap verloor het vertrouwen van het bestuur en kreeg Bram van Ojik als opvolger. Hij zag zichzelf echter als tijdelijk leider. In mei 2015 verliep de komst van Jesse Klaver daarom zonder problemen.

D66

Fractievoorzitter Boris Dittrich stapte in februari 2006 op, nadat hij een verkeerde inschatting had gemaakt over het afwijzen van Nederlandse deelname aan een militaire missie naar Afghanistan. Hij verwachtte dat de PvdA-fractie zich tegen dit voornemen zou keren, maar dat gebeurde niet. Eerder had hij gedreigd met een kabinetscrisis, maar dat dreigement werd niet ten uitvoer gelegd. Lousewies van der Laan volgde hem op.

Nadat hij in 2006 de verkiezing voor het lijsttrekkerschap van Lousewies van der Laan had gewonnen werd Alexander Pechtold politiek leider. Hij bleef dat tot oktober 2018, anderhalf jaar na de verkiezingen van 2017, toen hij tussentijds vertrok.

ChristenUnie

André Rouvoet bleef politiek leider, nadat hij in februari 2007 vicepremier was geworden. In mei 2011 stapte hij echter tussentijds op, waarna Arie Slob hem opvolgde. Die vertrok op zijn beurt in 2015 en op 10 november werd Gert-Jan Segers de nieuwe politiek leider.


Meer over