Kabinetsformatie 2003

Het kabinet-Balkenende II , met CDA , VVD en D66 als deelnemende partijen, kwam tot stand nadat een (eerste) poging om een kabinet van CDA en PvdA te formeren, was mislukt. Informateurs waren Piet Hein Donner en Frits Korthals Altes . Omdat CDA en VVD samen geen meerderheid hadden en de LPF zichzelf had gediskwalificeerd als regeringspartij werd de voormalige coalitiepartner uit Balkenende I ingeruild door D66. Op 20 mei 2002 stond het kabinet-Balkenende II naast de koningin op het bordes.

Overzicht

datum

wat

wie

tot en met

dagen

22 januari 2003

Tweede Kamerverkiezingen

     

24 januari 2003

Benoeming informateur

J.P.H. Donner

3 februari 2003

11

5 februari 2003

Benoeming informateurs

J.P.H. Donner en F.­ Leijnse

12 april 2003

66

15 april 2003

Benoeming informateurs

R.J. Hoekstra en F.­ Korthals Altes

19 mei 2003

35

16 mei 2003

Hoofdlijnenakkoord Meedoen, meer werk en minder regels

     

16 mei 2003

Budgettaire en economische effecten van het Hoofdlijnenakkoord 2004-2007

CPB

   

20 mei 2003

Benoeming formateur

J.P. Balkenende

26 mei 2003

7

27 mei 2003

Beëdiging nieuwe bewindslieden

Koninging Beatrix

   
 

Totale duur formatie

   

122

Verloop van de formatie

Verkiezingsuitslag

Na de Tweede Kamerverkiezingen van 22 januari werd duidelijk dat coalitiepartners CDA en VVD samen niet meer konden rekenen op een parlementaire meerderheid. Voor een kabinet met deze twee partijen was de deelname van een derde partij noodzakelijk. Een kabinet bestaande uit de grootste partij het CDA (44 zetels) en de grootste winnaar de PvdA (van 23 naar 42 zetels) leek daarom de meest logische stap.

Informatie-Donner

Demissionair minister van Justitie Piet Hein Donner werd op 24 januari tot informateur benoemd. Hij kreeg de opdracht om 'na te gaan welke mogelijkheden op basis van de verkiezingsuitslag aanwezig zijn voor de vorming van een kabinet dat mag rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal en welke mogelijkheid moet worden onderzocht'. PvdA-leider Wouter Bos wenste daarna dat, naast, een CDA-informateur, ook een PvdA-informateur zou deelnemen aan de gesprekken. Daarmee ging Jan Peter Balkenende akkoord en op 5 februari werd oud-PvdA-vicefractievoorzitter Frans Leijnse als zodanig aangesteld.

Informatie-Donner/Leijnse

Tijdens de formatie moesten scherpe tegenstellingen tussen CDA en PvdA worden overbrugd en worden gezocht naar politieke wil om te gaan samenwerken. De felle verkiezingsstrijd tussen Balkenende en Bos en de verschillende standpunten over steun aan militair optreden tegen Irak zorgden voor irritaties. Ook verschilden beide partijen sterk over het te voeren financieel-economisch beleid en over het tempo van bezuinigingen.

De formatie leek pas goed op gang te komen, na twee gebeurtenissen. Op 11 maart waren er verkiezingen voor de Provinciale Staten. De PvdA wist daarin de winst van januari vast te houden en samen met het CDA kwam er in de Eerste Kamer een ruime meerderheid (42 zetels). De combinatie CDA-VVD beschikte over 38 zetels.

In de PvdA was er verder veel verzet tegen mogelijk militair optreden tegen het bewind van Sadam Hoessein in Irak, zeker zonder nieuw volkenrechtelijk mandaat. De VS en het VK stuurden aan op een dergelijk optreden, vanwege de vermeende aanwezigheid van chemische wapens en mogelijke betrokkenheid van Irak bij terrorisme. In een Kamerdebat op 18 maart stonden CDA (Verhagen) en PvdA (Bos) scherp tegenover elkaar. Nederlandse steun aan militair optreden werd afgewezen, maar toen de actie op 20 maart begon was er wel politieke steun vanuit het kabinet. Hoewel de PvdA zich daar tegen keerde, legde zij zich neer bij de ontstane situatie. CDA en PvdA accepteerden hun verschillende standpunten.

Pas na de Statenverkiezingen kwam er meer vaart in de onderhandelingen, maar de informatie liep enkele weken later stuk op de hoogte van de te voeren bezuinigingen. Het CPB beoordeelde op 8 april een conceptakkoord over het nieuwe beleid negatief, waardoor beide partijen terug moesten naar de onderhandelingstafel. Door het CDA gewenste aanvullende bezuinigingen op onder andere sociale zekerheid en stadsvernieuwing leidden op 11 april tot een breuk. Balkenende stelde dat er 'onvoldoende vertrouwen' was om met de PvdA tot een overeenkomst te komen, waarop de informateurs Donner en Leijnse op 12 april hun informatieopdracht teruggaven.

Balkenende gaf op 14 april aan dat hij graag wilde onderhandelen met VVD. De meerderheid van de Tweede Kamer voelde niets voor een nieuwe (lijm)poging tussen CDA en PvdA.

Informatie-Hoekstra/Korthals Altes

Op 15 april werden Rein Jan Hoekstra (CDA), lid van de Raad van State, en minister van staat Frits Korthals Altes (VVD) door de koningin gevraagd om een nieuwe informatieronde te beginnen. Het CDA wilde graag opnieuw regeren met de VVD en de informateurs bogen zich over de vraag wie als derde partij bij de coalitie van CDA en VVD kon aanschuiven.

De LPF was niet acceptabel als regeringspartner en daarom werden op 22 en 23 april zowel gesprekken gevoerd met D66, de ChristenUnie en de SGP . Bij een coalitie met de SGP of ChristenUnie zou nog een vierde partij moeten deelnemen, omdat de coalitie maar 74 zetels zou halen. De ideeën van de VVD over ethische kwesties botsten echter sterk met die van de SGP, waardoor met name de VVD de boot afhield.

Met D66 was wel een krappe meerderheid (78 zetels) te vormen. Ook gaf D66-leider Boris Dittrich op 23 april aan na de verkenning bereid te zijn om verder te praten. Op 16 mei werden de drie partijen het eens over een akkoord op hoofdlijnen, genaamd 'Meedoen, meer werk en minder regels'. D66 kreeg de gewenste beloftes voor staatsrechtelijke vernieuwing, waardoor ondanks het verlies bij de verkiezingen, regeringsdeelname voor die partij alsnog acceptabel was.

Formatie-Balkenende

Hoekstra en Korthals Altes rondden op 19 mei hun informatiebesprekingen af. De dag erna werd Balkenende tot formateur benoemd. Op 27 mei werd het kabinet-Balkenende II beëdigd.

Regeerakkoord

Het hoofdlijnenakkoord van de coalitie CDA , VVD en D66 (het kabinet-Balkenende II ), verscheen onder het motto 'Meedoen, Meer Werk, Minder Regels'. De doelstellingen in het hoofdlijnenakkoord waren concreter en beknopter dan dat van Balkenende I . De 'slagvaardige overheid' moest leiden tot minder bureaucratie, minder regeldruk en een kwalitatief betere publieke dienstverlening. Verder was de 'onpersoonlijke samenleving' een belangrijk bestrijdingspunt in het akkoord. Het slechts veertien pagina tellend akkoord werd ondersteund door de bijlage Financieel Kader 2004-2007.

Betrokken personen

De informateurs (formatie CDA-PvdA)

J.P.H. (Piet Hein) Donner

Piet Hein Donner (1948) is sinds 1 februari 2012 vicepresident van de Raad van State. Hij was van 14 oktober 2010 tot 16 december 2011 minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Van 22 juli 2002 tot 21 september 2006 was hij minister van Justitie en van 22 februari 2007 tot 14 oktober 2010 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarvoor was de heer Donner onder meer voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en lid van de Raad van State (1997-2002). In 2001-2002 leidde hij een commissie die adviseerde over de WAO-problematiek en in 2002 en 2003 trad hij op als informateur. In de periode november 2006-februari 2007 was hij Tweede Kamerlid.

F. (Frans) Leijnse

Vooraanstaand PvdA-politicus en Kamerlid. Promoveerde op een proefschrift over deeltijdarbeid en werkte bij de SER en bij het Instituut voor Toegepaste Sociologie in Nijmegen. Werd in 1984 Tweede Kamerlid en vijf jaar later vicefractievoorzitter. Keerde in 1994 terug naar de wetenschap, onder meer als hoogleraar bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit. Daarnaast was hij plaatsvervangend kroonlid van de SER. Was in 2003 als co-informateur betrokken bij de mislukte poging om een CDA-PvdA-kabinet te vormen. In de Tweede Kamer woordvoerder ambtenarenzaken, onderwijs en sociale zaken en in de Eerste Kamer onder meer financieel woordvoerder. Had een belangrijk aandeel in de voorbereiding van het onderzoek in de Senaat naar privatiseringen.

De informateurs (formatie CDA-VVD-derde partij)

R.J. (Rein Jan) Hoekstra

In Friesland geboren maar in Groningen opgegroeide jurist en topambtenaar. CDA-lid. Begon als advocaat in Rotterdam en werd daarna ambtenaar op Binnenlandse Zaken. Was als adjunct-secretaris en lid betrokken bij twee staatscommissies die zich met staatkundige vernieuwing bezighielden. Op Algemene Zaken adviseur van Den Uyl, Van Agt en Lubbers. Werd in 1994 lid van de Raad van State en bleef dat ruim tien jaar. Zat in 2006 de Nationale Conventie over bestuurlijke vernieuwing voor. Speelde in 2003 als informateur een belangrijke rol bij de vorming van het tweede kabinet-Balkenende. Bij de formatie van 2006/2007 speelde hij opnieuw een rol als informateur.

F. (Frits) Korthals Altes

Vooraanstaand Rotterdams advocaat met grote staat van dienst in de VVD. Was onder meer geruime tijd secretaris en voorzitter van zijn partij. Probeerde als voorzitter van de VVD tot tweemaal toe tevergeefs het kabinet-Van Agt/Wiegel ten val te brengen, omdat er van het beoogde puinruimen niets terecht kwam. Minister van Justitie in eerste kabinet-Lubbers en tweede kabinet-Lubbers . Vond bij zijn aantreden, dat "oerstaatszaken" niet in gevaar mochten komen. Vergde daarom het uiterste van de rechterlijke macht en de politie, maar verwierf brede steun in het parlement. In 1997 de eerste liberale voorzitter van de Eerste Kamer sinds 1900. Kleine welsprekende heer; volbloed jurist. Toegewijd en krachtdadig bestuurder, die van zijn medewerkers een zelfde houding en loyaliteit verlangde. Is sinds 2001 minister van staat.

De formateur

J.P. (Jan Peter) Balkenende

Zeeuwse CDA-politicus die negen jaar partijleider en acht jaar premier was. Afkomstig uit de wetenschap en partijideoloog, die eigen verantwoordelijkheid van burgers voorstond. Als Tweede Kamerlid financieel woordvoerder. Werd in 2001 onverwacht lijsttrekker van het CDA na de machtstrijd tussen De Hoop Scheffer en Van Rij . Leidde vanaf 2002 als premier kabinetten van wisselende samenstelling in een na de moord op Fortuyn politiek instabiele periode. Probeerde terugkeer van 'normen en waarden' op de politieke agenda te zetten. Nadat zijn tweede kabinet diverse hervormingen had doorgevoerd, was zijn vierde kabinet (met PvdA en ChristenUnie ) minder daadkrachtig. In zijn publieke optredens soms wat onhandig, maar niettemin - of juist daardoor - lange tijd populair en succesvol. De verkiezingen van 2010 verliepen voor zijn partij echter desastreus, waarna hij de politiek verliet.

De fractievoorzitters bij de onderhandelingen

J.P. (Jan Peter) Balkenende

Zeeuwse CDA-politicus die negen jaar partijleider en acht jaar premier was. Afkomstig uit de wetenschap en partijideoloog, die eigen verantwoordelijkheid van burgers voorstond. Als Tweede Kamerlid financieel woordvoerder. Werd in 2001 onverwacht lijsttrekker van het CDA na de machtstrijd tussen De Hoop Scheffer en Van Rij . Leidde vanaf 2002 als premier kabinetten van wisselende samenstelling in een na de moord op Fortuyn politiek instabiele periode. Probeerde terugkeer van 'normen en waarden' op de politieke agenda te zetten. Nadat zijn tweede kabinet diverse hervormingen had doorgevoerd, was zijn vierde kabinet (met PvdA en ChristenUnie ) minder daadkrachtig. In zijn publieke optredens soms wat onhandig, maar niettemin - of juist daardoor - lange tijd populair en succesvol. De verkiezingen van 2010 verliepen voor zijn partij echter desastreus, waarna hij de politiek verliet.

W.J. (Wouter) Bos

Uit het bedrijfsleven afkomstige partijleider van de PvdA in de jaren 2002-2010. Werkte na zijn studie economie en politicologie ruim negen jaar in binnen- en buitenland voor Shell. Werd daarna Tweede Kamerlid en spoedig staatssecretaris van Financiën. In 2002 de eerste direct gekozen lijsttrekker van de PvdA. Leidde in 2003 zijn partij naar electoraal herstel, maar zag onderhandelingen met het CDA mislukken. Na vier jaar oppositie in 2007 vicepremier en minister van Financiën. Oogstte waardering voor de wijze waarop hij de gevolgen van de internationale financiële crisis aanpakte. Niet lang na de breuk in het kabinet-Balkenende IV koos hij voor zijn jonge gezin en verliet hij de politiek. Goed debater, die echter soms aarzelde over de koers van zijn partij. Tegenstanders betichtten hem daarom soms van 'draaien'. Is nu bestuursvoorzitter van het VU Medisch Centrum.

M.J.M. (Maxime) Verhagen

CDA-voorman, die het tot minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Balkenende IV en vicepremier in het kabinet-Rutte I bracht, maar die in 2012 afzag van het politiek leiderschap. Zoon van een Limburgse gedeputeerde. Als (jong) historicus werd hij fractiemedewerker en, in 1989, Europarlementariër, alvorens in 1994 de overstap te maken naar de CDA-Tweede Kamerfractie. Ontpopte zich als vaardig woordvoerder asielbeleid en buitenlandse en Europese zaken. Toen Balkenende in 2002 premier werd, nam hij het fractievoorzitterschap over. Als diens secondant schuwde hij harde uithalen naar tegenstanders niet ('Met Bos bent u de klos'). Genoot van het ministerschap van BZ, maar mede vanwege rugklachten werd hij in 2010 minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. In 2010 vurig verdediger van de samenwerking met de PVV . Stond bekend als emotioneel en slim en als strateeg. Sinds 2013 is hij voorzitter van Bouwend Nederland.

G. (Gerrit) Zalm

Met twaalf jaar de langstzittende minister van Financiën. Kwam uit een eenvoudig milieu (zijn vader was kolenboer); hardwerkend en wars van dikdoenerij. Doorliep na een studie economie een ambtelijke loopbaan en werd gezaghebbend directeur van het Planbureau. Als minister in het paarse kabinet ontwikkelde hij een nieuwe begrotingsnorm die uitging van een strikte scheiding van overheidsinkomsten en -uitgaven. Was verantwoordelijk voor een omvangrijke herziening van het belastingstelsel en de invoering van de euro. Bepleitte strakke naleving van de begrotingsregels in de EU. Na de verkiezingen van 2002 fractievoorzitter en politiek leider van de VVD. Keerde echter na anderhalf jaar terug naar het ministerschap dat hem beter lag. Lag goed in het parlement zowel door zijn deskundigheid als joviale optreden. Na zijn ministerschap acht jaar voorzitter van de Raad van Bestuur van ABN AMRO.

B.O. (Boris) Dittrich

Voormalige rechter, die als D66-Tweede Kamerlid en partijleider zijn partij en zichzelf uitstekend wist te presenteren. Begon zijn loopbaan als advocaat in Amsterdam en was daarna rechter bij de Arrondissementsrechtbank Alkmaar. In de Kamer hield hij zich aanvankelijk vooral bezig met justitie en later ook met terreinen als werkgelegenheid, Antilliaanse zaken, medisch-ethische zaken, cultuur, ontwikkelingssamenwerking, politie en integratie. Zette zich volop in voor de rechten van homo's. Bracht vier initiatiefwetten tot stand onder meer over stalking en een spreekrecht voor slachtoffers van misdrijven. Onder zijn politieke leiderschap nam D66 deel aan het tweede kabinet-Balkenende . Stapte op als fractievoorzitter nadat hij de uitkomst van het debat over de militaire missie naar Afghanistan verkeerd had ingeschat.

A. (André) Rouvoet

Voorman van de ChristenUnie, die zijn partij in 2007 in het kabinet-Balkenende IV tot regeringsdeelname bracht. Hijzelf was in dat kabinet minister voor Jeugd en Gezin en viceminister-president. Maakte zich sterk voor betere toegankelijkheid van gezinsondersteuning. Werd in november 2002 als jonge jurist politiek leider van zijn partij, na in 1994 voor de RPF Tweede Kamerlid te zijn geworden. Verwierf snel gezag als goed debater en vanwege zijn dossierkennis. Hij was voordien vijf jaar directeur van de Marnix van Sint Aldegonde Stichting, het wetenschappelijk bureau van de RPF. In 2010 was hij tevens acht maanden minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In april 2011 verliet hij de politiek om per 1 februari 2012 voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland te worden.

B.J. (Bas) van der Vlies

Politiek voorman van de SGP, die als nestor van de Tweede Kamer gezag verwierf. Studeerde weg- en waterbouw en was werkzaam in het onderwijs. Kwam in 1981, na ruim tien jaar Statenlid in Utrecht te zijn geweest, in de Kamer. Vanaf 1986 fractievoorzitter en partijleider. Voerde in de Kamer het woord over uiteenlopende onderwerpen. Minzame, hardwerkende volksvertegenwoordiger die zich dienstbaar opstelde en geen eerzucht kende. Als nestor ontwikkelde hij zich, ondanks het tamelijk politieke isolement van zijn partij, tot het staatsrechtelijk en 'zedelijk' geweten van de Kamer. Waarschuwde geregeld tegen verruwing van de parlementaire mores.

De vaste adviseurs van de koningin

G.J.M. (Gerrit) Braks

Vooraanstaand CDA-politicus uit een Brabants boerengezin. Werkte in Brussel als landbouwraad en werd toen hij nog maar drie jaar Tweede Kamerlid was al minister van Landbouw in het eerste kabinet-Van Agt . Keerde vervolgens na een jaar onderbreking in 1982 op die post terug. Kreeg als minister te maken met zaken als de mestproblematiek, problemen rond het dierenwelzijn en de visfraude . Omdat coalitiegenoot PvdA vond dat hij tegen dat laatste te weinig had gedaan en het vertrouwen in hem opzegde, trad hij in 1990 af. Werd daarna voorzitter van de KRO, senator en voorzitter van de CDA-Eerste Kamerfractie. Sloot zijn politieke loopbaan af als voorzitter van de Eerste Kamer, een ambt dat hij met de hem kenmerkende gemoedelijkheid vervulde. Was in 2007-2008 waarnemend burgemeester van Eindhoven

F.W. (Frans) Weisglas

Liberaal Tweede Kamerlid, dat na twintig jaar te zijn opgetreden als buitenlandwoordvoerder van de VVD in mei 2002 tot Kamervoorzitter werd gekozen. Daaraan was een tot dan toe ongebruikelijke persoonlijke actie vooraf gegaan waarbij hij de kandidaat van zijn eigen fractie versloeg. Voor 1982 diplomaat en secretaris van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Scherp debater die gehecht was aan parlementaire stijl en correct taalgebruik. Voelde zich zeer betrokken bij de ontwikkelingen in Suriname. Als voorzitter maakte hij zich sterk voor het burgerinitiatief , waarbij hij zelfs tegen de fractielijn inging. Verdediger van de politieke moraal en van het aanzien van de politiek. Stond bekend als een bekwame, charmante behartiger van zijn eigen publiciteit.

H.D. (Herman) Tjeenk Willink

Politicus van PvdA-huize met veel gezag als topadviseur en kritisch beschouwer van het bestuur. Topambtenaar ministerie van Algemene Zaken, die optrad als secretaris van achtereenvolgende kabinetsformateurs en jarenlang adviseur was van de minister-president. Regeringscommissaris reorganisatie rijksdienst. Hoogleraar bestuurswetenschappen. Als PvdA'er lid en voorzitter van de Eerste Kamer. Bepleitte een actievere rol voor de Eerste Kamer bij de bewaking van de kwaliteit van de wetgeving. Bijna vijftien jaar vicepresident Raad van State en in die positie de voornaamste adviseur van de koningin bij kabinetsformaties. Zelf informateur in 1994 , 1999, 2010 en opnieuw in 2017 . Is sinds 2012 minister van staat .


Meer over